Hoofdstuk 2
Een witte speer, geschreeuw en een kanon schot. Dat zijn de eerste drie dingen die in me opkomen als ik weer terug denk aan die verschrikkelijk dag. Het was een warme dag zoals ik me nog goed kan herinneren. Ik was meteen na mijn tijdelijk werk naar het grote plein gesneld om Dylan aan te moedigen, hij hoorde bij de laatste drie.
De Arena waar de 38ste Hongerspelen zich afspeelde was totaal anders dan iedereen had verwacht. De hele Arena was gevuld met bomen van wel tien meter hoog waar je gemakkelijk in kon klimmen. De meeste tributen die niet fatsoenlijk in een boom konden klimmen, bewogen zich voort op de grond. Mijn broer en een paar anderen hadden daar slim gebruik van gemaakt. Het was namelijk een koud kunstje om iemand vanuit de bomen in een hinderlaag te lokken, met deze strategie was Dylan bij de laatste drie gekomen.
Gejuich steeg over het plein toen Dylan een meisje uit District 1 doorkliefde met zijn stalen zwaard. Haar prachtige haar die bijna heel de spelen zijn mooie blonde kleur had behouden, kleurde rood van haar eigen bloed. Triomfantelijk sprong ik op en neer, Dylan had de meest gevreesde tribuut van de spelen vermoord . Trots vervulde me toen ik zijn opgeluchte gezicht zag. En dan te bedenken dat ik nog twee weken geleden bang was dat hij niet ver zou komen.
Dylan was namelijk in de rangorde als 22ste aangewezen. Ik had toen de dagen voor de spelen het zo benauwd gehad, dat ik bijna naar het Capitool was gerend om Dylan mee terug te nemen naar huis. Maar algauw besefte ik dat het helemaal niet nodig was geweest. Meteen na het startsein van de spelen had Dylan al twee tributen gedood. Daarna was Dylan in de bomen geklommen en had de mensen vanuit de lucht geterroriseerd.
Iedereen op het plein was er al zo heimelijk van overtuigd dat Dylan zou gaan winnen, dat we al begonnen feest te vieren. Lachend viel ik een jongen om de hals met rode haren die ik niet eens kende,de stemming was niet meer weg te slaan
Maar helaas duurde dat niet voor lang. Achter hem stond een onhandige jongen van district 5 met een glanzende witte speer in zijn handen. Dylan die nog na stond te hijgen van het gevecht met het meisje uit District 1 had niks in de gaten. En toen gooide de jongen de speer.
Mijn hart stond stil. Ik zag hoe de glanzende witte speer zich een baan wende recht naar de rug van mijn broer. Tjak! Het geluid van de speer die dwars door mijn broer heen ging galmde over het plein heen. En daar stond ik dan. Net nog vol trots en met hoop dat mijn broer de Hongerspelen zou winnen, maar plotseling was het verdwenen als sneeuw voor de zon.
Even later klonk het kanon schot. Alsof de schoolbel net was gegaan begonnen overal mensen om me heen te schreeuwen, te huilen of spontaan te praten. Het was een en al chaos. Nog nooit was een jongen van district 8 zo dicht in de buurt geweest van de overwinning, maar natuurlijk eindigde hij als tweede.
Al die gedachten gingen rakelings langs me heen, maar ik voelde niks. Mijn hoofd was totaal leeg. Mijn broer die net nog opgelucht op het scherm had gestaan was er niet meer. Hij was dood. Hij kwam nooit meer terug. Ik voelde hoe mijn lichaam langzaam koud werd en hoorde hoe het plein langzaam kalmeerde.
Allerlei verschillende ogen keken me aan alsof ze me begrepen, alsof ze nu wisten waar ik doormaakte maar ze weten helemaal niks. Zij zijn niet het enigste houvast in hun leven kwijtgeraakt. Ik wel, en dat zou ik nooit meer terug krijgen. Nu had ik helemaal niemand meer.
Rango de presentator verscheen op het scherm die lachend de winnaar van de 38ste Hongerspelen aankondigde. Rango was een man van ongeveer veertig jaar en had een witte gave huid. Zijn kleding en zijn haarstijl was dan ook elk jaar anders. Deze keer had hij een geel afro kapsel en een bijpassend geel pak dat hem heel erg liet lijken op een verdwaalde zonnebloem, echter was Rango daar niet het meest bekent om. Zijn stem was namelijk het meest beroemd in heel Panem. Niet omdat hij prachtig kon spreken , maar vanwege zijn hele hoge piepstem die altijd een octaaf omhoog schoot als hij opgewonden was.
De onhandige jongen verscheen in het beeld en hij stond met trillende benen te staren naar het lijk van mijn broer net zoals ik. Alleen stond ik niet te trillen op mijn benen. Ik stond alleen maar te staren.
De jongen met onhandige uiterlijk was zo dun dat je bijna zou denken dat er een lijk over het veld liep. Hij had stroachtig haar en groene wazige ogen. En dat zei eigenlijk al genoeg over hem. De hele Hongerspelen had hij zich koest gehouden en proberen te overleven. En nu kwam hij zomaar uit het niets en doodde mijn broer, het was te gemakkelijk.
Terwijl mijn hoofd alles weer op een rij ging zetten. Begon ik allerlei theorieën te verzinnen hoe de spelmakers de jongen hadden geholpen om te winnen. Maar het was overduidelijk, De jongen had geluk gehad en mijn broer niet.
Ik had het niet in de gaten maar zo stond ik al een hele tijd. Gewoon naar het scherm te staren zonder te bewegen of te knipperen . Langzaam en teleurgesteld stroomde de massa's mensen van het plein af. Niemand had echt zin meer om naar de inhuldiging van de winnaar te kijken. Het was toch elk jaar hetzelfde.
