Owkey… nieuw verhaal, ik heb gewoon stomweg besloten alles te posten wat ik heb. Dit verhaal ben ik mee begonnen voor DH dus geen spoilers whatsoever. Ik hoop dat jullie het leuk vinden. Het eerste hoofdstuk ik nogal… verwarrend, maar daar komt nog wel verandering in geloof me maar ;)
x Anne
Hoofdstuk 1
17 juni 1997
Dit was het dan, het laatste gevecht, eindelijk was het Harry's kans wraak te nemen.
Voor zijn ouders, voor Carlo, Sirius, Perkamentus en alle andere onschuldigen die gesneuveld waren in de oorlog. Een nutteloze oorlog voor de macht van een man…
Voldemort, hij keek Harry aan met zijn kille rode ogen, zijn slangachtige neusgaten spreidden zich en hij sprak: "Zielige jongen, denken dat je een kans maakt. De enige reden waarom je me al die tijd tegen hebt kunnen houden is omdat ik je onderschatte." Toen lachte hij kil en vervolgde: "Dat zal niet weer gebeuren."
Harry probeerde de rillingen te onderdrukken die na Voldemort's lach over zijn rug liepen. Dit lukte niet helemaal, maar toch zo goed dat Voldemort het niet merkte.
Hij hief zijn kin op en keek woedend naar Voldemort terwijl hij dacht: We zullen wel zien.
Toen voelde hij waarvoor hij gevreesd had, het lichte gevoel in zijn hoofd dat hem er alert op maakte dat Voldemort van plan was zijn hoofd en herinneringen binnen te dringen. Alleen zou hij dat niet toestaan. Hij maakte zijn hoofd leeg en sloot zijn gedachten af. Voldemort vloekte: "Als je denkt dat je zo makkelijk van me af komt…" Weer probeerde hij Harry's gedachten binnen te dringen. Deze keer hardhandiger, Harry kon het net afweren.
Voldemort hijgde: "Dus je hebt geoefend, nou en?" Opnieuw probeerde hij occlumentie, weer wist Harry het net af te weren.
Voor Voldemort het opnieuw kon proberen wees Harry met zijn toverstok op hem, in gedachten zei hij: "Legilimens."
Heer Voldemort sperde zijn ogen wijd open van schrik, 'Dit had hij niet verwacht.' dacht Harry triomfantelijk.
Even zag hij een flits van een woedende vrouw, een flits van de basilisk die Harry in zijn tweede jaar had verslagen en een flits van drie identieke meisjes die op hun knieën gingen zitten, twee vrijwillig en de derde duidelijk onder de imperius vloek en wild tegenspartelend. Toen net zo plotseling als het begonnen was, was het voorbij en keek Harry weer in het woedende, hijgende gezicht van Voldemort.
"Hoe durf je?" siste hij.
Harry grijnsde: "Gewoon, waarom niet?"
Voldemort sneerde: "Spreek niet zo tegen me!"
"Schreeuw niet zo." Sprak Harry rustig.
Dit had het effect dat hij verwachtte en Voldemort schreeuwde van woedde.
Harry grijnsde, dat was niet slim omdat hij even niet oplette waardoor Voldemort zijn stok op hem richtte. Na een rode lichtflits voelde Harry pijn, onbeschrijfelijke pijn die uit elke porie van zijn lijf leek te komen.
Na wat voelde als uren maar waarschijnlijk alleen een paar minuten was geweest hief Voldemort de spreuk op.
Harry voelde zich beurs, alles deed zeer. Maar hij stond op, hoewel hij liever nog een maand of twee had willen blijven liggen.
Toen hij weer op zijn benen stond rechtte hij zijn rug en wees zijn toverstok op Voldemort, die op zijn beurt weer zijn toverstok op Harry richtte: "AVADA KEDAVRA!!!" riepen ze tegelijk.
Twee groene flitsen, twee verschillende mannen en twee verschillende redenen. De ene verbeten, vol van woedde, haat en machtslust.
De ander vechtend voor rust, wraak voor zijn overleden familie en vrienden.
Een zee van groen licht, Harry zag het licht in de ogen van zijn aartsvijand doven. Toen werd alles zwart voor zijn eigen ogen, en hij viel achteruit.
Heel even later kwam hij bij, ergens ver achterin zijn hoofd realiseerde hij dat hij dood had moeten zijn.
Hij zag een grote huidskleurige vlek in zijn gezichtsveld, alleen was zijn zicht zo wazig dat hij niet kon zien wat het was. Hij nam aan dat het een hoofd was.
