deeltje 2 alweer van mijn "creatie", trots enzo , ik hoop dat je deze (ook) leuk vind :)
---------------------------------------------------------------------------------------
Ik kijk op mijn digitale horloge : Half 3 , 10 voor 9, 5 over 1. Natuurlijk kan ik mijn horloge niet meer gebruiken met zoveel magie om me heen.
Ik loop rustig langs de volle treincoupés op zoek naar mijn klasgenoten. Ik zit in huffelpuf, al heb ik nooit zeker geweten of het werkelijk mijn huis was.
Toen ik de sorteerhoed op moest in mijn eerste jaar, heb ik daar heel lang gezeten. Dit is wat de hoed toen ongeveer tegen me zei:
"hmmm, moeilijk heel erg moeilijk... je kan gemakkelijk bij zwadderich, ongetwijfeldx. Je zal anderen niet gebruiken voor je eigen doeleinden,
maar toch heb je een sterke drang om naar de zwarte kunsten over te stappen, ongetwijfeld.
Maar je bent ook slim genoeg voor ravenklauw... ja het is allemaal in je hoofd te lezen, ik zie dat je grootse dingen gaat doen.. maar...
je bent ook trots genoeg om in griffoendor te komen, alleen heb je de drang om jezelf te willen bewijzen niet.. en ook in huffelpuf zou je perfect passen,
je hebt werkelijk alles over voor vrienden, al heb je die bijna niet gehad op je vorige school"
"-Meneer sorteerhoed, zou u alstublieft niet te diep mijn gedachten willen lezen waar de hele school bij is?", vraag ik.
"o.. ja natuurlijk knul, sorry, maar het probleem is alleen.. je past in ELK huis, in mijn honderden jaren van bestaan heb ik dit nog nooit meegemaakt..
ik heb nog nooit moeite gehad met het sorteren van een leerling, dit is om gek van te worden!"
"Ik snap het niet, in de trein zeiden sommige jongens dat Zwadderich 'modderbloedjes' haat, en ik ben hoe u het ook went of keert, een 'modderbloedje',
al doet mij dat helemaal niet zoveel.. en u zegt dat ik niet zo in griffoendor pas omdat ik 'geen drang heb om me te bewijzen'
dus blijven er nog twee huizen over, kiest u daar maar uit"
"oke knul, je bent wel een beetje betweterig maar ik zie gelukkig dat je het goed bedoelt.. ik denk dat ik je door wat je zei
niet in ravenklauw ga indelen, je zou alleen maar betweter genoemd worden.. goed ik ben eruit het wordt"
"HUFFELPUF", schreeuwde de sorteerhoed door de school en ik ging snel met een rood hoofd naar de tafel van de huffelpuffs.
Dat waren de langste 5 minuten uit mijn leven geweest. De hele school had me vol verwachting aan zitten kijken terwijl de hoed (voor hen) stil bleef.
Er is geen plaats meer in de trein merk ik, terwijl ik weer terug loop. Misschien is Carlo Kannewasser al klaar met zijn bespreking van de klassenoudsten.. Hij is mijn beste vriend en ik ben vrijwel altijd samen met hem op school. Alleen is hij nogal in trek bij de meisjes op zweinstein en dan is het soms onverdraaglijk om bij hem in de buurt te zijn. Niemand ziet me echt staan op zweinstein, niet dat ik dat echt wil zoals die potter die afgelopen jaar de slang van zwadderich zou hebben verslagen (al denk ik dat er nogal over geroddeld wordt omdat de slang 10 koppen zou hebben en harry een zee van vlammen zou hebben gemaakt.
Al dagdromend, wat ik meestal doe wanneer ik alleen ben of wanneer ik geschiedenis van toverkunst heb, stoot ik tegen een jongen aan in de gang van de trein.
Het was Hork, een van de ergste zwadderaars die ik op Zweinstein ben tegengekomen. Ik heb al veel problemen met hem gehad in de afgelopen jaren.
