Ik ben terug! Ooit hebben jullie me gekend als SPB, kan ik me herinneren. Dit is een nieuw verhaaltje van mij. Ik weet niet of ik er verder mee ga, ik zie wel wat jullie reacties zijn. Read and review!
Disclaimer: Niks is van mij, anders zou ik niet op deze site zitten, maar miljoenen verdienen met mijn boeken die de winkel uitvliegen.
Lady Portia.
Chapter one
Het is hartje winter in Londen en alle huizen zijn overdekt met een dun laagje sneeuw, wat in de laatste paar minuten is gevallen. In nummer 3 van de 12 identieke huizen die in de Bellefleur staan gebeuren rare dingen, zoals de buren maar al te vaak hebben opgemerkt. Ook vanavond wekt het huis de aandacht van de bewoners van de omliggende huizen, als er een luide knal klinkt.
"Ik verwachtte je al," klinkt een lichte vrouwenstem. Ze verschijnt uit de schaduwen van het grote huis. Ze is klein en dun en draagt een zijden nachtjapon. Haar lange donkerbruine haar is in een paardenstaart gebonden en onder haar pony glimmen twee donkerblauwe ogen. Aan de trotse manier waarop ze haar schouders naar achteren houdt, zie je dat ze van hoge afkomst is.
De man die tegenover haar is verschenen, kijkt haar minachtend aan. In tegenstelling tot de vrouw is hij lang en breed, met lang, bijna wit haar. Hij draagt een lange zwarte reismantel en leunt op een glanzende zwarte stok met een zilveren slangenkop, waarvan de vrouw weet dat er een toverstok in verborgen zit.
"Ik kom met een boodschap," zegt hij en hij reikt naar een van de zakken van zijn reismantel.
"Lucius toch," zegt de vrouw smalend, "Als oude vrienden kan het toch wel minder koel allemaal? Ga toch zitten!"
"De laatste keer dat ik ze zag was je nog maar een klein meisje," zegt de man, die Lucius schijnt te heten. "En ik kan me niet herinneren dat wij ooit vrienden zijn geweest."
Hij negeert de uitnodiging om te gaan zitten en haalt een in een koker gerolde brief uit een van zijn binnenzakken. Hij wil hem aan de vrouw overhandigen, maar die heeft haar rug naar hem toe gedraaid.
"Ik had je met meer mensen verwacht," zegt ze, terwijl ze naar de keuken loopt om iets te drinken in te schenken. "Wil je iets te drinken?"
Lucius, die nog steeds midden in de huiskamer staat reageert niet. Hij legt de brief op een van de tafeltjes die naast de bank staan. Langzaam kijkt hij de kamer rond.
"Mijn bezoek hier is geheel zakelijk, Portia," zegt hij als de vrouw, voorgesteld als Portia, weer de kamer in komt lopen met twee dampende bekers thee in haar handen.
"Het is nog steeds Lady Portia voor jou, Lucius. Lady Portia Herrington Briggs."
Ze zet de bekers neer op hetzelfde tafeltje waar Lucius een paar tellen geleden de brief neerlegde. Lucius snuift minachtend om haar titel.
"De rijkdom is je naar het hoofd gestegen. Bij de Heer van het Duister zijn we allemaal hetzelfde, met titel of zonder," zegt hij.
"Dat is misschien een van de voornaamste redenen waarom ik niet graag ter zake wil komen. Ik neem aan dat hij je gestuurd heeft?" vraagt Portia. Voor het eerst die avond trilt haar stem. Lucius' ogen vernauwen wanneer hij deze trilling opmerkt, maar hij kan niet ontdekken of het er een was uit angst.
"De Heer van het Duister heeft mij inderdaad de opdracht gegeven jou te bezoeken, Lady Portia. Hij is ervan overtuigd dat je een bepaalde waarde hebt voor zijn organisatie."
"Ongetwijfeld," grinnikt Portia en ze pakt een van de bekers thee. Ze neemt er een grote slok uit en verbrand daarbij haar tong. Hoestend zet ze de beker terug op tafel.
