Chapter 2:

De dag begon al vroeg, de jongste werd door een nachtmerrie wakker. Hij werd huilend wakker, toen ik slaapdronken zijn kamertje in sloop hield hij zijn konijn in een dood greep. Snel trok ik hem naar mij toen uit zijn kleine bedje, hij legde zijn hoofdje op mijn schouder. Dit gebeurt wel vaker, hij is niet de allerbeste in doorslapen. Samenliepen we de keuken in, even een slokje drinken. Maar meneer verroerde zich niet, zo te zien lag hij alweer te slapen. Zo te zien was mijn vader ook niet thuisgekomen, samen met de kleinste liep ik naar buiten. Waar het nog steeds warm was, het was gelukkig een stuk aangenamer dan overdag. Op de veranda ging ik met hem zitten, zijn warme lichaampje nog steeds om mij gewikkeld. Zijn naam is Levi, hij heeft donkere krullen. En hele mooie bruine ogen, waar hij alles voor elkaar mee krijgt.

Een paar uurtjes hebben we daar zo gezeten, de zon al lang in de hemel te zien. Het was tijd op de andere wakker te maken. Maar eest kleine Levi wakker maken en aankleden. 'Lief klein mannetje van me, wakker worden.' Zei ik zacht tegen hem, maar er kwam niet veel uit. En klein kreuntje en hij tilde zijn gezicht richting mij nek. Waardoor ik niet meer zijn gezichtje kon zien. Al wiegend liep ik richting de keuken, waar ik alvast wat water op het vuur zetten. En al hummend verder liep, waardoor Levi langzaam maar zeker wakker van werd. In de kamer van Levi en zijn broer Boaz was het nog donker. 'Eens kijken hoe het meneer Boaz is.' Zei ik zachtjes de donderen kamer in. Waardoor Levi zijn hoofdje omdraaide en richting Boaz keek. 'Boaz, het is tijd om op te staan.' Zei ik terwijl ik het zachtjes over zijn dol aaide. Terwijl ik op zijn bed ging zitten draaide Boaz zich om en knipperde hij zijn groene ogen open. Hij zuchtte diep en draaide zich tegen mij aan. 'Geen zin vandaag?' Vroeg ik hem terwijl ik hem op zijn rug aaide. Er kwamen wat onverstaanbare worden uit hem. 'Broodje eten?' Vroeg Levi die ongeduldig begon te worden. 'Eerst aankleden klein man.' Zei ik tegen hem terwijl ik hem op de grond neerzetten. 'Bo, ga je wakker worden?' Zei ik zachtjes terwijl ik ging staan. Al kreunend draaide hij zich weer om. Terwijl ik Levi aankleden begon Boaz zich uit zijn bed te hijsen. Toen Levi klaar was liep ik richting de kamer van Liv. 'Liv, wakker worden.' Zei ik terwijl ik op de deur klopte. 'Jaaaaa!' Roep ze door de deur heen. Die was blijkbaar al wakker. Met Levi op mijn hielen liep ik naar de keuken, snel zetten ik van alles op de tafel neer. Alleen miste het brood. Shit dat had ik moeten halen 'LIV! Kan jij brood halen?' Riep ik richting haar kamer. 'WAT NEEEEE' kreeg ik als antwoord. Al zuchtend keen ik door alle kastjes heen. 'We hebben nog melk en eiren.' Zei Boaz die achter mij was geslopen. Ik keek naar hen om, en hij had een big smile op zijn gezicht. Dat betekende Pannenkoeken, wat betekende kleverige broertjes. Snel trok ik al de ingrediënten uit de koelkast en kastjes. 'Jullie hebben geluk Boys.' Zei ik terwijl ik alles aan het mixen was. Levi keek met grote ogen eerst naar mij en dan naar Boaz en gilde 'Pannekoeeeeek'. Waarop Boaz hard ging lachen.

Wanneer de eerst pannenkoek op een bord viel was Liv ook aangeschoven, ze had zich helemaal opgetut. 'wat ben jij van plan?' Vroeg ik haar vragend aan. Ze haalde haar schouders op, en wachten op een pannenkoek. Eindelijk was het eind aan zicht, het beslag was bijna op. Terwijl ik het laatste van het deeg in de pan deed draaide ik me naar de tafel om. 'Waar is Levi?' Vroeg ik me hardop af. Waarop Boaz en Liv om zich heen begonnen te kijken. Blijkbaar vond meneer dat hij genoeg had gegeten en was hij naar zijn speelgoed gelopen. Handig nu plakt alles waar hij ook maar aan heeft gezeten. Snel deed ik het gas uit en liep ik met een doekje richting kleine Levi. 'Kleine boef!' Zei ik terwijl ik hem schoon probeerde te maken. Al lachend kronkelde hij zich in allemaal bochten om het doekje te ontwijken. Waar hij hoe ouder hij werd ook steeds beter in begon te worden.

'Ik ga er vandoor!' Riep Liv in de richting waar ik me bevond. 'Neem Boaz met je mee hé.' Riep ik terug waarop ik een zucht hoorde van Liv. Ik trok Levi in mij armen en liep richting de deur waar Boaz en Liv net door vertrokken waren. 'Fijne dag.' Riep ik nog achter ze aan. Waarop de twee omdraaide en Boaz zwaaide terug, en Levi en ik zwaaide hun uit. 'Spelen?' Vroeg Levi mij vragend.