Hoofdstuk 2: begonnen
Ik verliet Kyoshi de dag dat ik mijn initiatie zou gekregen hebben. De meesteres was niet iemand die tijd verspilde.
Weinigen op het eiland wisten dat ik vertrok, dus er was niet echt een vaarwel feestje of iets in die aard. Mijn vertrek en de informatie dat erbij hoorde was een strikte moet-je-weten basis. En de enige personen die het wisten waren de meester, de meesteres, Suki, en Sokka.
Ik zou eerst een klein ruilhandelschip van Kyoshi naar de dichtste grote stad dat Menthat hete nemen, Menthat was deel van het aarderijk, nu was het een provincie van het vuurimperium. De trip zou twee weken maximum duren, en dan moest ik een ander schip vinden of een karavaan nemen dat reisde naar de hoofdstad, Kotzut. Dat was waar ik mijn doel zou vinden, en het vuurleger zou toetreden, dat rekruteerde in deze tijd van het jaar.
Dat was wat de meesteres en ik hadden besproken. Ik zou toetreden in het leger, meer specifiek, een speciale kracht in het leger, genoemd de elitewacht.
Je zal toetreden bij de elitewacht. Had de meesteres gezegd. De elites beantwoorden meteen aan de keizer, en zijn zijn eigen privé-troepen. Ze zijn allemaal bekend voor hun absolute loyaliteit aan de keizer, en het is extreem hard om aanvaard te worden. Alle soorten testen zullen op je worden geplaatst. Een maximum van dertig mensen zijn elites op elke tijd. En voor zover we weten… heeft nog nooit een vrouw geprobeerd om binnen te raken. Het zal hard zijn.
Ik kan het.
Goed.
Ik was bijna klaar met inpakken toen mijn broer op mijn deur klopte. Ik zou alleen een klein pak met me meenemen, gevuld met de gewone hoofdzakelijke dingen. Niets dat me aan Kyoshi zou binden. Niets van persoonlijke waarde. Gewoon kleren en een beetje geld.
"Kom binnen." Riep ik.
Sokka stapte in de kamer, en de volledige sfeer veranderde.
"Je hoeft niet te gaan."
"Ik doe het voor jou. Ik adviseer je om je mond dicht te houden, en aan dankbare dingen te denken." Mijn stem was emotieloos. Ik wist dat Sokka dit plan had geweten vanaf het begin, en er was niets dat hij kon zeggen om me mijn gedachten te laten veranderen. Daarom was hij deze ochtend niet om mijn initiatie geweest. Hij was gaan schuilen uit schaamte, omdat hij wist dat ik niet ging krijgen wat ik wilde.
"Weet je Katara, als er een andere manier was geweest, dan zou ik dit doen, niet jij."
"Doe het dan! Geef je erfgenaam op aan de meester en je verloving met Suki. Neem mijn plaats, waarom doe je het niet? Red het eiland! Red je mensen!" Mijn bitterheid was compleet ongevraagd, en ik wist dat ik later spijt zou hebben van mijn woorden. Toch, niets kon de woordenstorm die uit mijn mond kwam stoppen.
"Je weet dat ik niet kan gaan. Je weet dat ik hier nodig ben."
"En ik niet."
"Dat is niet waar, Katara, natuurlijk hebben we je – "
"Je hebt me nodig om je vijand te vermoorden. Je hebt me nodig om je mensen te redden."
"Ze zijn jouw mensen ook."
"Meer de jouwe dan ze ooit de mijne zullen zijn." Dit wisten we allebei. We wisten allebei dat Sokka de meer populaire was geweest, de vriendelijkere, degene waar iedereen een grap mee kon delen. Hij zou een veelgeliefde meester zijn, en zijn huwelijk met Suki zou het hoogtepunt van de zomer zijn.
Ik zou er niet zijn om het mee te maken.
Ik flapte er nu van alles uit. "Denk je dat ze dit hebben gepland, Sokka?" Ik stak mijn laatste shirt in mijn zak. "Denk je dat ze dit hebben gepland vanaf de dag dat ze ons vonden op het strand?"
