All For You!!

Langzaam liep ik naar voor, mijn toekomst vergooiend. Ik wist dat ik iets deed dan niet goed voor me zou zijn, maar mijn hart won het alweer van mijn verstand. Ik weet nog hoe het was begonnen.

De duisternis wekte me geen angst! Integendeel, het liefst was ik in het midden van de nacht buiten net als nu. Jammer genoeg was dit niet steeds haalbaar door de schoolweek, en de kans om betrapt te worden door een patrouille op school was ook groot. Het was dus steeds speciaal als ik naar buiten ging, en iets in mij vertelde, dat ook vandaag nog specialer ging worden.

Langzaam en rondom me heen kijkend, liep ik naar mijn vaste plek aan het meer toe. Het plekje, aan de rand van het meer, net onder een grote struik waar ik eigenhandig een inham had voorzien. Groot was echter mijn verbazing, toen ik zag dat er al iemand mijn plaats had ingenomen.

'Malfidus, kom daar van onder,' fluisterde ik stil, de kans dat ik ontdekt kon worden was nog steeds groot, aangezien ik niet bedenkt werd door de veilige bladeren.'Waarom zou ik dat doen, McMains,' vroeg Malfidus met de meest grote air die iemand bezitten kon. 'Omdat, het heel misschien, toevallig, zeker weten, MIJN plekje is!' 'Ojah, staat jouw naam hier ergens op deze struik geschreven, McMains,' sneerde hij terug. Slim als ik was nam ik mijn toverstok en toverde er handig een groot, duidelijk zichtbaar naamkaartje aan.'Nu wel.' Ik grijnsde, Malfidus keek me aan alsof hij me vermoorden kon, een kort moment wou ik achteruit schuifelen, maar bedacht me dat ik me niet mocht laten doen. Langzaam kwam Malfidus, met een grijns op zijn gezicht, vanuit mijn schuilplaats. Steeds liep hij dichter naar mij toe, ik voelde adrenaline stromen, en ik zag hem dichter komen. Toen hij voor me stond, grijnsde hij nog steeds. Ik probeerde een pinnige opmerking te bedenken maar alle woorden waren uit mijn hoofd verdwenen, zeker toen ik in zijn grijze ogen keek. Mijn ogen kon ik niet meer afwenden, hoewel ik steeds opmerkte, dat zijn ogen van mijn ogen, naar mijn mond en terug.

Toen zette ik, langzaam maar toch zelfzeker, één enkele stap in Malfidus zijn richting. Onze ogen bleven met elkaar verbonden en voordat ik het wist, voelde ik Draco's lippen op die van mij, en ik sloot mijn ogen. Na de –overigens hemelse- zoen vertelde Draco me wat hij al een hele tijd wou vertellen, maar niet deed, hij was verliefd op me, hij durfde het niet te zeggen omdat ik in Ravenklauw thuishoorde en hij in Zwadderich. Maar hij had uiteindelijk besloten om aan zijn gevoelens toe te geven. En vannacht was het perfecte moment geweest.

Nu, doe ik dit voor hem. Uit liefde. Ik ben meegekomen naar een dooddoenerbijeenkomst voor hem. Hij, heer Voldemort, heeft me naar voor geroepen. Nu sta ik voor hem. Hij dwingt me om me aan te kijken. En ik gehoorzaam. Hij vraagt me grijnzend, -voor zover je het een grijns kan noemen- of ik klaar ben voor mijn eigen dood. Verbaasd kijk in naar Draco's plaats in de kring, ik zie dat hij van achter zijn masker naar me kijkt, met een schuldige blik in zijn ogen. Hij heeft me naar hier gelokt, om me te doden? Hield hij dan helemaal niet van me? Terwijl 'Heer' Voldemort aan het vertellen was waarom ik dood moest, bleven de vragen zich vormen in mijn hoofd. Ik kon mijn blik niet meer van de man achter het masker afwenden. Hij heeft mij gekwetst.

Het laatste wat ik zag, was zijn gezicht, toen hij zijn masker afdeed. Het laatste wat ik voelde, was dat hij mij opving, voordat ik de harde grond raakte.