Het zal waarschijnlijk zijn omdat ik nogal zwak lijk. Ik ben absoluut niet gespierd, en helderblauwe ogen.
Niet bepaald het macho type qua uiterlijk dus, en tja.. in huffelpuf zitten ook de 'lieverdjes'zoals de zwadderaars het noemen,
en daardoor ben ik een van de favoriete doelwitten van mensen zoals Hork.
"Zo Revenus, heb je geen plekje kunnen vinden? Was er geen puffje die voor je lelijke gezicht wilde opstaan"
"Je spreekt uit ervaring?", dit gaat zoals altijd weer fout, je moet nooit toehappen als een zwadderaar wat uitlokt, alleen ben ik daar heel gevat voor.
"Ik zou maar snel maken dat je voor me aan de kant gaat Revenus, of ik zal je strafwerk moeten geven", antwoord Hork op een irritant kinderlijk toontje.
"Dus eindelijk klassenoudste geworden? Laat me raden, de klassenoudste werd bij jullie geselecteerd op de minste gram hersencellen en het meest lijkend
op een trol"
Hork pakt zijn toverstok, daar had ik niet op gerekend. Ik besef ook meteen dat mijn toverstok nog in mijn koffer zit.
Als ik hem daar niet zou bewaren, zou ik al lang magie hebben gebruikt buiten school.
Stomme maatregel ook, eerst wordt je verteld dat je een tovenaar bent en leer je magie, terwijl je het niet eens mag gebruiken.
"Conjunctivitis!". Na een flits stort ik in elkaar van de pijn, mijn ogen lijken in brand te staan!
"Dat moet voor nu wel genoeg zijn Revenus." Hork en zijn twee volgers bulderen van het lachen en loopt letterlijk over me heen.
"Petrificus Totalus", wordt er voor me geroepen.
Ik kan niet zien wie de spreuk op hork heeft afgevuurd, mijn ogen doen nog steeds pijn, maar ik voel hork over me heen vallen.
"Gaat het een beetje Will?"
Gelukkig, een bekende stem.
"Carlo.. bedankt.. ik had mijn staf nog in mijn koffer, hij viel me aan met een vervloeking die de ogen aantast, absoluut geen pretje", antwoord ik.
"Wat een rotstreek, kun je nog wel staan?", vraagt carlo.
"ik geloof het wel, maar ik zie alleen maar waas", antwoord ik.
"Kom, ik heb in de volgende coupé plaats gevonden, het lijkt alsof er twee keer zoveel eerstejaars bij zijn gekomen, er is gewoon geen
plaats meer voor iedereen"
Langzaam lopen we naar de coupé. "Trouwens, laten we hork zo liggen?", vraagt carlo.
"Het voordeel van de verstijfspreuk is dat je terwijl je verstijfd bent, je niks kan horen, dus hij weet niet dat jij het gedaan hebt.
Ik denk dat we iemand anders hem maar moeten laten ontdooien"
"Goed plan, wel we zijn er, kijk links hierzo is de schuifdeur, 'zie' je hem"
"ja hoor, gelukkig maakt die spreuk me niet blind.
Alleen goh, wat een mooie kleurtjes hier allemaal, je moet die spreuk ook eens proberen, alles wordt echt fleuriger in je leven"
Aan het gegrinnik van Carlo te horen is hij niks veranderd in de laatste maanden.
Hij komt uit een tovenaarsfamilie en weet jammer genoeg niet hoe hij een telefoon moet gebruiken of andere manieren om me te bereiken dan een uil,
en omdat mijn ouders dreuzels zijn heeft hij me nooit een brief per uil durven sturen, wat ook maar beter is..
We nemen plaats in een coupé waar verder een jongen en een meisje die ongeveer 2e jaars zijn.
We nemen plaats en beginnen een beetje te praten over de vakantie. Carlo heeft de hele vakantie wat rond het huis gehangen, en verder niet zoveel
contact gehad met de andere toverfamilies bij hem in de buurt.
