Ik moest toegeven dat Romee gelijk had. Het was een prachtige stad. Na een tijd van het uitzicht te hebben genoten liep ik langs schattige winkeltjes weer richting het centrum. Ik herinnerde mezelf eraan dat ik voor iedereen thuis souvenirs moest meenemen, dus ik liep een willekeurig winkeltje in. Dat was geen succes. De verkoper probeerde me een miniatuur van de toren van Pisa die kon oplichten in vierentwintig kleuren aan te smeren. Uiteindelijk lukte het me om hem duidelijk te maken dat ik graag een ketting wilde met een blauw hart van albast, de steensoort die je bijna overal in Volterra zag.
Na nog een paar van dezelfde soort winkeltjes met bijna dezelfde soort prullen, vond ik dat het wel tijd werd om te kijken of Romee al klaar was. Ik hing mijn nieuwe ketting om mijn hals en liep naar het plein met de klokkentoren. Romee was er nog niet. Ik bleef er een half uur staan wachten, maar Romee was er nog niet. Er was inmiddels al bijna 2 uur voorbij.
Toen bedacht ik me ineens dat ze, toen ze me niet kon vinden, naar Roberts huis zou kunnen zijn gegaan, dus ben ik daar maar naar haar gaan zoeken. Ook daar was ze niet. Na nog een keer de hele stad door te zijn gelopen was ik het spuugzat. Ik liep het gebouw binnen waar Romee naar binnen was gegaan voor de rondleiding.
Aan een balie zat een jonge vrouw in een net mantelpakje, die wat papieren doorlas en aantekeningen maakte. Ik schraapte al mijn moed bij elkaar en liep er naartoe.
"Uhm… Hallo…?" Begon ik voorzichtig.
Ze keek van haar papierwerk op. "Buongiorno! Kan ik je misschien ergens mee helpen?"
"Ja graag…" Antwoorde ik en ik legde de situatie uit. "Ziet u, mijn vriendin ging hier naar binnen voor een rondleiding, en ze is na 2 uur nog niet terug. Ik vroeg me dus af hoe lang die rondleiding duurt en…"
De vrouw achter de balie leek even licht geschrokken, maar vervormde haar gezicht snel weer tot een brede glimlach.
"Ik denk dan dat je hier verkeerd zit, het spijt me maar-,"
"Ze ging hier naar binnen!" Viel ik haar in de reden.
Ze was even stil.
"Misschien… Oh! Zei dat dan eerder!" Ze stond op en wees naar een bankje aan de andere kant van de hal.
"Als je daar even wilt wachten vraag ik het eventjes voor je."
Ik knikte, bedankte haar en liep naar het bankje. Maar voor ik kon gaan zitten, riep ze me alweer.
"Als je die deur daar doorgaat, kom je in een lange gang. Als je die helemaal doorloopt kom je bij twee grote deuren uit. Daar zijn ze."
"Bedankt hoor!" Zei ik en ik liep de deur door.
De gang waardoor ik liep was vreemd, onheilspellend. Aan weerszijden brandden fakkels maar verder was het helemaal donker. Na een tijdje lopen kwam ik bij twee grote deuren uit. Daar moest ik doorheen. Ik trok er een open.
Ik had het idee dat ik bij een modellenconferentie terecht was gekomen. Nee… Ik wist het niet. Ik stond in een grote, ronde zaal. Tegenover mij, op een verhoging, stonden drie tronen. Op de tronen zaten drie in het zwart geklede mannen. Om de verhoging heen stonden vier ontzettend knappe mensen in het zwart, en ook nog bij de deur waar ik stond. Ze keken me allemaal aan. Hier zat ik niet goed… Maar het was toch echt… Ik had het gevoel dat ik zo rood als een tomaat werd.
"Sorry… verkeerde… Zaal…" Mompelde ik en liep snel weg en deed de grote deur snel achter me dicht. Mijn knalrode gezicht werd bleek en mijn hart ging tekeer in mijn borstkas. Dat heb ik weer. Ik verstoorde vast hun toneelstuk, ofzo…
Ik leunde met mijn rug tegen de deur en drukte mijn handen op mijn borst in een poging mijn hart tot bedaren te brengen. Wat had ik toch? Ik zat verkeerd, dat was alles…
Achter de deur hoorde ik geroezemoes. Ik wilde snel weglopen, straks riepen ze me terug en zouden ze lastige vragen gaan stellen… Maar opeens drong een prikkelende lucht door de muffe geur van de gang. Bloed. Mijn handen zaten onder het nog warme bloed en het was niet van mij. Het had aan de deurknop aan de andere kant van de zaal gezeten.
Mijn walging wegdenkend veegde ik het bloed aan de deur achter mij af, die op dat moment open zwaaide. Ik viel voorover.
Snel kabbelde ik overeind en draaide me om. Tot mijn grote opluchtig stond er een jong meisje, niet veel ouder dan ik. Ze was gekleed in een zwart jurkje met daaronder schattige lakschoentjes met een klein hakje. Ik zou er een moord voor doen om er zo goed uit te zien. Haar blonde haar was naar achteren gebonden. Ze had volle lippen en ze kon naar mijn idee meteen benoemd worden tot World's next topmodel, maar… Haar ogen.
"Oh mijn god…" Fluisterde ik in mezelf. Dit meisje kon onmogelijk een albino zijn maar toch had ze bloedrode ogen. Ik was nog steeds bezig met het aangapen van het meisje toen een haast fluwelen stem vanachter haar riep:
"Jane! Lieveling, breng jij onze gast binnen?"
Het meisje, dat blijkbaar Jane heette, reageerde op dat verzoek door mijn arm bijna de ontwrichten door me ruw naar binnen de trekken, en me daarna hard voorover duwde, zodat ik weer voorover op de grond viel, en over de marmeren vloer een paar centimeter doorgleed, zodat ik in het midden van de grote, ronde zaal op de vloer lag.
Ik boog mijn hoofd en kneep even mijn ogen dicht, om mezelf te vermannen. Onhandig krabbelde ik overeind en trok mijn kleren recht. Gewoon de situatie uitleggen… Gewoon vertellen wat er aan de hand is…
"Eh…" Begon ik. "Hallo… Ik-,"
Ik keek op naar de drie tronen. Op de middelste zat een man met lang zwart haar die mij geïnteresseerd aankeek. De man links daarvan was totaal het tegenovergestelde daarvan. Hij keek verschrikkelijk verveeld. De man aan de rechterkant, die bijna wit haar leek te hebben, keek alsof ik een kras had gemaakt op zijn nieuwe auto, en me het liefste zou willen onthoofden. Alledrie de mannen hadden dezelfde, angstaanjagende, melkrode kleur ogen.
"Excuseer mij, maar wat doe je hier?" Vroeg de man met de fluwelen stem op de middelste troon beleefd.
"Het spijt me vreselijk! Ik… Ik…"
Mijn keel was kurkdroog. Ik kon geen woord uitbrengen. Paniek borrelde in mijn maag. Zeg het ze dan gewoon! Leg het uit! Je zoekt alleen maar je vriendin! Maar daar zat het probleem niet. Ik was gewoon verdwaald. Maar het feit dat ik hier temidden van zeven in het zwart geklede supermodellen met rode ogen stond, dàt was mijn probleem.
