2
'Damn, dit gaat me nooit lukken.'
Kimberly zuchtte. Waar was ze aan begonnen? Ze wou alleen maar Winry terugbetalen. Opeens kreeg ze een krantje in haar handen geduwd. De man die dat gaf keek haar vriendelijk aan en liep weg. Verbaast keek Kim naar de krant. In grote letters stond:
'Psiren is een held, geen dief!'
Kim glimlachte, ze keek omhoog naar de zon, haar bruine haar viel over haar rug, ze keek weer voor zich : 'Gotcha, Psiren.'
Ze gooide de krant weg en liep van het drukke plein af. Toen ze zag ze tussen al die mensen massa een bekend gezicht. Kim schrok. Hoe kon dat nou? Ze keek beter. Is dat…Sophie? Maar voor Kim beter kon kijken was het meisje al weg.
Het werd langzaam donkerder en Kim bedacht een plan om Psiren te vangen en snel weer terug te gaan naar Central HQ. Ze zou deze nacht op Psiren wachten en haar dan vangen. Ze hoopte dat het lukt want er waren al veel mensen geweest die probeerde om Psiren te vangen, maar het was nog niemand gelukt.
Kim zat in een boom en wachtte op Psiren. Opeens schoot een gedaante uit de bosjes beneden haar en Kim sprong uit de boom : het was Psiren.
'Yes' dacht Kim. Ze zag dat ze een gouden armband in haar handen had. 'Zo, Psiren. Nu kom je niet meer weg!'
Psiren keek Kim aan, en in flits was ze weg. Kim klapte snel met haar handen en raakte de grond aan. De aarde veranderde en Psiren zat opgesloten. Opeens hoorde Kim een meisje gillen. Ze zag hetzelfde meisje die ze vanmiddag ook zag, ze zat vast in de omhoog gekomen aarde.
'Sophie!' gilde Kim. Het meisje keek op.
'Kim!' schreeuwde ze. Kim antwoordde niet en richtte haar weer op Psiren, die wanhopig om haar heen keek om een uitweg te vinden. Kim klapte nog een keer haar handen en raakte de grond weer aan, op de plek waar Psiren stond verscheen een groot gat en Psiren viel.
Kim trok Sophie uit de aarde. Sophie zuchtte. 'Gelukkig ben jij het Kim. Ik schrok me net dood.'
'Hey, Sophie,' zei Kim. Ze kende haar van een treinreis. Kim rende naar de gat waar Psiren had moeten zitten.
Kim keek naar het gat dat ze gemaakt had, maar er was geen Psiren. 'Damn!' schreeuwde ze. Ze keek om zich heen, maar ze was nergens te bekennen.
' Wat is er?' vroeg Sophie verbaast.
' Ze is weg' zei Kim teleurgesteld. ' Maar wat doe jij hier?'
'Ik ben hier op bezoek bij mijn familie,' zei Sophie.
Kim keek alleen nog maar Sophie aan en had niet door dat Psiren langs haar liep. Sophie keek verschrikt en wees naar iets, Kim draaide haar om en zag Psiren staan. Kim rende naar Psiren toe, maar Psiren rende zelf ook weg. Psiren liep een brug op maar ze kon niet verder het laatste stuk van de brug was afgebroken, ze zat in de val.
' Nu heb ik je, je zal niet meer ontsnappen' zei Kim. Ze klapte haar handen en Psiren werd vastgebonden, ze zat vast in de stenen brug. Ze probeerde los te komen maar het had geen zin.
' Zozo Alchemist' zei Psiren. Kim zei niks, ze liep naar Psiren toe en bond haar vast. Ze duwde haar vooruit en leverde haar af aan de politie.
' En nu terug naar Central' dacht Kim.
' Kim! Wacht' schreeuwde een Sophie.
' Waar ga je naartoe?' vroeg ze.
' Ik ga terug naar Central, ik moet weer aan het werk' zei Kim spijtig, ze wou helemaal niet verder met haar werk.
' Nee, dat meen je niet' zei Sophie.
' Sorry ik moet echt terug, maar je kan wel mee. Of moet je hier bij je familie blijven?' vroeg Kim.
' Nee, ik was eigenlijk op het punt om weg te gaan. Als ik met je mee kan, heel graag,' zei Sophie.
' Tuurlijk ik denk niet dat het een probleem word' zei Kim blij.
Met zijn tweeën liepen ze naar het station toe ze, Kim kocht twee kaartjes.
' Maar Kim wat voor een werk doe je dan?' vroeg Sophie.
' Ik ben een state alchemist' zei Kim.
' Een state alchemist?' herhaalde Sophie. 'Dus dan werk je bij de militairen?
' Ja. Maar zo erg is het ook weer niet hoor.' Kim haalde snel een grijns te voorschijn.
Na twee uur in de trein te hebben gezeten stopte de trein.
' We zijn er' zei Kim ze pakte haar koffer en liep de trein uit, Sophie volgde haar.
' Ik moet eerst even naar mijn baas' zei Kim ze trok een raar gezicht toen ze de naam baas zei, Sophie begon te lachen.
' Als ik daarmee klaar ben kunnen we wel even de stad in' zei Kim.
Kim ging het kantoor van haar baas in: Maes Hughes. Hij was er niet, ze legde haar rapport op zijn bureau neer en liep de kamer weer uit. Ze zocht Sophie. a snel vond ze haar. Samen liepen ze door de gang, toen ze de hoek om waren hoorde ze stemmen.
'Ed kap!' gilde een meisje half lachend.
Kim keek wie dat was. Ze zag een meisje om de hoek lopen, haar blonde haar viel over haar schouder en haar blauwe ogen straalde, ze lachte, en daarna zag ze ook een jongen hij had blond haar en een vlecht in zijn haar. Damn, dacht Kim. Het is Edward.
' Kom op Edward' zei Chers, ze sloeg Edward op zijn arm.
' Au' zei Edward.
' Eigen schuld' zei Chers ze liep verder ze zag twee meisjes in de gang staan maar ze besteedde er verder geen aandacht aan.
Sophie zag hun ook. 'Lekker ding,' fluisterde ze tegen Kim. Kim keek haar aan. 'Wie? Edward?'
Sophie knikte. 'Zie je dat hij een vlecht in zijn haar heeft? Ik heb echt een zwak voor mannen met lang haar.'
'Zal ik je 1 ding zeggen?' zei Kim. ' Hij is echt geen type waar je verliefd op kunt worden. Hij is een irritante - '
Kim stopte met praten, want ze zag dat Sophie niet meer luisterde.
' Edward, we moeten naar Roy dat weet je hé en we zijn al laat' zei Chers zachtjes maar net hard genoeg dat Kim en Sophie het ook konden horen.
' Ja ik weet het. Maar ken jij haar?' vroeg Edward.
' Wie? Die twee meisjes?' vroeg Chers verbaast.' Nope geen flauw idee wie het zijn' zei Chers ze liep door en langs ze twee meisjes. Kim keek om, ik ken haar ergens van. Chers herkende Kim en zwaaide maar liep daarna weer verder.
' Hey kleintje ga je nog komen of niet!?' zei Chers plagerig, Edward keek Chers boos aan.
' Wat zei je. Hoor wie het zegt' zei Edward.
' Kom nou maar gewoon. Anders flipt Roy' zei Chers, Edward volgde haar. Sophie zag dat ze weg gingen, en ze zwaaide naar Ed. Kim zuchtte en trok haar arm naar beneden.
