Hoofdstuk 2---------------------------------
Severus
---------------------------------
Mijn vader had een brief gestuurd. Ik zat aan het ontbijt met enkele afdelingsgenoten en herkende de enorme uil meteen. Stom beest. Ik had er een hekel aan, net zoals ik een hekel had aan mijn vader. Hij was een vreselijke man, sloeg mijn moeder en had zijn handen ook wel eens in mijn richting laten wapperen. Enkel en alleen omdat ik vond dat hij een Dreuzel niet op deze manier hoorde te behandelen. Nadat ik mijn toast naar binnen had gewerkt, schreef ik terug. Kort en krachtig. Uitgebreide woorden waren voor mijn vader niet van belang. Het ging hem niets aan wat er zich hier allemaal afspeelde en wat ik allemaal mee maakte. Het kon hem toch niets schelen, dus waarom zou ik dan uitgebreid antwoorden op zijn brief? Lange brieven waren meer voor mijn moeder bestemd, zij leek tenminste wél oprecht in mij geïnteresseerd te zijn.
"Moet je zien, daar heb je ze weer!"
Ik werd aangestoten en keek meteen op. Drie meiden, twee blonde en één donkerharige. Ze kwamen de Grote Zaal ingelopen en hadden er duidelijk al een uurtje les op zitten. De overvolle tassen gaven aan dat ze nog lang niet klaar waren voor vandaag. Naast me werd gelachen.
"Severusje is verliefd!", werd er plagend geroepen. Ik wendde mijn blik snel van de drie meisjes af en richtte me weer op de brief. Onwillekeurig gleed mijn blik weer naar het drietal, dat aan de tafel van Griffoendor plaats had genomen en lachend wat te eten had gepakt. Een grote uil streek bij één van hen neer, bij de meisje met de donkere haren.
"Stap dan toch eens op haar af!"
"Ach, alsof zij ook maar íets zou zien in een Zwaddelaar!"
Mijn vrienden kibbelden verder over het feit dat meisjes van andere afdelingen best wel eens Zwaddelaars leuk konden vinden, terwijl ik het perkament oprolde en mijn veer en inkt in mijn tas stopte.
"Wat vind jij, Severus?"
"Wat kan mij dat nou schelen? Zie je het al voor je? Een Zwaddelaar met een Griffoendor."
"Vergeet de andere twee afdelingen niet, niet ieder meisje zit bij Sake en haar volgelingen in de afdeling!"
Mijn hoofd liep rood aan bij het horen van die naam. Ze wisten maar al te goed dat ik iets vaker naar haar keek dan naar de anderen. Hoewel ik het ontkende en het niet had gezegd, leken ze te weten dat ik haar wel leuk vond.
"Wie zegt dat ik Sake leuk vind?!", snauwde ik. Ik stond op en hing mijn tas over mijn schouder.
"Het is overduidelijk."
"Precies."
"Ik zie jullie later wel, ik moet even naar de Uilenvleugel."
Met die woorden liet ik het groepje jongens achter. Toen ik langs de Griffoendortafel liep, merkte ik op dat Sake al weer weg was.
"Hé, Secretus! Niet al het moois van de meisjes afkijken, hè!"
James Potter. Zijn vriendjes Remus, Sirius en Peter lachten hard en ik negeerde ze. Vlug liep ik verder, zodat een vervloeking uit te sluiten was. Hoewel het dom van ze zou zijn met in een ruimte vol docenten te vervloeken, was het wel typisch iets voor James en Sirius.
Toen ik de deur naar de Uilenvleugel opende, zag ik dat er al iemand anders was met hetzelfde idee. Echter viel het me meteen op dat het Sake was, het meisje van Griffoendor. Het meisje waar ik volgens de anderen verliefd op zou zijn. Maar dat was ik niet. Ze was van Griffoendor en was bevriend met James en zijn maatjes. Ze lachte me uit als ik weer vervloekt werd door één van hen, ze had er de grootste lol in. Waarom zou ik verliefd worden op iemand die mij uitlachte? Lily Evers daarentegen, was een meisje dat het alles behalve leuk vond dat ik zo werd geteisterd door James en zijn gevolg.
'Was zij maar meer zoals Lily.'
Ik keek vreemd op van die gedachte en bloosde licht. Als Sake zich nu maar niet omdraaide en het zag, wie weet wat ze er dan van zou gaan denken!
"Jij hier? Ik had niet verwacht dat een modderbloedje als jij post zou moeten versturen. Nu ik erover nadenk... Dat zal vast ook wel niet het geval zijn. Jij hebt geen vrienden."