"De Heer straft direct," zegt Lucius, maar Portia begrijpt niet of hij nu God bedoelt of de Heer van Het Duitser. Ze gokt op de laatste aangezien Lucius er niet al te gelovig uitziet.
Kennelijk begint het geduld van Lucius op te raken, want hij pakt de brief van tafel en drukt hem in Portia's handen, die nog steeds last heeft van een verbrande tong. Dan loopt hij naar de voordeur en trekt hem open.
"Moet je geen thee meer?" vraagt Portia hem. Hij kijkt haar vernietigend aan, waarna hij met grote passen het huis uit loopt. Portia laat haar adem langzaam ontsnappen zodra de deur zich achter hem sluit.
De brief op de tafel trekt steeds weer haar aandacht, hoe erg ze ook probeert er geen aandacht aan te besteden. Na een kwartier naar de brief gestaard te hebben staat ze zuchtend op en pakt het van de tafel.
Met een gil laat ze het weer vallen als ze ziet dat de brief begint te roken en uiteindelijk vlam vat. Volledig in de veronderstelling dat het een brulbrief is wacht ze af tot de stem door de kamer zal galmen. Maar het gegil blijft uit.
Langzaam loopt Portia terug naar de plek waar ze de brief op de grond liet vallen. Ze ziet geen brief meer, alleen een hoopje as waarin iets van metaal glinstert. Nieuwsgierig reikt ze naar het stukje metaal toe, maar iets weerhoud haar ervan het vast te pakken.
"Doe niet zo gek," zegt ze tegen zichzelf en ze pakt het stuk metaal tussen het as vandaan. Ze draait het rond om te ontdekken wat het voorstelt. Ze ontdekt de vorm van het Duistere teken en precies op hetzelfde moment begint haar linkerarm te steken. Geschrokken kijkt ze naar haar arm, waar net een exacte kopie van het voorwerp wat ze in haar hand heeft in verschenen.
Geschokt staart Portia naar haar arm, waarop het Duistere teken glimt. Dan verdwijnt het weer, net zo snel als het verschenen is. Opgelucht laat ze zich in een stoel zakken en ademt diep in.
Als ze weer een beetje bijgekomen is begint ze te piekeren. Wat moet Voldemort van haar? Die vraag kan ze snel beantwoorden. Ze heeft iets wat hij niet heeft, al zou ze niet weten wat.
Lady Portia Herrington Briggs is de dochter van Lord en Lady Herrington Briggs, een afstammeling van de eeuwenoude en vooral steenrijke familie. Haar ouders zijn altijd al grote aanhangers geweest van de plannen van Heer Voldemort, maar hebben nooit overwogen om zich openlijk bij hem aan te sluiten.
Op een avond komt daar verandering in, als haar vader besluit zich bij zijn meester te voegen. Vanaf dat moment ziet Portia haar vader nog maar weinig en woont ze samen met haar moeder in hun grote landhuis in het zuiden van Engeland.
Niet lang voor de nederlaag van Heer Voldemort wordt Portia's vader vermoord door een Schouwer. Twee jaar daarna overlijdt haar moeder – naar wat het lijkt – een natuurlijke dood. Portia wordt opgevangen door haar hebberige tante en voltooid haar studie aan Zweinstein Hogeschool voor Hekserij en Hocus-pocus. Haar tante zorgt ervoor dat ze de helft van haar oorspronkelijke bezittingen kwijtraakt, waaronder het landhuis van haar ouders.
Portia verhuist naar Londen en neemt zich voor nooit meer in contact te komen met haar familie of iets wat daarmee te maken heeft. Daar hoort ook de organisatie van Heer Voldemort bij, die sinds een jaar weer actief is.
Portia zucht en staat op. Met haar toverstok ruimt ze het hoopje as op en laat de bekers met inmiddels koud geworden thee naar de keuken vliegen. Ze werpt een blik op de klok aan de muur en ziet dat het bijna half 2 is. Gapend gaat ze naar bed.
