Sorry, voor het lange wachten, maar hier is het volgende hoofdstuk.
Disclamer: me: I own Twilight! (happy)
Emmet: No, you don't! (upset)
Me: Yes, I do! (frowning)
Emmet: No, you don't! I don't want to be owned by you! (upset and angry)
Me: YOU'RE EVIL! (crying)
Jasper: What's going on? (uses his power to calm me down)
Emmet: She claims she owns Twilight… (angry)
Jasper raises one eyebrow at me
Me: ok, I don't own Twilight, SM does. Are you happy now? (dog pout)
Emmet & Jasper: VERY! (extremely happy)
H2
EPOV
Opstaan en naar school, niet mijn favoriete bezigheid. Vooral niet als je een 118 jaar oude vampier bent, en al ongeveer 110 jaar naar school gaat, basisschool, middelbare, en zelfs universiteit, ik heb het allemaal gehad en meegemaakt. Er is geen leraar meer die mij nog iets nieuws kan leren.
1 van de vervelendste dingen vind ik dat ik omringd word door allemaal mensen en dan horen wat ze zeggen. Ja, ik kan gedachten lezen. Bij de meiden gaan het vooral om: kleding, schoenen, make-up en jongens. Bij de jongens gaat het vooral over: sport, meiden, wat te doen met meiden en computergames. En dan heb ik nog niet eens de gedachtes van mijn broers en zussen meegerekend. De 1 gaat over Jasper en de laatste mode (Alice), 1 gaat over Alice, mensenbloed en de Amerikaanse burgeroorlog (Jasper), 1 gaat over zichzelf en Emmet (Rosalie), en de laatste gaat over Rosalie en seks hebben met Rosalie (Emmet).
De bel! Eindelijk, nu nog 2 uur les, en dan kan ik naar de enige plek in de wereld waar ik niet gestoord word door allerlei gedachtes. Even geen gedachtes van mensen – of vampieren – over allerlei onbenullige zaken. Het gebeurt namelijk redelijk vaak dat de gedachtes van andere luider zijn dan die van mij. Saved by the bell, hoe cliché! Ik rol mijn ogen naar mezelf.
Ik hou heel erg van mijn familie, maar zodra we thuis komen moet er eerst iets gedaan worden, en pas daarna kunnen ze normaal een gesprek houden. En een ding is dan zeker; dan wil je niet bij hun in de buurt zijn.
In plaats van thuis te blijven ga ik dan naar mijn eigen open plek, het ligt midden in het woud, en er is nog nooit iemand (behalve ik) geweest. De open plek is een perfecte cirkel, en je kan zien dat er nog nooit iemand aan heeft gezeten om het zo in een cirkel te krijgen. Het is mijn eigen stukje hemel. De open plek is het mooiste als de zon schijnt, dan komen alle kleuren tot leven.
Als ik na een paar minuten rennen de open plek heb bereikt, blijf ik staan. Ik wil wel verder, maar een of andere kracht lijkt mij tegen te houden. Bijna gelijk hoor ik het slaan van vleugels. Het lijken geen kleintjes zoals die van de gewone vogels hier in de buurt, maar ze klinken zo zwaar dat ik me geen vogel me voor de geest kan halen die zulke grote vleugels heeft. Zodra ik opkijk om te zien wat het precies is, zie ik het meest rare schepsel ooit. Ze – ik neem ten minste aan dat het een zij is, aangezien ik alleen maar haar achterkant zie op dit ogenblik - heeft lang bruin haar dat tot halverwege haar rug. En er steken 2 reusachtige vleugels uit bij haar schouderbladen. De vleugels zijn wel 2 meter groot, en ze glanzen stalend wit, net zo licht als het licht (a/n: ja, officieeel is licht wit). Ook lijkt het alsof ze licht geeft, om haar heen hangt een lichte gloed, alsof ze haar eigen zon is. bij gebrek aan het weten wat het schepsel is, noem ik haar maar een engel, aangezien ze uit de hemel komt vallen. Terwijl ik zo in mijn gedachten ben verzonken, hoor ik een luide kras, 2 om precies te zijn. Ik kijk omhoog en zie dat ze nu naar beneden valt, en haar vleugels er maar een beetje achteraan dwarrelen. Ik gok zat ze haar vleugels heeft gebroken.
Zo snel als ik kan ren ik naar de andere kant van de open plek, om haar gezicht te kunnen zien, zonder eraan te denken wat voor wind dat veroorzaakt. Ik heb het te laat door, en kan er nu niks meer aan doen, en kijk ik dus maar toe wat er precies gaat gebeuren. Door de wind die ik veroorzaakte raakt zij nu uit balans, waardoor ze schuin op de grond komt, en bijna haar evenwicht verliest. Op het laatste moment doet ze een paar stappen naar voren om toch maar overeind te blijven, en ik zucht van opluchting.