Ik zei het alleen maar omdat ik mijn dekmantel niet op wilde geven, om er verzekerd van te zijn dat Sake niet zou gaan denken dat ik haar aardig zou vinden. Mijn toon was alles behalve vriendelijk, mijn blik was kil, misschien zelfs wel afstandelijk. In mijn hoofd telde ik af, Sake had altijd binnen enkele seconden een snauwende opmerking terug, maar de tijd verstreek en in plaats van terug te snauwen, draaide ze zich langzaam om. Wat ik toen zag bezorgde me kippenvel, liet me even schrikken. De altijd zo harde, zo onverschillige Sake had gehuild. Haar gezicht was betraand, haar ogen waren lichtjes rood gekleurd en haar gezicht stond verre van vrolijk.
"Houd je mond, Severus.", het klonk enigszins vermoeid, maar vooral verdrietig. Toch snauwde ze het naar me en leek ze de emoties in haar stem te willen verbloemen. Sake slaagde er niet in, ik hoorde het toch en was even uit het veld geslagen. Ze liep me voorbij en trok de deur open. Met een harde knal viel de deur weer in het slot en stond ik alleen in de Uilenvleugel. Verbluft. Verbaasd. Uit het veld geslagen.
Even leek ik vergeten te zijn waarom ik hier ook al weer was, maar ik schrok op uit mijn gedachten toen een uil met een hoop gefladder en gekras de toren binnen kwam gevlogen.
"Kom hier, uil. Ik heb je nodig."
Met veel moeite lokte ik het beest naar me toe en bond ik het rolletje perkament aan zijn poot.
"Breng dit naar mijn vader, wil je."
De uil vloog weg en ik bleef alleen in de toren achter. Met een zucht draaide ik me om en verliet ik de uilen, om naar mijn volgende les te gaan. Verweer tegen de Zwarte Kunsten, samen met de Griffoendors een blokuur lang. Ik had er geen zin in en keek er tegenop. Een blokuur samen met de Griffoendors betekende vrijspel voor James en zijn vriendjes.
Tegen de tijd dat ik het lokaal binnen kwam gelopen, was iedereen al binnen. Ik was duidelijk de laatste.
"Neem me niet kwalijk, professor.", verontschuldigde ik me, waarna ik mijn vaste plek bij het raam opzocht en er ging zitten. Ik zat alleen, zoals gewoonlijk. James en Sirius begonnen meteen te smoezen, Peter en Remus luisterden grijnzend mee.
"Heren, stilte alstublieft. Ik zou graag beginnen met mijn les."
Slakhoorn richtte zich tot het viertal, net zoals de rest van de klas. Maar ze hoorden het niet en fluisterden gewoon verder.
"Potter, Zwarts, Lupos, Pippeling!", riep Slakhoorn. "Monden dicht en bij de les blijven."
Mijn blik gleed van het fluisterende viertal naar Sake en haar twee vriendinnen, die eveneens aan het fluisteren waren met elkaar. In de klas was het doodstil en ook James en de anderen waren stil. De blikken van de rest van de klas gleden nu naar de drie meiden.
"Nee, ik ga echt niet morgen! Waarom zou ik?!"
"Je móet, Sake! Als je niet gaat geef je hem gelijk, dan bevestig je zijn gedachten."
"Daarbij weet je niet waarom hij je wilt spreken, het kan net zo goed om iets anders gaan."
"Ik weet heel goed dat het niet om iets anders gaat, Sharon."
"Dames -"
"Het zou toch kunnen?"
"Dames -"
"Nee, je hebt toch gelezen wat er in die brief staat, Mindy! Het gaat echt -"
"Je moet toch gaan, ik vind -"
"DAMES!"
De drie meiden keken geschrokken naar professor Slakhoorn.
"Fijn, dank u. Kan ik nu verder met de les?!"
De verdere les was langdradig en saai. Afgezien van de uitval die Slakhoorn naar Sake en haar twee vriendinnen deed, was er verder niets bijzonders dat er gebeurde. Verveeld tekende ik figuurtjes op mijn perkament, terwijl ik Slakhoorn ergens ver weg hoorde praten over de simpelste vloeken die er bestonden. Niemand interesseerde het iets, mij in ieder geval niet. Een heel uur lang naar het gezever van Slakhoorn luisteren was nou niet bepaald iets wat ik leuk vond. Ik voelde de warme zonnestralen door het raam op mij neer komen en werd wat loom. Mijn oogleden zakten langzaam dicht en ik was wat aan het knikkebollen. Met een zachte plof viel mijn hoofd op het pas beschreven perkament en was ik in slaap gevallen.
