Ashpaw POV


Ik was vrij laat op pad gegaan met Nightheart voor de training. Toch waren we niet alleen bij de trainingskuil. Duststripe en zijn apprentice Rainpaw waren er.
"Vroeg uit de veren," miauwde Nightheart. Rainpaw schrok en Duststripe sprong bovenop haar, omdat ze haar concentratie verloor.
"Rainpaw, concentreer je nou eens," gromde Duststripe. Nightheart duwde me de kuil in en sprong achter me aan.
"Duststripe, anders laten we onze apprentices samen vechten," stelde Nightheart voor en ik schudde mijn kop hevig op en neer.
"Vooruit dan," mompelde Duststripe en hij liep samen met Nightheart naar de zijkant van de trainingskuil. Rainpaw en ik stonden tegenover elkaar, strijdhouding. Ik blies naar Rainpaw en zij naar mij.
"Kom op dan," siste ze en we liepen rondjes om elkaar heen. Ik zag hoe ze zich klaarmaakte voor een sprong. Rainpaw sprong en ik ontweek haar met gemak. Ik haalde uit naar haar en binnen vijf minuten had ik Rainpaw ingemaakt.
"Niet eerlijk," zeurde Rainpaw toen Duststripe haar meenam naar het kamp. Ook Nightheart en ik keerden terug naar het kamp.
"Laten alle katten die oud genoeg zijn om hun eigen prooi te vangen zich beneden de Hogesteen verzamelen," sprak de heldere stem van Moonstar en samen met de andere apprentices liep ik naar de Hogesteen. Moonstar stond op de Hogesteen, en Nightheart zat pal voor de steen. Ik liep naar mijn mentor toe. Moonstar sprong van de steen af en liep naar ons toe.
"Nightheart, ben jij er zeker van dat deze apprentice klaar is om warrior van de ThunderClan te worden?" waren de rituele woorden van Moonstar.
"Ja, ze zal een warrior worden waar de Clan trots op kan zijn," miauwde Nightheart. Moonstar keek naar de hemel en ik zag de eerste sterren van de Zilverpels aan de hemel schitteren.
"Ik, Moonstar, leader van de ThunderClan, doe een beroep op mijn krijgersvoorvaderen om op deze apprentice neer te kijken. Ze heeft hard getraind om de werking van uw nobele krijgscode te begrijpen, en ik beveel haar op haar beurt aan als warrior." Het was doodstil. Geen enkele kat maakte een geluid. Zelfs de wind was stil, de prooi ook. Moonstar wendde zich tot mij. "Ashpaw, zweer je dat je de krijgscode in ere zult houden en deze Clan zult verdedigen en beschermen met gevaar voor eigen leven?"
"Dat zweer ik," antwoordde ik luid en duidelijk, terwijl ik het bloed door mijn lijf voelde stromen als de rivier in nieuwblad.
"Dan geef ik je nu uit de naam van de StarClan je warriorname. Ashpaw, van nu af aan zul je bekend staan als Ashclaw. De StarClan eert je moed en je doorzettingsvermogen, en wij heten je welkom als volwaardig warrior van de ThunderClan." De Clan kwam om me heen staan en ik keek naar Nightheart.
"Ashclaw! Ashclaw!" riep de gehele Clan en ik voelde me speciaal. Rainpaw keek me chagrijnig aan. Ik was nu gewoon een warrior, geen apprentice meer. De andere apprentices kwamen eerst naar me toe om me te feliciteren. Nouja, Nightheart was eerder, maar dat terzijde.
"Gefeliciteerd Ashclaw. Wat gaat het nu stil worden in ons hol," miauwde Eaglepaw en duwde zijn neus tegen mijn vacht.
"Ik ga jullie ook missen. En sommigen van jullie zullen snel warrior worden. Toch Rainpaw?" Rainpaw gromde wat en duwde haar neus tegen mijn flank.
"Denk maar niet dat onze competitie nu gestopt is. Ik kom je snel vergezellen Ashclaw," lachte ze en liep naar Duststripe. Ze vroeg wat aan Duststripe en hij knikte. Lillytail kwam naar me toe en feliciteerde me met mijn ceremonie. Ook de andere warriors feliciteerden mij. Redstorm kwam naar me toe en nam me mee naar Moonstar.
"Ashclaw, je moet vannacht de wacht houden. Ik zie je morgen wel weer." Moonstar verdween haar hol in en Redstorm organiseerde de laatste patrouille. Duststripe, Rainpaw, Eaglepaw en Nightheart. Ik at snel nog wat prooi en ik zag hoe het langzaam donker werd. Ik ging op mijn post zitten en wachtte tot alle warriors, apprentices, queens en elders lagen te slapen.

De morgen kwam vrij snel en ik zag dat de kittens van Hazelnut de nursery verlieten.
"Ashpaw!" riep Cherrykit.
"Het is Ashclaw, you fool," miauwde Tulipkit.
"Ach man, wat boeit het!" blies Grapekit.
"Cherrykit! Tulipkit! Grapekit! Hier komen," schalde de stem van hun moeder over de vlakte. Piepend liepen de kittens terug naar Hazelnut en Redstorm kwam naar me toe.
"Ashclaw, ga je mee op patrouille?" vroeg hij verlegen. Ik knikte en hij haalde Pinepaw, zijn eigen apprentice. Samen met Pinepaw en Redstorm liep ik door het ThunderClan territorium. Pinepaw was er vaker vandoor dan dat hij bij ons was. "Dus Ashclaw, hoe voelt het om warrior te zijn?"
"Ik heb werkelijk geen idee. Ik voel nog geen verschil met gisteren."
"Dat komt wel. Misschien dat je binnenkort een apprentice krijgt."
"Zo vroeg al?"
"Moonstar vindt dat beter. Hoe sneller je begint, hoe beter de stof in je hoofd blijft zitten."
"Goede gedachte," mompelde ik en sprong bovenop een eekhoorn. Redstorm ving een veldmuisje en Pinepaw had drie veldmuisjes, een konijn en een spreeuw. Met zijn drieën sleepten we de prooi naar het kamp en maakten we snel de patrouille af.