"Katara – "
Ik sneed hem af, en vervolgde mijn geraas en getier, mijn zicht kwam wazig. "Ze keken naar jou op het zand, en zeiden deze zal de meester worden. Dan keken ze naar mij en zeiden deze zullen we gebruiken. We gebruiken haar om ons te redden en we laten haar haar leven geven in het proces. We voeden haar op alsof we van haar houden, en dan duwen we haar weg en zenden haar naar onze schikking. Denk je dat het dat is dat ze dachten, Sokka?"
"Dat is en vreselijk ding om te zeggen."
"Het is de waarheid."
"De meester en meesteres zijn niet zoals dat."
"Hoe zou ik dat nu weten?"
Sokka bleek met zijn woorden onhandige pogingen te doen. "Ze zijn net als onze ouders, Katara."
"Ze zijn net als jouw ouders." Het was een lelijke, lelijke zin.
Sokka had daar niets op te zeggen. Hij ontkende het niet. Hij zei niets, wat het in de lucht liet hangen tussen ons en de echo in onze gedachten. Het was net zo slecht als hij het zou aanvaarden. Voor een tijdje, was het enige dat hoorbaar was in mijn kamer mijn woorden en het geluid van kleren die verplaatst werden wanneer ik de riem op mijn tas aanspande.
"Dus…dus je gaat?"
Wat was hij, achterlijk? Spraken mijn acties niet luid genoeg voor hem? "Je weet al dat antwoord." Spat ik uit.
Ik verplaatste de zak zodat een riem op mijn schouder belande en ik hees het op mijn rug. Het was niet zwaar, alleen ongewoon.
Ik nam een moment, met Sokka die in de doorgang stond, om in mijn kamer te kijken, nu leeg van iets belangrijk. Ik leefde hier voor zeventien jaar, en nu ging ik weg. Ik ademde diep in, proberend om de geur en zichten in mijn geheugen weg te bannen. Stof vloog in het zonlicht voor me, en alles rook naar pijnbomen.
Weigerend om mijn broers ogen te zien, hief ik de zak zekerder over mijn schouder en wandelde richting de doorgang. Zijn lichaam vulde er drievierde van op, en als ik niets deed, zou ik hem aanraken als ik langs ging.
Ik draaide mijn lichaam opzij op de laatste seconde, zo passeerde ik met de wijdte van een vinger plaats tussen ons.
Die plaats was een leven van lege lucht tussen ons, verwijderd van aanraking.
Hij reikte niet uit om me aan te raken.
Ik verliet dat huis, en keerde me niet om om te kijken of mijn broer keek hoe ik wegging.
Ik zou hem niet zien voor een lange, lange tijd. Langer dan ik ooit zou verwacht hebben.
En dat was het einde van het eerste deel van mijn leven. Het was niet het einde dat ik zou gekozen hebben, maar wie zegt dat iemand beslissingen kan maken op de dingen dat hem aangaan?
Katara stapte van het beverige houten dok in de haven van Kotzut, en wandelde met een vastberaden blik naar de hoofdstraat. Rondom haar was er het geroep van mannen die werk richtlijnen gaven op de dokken, en de kooplieden die lijst checkten van productie, en de gewone zeelieden op het dek. De zoutige geur van zeewater doordrong de atmosfeer, en de helderblauwe lucht boven haar sprak over de zomer.
Het nam een enorme wilskracht voor haar om in de menigte, dat in de straten wandelde, te stappen. Ze had in haar hele leven nooit zoveel mensen in een plaats samen gezien. De festivals op Kyoshi waren minuscuul in vergelijking met dit. Honderden winkels lijnden de straten aan beide zijden, verkopers die hun waren uitriepen en pingelden met kopers. Huizen rezen en zwollen tegen de mensen, hen slaand als water tegen rotsen. Het weinige aantal van gebouwen was overwelmend. Meeste waren gebouwd in hout, in de oude vuurimperiumstijl. De modernere behoorden duidelijk aan de rijken. Er waren verscheidene lage aardgebouwde hutten in de smallere straten. Die behoorden waarschijnlijk aan de lagere klas aardmeesters die niets anders dan slaven waren voor hun veroveraars.