Al duurt de opluchting niet heel lang, na een paar stappen stapt ze in een kuil, en valt ze met een zachte plof op de grond. Ik heb nog altijd haar gezicht niet goed kunnen zien, maar wat ik wel al kan vertellen is dat ze een hartvormig gezicht heeft. Als ik zie dat ze over haar enkel wrijft schiet er door mij heen dat ze waarschijnlijk niet kan lopen, en gelik voel ik me schuldig, want doordat ik zo nodig naar de andere kant van de open plek moest rennen, heb ik dus de wind veroorzaakt waardoor zij uit balans is geraakt, en dus in de kuil is gestapt en daarbij haar enkel heeft bezeerd.
Als ze zeker is dat haar enkel niet heel erg is, kikt ze eerst op, en krijg ik voor het eerst een goede blik van haar gezicht. Ze heeft bruine ogen, waarin ik wel de hele dag kan kijken, zonder moe te worden. Verder heeft ze inderdaad een hartvormig gezicht, mooie volle roze lippen, en een mooi fijn neusje. Een engel dus.
Terwijl ik haar gezicht bekijk, neemt ze een hap lucht voordat ze naar haar vleugels kijkt, heel voorzichtig. Alsof wat ze gaat zien het ergste is wat ze zich kan voorstellen. Er verschijnt een frons op haar gezicht, maar dan zucht ze zachtjes en staat op. Om daarna op haar goede voet naar een boom nog geen 10 meter bij mij vandaan te gaan liggen. Ze trekt haar vleugels in, zodanig dat ze helemaal niet meer te zien zijn.
Nu lijkt ze alleen nog maar een gewoon mens, maar ik weet beter. Ze sluit haar ogen en een paar minuten later is ze in slaap.
Ik wacht nog 5 minuten voordat ik naar haar toeloop. Als ik naast haar zit, ben ik heel voorzichtig. Ik wil haar natuurlijk niet wakker maken. En aangezien ik niet weet hoe diep ze slaapt, ben ik heel zachtjes. Ze moet mijn aanwezigheid (of kou) hebben gevoeld, want ze begint te huiveren. Pas dan valt het me op dat ze alleen maar een wit – bijna doorzichtig – jurkje aanheeft, die ook tot net boven haar knieën rijkt. Als een heer (of hoe ik ben opgevoed vroeger, hoe je het wilt zien) doe ik mijn jas uit en leg die over haar heen. Ik heb hem toch niet nodig. Bijna gelijk stopt het huiveren, en ze gaat weer rustig verder met slapen. Even ben ik in strijd met mezelf: moet ik weggaan en haar hier laten, aan haar eigen lot. Of moet ik hier op haar wachten tot ze wakken wordt,met de kans dat ze zich bijna dood schrikt.
Op dat moment gaat mijn telefoon. Alice geeft het schermpje aan. Ik zucht en neem dan toch de telefoon op, wetend dat het wel belangrijk zal zijn. Ik hoop dat ik hiermee het schepsel – het klinkt vreselijk om haar zo te noemen – niet wakker mee maak.
Nog voordat ik iets kan zeggen hoor ik Alice al ratelen: 'Edward, gelukkig! Eindelijk neem je je telefoon op. Ik kreeg een zwart vlak voor mijn ogen toen ik probeerde in je toekomst te kijken. Wat is er gebeurt? Ben je de weerwolven tegengekomen?'
'Alice!' onderbreek ik haar, wetend dat ze anders nog heel lang doorgaat. 'Alice haal diep adem en luister. Het gaat goed met mij en nee, ik ben geen weerwolven tegengekomen, maar wel iets anders'
'wat dan?'vraagt nu een nieuwsgierige pixie.
'Eelijk gezegd Alice, ik heb geen idee wat ze is. Al weet ik wel dat ze niet menselijk is, of een weerwolf, of een van ons. Ze ligt nu te slapen.'
'Ze! Het is een vrouw? Je moet haar meenemen, ik wil haar ontmoeten!' roept Alice opgewonden, en op de achtergrond hoor ik Esmee, Emmet, Jasper en zelfs Roslie verbaasd reageren op het nieuws dat het een ze is (gok ik).
'He Ailce, got to go, ik zal proberen haar mee te nemen.'
'Ok, tot zo.' en nog geen seconde later hangt ze op.
Als ik terugkom bij mijn engel, krijg ik een idee. Als ik haar nou eens naar huis draag, dat is makkelijker en sneller. Als ze testraks al niet is wakker geworden van het gesprek dat ik had met Alice, dan zal ze waarschijnlijk ook niet wakker worden als ik haar naar huis draag.
Langzaam hurk ik naast haar neer. Als ik mijn hand uitstrek, krijg ik twijfels. Zal ze het goed vinden dat ik haar naar mijn huis draag. Zal ze erg schrikken als ze wakker wordt en ze is niet meer op de plek waar ze in slaap is gevallen.
Toch raak ik haar aan om haar op te pakken.
zodra ik haar aanraak schieten haar ogen open.
Bedankt voor het lezen…
Laat me weten wat jullie vinden…
