Hoofdstuk 1 - Leven
Daar zat ze dan, rechtovereind in bed. Voor de zoveelste keer deze nacht. Ceol keek op haar klok, deze gaf aan dat het kwart voor 6 in de morgen was. Ze slaakte een zucht ging toen weer op haar rug liggen met haar armen onder haar hoofd. Ze moest nog minstens een uur wachten voor haar wekker ging. Het uur slaap had ze zeker nodig, aangezien ze deze nacht nauwelijks geslapen had en haar een intensieve dag te wachten stond. Ceol besloot lekker in bed te blijven liggen en voor de zoveelste keer door te nemen wat ze allemaal nog moest doen voor ze op weg ging. Ze wilde overal op voorbereid zijn, dus behalve alle praktische zaken zoals; kleding, materiaal en vervoer, wilde ze zich ook voorbereiden op alle mogelijke scenario's, die zich voor zouden kunnen doen. Meestal gingen haar gedachten uit richting de doemscenario's, maar ook daar moest ze zich op voor kunnen bereiden. Terwijl ze naar de donkere lucht boven haar staarde ging ze talloze scenario's bij langs. Vandaag was de grote dag, háár grote dag. Deze dag zou niemand van haar af kunnen nemen, ook de doemscenario's zouden deze dag niet kunnen omtoveren tot een hel. Vandaag ging de achttienjarige Ceol voor het eerst naar school. Natuurlijk is dit best vreemd, want de meeste kinderen beginnen op hun 4e al aan school, maar Ceol had altijd thuis les gehad. Nu was het moment gekomen dat ze toch verder moest studeren in een specifieke richting en kon dat thuis niet meer krijgen. Ze mocht nu eindelijk zelf kiezen wat ze wilde gaan doen met haar leven. Haar moeder had haar een boekje gegeven met de opleidingen waar ze uit kon kiezen. Eigenlijk vond ze niks echt interessant, dus koos ze uiteindelijk maar een opleiding die haar ouders geschikt vonden. En wel de opleiding om een basisschooljuf te worden. Ceol had nog nooit met kinderen te maken gehad, laat staan voor een klas gestaan. Maar haar ouders vertrouwden in haar, dus ze ging de uitdaging maar gewoon aan. Vandaag was de introductiedag voor de opleiding en zou ze haar klasgenoten voor de komende jaren ontmoeten. Haar moeder had haar op het hart gedrukt om niks te zeggen over haar geschiedenis. misschien zou ze dan buiten de boot vallen. Afgelopen zomer was ze samen met haar ouders verhuisd naar de stad waar ze ging studeren. Ze was net zo graag op kamers gegaan, maar dat wilden haar ouders niet hebben, dus gingen ze met zijn drietjes naar de grote stad. Haar ouders durfden haar niet vrij te laten. Ceol was de afgelopen 18 jaar veel binnen gehouden. Op haarzelf wonen was geen optie. Ceol had weinig contact met de buitenwereld gehad. Het woord 'vrienden' kwam niet in haar woordenboek voor en ook 'familie' was haar niet bekend. Elke doordeweekse dag had haar moeder haar les gegeven in de vakken die ze normaal ook op school gehad zou hebben. De doorsnee dagen zagen er als volgt uit: 's ochtends les, lunchpauze, 's middags les en in de namiddag buiten een rondje lopen, daarna avondeten en vervolgens tijd voor ontspanning, maar altijd thuis. Het weekend was het enige moment dat ze echt buiten kwam, dan ging ze samen met haar ouders naar de stad om boodschappen te doen. Dat was ook het enige contact dat ze had gehad met de buitenwereld. Het korte praatje dat ze met de chagrijnige kassière van de supermarkt maakte was het hoogtepunt van de week. Na het boodschappen doen deden ze thuis vaak leuke dingen zoals; spelletjes spelen of een film kijken. Ceol was nooit op vakantie geweest, ze had nooit een feest meegemaakt, nooit genoten van een fietstocht door het bos, haar hele leven had hetzelfde ritme gehad. Ceol had het schoolleven, de verenigingen en de vrienden nooit gemist. Ze wist gewoon niet beter. Haar ouders waren geen boe-mensen, ze wilden haar gewoon beschermen voor de kwade buitenwereld. Ceol was nooit in opstand gekomen tegen haar ouders, ze waren ook niet streng, ze hielden gewoon van elkaar en vonden de manier van leven prima. Soms als Ceol uit het raam keek en kinderen van haar leeftijd buiten zag spelen of door de straat zag lopen werd ze wel jaloers. Waarom kon zij dit niet? Ze praatte er wel over met haar ouders en die zeiden 'het ene gezin doet het zo, en het andere gezin zo, iedereen is en doet het