Hoofdstuk 1:

Harry deed zijn ogen open.

Waar was hij?

Hij voelde zich in ieder geval heel erg stijf.

'Mooi, je bent wakker,' zei een stem die hij niet kon thuis brengen, 'Ik dacht dat je voor eeuwig bleef slapen.'

'Waar ben ik?' wist Harry moeizaam uit te brengen.

'Moeilijk uit te leggen,' zei de stem.

Harry deed voorzichtig zijn ogen open en keek in een bezorgt en tegelijkertijd lachend gezicht.

Het was een door de zon gebruind gezicht en het werd omlijst door mooie lange goedblonde haren.

'Hier, drinken,' zei ze en ze duwde zijn mond open om er vervolgens boterbier in te gieten. 'Het was erg gemeen, van ze, je was helemaal alleen in het donker en dan tegen 12 man. Dat had niemand kunnen winnen, gelukkig was ik er!' zei ze vrolijk.

Harry snapte er niet veel van, maar kreeg wel een lekker warm gevoel van het boterbier en hij viel weer in slaap.

De tweede keer dat Harry wakker werd was hij ergens anders, in een huis op een bed.

Nu voelde hij zich een stuk beter en ging recht op zitten, omdat hij zijn bril niet op had kon hij niet veel zien, maar hij lag in een woonkamer, een woonkamer die verdacht veel leek op die van zijn tante en oom.

Oh, nee, die persoon zou hem toch niet terug gebracht hebben naar zijn oom en tante!

Nee, dan zou hij niet in de woonkamer op het bed van Dirk liggen, bedacht hij opgelucht.

'Heej, je bent weer wakker!' zei de vrouw met het goudblonde haar.

Ze ging op het uiteinde van Dirk's bed zitten en rijkte zijn bril aan.

Harry zette hem snel op.

'Wie ben je?' vroeg hij.

'Ik ben Ramona Zwarts en wie ben jij?'

Harry keek haar verbaasd aan.

'Harry Potter.'

'Wat leuk.' Zei ze.

'Maar, als je me hier een heb gebracht weet je toch wel dat ik Harry Potter ben?'

'Ja, dat wist ik ook,' antwoordde ze luchtig, ' maar het is altijd leuker om je zelf voor te stellen niet?'

Harry gaf maar geen antwoord, maar daar had ze ook niet verwacht, want ze babbelde rustig verder, 'je tante is ontvoerd en je oom en neef zijn haar zoeken.'

'Waarom?' vroeg Harry vol ongeloof.

'Nou, kijk, je ging zo maar weg, zonder iets tegen je vrienden te zeggen en die waren bezorgt en hebben je tante ontvoerd, want ze dachten dat zij daar iets mee te maken had – je verdwijning.' Ze moest glimlachen, 'je hebt geweldige vrienden, Harry.'

'Weten ze dat ik hier ben?' vroeg Harry.

'Nee, dat wou je liever niet, anders had je wel tegen je gezegd dat je weg ging.'

Ze keek hem ernstig aan, 'Je moet niet zomaar weg gaan, zonder iemand te waarschuwen. Het is veel te gevaarlijk nu.'

'Maar… Kijk wat ik moet doen is gewoon heel gevaarlijk en ik wil hun er niet bij betrekken.' Harry wist niet of ze hem wel zou begrijpen, ze zou vast niet weten wat hij moest doen.

'Ik weet dat het gevaarlijk is, maar je moet je leven niet riskeren – niet daarvoor.'

'Je weet niet wat ik moet doen,' zei Harry boos, 'Dat weten alleen ik en Perkamentus.'

'Dacht je dat?' vroeg ze hem verbaasd, 'dacht je dat jij alleen wist dat hij gruizelementen had? Alleen jij?' ze lachte verbitterd, 'Nee, Harry, ik dacht echt dat je slimmer was.'

Harry voelde zich gekwetst. Ramona moest er om lachen.

'Weet je wat? Ik help jou, maar dan moet je mij ook met iets helpen,' zei geheimzinnig.

'Wat?'

'Dat hoor je nog wel.'

Harry wist niet wat hij anders zou moeten doen dan 'ja' knikken, misschien liet ze hem hier dan wel gewoon achter…