In de verte hoorde hij stemmen, vanwege zijn bonkende hoofdpijn was het moeilijk te ontcijferen wat er gezegd werd. Toen hij zich sterk concentreerde kon hij een paar zinnen verstaan.
"De duistere heer is dood." Zei een heldere stem.
Dezelfde stem, alleen van een andere plek, dichterbij, antwoordde: "De jongen leeft nog."
De stem van de eerste plek zei weer: "Moeten we het plan doorzetten?"
Weer antwoordde de stem vlak bij zijn oor: "Ja, we moeten de laatste wens van de duistere heer uitvoeren."
Toen klonk weer dezelfde stem, alleen nu van ver weg: "Meiden, de schouwers komen eraan! Moven met die hap!"
Harry voelde hoe hij opgetild werd, hij wou protesteren. Of in ieder geval iets bewegen, maar er was niets dat hij kon doen. Terwijl zijn lichaam van de grond kwam voelde Harry hoe hij weer wegzakte en voor hij er tegen kon vechten was hij weer weggevallen in een staat van bewusteloosheid.
8 juli 1997
De volgende keer dat Harry wakker werd was hij omringd door fel licht, hij knipperde met zijn ogen die zeer deden door de plotselinge lichtinval. Zijn hoofd bonkte nog steeds, dit werd niet bevorderd door een piepje en nog een, en nog een. Er klonk een regelmatig gepiep van rechts.
Toen hij keek zag hij wazig een grijs blok waar blauw licht vandaan kwam. Toen voelde hij iets achterin zijn keel, het belemmerde zijn ademhaling.
Harry begon te hoesten, hij reikte met zijn hand naar zijn mond en voelde een slangetje. Over het slangetje zat een stukje tape dat het op zijn plek hield. Harry pulkte met zijn nagels aan de randjes van de tape, terwijl hij zijn best deed te ademen ondanks het slangetje.
Het gepiep versnelde en Harry hoorde iemand naar hem toe rennen, het leek alsof zijn hoofd barstte toen een vrouwelijke stem hysterisch begon te schreeuwen: "Hij is wakker! Dokter, kom snel! De jongen van Potter is wakker!"
Even was het stil, toen leek het of er een orkaan om hem heen losbarstte. Harry gaf het op de tape los te trekken en drukte zijn handen op zijn oren. Alles om ervoor te zorgen dat zijn hoofd niet zou exploderen.
Toen hij zijn ogen opendeed zag hij allemaal wazige vormen die veel te snel bewogen naar zijn zin, hij wou gewoon weer gaan slapen toen hij iets ijskouds op zijn borst voelde. Met een gedempt gilletje door het slangetje ging hij rechtop zitten.
Na een paar keer met zijn ogen geknepen te hebben om ze te focussen zag hij een stethoscoop uit zijn pyjama hangen. Geschokt kreek hij om zich heen, naast zijn bed stonden twee vrouwen in witte jurken.
De vrouw die het dichtst bij hem stond duwde hem rustig terug op zijn kussen en haalde de stethoscoop onder zijn pyjama vandaan: "Rustig maar, ik moest even naar je hartslag luisteren."
Voorzichtig haalde ze de tape over het slangetje weg en trok hem er uit met veel gekuch en gekokhals van Harry.
Toen hij weer kon praten vroeg Harry verbaast: "Wie bent u?"
Ze glimlachte: "Ik ben Mira, en ik ben een je, geen u."
"Waar ben ik?"
Geruststellend legde ze een hand op zijn voorhoofd: "Je bent in het Rainwood ziekenhuis, net iets ten zuiden van Londen."
Harry keek haar fronsend aan: "Waar zijn mijn vrienden? Ginny, Ron en Hermelien, zijn ze oké?"
Mira leek even van haar stuk gebracht toen schudde ze triest haar hoofd: "Harry, je moet naar me luisteren. Het was allemaal maar een nare droom."
Met grote ogen keek Harry de zuster aan, wáár had deze vrouw het over?
Ze haalde even die adem een keek Harry in zijn ogen: "Luister, ik weet dat het raar klinkt maar de Ginny, Ron en Hermelien die jij kent bestaan niet. Het was een droom, een illusie."
Harry begon te vechten om los te komen, maar Mira en de andere zuster hielden hem stevig vast. Mira ging onverbiddelijk verder: "Zweinstein bestaat niet, de wegisweg bestaat niet en je bent géén tovenaar. Je hebt voor zeven jaar in coma gelegen. Het was allemaal een droom."
Bij die laatste woorden viel Harry slap neer. Zijn lichaam, wereld en leven stortten in.
Okey… beetje dramatisch eind, ik weet het. Maar laat ff weten wat jullie vonden