anders. Wij voelen ons goed bij deze opvoeding.' Ceol had het simpelweg geaccepteerd en op den duur ging ze het gesprek over dit onderwerp niet meer aan met haar ouders, het zou niks aan de situatie veranderen. Nu was het moment aangebroken dat ze toch met de buitenwereld in contact zou moeten komen. Als ze iets van haar leven wilde maken moest ze buitenshuis komen en daar een leven opbouwen. Mensen ontmoeten, studies volgen en uiteindelijk zelf een gezin stichten. Ze had geoefend met haar beide ouders hoe ze op verschillende vragen moest reageren en hoe ze moest handelen als mensen dingen tegen haar deden of zeiden. Ceol was niet bang, maar wel gespannen. Vandaag was de dag dat haar leven voor altijd zou veranderen. Alles in haar lichaam wilde deze uitdaging aan gaan. Ceol besloot om uit bed te gaan, slapen zou haar toch niet meer lukken. Misschien had ze dan straks nog tijd over om eventjes te lezen. Ze stapte uit haar bed en trok de kleren aan die ze de vorige dag samen met haar moeder had gekocht. Het was de eerste keer geweest dat ze in een kledingwinkel was, normaal gesproken kochten ze alles op internet. Haar moeder had haar meegenomen naar een dure en chique zaak. De verkoopster had haar geholpen met het uitzoeken van een mooi outfit. Terwijl ze zichzelf in de spiegel bekeek, vroeg ze zich af of hoe ze de sjaal bij haar zwarte jurkje moest dragen. De verkoopster had het wel uitgelegd, maar Ceol wist het niet meer. Uiteindelijk koos ze ervoor om hem maar niet om te doen. Ze droeg een zwart jurkje met een bloemetjeslegging en een bloemetjesbolero. Haar hakken brachten de zwarte kleur weer terug. Ze was niet groot en had een slanke bouw, het perfecte lichaam volgens vele vrouwen. Ze was niet onzeker over zichzelf, maar hoe zou ze dat ook kunnen? Ze had nooit andere meiden gekend om zichzelf mee te vergelijken en er had nooit iemand tegen haar gezegd dat ze niet mooi was. Ceol besloot zich licht op te maken, doordat haar bloemetjesjurk en legging al genoeg aandacht trokken. Haar moeder had zich altijd opgemaakt, dus had Ceol dit overgenomen, het hoorde bij het 'vrouw zijn'. Ceol had een rond gezichtje met volle lippen en een klein neusje. Haar wangen waren rood gekleurd wat een prachtig contrast vormde met haar amandelvormige helderblauwe ogen. Haar bruine haren krulden tot aan haar middel. Niemand had haar ooit verteld dat ze beeldschoon was. Haar ouders hadden wel gezegd dat ze mooi was, maar gewoon als ouderlijke liefde. Niemand had haar verteld hoe verschrikkelijk mooi ze was. Als laatste van de bezigheden rond haar uiterlijk kamde Ceol haar haren en zette een haarband op haar hoofd. Ze pakte haar nieuwe schooltas en liep vervolgens naar de eetkamer. Ze glimlachte toen ze de geur van gebakken broodjes haar neus voelde strelen. Toen ze de kamer in kwam zag ze haar ouders druk in de weer met allerlei lekkernijen. 'Wat zijn het ook schatten', dacht Ceol terwijl ze zachtjes de deur achter zich sloot.
'De broodjes zijn klaar Max, wil jij ze uit de oven halen?' Zei haar moeder tegen haar vader.
'Ja schat, moeten we haar zo niet eens ophalen?' Haar vader opende de oven en sprong achteruit toen de hete lucht hem in zijn gezicht blies. Ceol grinnikte zacht, maar haar moeder had het al gehoord.
'Lieverd, ben je al wakker?' Haar moeder stapte op haar af en gaf haar een kus op haar wang. 'Je kon zeker niet slapen van al die spanning?' Haar moeder keek haar bezorgd aan.
'Ach, het valt allemaal wel mee, gewoon wat gezonde spanning.' Ceol keek naar haar vader die een vreemd dansje maakte doordat hij zijn vingers had gebrand aan de broodjes.
'Nou zoals je ziet is je vader ook gespannen, hij is de hele ochtend al aan het stuntelen.' Haar moeder grinnikte en Ceol kon ook haar lach niet inhouden.
'Dames, dames', begon haar vader met een lichtelijk toontje sarcasme in zijn stem 'Jullie moeten zo'n arme bezorgde vader niet plagen, bovendien heeft je moeder - hij keek Ceol aan - vannacht geen oog dicht gedaan vertelde zij me vanmorgen.' Haar moeder knikte terwijl ze naar de grond keek. Haar lippen vormden nu niet langer een lach, maar een dun samengeperst en gespannen boogje. Ze keek omhoog naar Ceol en pakte haar bij de schouders vast.
