Hoofdstuk 1: Een ontmoeting.
Ik word ruw wakker geschudt door Petunia, ik
draai me geirriteerd om en probeer haar te negeren, maar ze blijft
gewoon door trekken aan mijn deken. Ik vind haar uiteindelijk zo
vervelend worden dat ik schreeuw:
'AU PETUNIA FLIKKER OP!'
'Lily
dit moet je echt zien, kom' zegt Petunia, ze begint weer aan mijn
dekens te trekken en trekt me uit bed, zo naar het raam toe.
Ik
kijk naar buiten, en zie een groot hert staan, met een heel groot
gewei. Ik ben verbaasd, herten laten zich meestal alleen 's nachts
zien.
Ik kleed me snel om, en ga naar beneden. Mijn ouders en
Petunia staan buiten te kijken, ik ga ook naar buiten.
'Ah wat is
die lief' zegt Petunia, en ze rent op het hertje af.
Het hertje
rent meteen weg, het bos in.
'Bedankt Petunia' zeg ik zuur.
Ik
loop naar binnen, maar het ontbijt staat er niet.
'Lily schat,
wij gaan even rondkijken, en dat kan wel even duren je weet hoe
Petunia is, dus je moet zelf je ontbijt even maken' zegt mijn moeder.
Ze gaan weg, met de auto.
Fijn nu ben ik alleen in een
vakantiehuisje in the middle of no ware.
Eigelijk best eng.
Ik
heb het gevoel dat ik moet overgeven, dat heb ik al tijd als ik in
paniek ben.
Ik ga ontbijt maken.
Als ik daarmee klaar ben, ga ik buiten zitten.
Ik zit te eten, en
ondertussen ben ik een verhaal aan het schrijven, mijn favorite
bezigheid als ik me verveel, meestal schrijf ik romantische verhalen.
Opeens voel ik iets harigs aan mijn hand. Ik kijk op, en zie dat
het hertje er weer staat.
'Hoi, mag ik je aaien' vraag ik aan het
hertje.
Het hertje knikt van ja.
Ik steel mijn hand uit, en
aai zachtjes over zijn neus.
'Heb je honger' vraag ik.
Het
hertje kinkt weer ja.
Gek net als of die me begrijpt.
Ik geef
mijn laatste boterham die op mijn bord ligt aan hem.
Het hertje
eet de boterham op.
Dan kijkt hij naar mijn verhaal.
'Wil je
hem lezen, als je mijn verhaal goed vind maak je 1 geluidje, en als
je het clecht vind maak je 2 geluidejes' zeg ik teg hem.
Het
hertje begint te te lezen, en ik kijk naar hem.
Uiteindelijk
kijkt het hertje op, en maakt hij 1 geluidje.
'Dankjewel' zeg ik
tegen hem.
Hij staat op en wil weglopen, maar ik merk dat ik wel
een vriend kan gebruiken om mee te praten.
'Wacht, wanneer zie ik
je weer' vraag ik.
Hij draait zich om, en begint het uit te
beelden, hij doet alsof hij slaapt, en dan doet hij alsof hij wakker
wordt, en dan rent hij richting het bos en verdwijnt.
Ik begrijp
wat hij bedoeld, morgen ochtend in het bos zie ik hem weer.
Ik
loop naar binnen, en ga voor de tv zitten.
Ik zet hem op een
toverkanaal, mijn vriendin Samantha heeft het me geleerd, ze is van
zuiverbloed.
Ik kijk naar een zwerkbalwedstrijd, als mijn zus
binnenkomt, en mijn ouders.
'Wat is dat nou weer' zegt Petunia.
'Dit is nou Zwerkbal Petunia' zeg ik.
Mijn moeder staat het
avondeten al te koken.
Ik vind het zoals gewoonlijk weer lekker,
maar daarna moeten mijn zus en ik meteen naar bed.
Ik ga in bed
liggen, ik denk aan het hertje, die begrijpt me tenminste, en na die
gedachten val ik in een droomloze slaap.
Ik galopeer door
het bos, ja galopeer, ik ben namelijk een faunaat, een hert.
Bij
een groepje bomen verander ik weer terug in mezelf, en loop naar ons
vakantiehuisje.
Ik doe de achterdeur van het huisje open, en stap
naar binnen.
Meteen staat mijn moeder voor mijn neus.
'En
waar ben jij geweest' vraagt mijn moeder.
'Ik heb gewandeld in
het bos' lieg ik.
'James Potter je liegt' zegt mijn moeder.
'Ik
ben bij iemand langs geweest' zeg ik, dit keer lieg ik niet.
'Oké,
dit geloof ik wel' zegt mijn moeder.
'James, er is een
zwerkbalwedstrijd op tv' hoor ik mijn vader van uit de woonkamer
roepen.
Ik hoor mijn moeder zuchten, als ik langs haar heen
sprint, naar de woonkamer.
Ik plof naast mijn vader neer, op de
bank, we kijken de wedstrijd helemaal af, en daarna stuurt mijn
moeder me meteen naar boven.
Ik trek mijn pyjama aan, en val in
een diepe slaap.
Er komt een
gedaante op me af, hij heeft een zwarte mantel aan, en een masker
voor zijn gezicht.
Ik kijk naar de gedaante die op me af komt
lopen, ik probeer weg te rennen, maar het lukt niet.
De gedaante
komt steeds dichterbij.
Dan staat hij stil, en spreekt tegen me.
'Gaffel' zegt de gedaante.
Hoe weet hij dat, dat mijn bijnaam
is.
'Gaffel, word wakker' zegt de gedaante nu.
Ik wil me
omdraaien, en hard weg rennen.
Ik schrik wakker,
en kijk gelijk in twee donkere ogen.
'AAAAAAAAAAAAAAAAH' schreeuw
ik.
'Ja schreeuw nog een keer zo hard, en heel de camping is
wakker' zegt mijn beste vriend, Sirius Zwarts.
'Wat doe jij hier,
en hoe laat is het' vraag ik.
'Ik kom jou bezoeken, en het is 1
uur 's nachts' zegt Sirius.
'Vind je dat normaal' zeg ik.
'Ja
eigenlijk wel ja' zegt Sirius.
'Hoepel op, ik wil slapen' zeg ik.
'Maar ik mis je zo' zegt Sirius.
'Ja ik jou ook, maar nu wil
ik slapen' zeg ik.
'Oké,
weltrusten Gaffel' zegt Sirius.
'Trusten, Sluipvoet' zeg ik.
Hij
klimt via de klimop weer naar beneden, en ik ga terug liggen in mijn
bed. Ik voel nu pas dat ik gezweet heb.
En eindelijk val ik weer
in slaap.