En de mensen. Alle groten en vormen en kleuren, gekleed in duizend verschillende stijlen. Roepend en wenend en lachend en pratend tegen anderen. Het maakte Katara's hoofd draaierig alleen maar om op de mensen te focussen. Kyoshi had haar echt beschermd van de echte wereld. Dat kleine eiland was maar een kleine vlek in vergelijking met wat het vuurimperium bezat.
Haar gedachtes naar haar objectief focussen, merkte Katara al de papieren genageld aan de winkelposten en publieke gebouwen. Ze dook dicht bij een kledingzaak om er één in meer detail te kunnen lezen. Het was de gewoonlijke rekruteringaffiche, dat zei dat iedereen tussen de leeftijd van achttien en vijfendertig dat het leger iedereen zou aanvaarden, gelijk wie. Zelfs als je geen educatie had, of geld, of veel prestige. Zelfs als je nog nooit in je leven een zwaard had vastgehouden. Training zou aanwezig zijn. Aanmelden bij de westelijke legerbarakken net buiten Kotzut.
"Hey meissie. Jij! Juffrouw! Waar lees jij legerposters voor, eh?" De oude, stormgeteisterde boer in de groentestal naast Katara sprak, verdacht starend naar haar. "Jong meisje zoals jij, het leger toetreden? Waar is je escort? Zou hier niet volledig op je eentje buiten moeten zijn."
Katara gaapte voor een seconde naar hem in verassing voor ze zich herstelde. "Oh Ik ben gewoon – ik ben gewoon aan het wachten voor mijn meid om te eindigen – ik lees dit omdat mijn broer geïnteresseerd is – "
Realiserend dat ze een uiterste dwaas van haarzelf maakte, draaide Katara snel en stormde opnieuw in de menigte op de straten. Achter haar, haalde de tomatenverkoper zijn schouders op en duwde het rare meisje uit zijn gedachten.
Dat was een dichte vraag geweest. Katara had de informatie, die de meesteres haar had verteld voor ze vertrok, vergeten.
Gewoonlijk leden de vrouwen in het vuurimperium erg beschutte levens. Ze werden niet verwacht iets te doen buiten opgroeien, trouwen, en kinderen krijgen. Een paar waren gekend geweest om het leger toe te treden, maar het is geen populaire optie voor hen. Het was niet ongehoord, maar ook niet normaal. Het is een vrij seksistische wereld.
In de stad blijvend, hoe interessant ook, zou alleen maar kansen opleveren om opgemerkt en herinnerd te worden. Ze kon geen attentie naar haarzelf trekken. Onfortuinlijk, het gewone feit dat ze alleen buiten wandelde trok attentie.
Zo snel mogelijk wandelen als ze maar kon bereikte Katara de westelijke poort in de grote muur dat de stad omcirkelde. Ze ging bij een groep dat eruitzag als een familie die uitging. De wachters aan de poorten zagen er verveeld uit en zwaaiden de hele groep voorwaarts, Katara inbegrepen.
Onder het harde zonlicht, kwam het enorme legercomplex, gesitueerd buiten de stad, in haar zicht. Lange houten gebouwen waren in formatie geplaatst rond een centraal plein. Er was een tafel buiten geplaatst bij het eerste gebouw, met een rij jonge mannen dat het pad bewandelden. Duidelijk hoopvolle rekruten.
Voor ze vertrok, hadden zij en de meesteres al het plan besproken.
Ze moest de legerbarakken rond de namiddag bereiken. De meesteres en zij hadden de opties om dicht bij de keizer te raken bediscussieerd. Uiteindelijk beslisten ze dat het toetreden van de elites het beste plan was. De keizer vertrouwde zijn persoonlijke soldaten volledig, en Katara zou ruime kansen hebben om informatie te verzamelen en het naar Kyoshi te sturen. Dat was haar ander objectief. Om de bewegingen van het leger en de voedselroutes door te geven aan Kyoshi, door behulp van verschillende boodschappers die al in de stad geplant waren.