Ik bleef als een van de weinige staan. Ik moest en zou het tot het einde bekijken. Ik was geen lafaard en ik zou geen enkele traan vloeien voordat het voorbij was. En daar stond ik dan. Een meisje van zeventien jaar met een uitdrukkingloos gezicht te staren naar het scherm dat voor het stadhuis hing
Het was pas laat in de middag, maar ik was niet van plan om mijn te plek te verlaten. Het Capitool zond toch de hele dag en nacht uit en trouwens voor mij was er toch geen plek om naar toe te gaan. Mijn broer had zichzelf aangeboden om zo het voor elkaar te krijgen dat we eindelijk in een huis konden slapen zonder dat we de koude tegels van het district hoefde te voelen.
Zelfs na het gesprek met Dylan had ik hem nog een keer voor gek verklaard en hem zelfs uitgescholden, maar ondanks dat had ik hem toch laten gaan, wat een stomme fout van mij geweest was. Want nu was ik alleen, echt alleen. En zou ik voor altijd rondlopen met het idee dat mijn broer zich opgeofferd had voor ons , alleen maar voor een stom dak boven ons hoofd.
Opeens legde iemand een hand op mijn schouder en ik schrok op uit mijn gedachten. Vliegensvlug draaide ik me om en keek recht in de bruine bloed doorlopende ogen van Morgan, de oude man die helemaal aan de rand van het district woonde.
"Allison, ga je hier nou de hele dag staan" zei hij met enigszins verdriet in zijn stem.
Morgan was een van de weinige oudere in het District die rond de tachtig was . Alles bij hem was uitgelopen: zijn gezicht, zijn armen eigenlijk zijn hele lijf. Hij had grijze haren en een foei lelijk gebit met allerlei gele en verrotte tanden. Morgan deed dan ook altijd chagrijnig tegen mensen en bij kleine kinderen dreigde hij altijd zijn tanden te laten zien als ze niet gauw wegkwamen.
Ik staarde hem aan alsof hij zo dom was dat hij het antwoord al niet wist.
"Natuurlijk ga ik hier de hele dag staan"snauwde ik in het gezicht van Morgan. Morgan trok een wenkbrauw op.
"Je hoeft niet gemeen tegen me te doen. Ik wil alleen weten of je hier blijft staan of niet".
"Sinds wanneer bemoei jij je met mijn leven? alsof ik niet voor mezelf kan zorgen" snauw ik terwijl ik hem strak aankeek.
Ik was woedend, meestal zou ik gewoon geen emotie tonen en stilletjes in mijn hoofd erover nadenken. Het was niet de bedoeling geweest om zo tegen Morgan te praten, maar ik kon Morgan zich niet zomaar met mijn leven gaan bemoeien.
Nog steeds stonden Morgan en ik tegenover elkaar. We zeiden niks, maar keken elkaar gewoon aan. Uiteindelijk zuchtte Morgan en zei " Misschien heb je wel gelijk, ik moet me niet met jouw leven bemoeien." ik knikte en wende me weer naar het scherm.
"Maar je moet misschien wel gaan overwegen om een fatsoenlijke slaapplaats te gaan zoeken nu je broer weg is" Ging hij verder.
Had ik niet een paar seconden geleden tegen hem gezegd dat hij niet met mijn leven moest gaan bemoeien. Hij had dan misschien een punt maar ik wist zelf wel dat ik een slaapplaats moest gaan zoeken. Het zou dan misschien moeilijk gaan worden, ik was er van overtuigd dat het me ging lukken en wel zonder zijn hulp.
Morgan keek me opeens woedend aan. "je weet toch wel dat je het niet lang gaat vol houden zonder je broer".Ik voelde een steek in mijn hart, Morgan had gelijk. Zonder mijn broer was ik verloren. Ik had zolang ik mijn kon herinneren Dylan aan mijn zijde gehad. Toen ik bij Thilde woonde waren we al onafscheidelijk.
Ik draaide me naar hem om en keek hem woest aan. "Morgan vlieg toch op, ik wil jou medelijden niet" en ik wuifde met mijn hand richting de huizen, maar Morgan bleef koppig staan.
"Denk jij dat ik jou hier de les zit te lezen? Dan kan je dat gauw vergeten!" riep hij boos naar me.
Ik schrok een beetje, ik had Morgan wel vaker boos gezien tegen de meeste District bewoners, maar tegen mij en mijn broer was hij altijd aardig geweest. Een raar gevoel propte zich op in mijn buik. Wat was dit voor gevoel? Waarom deed Morgan zo tegen mij?
" Je gaat het zo niet redden Allison" herhaalde hij nogmaals. "Niemand kan in zijn eentje op straat leven en dat weet jij maar al te goed" zei hij mijn zijn vinger wijzend naar mij. Het was inderdaad zo dat Dylan en ik altijd een fatsoenlijke maaltijd bij elkaar konden sparen alleen omdat we samen waren. Als ik het alleen zou doen dan zou ik niet eens voor een hele week genoeg bij elkaar hebben om mezelf te voedden.
En opeens drong te werkelijkheid tot me door.
Hier is eindelijk Hoofdstuk 2 :) Sorry dat ik er lang over heb gedaan om hem te posten maar nu is ie er :D Ik moet Serentie-Ishida als mijn Beta en XxwhitechocolatexX bedanken ze hebben me heel erg geholpen met dit hoofdstuk en daar ben ik hun erg dankbaar voor.
Nogmaals sorry voor de korte lengte maar de volgende hoofdstukken gaan zeker langer worden! En ik hoop dat jullie heel veel tips voor mij hebben zodat ik de volgende hoofdstukken nog beter kan maken!
xx Indontknow