'Je wilt niet weten hoe erg je vader en ik tegen dit moment hebben opgekeken'. Haar ogen vulden zich met tranen.
'Lieverd, maak haar nou niet bang. Laten we gaan eten en gezellig van de maaltijd genieten. Deze dag moet niet verpest worden door onze angst om haar los te laten.' Haar vader trok haar moeder van haar los en zette haar op een stoel aan tafel neer. Terwijl Ceol aan tafel ging zitten, begon haar vader een uitleg over alle verschillende soorten voedsel die op tafel stonden. Er stonden zachte bolletjes, crackers, gebakken bolletjes, croissants, verschillende soorten beleg en een grote pot thee. Vlak voor haar bord stond een schaal vol met brood wat ze nog nooit eerder had gezien. Haar moeder zag haar kijken naar de schaal en pakte er vervolgens een broodje uit.
'Kijk, dit is brood wat je vader en ik vroeger altijd aten. We vonden het wel een geschikt moment om jou er nu mee te laten kennis maken.' Ceol keek haar moeder vreemd aan en wilde de vraag stellen wat het brood dan precies was en waarom dit moment geschikt was, maar haar moeder legde haar vingers op haar lippen.
'Geen vragen, je weet dat we niet kunnen liegen'. Ze pakte een glas sinassapelensap en zette die voor Ceol neer. 'Drink dat maar op'. Ceol besloot niet te vragen naar het brood, dit soort situaties had ze vaker meegemaakt. En bovendien interesseerde het brood haar niet zo veel. Ze pakte er één uit de schaal en nam een hap.
'Heerlijk', mompelde ze met haar mond vol.
Verzadigd van het grote ontbijt en volgestopt met allerlei tips om deze dag te overleven, had Ceol al het gevoel dat ze er al een lange dag op had zitten. Ze drukte snel haar hand voor haar mond om een gaap te verbergen. Haar vader zag het en stond op.
'Kom op, in de benen, je moet niet in slaap vallen voor de school begonnen is'. Hij stak zijn hand uit om Ceol omhoog te trekken. Ceol greep zijn hand en stond op.
'Zullen we gaan? Dan zijn we in ieder geval op tijd'. Haar vader keek haar aan. Ceol knikte instemmend en maakte zich klaar om weg te gaan. Nog geen vijf minuten later zaten ze met zijn drieën in de auto. Haar ouders voorin en zijzelf achterin. Met een bonkend hart zag ze op het navigatiesysteem de kilometers steeds dichter bij de nul komen. Toen de zachte vrouwenstem de woorden 'u heeft u bestemming bereikt' sprak, zag ze het grote schoolgebouw aan haar rechterkant staan. Haar vader parkeerde de auto voor de school en draaide zich om op de bestuurdersstoel.
'Je weet wat je allemaal wel en niet moet zeggen'?
'Ja pap, dat hebben we al honderd keer geoefend'. Ceol pakte haar tas en deed de deur open. Zelfverzekerd stapte ze de auto uit. Ze zag dat haar moeder ook uit wilde stappen, maar haar vader pakte haar arm vast om haar tegen te houden.
'Tot vanmiddag' riep ze nog voor ze de deur dichtgooide. Ze keek één laatste keer door het raam naar haar ouders en draaide zich toen om. Ze trok haar trui recht en keek naar de grote oude school die haar uitdagend aanstaarde.
'Daar gaan we dan' fluisterde ze tegen zichzelf. Ze moest een brede trap vol treden op om bij de ingang te komen. Overal stonden groepjes studenten met elkaar te praten, zij was alleen. Ze begon de trap op te klimmen, terwijl ze nieuwsgierig om zich heen keek. Terwijl ze steeds verder naar boven liep, had ze ook steeds meer het gevoel dat iedereen haar aankeek.
'Je verbeeld het je' probeerde ze zichzelf aan te praten. En ze wist dat, dat ook waar was. Het was op dit moment wel een veilig gevoel dat haar ouders hoogstwaarschijnlijk nog op de parkeerplaats stonden om in te grijpen als er iets mis ging. Ze wist dat bij één foute beweging van een ander persoon of zijzelf haar ouders haar zouden komen halen en ze haar de komende tachtig jaar niet meer naar school zouden laten gaan. Dat was ook niet echt een geruststelling vond ze zelf. Terwijl ze met haar hoofd naar beneden gericht nadacht en langzaam doorliep had ze niet door dat ze er al bijna was. Net op tijd keek ze omhoog en kon ze voorkomen dat ze tegen de draaideur op liep. Ze hield haar pas in en stapte ze de draaideur in. Terwijl ze meeliep met de draaiende deur besefte ze zich het echt. Haar leven stond op het punt te beginnen.