Haar laatste objectief, en meest belangrijke, zou het vermoorden van keizer Zuko zijn.
Hoe zou dat iets oplossen? Hem vermoorden zou geen volledig imperium verslaan. Ik ben er zeker van dat hij een andere familiegenoot zou hebben die zou overnemen wanneer hij dood was.
En voor nu, de keizer is ongetrouwd en heeft geen erfgenaam. Hij is de laatste overlevende persoon van de oude Koninklijke vuurbloedlijn. Je moet hem vermoorden voor hij kinderen heeft. Als hij een kind heeft, illegaal of niet, zal je dat twee doelen geven om te vermoorden, verder compliceert de missie. Vermoord hem, en de volledige natie zal in kabaal zijn om te beslissen wie de volgende word voor de troon. Het zal hun moraal volledig verpletteren.
In orde.
Terwijl ze het zweet van haar hoofd afvegen, voegde Katara zich bij het einde van de lijn. De jongen voor haar draaide zich om en glimlachte. Hij zag eruit alsof hij een paar jaar ouder was dan haar.
"Hey. Besloten om je geluk in het leger te testen?"
Spreek niet tenzij je moet. Trek geen aandacht. "Ja." Antwoordde ze.
"In welke divisie ga jij?"
Ze was een kort momentje geschrokken. "Wat?"
"Welke divisie? Zoals, de gewone regelmatige grondtroepen? Treed je toe in de marine? Of teken je in voor de medische groepen, zoals een legerdokter?"
Katara herinnerde haar gedachten. "Oh. Ik probeer voor de elites."
Zijn mond viel open, en hij leek te denken dat ze een grap maakte. "Dat is een goede!"
Ze rees een wenkbrauw. "Fijn. Niets dat ik kan doen om je me te laten geloven."
Hij leek voorzichtig terug te trekken. "Je was serieus?"
"Ja."
"Wow." Hij schudde zijn hoofd langzaam. "Wow. Je kijkt om toe te treden bij de elites? Ze zijn knetter, weet je. Allemaal. Het is de moeilijkste divisie om in te geraken. Je moet iets heel speciaal zijn om erin te geraken."
Katara nam deze kans om meer uit te vinden hoe ze in de elites zou moeten geraken. "Zoals wat? Geven ze ons een soort intelligentietest?"
Hij gaapte haar opnieuw aan. "Je bedoelt dat je nog nooit van de gauntlet hebt gehoord?"
"De gauntlet?"
Nu keek hij verdenkend. "Ben je van hier? Zoals van Kotzut?"
Dit was waar geplande leugen werd gebruikt. "Nee. Ik kom van een dorp in het zuiden van Yeriv. Mijn familie doet daar aan landbouw. Wilde niet de rest van m'n leven koeienmest oprapen, dus besliste ik om de stad te proberen."
Hij gaf haar een andere grijns. "Ja? Dat zou het uitleggen. Wel dan neem ik het op mij om je te scholen, miss, op de wonderen van de echte wereld. Trouwens mijn naam is Hiro." Hij hield een hand uit naar haar.
Het nam haar een seconde om hem in haar gedachten te onderzoeken. Hiro was een beetje groter dan haar, donkerbruin haar, de normale amber ogen van de vuurnatie, en gebruind door de zon. Zijn bedoeling zagen er volledig eerlijk uit. En ze kon hem begraven vanaf het moment hij iets verdacht begon te doen. Ze nam zijn hand. "Ik ben Katara."
Hij schudde het voor hij losliet. "Wat maakte jou beslissen om het leger toe te treden?"
Ze maakte een rustige schouderophaling. "Iets om te doen."
Hij lachte, slaand op zijn dijen. "Je besloot om de elites toe te treden om iets te doen? Je besloot om de gauntlet te lopen om iets te doen? Er is een groep andere jobs in de stad om te doen voor een meisje van jouw leeftijd."
