De slaap bracht de verbannen prins net zoveel onrust als het waken.

Hangende in een van de vele raamstijlen van het ruimtestation H2G2 probeerde Lotor wat te rusten, maar telkens wanneer hij zijn ogen sloot, zag hij de brandende planeet weer voor zich. Ven'tar, de Anobeithiols.

Miljoenen levens en deca-phoebs aan werk in één nutteloze klap allemaal verloren gegaan. De verbannen prins zuchtte. Hij zou moeten rouwen. Of kwaad moeten zijn. Of vervuld wezen met haat jegens zijn vader en de heks.

Maar in plaats daarvan voelde hij niks. Lotor wist even niet wat hij met de hele situatie aan moest.

Ja, hij moest hier wegkomen, maar waarheen? En wat dan? De Anobeithiols wreken? Een einde maken aan zijn vaders dictatuur? Wat schoot hij daar mee op? Dan zou er alleen maar meer oorlog ontstaan onder de Galra in een poging de macht te grijpen en de verbannen prins stond er nu niet echt goed voor om de kroon naar zich toe te trekken.

Bovendien bleef Zarkon zijn vader. Om nu helemaal alleen te eindigen…

Lotor ging een beetje verzitten. De geur van eten hing in de lucht van het ruimtestation en passagiers en personeel bleven af en aan lopen met een duidelijke bestemming.

Niemand leek te letten op het lange figuur dat in de schaduw van het raamkozijn trachtte een beetje rust te vinden. Lotor lette wel op hen.

Hij zat hier al vijf kwintants en het was hem nog meegevallen dat er geen beveiliger op hem af was gekomen met de vraag of hij nog van plan was te vertrekken. Het nieuws van zijn verbanning scheen ook nog niet tot hier te zijn doorgedrongen.

Of het kon niemand iets schelen. Nou ja, daar zou binnenkort ook wel verandering inkomen. De verbanning gaf anderen praktisch een vrijgeleide om Lotor te behandelen als iedere andere minderbloed.

En die behandeling was niet al te best. Waar de Galra precies die haat voor iedere alien die maar half Galra was precies vandaan had gehaald, wist hij niet zeker, maar hij had in de vierduizend jaar van zijn leven gemerkt dat zijn gemengde afkomst alles dubbel zo moeilijk maakte. Ook op Anobeithiol.

Wat was er fout gegaan? Had hij er niet voor gezorgd dat het winproces van kwintessens gemaximaliseerd was? Dat ze de meest efficiënte planeet van het hele veroverde universum waren?

Wat maakte het dan nog uit dat hij met de Anobeithiols had gewerkt in plaats van hen te onderdrukken? De resultaten van hun werk waren toch veel beter dan ze hadden kunnen hopen?

Lotor wreef vermoeid door zijn gezicht. Hij kon er met zijn gedachten niet bij wat hij nu precies verkeerd had gedaan en waarom de gevolgen zo gigantisch waren geweest. Misschien begon zijn vader ook overwerkt te raken van het besturen van zo'n groot rijk.

Als hij Lotor nu gewoon zijn gang had laten gaan. De verbannen prins had nog wel een paar ideeën om het gebruik van een aantal planeten te optimaliseren zonder dat dit ten koste ging van de plaatselijke bevolking.

Die ideeën moest hij echter maar even op de lange baan schuiven. Eerst wat te eten vinden. Zijn maag begon bekant meer lawaai te maken dan een opstijgend ruimteschip. Hij sloeg zijn armen om zich heen.

Honger.

Plotseling werd de aandacht van de verbannen prins getrokken door wat commotie in de hal. Twee reusachtige Galra's leken het gemunt te hebben op een kleine aliensoort met een stompe gele staart, maar een paarse huid.

Ook een minderbloed vermoedde Lotor. De twee Galra's gooiden kinderachtig de bezittingen van de minderbloed heen en weer, maar begonnen al sneller een ruwer spelletje te spelen. Lotor overwoog zijn kansen.

Die twee bullebakken kon hij wel aan. Als hij de minderbloed zou helpen, kon hij wellicht een maaltijd als bedankje vragen. Of misschien wel een lift als hij mazzel had. De verbannen prins besloot het er op te wagen en stapte op het drietal af.

Als het mis ging, kon hij nog altijd heel hard wegrennen. Dat was wellicht niet de meest eervolle oplossing, maar hé, hij was zojuist verbannen omdat hij volgens zijn vader het lef niet had om miljoenen onschuldigen te vermoorden.

Wegrennen voor een gevecht kon er ook nog wel bij…voor deze keer dan.

Het drietal zag hem niet naderen waardoor Lotor gemakkelijk de minderbloed uit hun klauwen kon grissen voor ze het door hadden. Een beetje beduusd staarden ze hem alleen aan.

'Jij hebt ballen,' zei een van de Galra.

'En een lul. Maak dat je wegkomt,' zei Lotor ijzig, terwijl hij de jongeman achter zich duwde.

'Of anders?' lachte de andere Galra.

Lotor nam de minderbloed bij de arm en trok hem vastbesloten mee. In zijn ooghoeken zag hij al een vuist op zijn gezicht afkomen. Natuurlijk, het zou eens een keer gemakkelijk gaan...

Vliegensvlug draaide de verbannen prins zich om, dook, ontweek de vuist ruimschoots en tackelde zijn tegenstander zodat deze gelijk op grond lag.

Hij had echter niet gerekend op de impulsiviteit van diens vriend die zonder twijfelen een elleboog in zijn ruggengraat plantte. Crud. Niet zeiken, maar terugslaan.

De prins werd echter verrast door de plotselinge strijdlust van de minderbloed die zich met een schreeuw op de andere Galra naar de keel vloog.

Weliswaar met veel minder succes als Lotor, maar het gaf de prins genoeg tijd om zijn tegenstander bewusteloos te slaan en overeind te komen. Plotseling viel het hem op dat er een rood lichtje op het communicatiesysteem van zijn tegenstander brandde.

Nogmaals crud.

Ze hadden al om versterking geroepen en die zag hij nu verschijnen aan het einde van de gang. De bewaking van het ruimtestation was er ook bij.

De minderbloed zag het ook. Hij wierp een snelle blik op Lotor, gaf de Galra voor hem nog een trap tegen de schenen, greep Lotor bij de arm en zette het op het rennen. Lotor volgde hem maar.

Twintig tegen één was zelfs voor hem een beetje te veel in zijn huidige staat.