2. Strange

Eindelijk was het zover. Hij kon er ieder moment zijn. En ja hoor de bel ging en ik deed open. Daar stond een man die heel erg groot was. Hij keek mij aan en zei 'Daar hebben we die beroemde Harry, Ik ben Hagrid'. Ik wist dat ik beroemd wasalleen maar omdat ik als baby het overleefd had tegen de vloek des doods van de machtige heer Voldemort.

Ik begreep nog steeds niet waarom iedereen zo bang voor hem was terwijl hij heeft verloren van een baby..Ik ging braaf met Hagrid mee en daar kochten we spullen. Hagrid vertelde waar ik moest zijn om de trein naar school te halen en ging weer weg.

Ik wacht tot het zover was en toen het zover was kon ik haast niet wachten. Ik wou graag allemaal spreuken leren. Mijn oom bracht me naar het station en vertrok meteen weer. Ik zocht de plek Hagrid had me ook al verteld dat ik door een muur heen moest als ik er heen wou.

Dus ik vond het snel. In de trein keek ik rond. Ik liep helemaal naar achter totdat ik een meisje helemaal in haar eentje zag zitten. Ik zei 'Hoi mag ik erbij komen zitten de rest is al vol.'. 'Ja hoor is goed.'. Toen ik net zat staarde ze naar mijn litteken.'Maar jij bent Harry potter'. Ze begon meteen te ratelen. 'Hoi ik ben eh…. Hermelien Griffel'.

Ik zei 'Je weet al wie ik ben dus ik hoef met niet voor te stellen'. Op dat moment kwam er een roodharige jongen binnen. Hij vroeg 'Mag ik erbij komen zitten?'.Ja hoor zeiden Hermelien en ik tegelijk. Maar wacht is even 'Jij bent Harry Potter, de jongen die het heeft overleefd van de vloek des doods.

Hoi ik ben Ron. Ron Wemel.'. Ik knikte en zei 'Dat klopt dat ben ik.'. Ik genoot er wel van dat ze me behandelde als een soort god. We waren snel op school. Daar zag ik Hagrid weer. Ik schreeuwde 'Hoi Hagrid.'. Hij keek verbaasd om en zag me staan en lachte. 'Hoi Harry kom maar samen met mij naar de bootjes.'

We gingen met de boot naar de overkant en daar gingen we een grote zaal binnen. Het was wonderbaarlijk. Het was echt iets betoverend. Het was zo mooi. Toen zag ik Perkamentus en die knikte naar mij het leek wel of hij mij kende. Maar iedereen die kent mij dus ik dacht er verder niet over na. Er werd een oude hoed naar voren gebracht.

De namen van de kinderen werden opgenoemd en je moest naar voren komen. Dan moest je op een stoel gaan zitten en de hoed zei bij welke groep je hoorde. 'Harry Potter' werd er geschreeuwd. Ik liep naar voren en zag ze allemaal naar mij kijken.

Ik ging op de stoel zitten en de hoed riep 'Griffoendorn!' Ik liep naar die tafel toe en er werd luid gejuicht. Hermelien en Ron kwamen ook in Griffoendorn ook. Er verschenen op de borden. Allemaal verschillende soorten eten. Ron en ik begonnen meteen aan

te vallen we waren uitgehongerd. Na het eten kregen we onze toren te zien en waar de meisjes en de jongens sliepen. Ik lag in een bed naast dat van Ron. We waren allebei benieuwd naar de volgende schooldag. Ik lag in het bed en merkte nu pas hoe moe ik eigenlijk was. En viel dus gauw in slaap.

-Na een paar maandjes-

Ik moet wegrennen zo snel als ik kan voordat ze me zouden pakken. De groene en gele lichtflitsen vliegen om mijn oren. Ik zie een deur aan het einde van de gang. Ik ren zo snel als ik kan erheen. Als ik er ben gaat de deur niet open. Dan hoor ik een stem 'Harry!. Harry!'. Ik schrik wakker en kijk om me heen.

