En hier is het eerste echte chapter. Omdat Love Fantasy zo zat te zeuren ; ). Nee hoor, da's niet waar.
Nou ja, enjoy!
2. Lizzie vlucht.
Lizzie las de brief van haar neef voor de twintigste keer die avond. Ze zuchtte. Mens, wat wou ze graag naar daar gaan en dit stomme huis ontvluchten.
Haar vriendinnen, die vorig jaar nog 'o zo' belangrijk waren geweest, en haar 'o zo' gingen missen, hadden haar deze zomer nog geen blik waardig gegund. Nog geen één brief hadden ze beantwoord, en niet één keertje hadden ze gebeld. Het leek alsof Lizzie niet meer bestond, gewoon, verdwenen. Lizzie was kwaad, héél kwaad.
Maar nu bestond er de kans dat ze naar Remus kon! En Sirius en James gingen er ook zijn! Lizzie had de hele dag er alles voor gedaan om haar ouders, en dan vooral haar moeder, gunstig te stellen. Haar muziek stond maar op 1/3 van wat het kon halen, in plaats van het oorverdovende maximum. Ze had helpen afwassen en afdrogen, en ze was met haar moeder naar de supermarkt geweest, een hals karwei! Misschien kon ze nu wel proberen om te vragen of ze mocht gaan.
Lizzie liep zonder weel lawaai te maken de trap af. Haar ouders zaten in de sofa wat te lezen.
Haar vader keek op. 'Is er wat, Lizzie?' vroeg hij.
'Ehm, ik zou eigenlijk wat willen vragen.' Nu keek ook haar moeder op, met een vragende blik in haar ogen.
'Wel,' begon Lizzie, en ze slikte. 'Ehm, jullie hebben waarschijnlijk al gemerkt dat mijn vriendinnen niet meer op of om me kijken,' haar ouders knikte. 'En tante en oom zijn op vakantie, dus nu zit Remus alleen thuis, en hij heeft gevraagd of ik misschien kon logeren, net als een paar vrienden.' Oef, dat was eruit.
Lizzies moeder knikt goedkeurend. Er voel een pak van Lizzies hart. 'Wie zijn die anderen dat nog gaan?' wou haar moeder weten.
'James Potter,' zei Lizzie. Haar moeder knikt één keer. 'En Sirius Zwarts,' voegde Lizzie er zwakjes aan toe.
Haar moeder werd lijkbleek en haar ogen zo groot als Galjoenen. Hier had Lizzie al schrik voor gehad, ze wist namelijk precies hoe haar moeder over Sirius dacht. Ze herinnerde zich nog levendig die eerste ontmoeting van een week geleden. Het was op Perron 9 ¾, na Lizzies eerste jaar op Zweinstein. De eerste vijf jaar had ze op Beauxbatons gezeten, maar voor haar zesde jaar was ze naar Zweinstein gegaan. Lizzie was de trein uitgesprongen en had Sirius meegenomen naar haar ouders. Ze had hem voorgesteld, maar toen het woord 'vriendje' viel, was haar moeder bijna van haar stokje gegaan.
'Geen sprake van!' tierde haar moeder. 'Echt niet dat jij naar die verachtelijke jongen gaat!'
'Maar-'
'Geen gemaar! Die jongen is onbeschoft en heeft geen respect voor anderen!'
'Dat is niet waar!' riep Lizzie terug. Sirius had haar een … nogal …passionele afscheidszoen gegeven, maar dat verklaarde de link nog niet die haar moeder had gelegd met 'geen respect voor anderen'.
'Er komt niets van in dat jij naar die jongen gaat!' brulde haar moeder.
'Je kan me niet dwingen hier te blijven!' tierde Lizzie. 'Ik ben zeventien, ik kan gaan en staan waar ik wil!'
'Je blijft hier en daarmee uit!'
'Toch ga ik!' en Lizzie draaide zich abrupt om.
''Goed!' riep haar moeder terwijl Lizzie de trappen opstampte. 'Maar als er wat gebeurt, als hij je zwanger maakt of in de steek laat, moet je vooral niet bij mij komen aankloppen!'
'Zal mij wat schelen!' riep Lizzie terug, en ze sloeg de deur van haar kamer met een klap dicht. Ze haalde haar hutkoffen vanonder haar bed en begon haar laatste spullen er in te steken. De rest stak er al de hele dag in.
Zodra haar hutkoffer volledig vol was, begon ze na te denken. Hoe kon ze hier weg geraken? Haar moeder had het huis zo betoverd dat je er niet kon Verschijnselen of Verdwijnselen, dus dat viel af. De haardvuur stond beneden, dus die kon ze ook niet gebruiken. Lizzie liet haar blik door de kamer glijden en haar blik viel op haar bezem. Het was een vrij snelle bezem, de beste van het moment. Ja, met de bezem, dat was het!
Juist toen haar hutkoffer goed aan haar bezem vastzat, werd er op de deur geklopt.
'Wat moet je?!' riep Lizzie geïrriteerd naar de deur. Mam zou haar toch niet kunnen ompraten?
'Ik ben het,' zei een kalme stem, en de deur ging open.
'Oh, hoi pap,' zei Lizzie, en ze richtte haar aandacht terug op haar hutkoffer. Haar vader liep naar binnen en legde een plastic tas op de hutkoffer. Lizzie keek op, met een vragende blik in haar ogen.
'Ik weet niet hoe lang je er over gaat doen om daar te geraken, en je moet nog boeken voor het komende jaar kopen, dus dat kan wel handig zijn,' verklaarde pap. Ik de plastic tas stak er een geldbuideltje vol met Galjoenen en Sikkels, en eten en drinken.
'Wouw, bedankt,' zei Lizzie verbluft.
'Ach,' zei pap bescheiden. 'Doe ze de groeten daar, hé.'
Lizzie snoof. 'Ook Sirius?' vroeg ze schamper.
'Vooral Sirius,' zei pap. Hij glimlachte. 'En die speech van daarnet geld enkel voor je moeder, en niet voor mij, onthoud dat.'
Lizzie knikte. 'Ze meende het wel, hé?' vroeg ze. Dat haar vader stilzweeg zei genoeg. 'Vind jij het niet erg?'
'Ach,' zei hij, en hij ging op het bed zitten. 'Ik heb ook wel gemerkt dat je jezelf hier suf verveeld. En ik kan er niet tegen jou zo depressief te zien. Je bent beter af bij Remus, bij je vrienden.'
Zie, daarom had Lizzie liever zo'n gesprekken met haar vader. Die luistert tenminste en onderbreekt je niet om de haverklap. En hij begon niet gelijk het hele kot bijeen te schreeuwen. Lizzie wist ook wel dat haar moeder het allemaal goed bedoeld, maar ze zal nooit het standpunt van een ander innemen. Haar vader wel. Zelfs als ze plots naar Alaska zou willen verhuizen, zou hij weten dat er een goede reden achter zit. Dat wist Lizzie zeker, net als ze zeker wist dat de preek van mam nu gemeend was, en serieus genomen moest worden.
Met een diepe zucht liep Lizzie naar het raam, met haar bezem in de hand. Ze keek om haar schouder en zag haar vader haar een bemoedigende blik toewerpen. Dat gaf Lizzie het laatste beetje moed en ontnam het laatste beetje schuldgevoel dat ze nodig had om door hat raam te springen en weg te vliegen.
En?
Een reviewtje waard?
knipper, knipper, knipper