"Je bedoelt zoals een bordeel?"
Hiro plaatste zijn handen verdedigend. "Dat is niet wat ik bedoel, Katara."
"Goed. Omdat dat niet is waar ik hier voor ben."
"Ik bedoel gewoon.. in orde. Je bent blokgezet op de elites, weet ik." Hiro haakte zijn handen in zijn riem. "Wow."
"Wow wat?" Katara had nog niet beslist of deze jongen haar verveelde of amuseerde.
"Wel… oorspronkelijk ging ik de marine toetreden. Maar het idee om te leven in een roeiboot voor drie volle maanden zeilen over niets anders dan water trekt me niet echt meer aan." Hij gaf haar een andere lange blik. "Ik ga de elites ook proberen."
Katara sloeg haar bijna uit woede. Prachtig. Ze maakte gewoon meer competitie voor haarzelf. Uiterlijk, haalde ze haar schouders terug op. "Als je dat wilt, stop ik je niet."
Hiro lachte opnieuw, en Katara gaf haarzelf een kleine glimlach toe. Een ander uur passeerde onder de hete, brandende zon terwijl de lijn langzaam opschoof naar de barakken. Meer mensen voegden zich in de lijn achter Katara, en Hiro hield een vriendelijke babbel open dat gewoon entertainment was. Wanneer hij haar vroeg over haar achtergrond, gaf het haar een kans om haar gespeelde leven te oefenen.
"Mijn ouders rezen me op in een boerderij, zoals ik zei. En mijn broer zal het hele ding verder runnen wanneer mijn vader sterft, dus is er niet echt iets voor mij daar."
"Ja? Ik wasgeboren en opgegroeid in Kotzut. Mijn familie is handellui geweest sinds het begin. Spice ruil." Zei Hiro gemakkelijk.
Een licht tikje op haar schouder maakte Katara ronddraaien van haar gesprek met Hiro. Het bleek uiteindelijk een bange jongen te zijn die niet ouder leek dan vijftien. Hij zag er verrast uit om uit te vinden dat ze een meisje was, maar sprak.
"Excuseer me… zou je me misschien kunnen vertellen of… of dit de lijn is voor de legeraanwervingen?" Zijn nerveuze ogen vermeden het om naar de hare te kijken.
Voor Katara hem kon gerust stellen dat het zo was, stapte Hiro van achter haar.
"Nee, het is de lijn voor het toilet." Zei hij, met een perfect serieus gezicht.
De jongen achter Katara fletste rood en stond klaar om te vertrekken wanneer Hiro lachte en hem op de schouder klopte. "Ik was maar aan het lachen, boy! Ja, dit is de lijn voor de aanwervingen."
De jongen liet een grote zucht van opluchting uit.
"Wat is je naam? Je ziet er een beetje te jong uit om het leger toe te treden." Vroeg Hiro, piepend over Katara's schouder naar de kortere jongen.
"Mijn – mijn naam is Kaz, en ik ben net achttien geworden. Ik ga voor medici."
"Oh, een dokter, hé? We zullen je dan veel zien, Kaz. Ik en Kat – " Hiro wees naar Katara. " – Wij treden de elites toe."
De Kat? Dacht Katara stilletjes. Ik heb nog maar een uur met hem gesproken en hij heeft me al een bijnaam gegeven? Ze was niet zeker hoe ze het moest opnemen, en zei niets. In minder dan een minuut had Hiro Kaz al in een gesprek gekregen, en vertelde de jongere jongen Hiro waarom hij hier was en waarom hij geïnteresseerd was om dokter te worden.
Katara had hem al geclassificeerd. Hiro was degene waar iedereen van hield, het leven van het feestje, de populaire leider. Hij had een charme rond hem dat onweerstaanbaar was, en je kon niet helpen dat je het gevoel had dat je hem kon vertrouwen met je diepste, donkerste geheimen. Ze zou die fout niet maken, verzekerde ze haarzelf. Hiro was vriendelijke en aardig en had haar al een bijnaam gegeven, maar ze kende hem nog niet volledig.