Daar zie ik Ron staan hij schud me wakkeren mompelt 'Harry opstaan we zijn bijna te laat voor de lessen'. Ik klim meteen uit me bed we hebben nu toverdrank les en we mogen niet weer te laat komen net als de vorige keer. Moeten we weer een week lang om zeven uur terugkomen en documenten sorteren.

Ron en ik haasten ons naar het lokaal we zijn net op tijd. Dan zien we Hermelien we lopen naar haar toe. Ze zeg meteen 'Waar bleven jullie nou?'. 'Verslapen' fluisterde ik. 'Alweer?'. 'Ja, maar hou nu even je mond anders kom ik weer in de problemen'. De lessen gingen langzaam voorbij. 'Wat hebben we veel huiswerk zeg!' mopperde Ron.

Ik zei 'Ja, zullen we maar meteen beginnen?'. 'Is goed.'. 'Ik kom er zo aan moet even naar de wc'. 'Oké, zie je zo ik begin alvast.' Ik rende naar de wc's toen ik plotseling een deur zag. Normaal is dat niet vreemd maar dit keer wel want daar was nooit een deur geweest. Zal ik er doorheen gaan of niet. Mijn nieuwsgierigheid won van mijn angst.

Ik deed de deur open maar het bleek dat die op slot zat. Ik zei in mezelf dat had je kunnen verwachten nu heb je al die tijd hier voor niets gestaan. Toen ik net van plan was om weg te lopen lag er een sleutel voor mijn voeten. Ik bukte en raapte het op. Wat deed deze sleutel hier nou weer? En hij lag hier net toch niet?.

Misschien past hij wel in de deur. Alleen maar even proberen. Ik deed de sleutel in de deur en de deur ging langzaam open. Ik liep naar binnen zonder er verder over na te denken. Ik keek rond en zag dat de kamer vol stond met spullen. Blijkbaar was hier een tijdje niemand geweest want er lag overal een laagje stof op.

Ik liep rond en zag aan het einde een kast. Normaal zou je een kast niet bijzonder vinden. Maar ik weet niet waarom het mij zo op viel het leek ook wel alsof ik er een beetje door werd aangetrokken. Door een magische kracht of zoiets. De kast zag er erg mooi uit het was van hout gemaakt met allemaal figuurtjes erop. Ik ging er met mijn vinger langs er lag een laagje stof op. Waarschijnlijk stond die kast hier al een tijdje.

Wat zou er eigenlijk in de kast zitten. Misschien een paar toverboeken. Ik kon me niet bedwingen om de kast open te doen. Dus toen dacht ik als er een paar toverboeken inzitten kan het geen kwaad. Dus ik deed de deur open zonder er verder bij na te denken. De kast ging niet zo makkelijk open ik moest er helemaal aan trekken.

Alsof iets het tegenhield. Eindelijk ging de kast open. Mijn ogen moesten even aan het donkere wennen. Maar toen schrok ik. Zag ik daar nou iemand bewegen. Toen ik wat beter keek zag ik dat er een spiegel in de kast stond. En ik keek in het gezicht van mezelf. Er was iets vreemds met mijn spiegelbeeld.

Ik bewoog me arm. Mijn spiegelbeeld bewoog ook zijn arm. Toen ging ik lachen waarschijnlijk was het een verbeelding en ik keek weer in de spiegel. Maar toen schrok ik zo erg dat ik een stap naar achter deed en over de kartonne dozen viel die achter me stonden. Dit keer had ik het me nietverbeeld mijn spiegelbeeld lachde inderdaad maar op een heel erg gemene manier. Ik stond op en keek naar hem of mijzelf.

Toen raakte hij de spiegel aan ik deed dat ook. En direct nadat we elkaar hadden aangeraakt kwam er een soort licht uit. Ik wou mijn hand terug trekken maar het lukte niet. ik voelde me raar en trok met alle macht aan mijn hand. Maar mijn hand ging maar niet los. Toen kreeg ik een vreemd gevoel dat onmogelijk is om uitteleggen.

Ik wist niet wat er gebeurde maar het leek erop dat ik de spiegel werd ingetrokken. Wat ik ook probeerde niks werkte. En net nadat ik de spiegel werd ingetrokken werd alles om me heen zwart.