Hoofdstuk 2
Bonnie liep rustig in haar eentje over het strand. Haar roodblonde haar sprong vrolijk op en neer. Door de geur van de zee en de wind in haar haren kon ze even goed nadenken. Ze wist dat ze Zander verdrietig maakte, maar toch bleef ze zich maar druk maken over haar toekomst met Zander. Ineens streek er een koude wind over haar heen. Bonnie trok haar jasje dichter tegen zich aan. 'Ze moet genieten van deze paar dagen', dacht Bonnie bij zichzelf. Over een paar dagen zou ze weer terug naar de universiteit gaan en dan zou het gewone saaie leven weer beginnen.
De wind begon steeds harder te waaien, en Bonnie was net van plan om terug naar Zander te gaan, toen ze vast werd gepakt. Ze probeerde te schreeuwen maar voor ze ook maar een geluid kon maken was er al een hand voor haar mond geslagen. Bonnie probeerde zich los te wringen maar de hand was te sterk. En voor ze het wist werd alles zwart.
Zander opende langzaam zijn ogen. Hij had het gevoel dat hij dagen had geslapen. Zoekend keek hij om zich heen. 'Waar is Bonnie?', dacht hij bij zichzelf. Hij stond snel op pakte zijn spullen en die van Bonnie en begon aan zijn zoektocht naar Bonnie.
Bonnie opende langzaam haar ogen. Ze lag vastgebonden op een groot bed. En op haar mond zat tape geplakt. Voor het geval Bonnie spreuken ging roepen. Bonnie probeerde zich los te rukken. Toen dat niet lukte keek ze om zich heen. Ze lag in een soort hotelkamer. Er stond een grote tv in haar kamer en alles was netjes verzorgd.
Heel langzaam ging de deurklink naar beneden en Bonnie schrok op. Toen de deur openging verscheen er een lange man in de deuropening. ' Hallo Bonnie', zei hij met een zware stem.
'Nee Elena, ik weet niet waar Bonnie is. Ik heb haar de hele middag lopen zoeken maar ze is gewoon verdwenen', zuchtte Zander. Hij was verschrikkelijk bezorgd en besloot Elena maar te bellen. Hij wist het allemaal even niet meer en met een zucht ging hij zitten. Terwijl Elena doorratelde aan de telefoon sloot Zander even zijn ogen. En hij zag zijn lieve Bonnie voor zich met haar roodblonde krullen en haar vrolijke lach. Hij kreeg tranen in haar ogen toen hij aan haar dacht. En zonder iets te zeggen hing hij op. Bonnie was verdwenen en hij was degene die haar ging vinden. Daar was hij zeker van.