Een ander half uur passeerde, met hen drie samenzijnd terwijl de rij langzaam vooruitschoof. Ze waren eventueel met nog een donkerharige jongere genaamd Oran toegetreden, hij was stil en sprak niet veel. Hiro vond vlug uit dat Oran geïnteresseerd was om toe te treden in de elites. Katara had niet zoveel competitie verwacht voor de speciale kracht.
"Het is omdat een volledige patrouille een maand geleden was tenietgedaan." Zei Hiro, serieus wordend. "Er zijn maar zes patrouilles in de hele elite, dus moeten ze hen snel verplaatsen. Ze moeten de nieuwkomers ook trainen, en dat zal tijd nemen."
"Tenietgedaan? Hoe?" Vroeg Katara. Dit kon essentieel blijken.
"Door die verdoemde Kyoshi rebellen. Ik hoorde dat het een hinderlaag was." Zei Hiro, vloekend aan de gedachte van de rebellen. "Het was een groot verlies. Vijf van de beste, verdwenen in één keer."
Katara hield haar mond gesloten over het thema van de Kyoshi rebellen.
Het was Hiro's beurt om met de officier die aan de tafel voor de barakken zat te spreken. "Wens me geluk!"
Hij wandelde er naar toe, en liet Katara, Kaz, en Oran achter wachtend op hun beurt.
Katara kon niet zien of horen wat er werd gezegd tussen de rekruteringsofficier en Hiro. Wat het ook was, het moest goed gegaan zijn, omdat Hiro in het gebouw was binnen genomen. Hij draaide zich om en gaf hen een knipoog voor hij verdween.
"Volgende." Riep de officier.
Katara stapte naar hem toe, haar lijnen in haar hoofd herhalen. Als ze het nu verknoeide zou deze hele missie geruïneerd zijn. Ze moest binnen geraken. Ze moest de officier overtuigen dat ze niet achterdochtig was.
"Naam?" Vroeg de officier in een verveelde stem.
"Katara."
De officier keek op naar haar opnieuw, alsof hij het niet goed had gezien de eerste keer. Hij bleek het feit dat ze een meisje was in te nemen met het verwijden van de ogen en dan keek hij terug naar zijn papier.
"Leeftijd?"
"Achttien." Het was de minimum vereiste leeftijd, en Katara was zelfs niet volledig zeker dat ze zeventien was. Ze kon jonger of ouder zijn.
"Geboorteplaats?"
"Yeriv."
"Beroep vader?"
"Landbouw." Het was verwacht. De meeste mensen in de Yeriv gebieden waren landbouwers of verhuurders die een oogje op de boeren hielden.
"Toetredende divisie?"
"De elite wacht."
Hij gaf haar een tweede blik, alsof hij niet zeker was dat ze echt was. Hij zei geen woord, maar zwaaide haar naar de tweede officier die achter hem stond.
Ze werd in het gebouw binnengeleid en door dezelfde deur waar Hiro door was gegaan. Het was een simpele antichambre, halfvol met ongeveer een dozijn mensen. Ze zag Hiro in een hoek zitten en wandelde naar hem toe. Minder dan vijf minuten kwam Oran er ook bij.
"Volgende, het interview!" Hiro kraaide bijna plezierig. "We moeten naar de volgende kamer waar we een meer verdiept gesprek zullen hebben dat beslist of we door gaan of niet.
"Een interview?" Vroeg Katara.
"Ja. Degene die het niet halen kunnen nog een andere divisie proberen." Zei Hiro vol vertrouwen, terugleunend in zijn stoel.
Niet vroeger dan dat hij het zei, kwam een luide knal van een deur die leidde naar de interviewkamer. Ze zagen een kwade jongeman die door de kamer stormde en door een andere deur, waarschijnlijk om terug in de lijn van de lagere standaard divisie te gaan staan.
"Hij slaagde dus duidelijk niet." Zei Hiro, een klein beetje grijnzend.
