Ik had nooit gedacht dat ik ooit terug zou gaan naar mijn geboorteplaats, maar toch sta ik hier. Het is niet dat ik er nooit terug naar wou gaan ik had gewoon een keer zin in nieuwe dingen. Ik hield niet echt van telkens op de zelfde plek blijven, ik hield meer van reizen. De enige reden dat ik hier ben is vanwege mijn broer, Jesse. Eigenlijk niet voor Jesse, maar voor de twee idioten die hebben te pakken hadden gehad. Zo makkelijk zouden ze er niet van af komen, niet als het aan mij lag.
Het is misschien beter als ik me eerst even voorstel.
Mijn naam is Avonis Black. Ik ben het jongere zusje van Jesse Black. We schelen alleen maar twee jaar, dat is niet zoveel, al kan hij soms veel een beetje beschermend overkomen. Net als Jesse ben ik een vampier.
Ik had van iemand anders moeten horen dat Jesse was gevangen in de Cubile Animus door twee stervelingen. Jesse had me al eerder vertelt over zijn plan. Ik was het er zelf niet echt mee eens, maar dat hoefde hij niet te weten.
Nu ben ik op zoek naar die twee. Ik weet nog niet wat ik met ze ga doen, maar plezierig wordt het niet.
Ik zette mijn zonnebril op en liep veder door de stad. Tuurlijk was er veel veranderd sinds ik hier voor het laatst was, wat had je dan verwacht. Het zou raar zijn als dat niet zo was. Het liefst was ik hier ook niet geweest, maar het moest nou eenmaal. Jesse is mijn familie. En wie aan mijn familie komt, komt aan mij. En ik heb voor de rest ook niet echt iets beters te doen. Hopelijk was dit snel afgehandeld, zodat ik hier weer weg kon.
Whitechaple High kwam langzaam in beeld. Een grijns verscheen op mijn gezicht. Ik hoef ze nu alleen nog maar te vinden en dan ben ik klaar.
~Iets later~
Een zucht verliep mijn lippen terwijl ik veder door de gangen liep. Ik had er niet zo luchtig over moeten denken, het is niet makkelijk iemand te vinden tussen al deze tieners. Het helpt al helemaal niet als je ook niet weet hoe ze eruit zien.
Ik werd uit mijn gedachten geschud toen iemand tegen me opbotsten.
''Sorry.'' Zei het meisje. ''Geeft niet.'' Zei ik kort terwijl ik begon weg te lopen, maar ze hield me tegen.
''Ben je nieuw hier?'' Ik wou zeggen van niet, maar dan had ik daar misschien weer een heel gesprek over en daar had ik geen tijd voor. Ik had nog iets anders te doen.
''Ja.'' Weer probeerde ik weg te lopen, maar dat lukte niet.
''Ik ben Sarah en jij?'' De naam Sarah kwam me bekend voor maar ik wist niet hoe dat kwam.
''Avonis, maar ik moet nu echt gaan. Ik moet nog wat doen.'' ''Oh, oke. Wil je dan misschien samen lunch eten.'' Ik rolde mijn ogen. ''Misschien, maar ik moet nu echt gaan.'' Niet wachtend op een antwoord begon ik veder te zoeken