"Daar wonen toch geen mensen van mijn leeftijd , ze zijn allemaal een jaar of zestig, ouwe knarren, je kan er niks mee"
De schuifdeur van de coupé wordt open gedaan door een oud dametje met de snoepkar.
"Iemand van jullie interesse in wat snoepgoed voor de reis", vraagt ze aan ons.
Carlo en ik kijken elkaar aan. Ik heb tijdens mijn vakantie geen kans gehad om al dit snoepgoed te kopen omdat ze te abnormaal zijn in de dreuzelwereld,
maar in de toverwereld krijg ik ook niet veel kansen. Ik heb geen geld om het te kopen.
Dreuzelgeld heb ik wel, alleen dat wordt nooit geaccepteerd in de tovenaarswereld. Je moet dan eerst naar Goudgrijp, de tovenaarsbank om je geld om
te wisselen.
Ik ben nog nooit op de wegisweg geweest, en ik heb nog nooit zelf wat kunnen kopen in de tovenaarswereld en daar baal ik ongelooflijk van.
"Voor ons graag een choco kikker of 20 en 10 ijsmuizen zijn ook wel lekker", antwoordt Carlo.
"Maak je maar geen zorgen Will want we verdelen het gewoon, het moet echt verschrikkelijk zijn om zelf niks te kunnen kopen."
"Ik kan dit gewoon niet aannemen, niet zomaar in ieder geval.. je krijgt het zo snel mogelijk terug"
"Nee Will, ik hoef er niets voor terug, je kent me toch."
"En als je mij kent weet je dat ik dit niet zomaar accepteer, ik wil geen misbruik van je maken"
"Beloof me gewoon dat we samen meer van die leuke spreukjes uitvinden, de emovloeken zijn echt geweldig", zegt carlo met fonkelende ogen.
"Hou je een beetje in oke? je weet dat ze eigenlijk verboden zijn en daar komt ook nog eens bij dat het ministerie die vloeken nog niet ontdekt heeft,
niet dat we hen die gaan geven..", antwoord ik.
Dit klinkt misschien wat gek en toch klopt het : vloeken die de mensen een emotionele verandering geven zijn strikt verboden in het Oude Magische
Wetboek van de Toverkunst, die wij in ons tweede jaar uit verveling hebben doorgeplozen. Het ministerie heeft een hele hoop wetten gemaakt
puur uit voorzorg, zonder dat er al spreuken bestaan die dat effect hebben. Wij hebben een paar van deze "emovloeken" uitgevonden en af en toe
gebruikt in onze schooltijd. Alleen zijn onze spreuken lang niet sterk genoeg om een lang effect te hebben. We hebben bij-
voorbeeld een spreuk die de emotie "schuld" laat opwekken, dat hebben we een keer getest op een zwadderaar nadat hij een tweedejaars meisje
genaamd Hermelien voor modderbloedje had uitgemaakt. Vlak voordat deze jongen weer terug ging naar de grote zaal om te eten hebben we de vloek op hem getest.
Het werkte wel, alleen niet volledig. Hij bleef nadat we hem vervloekt hadden even staan, en zei tegen zijn twee "bodyguards" om alvast door te lopen.
Terwijl deze twee jongens naar de tafel van de zwadderaars liepen, stond de jongen even naar beneden te kijken en we meenden een traan in zijn
linkeroog te zien. Een tel later liep hij door alsof er niets aan de hand was. Het experiment was geslaagd, op een van de tovenaars van puur bloed nog wel.
Er gaan namelijk geruchten dat tovenaars van puur bloed op de een of andere manier meer magische immuniteit heeft dan anderen.
Draco Malfidus was de eerste tester van onze spreuken. Een tweedejaars uit een lange lijn van generaties met alleen maar tovenaars in de familie.
Maar onze spreuk was niet lang effectief, maar omdát hij werkte zijn we ons nog meer gaan verdiepen in dit soort spreuken.