"Wat – wat soort interview is het?" Vroeg Katara, nu een beetje verstoord.
"Geen idee." Zei Hiro juichend.
Ze zaten in stilte, en dan was Hiro's naam afgeroepen. Hij verliet Oran en Katara, hen een andere knipoog geven voor hij door de deur verdween.
Katara's handen werden zweterig, en ze kon de nerveusheid die door haar zwiepte niet helpen. Hiro kwam niet terug, wat betekende dat hij geslaagd was. Haar naam werd afgeroepen door een andere officier, en ze stond op om door de deur te wandelen.
Ze hield haar adem in, maar het enige dat daarbinnen was was een houten bureau met een man die erachter zat.
"Zit neer." Zei hij, wijzend naar de stoel voor Katara. Zijn stem was autoritair.
Ze zat gehoorzamend neer, en staarde over de tafel naar hem. Het eerste dat ze opmerkte over hem was het litteken dat de helft van zijn gezicht bedekte, en de gloeiende gele ogen dat haar aan haar stoel nagelden. Katara had geen idee wie hij was – waarschijnlijk een hogere officier die de nieuwkomers die de elites wilden binnengeraken ondervroeg.
"Waarom wil je de elites toetreden?" Vroeg hij, in een bondige stem dat haar vertelde dat hij niet geïnteresseerd was in het verspillen van tijd.
"Omdat – omdat ik een deel wil zijn van de beste divisie." Zei Katara, proberend om niet te stotteren. "Ik wil niets minder."
Hij leek haar woorden te nemen op nominale waarde, daarna vervolgde hij de ondervraging.
"Wat maakt je denken dat je binnen geraakt?"
"Wat maakt je denken dat ik niet binnen geraak?" Zei ze, voordat ze haarzelf kon stoppen. Oh Shit. Nog maar de tweede vraag, en ze heeft hem waarschijnlijk al beledigd. Vervloekt. Als ze niet in de elitewacht geraakte was het allemaal voorbij. Ze zou de meesteres en haar broer en al de mensen van Kyoshi gefaald hebben.
Zijn ogen verwijden lichtjes, en hij bleek niet echt beledigd. In feite, Katara voelde dat hij haar meer serieus nam, alsof ze zijn interesse had getrokken. Opnieuw, hij nam haar woorden op nominale waarde en beantwoorde het. "Nummer één. Omdat je een vrouw bent en nog nooit is een vrouw in de elitewacht geraakt."
"Heeft een vrouw ooit geprobeerd?" Beantwoorde ze opnieuw.
"… Nee." Hij was geforceerd toe te geven. Binnenin maakte Katara een kleine overwinningsdans.
De man bleek vreemd genoeg tevreden met wat ze dusver gezegd had. "Heb je ooit wapentraining gehad?"
Katara en de meesteres hadden dit ook besproken. "Een beetje dat mijn broer me geleerd heeft."
"Weet je hoe je een zwaard gebruikt?"
"Gematigd wel." Antwoordde ze. Het was de waarheid, op zijn minst in vergelijking met Suki en de andere krijgers op Kyoshi.
"Iets anders waar je training in hebt gehad?"
"Een beetje boogschieten."
Zo vlug opstaand dat Katara achteruit leunde in haar stoel, wees de man naar de deur achter hem. "Je bent klaar. Wacht daarbinnen."
Katara nam haar tas die ze op de vloer had gezet naast de stoel, en haastte haar door de deur achter de gelittekende man. Dat was niet zo slecht gegaan, echt.
De volgende kamer was net zo leeg als de eerste. Katara had verwacht om rest van de elites de kamer door te juichen te zien, inclusief Hiro. Maar de enige personen binnen waren twee mannen volledig in zwart gekleed. Zwarte shirts, zwarte broeken, zwarte laarzen, zwart harnas, zwarte zwaardschedes. Ze leunden tegen de muur, naast de tweede open doorgang. Ze stopten hun gesprek toen Katara binnen kwam en de deur achter haar sloot.
