Deel 1: Het eerste jaar
Hoofdstuk 1
'Where do I begin to tell the story of how great a love can be?'
(Love story - Andy Williams)
Zenuwachtig lag Lily in haar bed te woelen. Morgen zou ze naar haar nieuwe school gaan. Op zich niet een reden om zo zenuwachtig te zijn, maar Lily's nieuwe school was een beetje... vreemd. Een paar weken geleden had ze een rare brief gekregen, die vertelde dat ze een heks was en naar Zweinstein, hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus mocht gaan. Ze had gedacht dat het een grap was geweest, maar toen was de lege enveloppe die nog op tafel lag, veranderd in een hamstertje. Ze had het hele huis bij elkaar gegild tot haar ouders en zusje kwamen aangestormd. Ze had verteld wat ze gekregen had en wat er in die brief stond. Haar vader had de brief van de vloer geraapt en hem toen in snel tempo doorgelezen. Er was een verbaasde uitdrukking op zijn gezicht gegroeid en tenslotte had hij zijn schouders opgehaald en gezegd: "Wel, de hamster heeft mij in ieder geval overtuigd, net zoals hier staat."
Hij had naar de onderkant van de brief gewezen. Lily had de brief terug gegrepen en had gezien dat er nieuwe woorden waren verschenen aan de onderkant van de brief.
"He!" riep ze verbaasd uit. "Dit stond er net nog niet!"
Ps: Wij begrijpen dat Dreuzelkinderen die magie bezitten zonder dit te beseffen sceptisch kunnen staan t.o.v. het idee van heks of tovenaar te zijn. In een poging u ervan te overtuigen dat dit geen grap is, hebben wij de enveloppe voor u in een hamster veranderd. Indien u van mening bent dat dit niet voldoende bewijs is, of indien u nog vragen heeft, voel u dan vrij om een brief te sturen naar onderstaand adres. Dit mag met Dreuzelpost gebeuren. We zijn meer dan bereid u persoonlijk bij te staan. De hamster mag u vanzelfsprekend houden.
Eronder had een adres gestaan van het hoofd van Zweinstein, een zekere Perkamentus. Ze had de brief verbluft terug neer gelegd. Ze kon het niet helpen, maar ze had de schrijver van de brief geloofd. De hamster had ze aan Petunia gegeven, die er blij mee naar haar kamer was gelopen.
Lily's moeder had gefascineerd naar de hamster zitten kijken, maar toen Petunia er de kamer mee was uitgelopen, vroeg ze aan Lily: "Wil je echt naar die school gaan?" Lily had even nagedacht en toen geknikt. Ze zou haar vrienden wel missen, maar kunnen toveren leek haar wel wat.
Op de achterkant van de brief hadden ze het adres van 'De Lekke Ketel' gevonden waar ze, volgens de brief, alles zouden vinden om het schooljaar mee aan te vangen. Dus hadden ze de volgende dag naar het adres gereisd. Haar ouders waren wel drie keer zoekend voorbij de ingang van de groezelige kroeg gelopen, toen Lily ze gefrustreerd mee naar binnen had getrokken. Waren ze blind of zo? Lily had even gedacht dat het een vergissing was. Hoe kon ze hier alles van op haar lijstje vinden? Het was geen winkel geweest, maar een grauwe, donkere pub. Ze had zich zelfs afgevraagd of ze hier ooit wel al eens van Cola hadden gehoord. Haar vader was op de barman afgelopen en zei voorzichtig tegen de kalende man: "Excuseert u mij. Volgens mij heeft er iemand een grap met ons willen uithalen."
De man had hem verbaasd aangekeken en Lily's vader had, op fluistertoon, uitgelegd wat hij bedoelde. Blijkbaar wou hij niet afgaan voor al te veel mensen als hij over magie begon.
"We zouden euhm,... toverspullen moeten hebben."
Tot ieders verbazing had de oude man geglimlacht en gezegd dat ze hem maar moesten volgen.
"Dreuzels hè?" had hij gevraagd en lachte breed zodat ze konden zien dat hij maar een paar tanden over had. Ze hadden niet geweten wat die 'Dreuzels' eigenlijk waren, maar ze hadden het woord herkend van Lily's brief, en dus hadden ze maar geknikt.
De barman was hen voorgegaan naar een binnenplaatsje met een paar lege kratten bier en twee stampvolle vuilnisbakken. Niemand van het gezin Evers had geweten wat ze hier eigenlijk deden. Petunia had haar moeders hand nog wat steviger vastgegrepen toen de man een stokje uithaalde. Hij had op een bepaalde steen in de massieve muur getikt, en naar de familie Evers gelachen, die achter hem gespannen hadden staan wachten. Even had Lily gedacht dat er niets was gebeurd, maar toen had ze gezien dat er een klein wriemelend gaatje was ontstaan, dat groter en groter werd tot ze plots voor een poort hadden gestaan. Erachter hadden ze een lange winkelstraat gezien.