Terwijl Carlo en ik vermakelijk in de treincoupé van de schooltrein de choco kikkers openen, kijken de twee tweedejaars ons vreemd aan.
Dat is niet zo gek want we lieten ze ontsnappen en telden daarna rustig tot tien. Daarna gingen we zo veel mogelijk kikkers zoeken en vangen
door ze in de lege prullenbak van de trein te stoppen. "Doen jullie ook mee?", vroeg ik nog aan de tweedejaars, maar ze vonden dat we kinderlijk bezig waren
en keken geamuseerd naar hoe wij de kikkers uit alle mogelijke donkere hoekjes haalden.
De coupé was klein en gedecoreerd met donkerrode muren en 2 eikenhouten zitbanken aan beide kanten. De kikkers zaten onder andere onder de banken,
boven op de bagagerekken (de kikkers zijn betoverd om heel hoog en ver te springen), en zelfs in mijn koffer was er een gekropen wat onmogelijk leek
omdat het sleutelgat niet meer dan een paar centimater breed is. "Elf, ik win", roept Carlo na ongeveer een kwartier zoeken.
"Alweer verslagen door jou.. het begint eentonig te worden carlo ik had er maar acht", antwoord ik terwijl carlo de laatste kikker in de prullenbak stopt.
"Dan moet er nog een rondspringen ergens, hebben jullie soms onze laatste kikker achtergehouden?", vraagt carlo aan de tweedejaars die
meteen hun hoofd schudden. "Weten jullie het zeker? ik denk toch echt dat.. wacht even"
Carlo pakt zijn toverstaf en roept 'accio chocokikker'. Meteen vliegt er een kikker vanuit het tweedejaars meisje haar mouw een kikker.
Ze gilt het uit terwijl Carlo en ik dubbel liggen van het lachen.
"Je mag die kikker wel hebben hoor", zegt carlo met tranen in de ogen van het lachen tegen het meisje.
"Nee hou jij hem maar, ik ben nooit gek geweest op chocokikkers, en nu al helemaal niet meer"
"heb je dan zin in een ijsmuis?", vraag ik terwijl ik drie chocokikkers in mijn mond stop. "Ik ben bang voor muizen",
antwoord het meisje een beetje verlegen.
"O, dan moeten we toch maar het zoek-de-muis achterwege laten carlo"
"Nee joh, muizen kunnen tenminste niet in haar mouw springen, laten we maar snel beginnen.. grapje, grapje", zegt Carlo snel wanneer hij de
angstige blik van het meisje zag.
Opeens staat de trein met een schok stil. Overal horen we geluiden alsof de bagage van de rekken afdondert.
"Wat is er aan de hand?", vraagt de jongen. "ik heb geen flauw idee", antwoord ik, "misschien wordt het zo omgeroepen ofzo.."
Terwijl we in spanning afwachten, gaan plotseling alle lichten in de coupé en in het halletje uit en word het pikkedonker.
"Wat gebeurt er toch?", hoor ik de jongen weer zeggen. Daarna is het stil. Akelig stil.
En opeens voelt het alsof ik midden in de sneeuw sta. Er ontstaat in een paar seconden tijd condens op de ramen en het lijkt donkerder te worden
dan het al was. De schuifdeur gaat open en een lange, zwarte gedaante kijkt de coupé in.
Hij, ik kan eerder het zeggen, maakte een geluid dat klonk alsof het probeerde een diepe adem te halen.
Tegelijkertijd word ik helemaal koud van binnen en ik hoor een soort echo dat ongeveer klinkt als 'kss..'.
Ik schreeuw het uit van de pijn het lijkt alsof mijn lijf in tweeën wordt gescheurd. Ik kan bijna niet meer bij zinnen komen door de verschrikkelijke pijn,
ik hoor niks meer om me heen daarna stopt het ineens. Versuft lig ik wat schuin naar het raam toe en ik kijk om me heen. 'Lumos', hoor ik Carlo
roepen en de coupé wordt verlicht.
