-Susan's pov-

De Doctor en ik rende voor ons leven naar het gebouw 200 meter verderop. We werden beschoten door een soort van lasers. Waar die lasers vandaan komen en waarom ze nu pas op ons schieten? Geen idee, maar wat ik wel weet is dat ze van plan zijn om ons te vermoorden. Er is iets speciaals met die Doctor. Hij lijkt jong maar zijn ogen lijken zo oud, je kan zien dat hij zijn verdriet verbergt. Toen we bij het torenhoge gebouw aankwamen pakte hij het apparaat met het groene lichtje en drukte weer op het knopje dat ik nog een geen uur geleden heb ingedrukt. Met een klik ging de deur open en we liepen naar binnen. Hij pakte mijn hand en ik volgde hem naar de plaats waar zijn vrienden zitten. We verschoten en draaide ons om toen we ineens een robot-achtige stem 'Exterminate!' Riep achter ons. Er stond een soort robot denk ik met precies een wc-ontstopper en een soort mixer voor ons. Hij had nog zo'n zuignap op de plaats dat ik denk dat zijn hoofd normaal zou zitten, met een blauw, fel licht. 'Exterminate!' Riep het nog eens, deze keer op een hogere, schrillere en luidere toon. Ik zag de Doctor angstig kijken en toen besloot ik om iets te doen. Maakt niet uit wat. Ik stapte op het af. 'Hallo jij! Wat een mooie wc-ontstopper heb je daar! Mag ik 'm is lenen?' Vroeg ik. Ik deed een teken naar de Doctor voor zijn apparaat. Hij begreep mijn hint en gooide het naar me toe. 'Het spijt me vreselijk, wat je ook mag zijn, maar dit moet ik gewoon doen.' Zei ik met een vastberaden stem. Ik richte het op het wezen zijn hoofd en dacht met alle macht aan 'uitschakelen.'. De wc-ontstopper met het blauwe lichtje leek stilaan uit te gaan en ik rende terug naar de Doctor en handigde hem zijn apparaat terug. Hij pakte mijn hand, weer, en we rende verder, in de hoop om niet weer zo'n wezen tegen te komen. Na een goede 10 minuten lopen kwamen we 2 cellen tegen met een roodharig meisje in de ene en een jongen in de andere. Ik zag de Doctor op de cellen afgaan en hij gebruikte zijn apparaat en de cellen gingen open. 'Amy! Rory! Wat ben ik blij dat jullie ongedeerd zijn!' Hij gaf ze een knuffel en liep terug naar mij. 'Dit is Susan, ze bood vrijwillig haar hulp aan om jullie hier uit te krijgen. Zonder haar zou ik de Dalek die we tegenkwamen waarschijnlijk niet aangekund hebben.' Zei hij met lof over mij. Ik voelde mijn wangen rood worden en gaf Amy en Rory een hand. Ze gaven me een vriendelijke glimlach. 'We moeten hier weg. De Daleks weten dat we hier zijn.' Zei de Doctor en we renden het gebouw uit. Zo heten die wezens dus. Daleks. Rare naam, ik herken het van ergens, maar ik kan het niet plaatsen. Ik moet echt eens iets aan mijn geheugen doen! We bleven staan bij het hek waar de Doctor en ik eerder over geklommen zijn. Deze keer geeft de Doctor me een zetje en spring ik erover, deze keer zijn mijn handen niet in de schrikkeldraad blijven haken. Toen iedereen erover was bleven we buiten adem staan. Na een lange stilte begon Amy te spreken. 'Waarom heb je ons geholpen?' Vroeg ze, nog steeds buiten adem. Ze heeft een duidelijk Schots accent. Hoe kan een Schot Nederlands praten? 'Ik liep per ongeluk tegen de Doctor aan en vond dat hij raar deed, en aangezien ik niks bijzonder gepland heb, besloot ik dat ik hem zou volgen. Ik moet toegeven dat dit leuker is dan de hele dag rond te lopen door de straten van Londen.' Ratelde ik. Ik had bovendien als enigste mijn ademhaling onder controle en ging zitten op een container. De Doctor begon te lachen. 'Deed ik zo raar? Ik doe nochtans normaal voor mijn doen.' Zei hij op een serieuze toon. Amy, Rory en ik schoten in de lach 'Jij? Normaal? Nog in geen milioen jaar!' Zei Rory lachend. De Doctor leek beledigd maar ging er niet verder op in. 'Waar gaan we naartoe?' Vroeg ik aan de Doctor. Hij keek naar Amy en Rory alsof hij toestemming vroeg en zij knikte allebei. Hij deed een teken dat ik hem moest volgen en ik gehoorzaamde.

Na een tijdje stappen kwamen we aan bij een blauwe politie telefooncel. De Doctor pakte een sleutel uit zijn zak en deed de deur open. Er kwam een lichtgevende gloed uit. Verward liep ik er naar toe. Ik stapte binnen en tot mijn verbazing botste ik nergens tegen op. Ik deed mijn ogen open en ik stond in een grote ruimte. Verward liep ik naar buiten en keek de Doctor geschokken aan. 'Het... Is... Groter... Van... Binnen.' Zei ik. De Doctor begon te lachen. Adrenaline stroomde door mijn aders nu. Ik liep de blauwe box binnen en botste bijna tegen het grote paneel voor mij. Dit is een droom die uitkomt.