"Welkom op de Weg-is-weg," grijnsde de barman bij het zien van de verbaasde gezichten.
"Als u terug wilt naar Dreuzel-Londen, gaat u gewoon terug door de poort en dan komt u hier wel weer terecht. À propos, ik heb heerlijk boterbier en pittige fire-whisky, indien u straks dorst zou hebben."
Ze hadden vriendelijk geknikt naar de barman en liepen door de poort, denkend dat ze nooit van hun leven iets zouden drinken in díe pub.
De Weg-is-weg bleek fantastisch te zijn. Ze hadden een winkel gevonden waar ze Lily's ketel konden kopen, maar de man achter de toog, een kleine man met kort, grijs haar, had gelachen toen Mr. Evers zijn portefeuille had uitgehaald om te betalen.
"Jullie moeten je Dreuzelgeld wel eerst wisselen hoor," lachte hij vrolijk.
Hij had hen verteld over de tovenaarsbank en even later werden ze geholpen door de vreemdste wezens die Lily ooit gezien had. Ze waren kleiner dan mensen, met grote, vleermuisachtige oren en een grimmige uitdrukking op hun gezicht. Ze hadden niet echt vriendelijk gekeken toen meneer Evers hen had aangesproken aan de balie, maar hun stemmen waren beleefd geweest en ze hadden hen verder geholpen. Er werd een rekening geopend voor Lily.
Toen ze buiten waren gekomen, had Lily een zakje met grote gouden munten, kleinere zilveren munten en kleine bronzen muntjes in haar hand geklemd. Gelukkig hadden de winkels dit geld wel aanvaard en een paar uur later hadden ze bijna alles van Lily's lijstje gekocht. Enkel nog een toverstok. Dit was hetgeen geweest waar Lily het meest naar uitgekeken had. Ze hadden een klein winkeltje gezien naast een grote dierenzaak, waarboven een bordje had gehangen met 'Olivander' en een toverstok. Olivander was een klein mannetje geweest die Lily nogal nerveus had gemaakt, maar even later was ze trots met haar nieuwe toverstok naar buiten gelopen. Ze had het gevoel gehad dat dit haar werkelijke inschrijving in de toverwereld was geweest.
"Oh mama! Kijk!" had ze Petunia horen zeggen. Ze had omgekeken en gezien dat Petunia naar een prachtige sneeuwwitte uil wees in de dierenzaak naast Olivanders.
"Wat denk je, schat? Zullen we de meisjes een diertje kopen?" had haar moeder glimlachend aan haar vader gevraagd. En dus liepen ze even later alle twee met een dier onder de arm uit de winkel. Petunia had toch geen uil gekocht, toen ze gezien had hoeveel die vuil maakten, en haar moeder had gedreigd dat ze het zelf zou moeten opruimen. In plaats daarvan had ze een prachtige vis gekocht die om de haverklap van kleur veranderde. Lily had een schattig langharig, wit poesje gekocht, dat spinnend in een mand lag.
Op de weg naar huis had het op Lily's schoot gelegen en zat gefascineerd naar de vis van Petunia te kijken.
"Let je wel op dat jouw kat niets met mijn vis doet?" had Petunia angstig gevraagd, toen de kat haar poten had gestrekt en een paar scherpe klauwen tevoorschijn waren gekomen.
"Natuurlijk," glimlachte Lily en ze had de kat zachtjes in haar nek geaaid.
"Hoe ga je hem noemen, schat?" had haar moeder gevraagd van op de passagierszetel, vooraan in de auto. Lily dacht even na.
"Snoezie," had ze tenslotte geantwoord. "Het is zo'n dotje, en zo te zien, houdt ze wel van snoezen."
Lily had bijna niet kunnen wachten tot de vakantie gedaan was, en dat was absoluut nog nooit voorgekomen. Een week voor het einde van de vakantie had ze een feestje gegeven voor al haar vriendinnen. Ze had niet mogen zeggen waar ze naar toe ging, want Dreuzels mochten niets weten van de tovenaarswereld, maar ze had hen beloofd veel te schrijven en haar ouders hadden hen verzekerd dat ze alle brieven voor Lily zouden doorsturen.
Naarmate de laatste week ten einde liep, was ze zenuwachtiger geworden en nu, op de vooravond van haar vertrek, stonden haar zenuwen op springen. Wat als niemand haar leuk vond? Of stel dat ze de trein miste? Wat als toveren nu heel moeilijk bleek te zijn, en dat ze het gewoon niet kon? Of stel dat het toch allemaal één grote grap was?
De maan scheen door een kier in de gordijnen in de kamer en verlichtte de brief op haar bureau. De felgroene inkt leek bijna te gloeien in het donker. Maar het was geen eng gezicht. Het had iets vertrouwelijks. Pas enkele uren voor haar moeder haar wakker maakte, viel Lily in slaap.