"Hey Ensei. Een andere nieuwkomer die denkt op ons level te zitten." De eerste zwartharige man gaf een duwtje aan zijn partner. Ensei had bruin haar zo licht dat het naar goud toeging.
"Vers vlees om te martelen." Zei Ensei. Ze lachten samen.
Katara zei niets, zat gewoon neer in de enige stoel in de kamer. Klaarblijkelijk was dit een soort ritueel dat de elites deden met nieuwkomers. Neerkijken op de nieuwe rekruten. Het was verwacht. Nieuwe initiaties op Kyoshi gingen door hetzelfde soort lachen en plagen. Het was een traditie, voor de ervaren soldaten om de nieuwe te kiezen.
"Het is een meisje deze keer!" Stelde de eerste donkerharige man vast in shock, door een dichtere inspectie.
Ensei's ogen versmalden en ze stapten beiden dichter om rond Katara te cirkelen. "Een rariteit. Hm." Hij flikte een stuk van haar lange paardenstaart met één vinger.
Ze week uit, vurig naar hem kijkend. Hij lachte, en stapte terug, samen met zijn partner.
"Interessant… Heel interessant, San." De goudharige man lachte opnieuw. "Ik denk niet dat ik dit soort vlees ooit heb gezien."
San gaf Katara een koele blik. "Ik hou van variëteit."
Ze negeerde hun benevelde blik. Ze moesten soms wel verveeld zijn. Ze deden dit waarschijnlijk met iedere rekruut die door ging. Ze vroeg zich af, binnenin, hoe Hiro het had aangepakt. Hij had waarschijnlijk teruggegrapt met de vriendelijke, geestige commentaren die hij altijd bleek op het puntje van zijn tong te hebben. Katara aan de andere hand, was veel te nerveus om aan enige soort van comeback te denken.
"Zijn jullie deel van de elitewacht?" Vroeg ze, de moed bovenhalen om te spreken.
Ze gaven elkaar een blik.
"Wel, ik weet niet. Ben jij een elite, Ensei?" Vroeg San, een gebruiken van een stomme spottende stem.
Ensei duwde hem vriendelijk op de schouder en San viel achteruit, lachend.
"meisie, je kijkt naar luitenant Ensei en korporaal San van de elitewacht. Ik ben leider van de eerste patrouille, en de korporaal hier is deel van de vierde."
"Je mag nu buigen en onze laarzen kussen, missy." Zei San.
Ze negeerde hen beiden. "Waar wacht ik op?"
"Waar wacht ze op, vraagt ze!" Zei San, in een andere spottende verontwaardigde stem. "Waar wacht ze op?"
"De gauntlet, missy, de gauntlet is waar je op wacht." Ensei rees een lichte wenkbrauw naar haar.
"De gauntlet?" Katara vervloekte haarzelf om niet gevraagd te hebben aan Hiro om het uit te leggen toen er over was gesproken.
"Ja. De gauntlet. Je laatste en definitieve test voor je buiten bent gesmeten op je gat, terugkrabbelend om de laffe marine of de pathetische grondtroepen toe te treden." Zei Ensei gemakkelijk.
"En wat als ik erdoor geraak?" Zei ze dapper.
"Ze denkt dat ze erdoor geraakt!" riep San opnieuw, in een andere spottende stem.
"De mannen die erdoor geraken, missy," Ensei vervolgde, "spenderen de rest van hun extreem korte leven met degene zoals ons." Hij spreidde zijn armen om hemzelf en korporaal San te omringen.
Katara hield haar mond. Er was niets meer dat ze mogelijk kon zeggen om hun chauvinistische gedachten te veranderen. Ze moest haarzelf bewijzen, haarzelf echt bewijzen deze keer.
Dan zullen ze zien waarvan ze gemaakt was.
a/n: wel ik hoop dat je ervan genoten hebt, volgende keer de gauntlet.
Ik heb gauntlet niet letterlijk vertaald anders had je iedere keer staan; de kaphandschoen, wil jij de kaphandschoen door geraken, enzoverder.
Wel ik hoop dat iedereen goede examens heeft gemaakt.