Ik zie dat bij Carlo en de twee tweedejaars alle kleur in hun gezicht verdwenen is. "Wat.. was dat.. ding.. hij zoog de lucht op ofzo en ineens
zat ik in een coupé vol met muizen", zegt het meisje.
"Dat was een dementor, een van de slechtste wezens op de wereld", vertelt Carlo.
"Ze leven van het geluk van mensen en zuigen dat als het ware op van elk mens in de buurt, waardoor alleen je grootste angst of ergste gebeurtenis
in je leven over blijft. Dat is in jouw geval een ruimte vol met muizen blijkbaar", vul ik hem aan.
"Wat moest dat ding hier in onze trein?", vraagt het meisje. "geen idee maar we komen in ieder geval weer in beweging."
Dat klopt, de trein rijdt langzaam maar zeker weer door en ook de lamp boven ons en in het gangetje gaann weer aan.
"Zullen we dan maar weer aan de kikkers en muizen beginnen? Ik geloof dat chocola werkt tegen het effect van de dementor.
Jullie moeten ook maar even een kikker moeten nemen."
Gretig pakken de tweedejaars een chocokikker uit de prullenbak, en vervolgens pakken wij ook een.
Terwijl ik de kikker doorslik, lijkt het weer warm te worden in de coupé en terwijl we praten over wat er net allemaal gebeurde, rijdt de trein verder.
Vlak nadat we de laatste suikermuizen en kikkers naar binnen hebben gewerkt, wordt er omgeroepen dat we over tien minuten aankomen bij Zwijnstein.
Snel trekken we onze zwarte gewaden aan. Mijn ouders keken nogal verbaasd op toen ze mijn koffer open deden toen ik voor het eerst thuis
kwam na een jaar lang op zweinstein te hebben vertoefd.
"De zwarte gewaden zijn de dress code van ons scheikunde lokaal", antwoordde ik snel, "en laat maar mam, ik pak mijn koffel zelf wel uit zo.
Ik was als de dood dat ze mijn toverstaf of andere spullen van me zouden vinden. De trein mindert vaart en al snel konden we het zwarte meer al zien liggen. Het was volle maan en de sterren weerkaatsten in het donkerblauwe meer. De bergtoppen hadden ook een vreemde schittering in de avond, en we wisten niet zeker of dat kwam odor magie, omdat perkamentus het mooi vond, of dat het kwam doordat er volgens de geruchten vuurmussen vertoefden. We wilden dat graag een keer van dichtbij bekijken, maar daarvoor moet je eerst door het verboden bos naast de school en we hebben het nog niet gedurft. De trein staat stil en er komen al leerlingen langs onze coupé. "ik zie jullie vast wel weer een keer op school", zegt Carlo vrolijk tegen de tweedejaars, alleen leken zij het beeld te hebben dat ze hem allen maar zouden zien terwijl hij een groep ijsmuizen achtervolgt.
We stappen uit en we horen het vertrouwlijke "eerstejaars hiero, eerstejaars hier samenkome!" van hagrid.
Hagrid is de jachtopziener op zweinstein die ieder jaar de eerstejaars met een boot over het meer brengt, terwijl wij in oude muffige
koetsen naar de school worden gebracht.
"En toch verzeker ik je dat het toch paarden zijn die de koets trekken Will!"
"hier hebben we het al vaker over gehad Carlo, ik zie echt niks, waarschijnlijk moet je daarvoor een puurbloed zijn ofzo.
Misschien kunnen we het onze nieuwe leraar verweer van de zwarte toverkunsten vragen, sinds smalhart niet eens een fatsoenlijk antwoord wist
op de vraag of je iemand met de dansvloek een dans naar keuze kan laten doen en ik wil nog steeds Hork een balletoefening zien doen."
Al lachend stappen we in een koets en al schommelend rijden we richting het oude vertrouwde kasteel van Zweinstein waar we het komende jaar doorbrengen.
