D1 - Rowan O'Neil POV
Splahs!
Ik kom met een ruk overeind en ben compleet doorweekt. Boos kijk ik naast me, waar mijn vader staat met een nu lege emmer water.
"Je moet wakker worden, lui varken! De Boete is vandaag!" Schreeuwt hij in mijn oor. Ik deins terug van het harde geluid en de geur van alcohol is overweldigend op de vroege ochtend.
"Kom op! Sta op! Je hebt niet heel de dag de tijd..." zegt hij nog terwijl hij mijn kamer uit loopt en samen met de geur van alcohol even verdwijnt. Ik doe wat hij zegt en kom al rekkend en strekkend uit mijn bed. Het was al een tijdje terug dat ik binnen heb geslapen. Normaal, als ik iets doe wat mijn vader niet aanstaat, moet ik in de buitenlucht slapen. Niet dat ik dat erg vond. Integendeel, meestal bleef ik zo lang mogelijk op om mijn omgeving te bestuderen. Niet dat mijn vader dat wist. Hij vond me toch al zo'n mislukte zoon. Hij wilde liever dat ik strijdlustig was dan dat ik confrontaties uit de weg ging.
Het doorweekte shirt waarin ik heb geslapen gooi ik in de was en ik stap onder de lekkere warme douche. Ik blijf er iets langer onderstaan dan normaal, maar kom er dan uiteindelijk toch onderuit. Ik trek jeans aan die afgeknipt zijn tot mijn knieën en een lekker zittend groen shirt. Als ik in de spiegel kijk, zie ik dat mijn blauwe oog nu langzaam groen en geel is gekleurd. Logan, de zoon van mijn vader's makker, heeft me flink te pakken gehad. Gelukkig kan ik behoorlijk snel rennen, dus hij heeft niet meer schade kunnen toe richten. Ik ben een lafaard, oké, dat weet ik, maar ik hoef andere tenminste niet toe te takelen, iets wat ik zeker kan, maar gewoonweg weiger.
Ik droog mijn zwart krullend haar dat in mijn ogen valt en haal mijn ketting onder mijn shirt vandaan. Een ketting met een haaientand. Ik kan niet zwemmen, wat mijn vader wel het ergste aan mij vind, en mijn enige vriendin Eve had me daarom deze ketting gegeven toen ik klein was. Ze zei dat zolang ik deze haaientand had ik nooit zou verdrinken, omdat ik de zee met me meedraag. Zoiets, ongeveer.
Beneden zit mijn vader weer flink aan de whisky. Doet hij al sinds mijn moeder overleden is aan een ziekte. Ik was nog te jong om het me te herinneren.
Ik eet snel een ontbijtje en laat mijn vader achter, om naar Eve te gaan en haar thuis te helpen met haar drie broertjes en twee zusjes. Ze zijn een stuk armer, en wonen dan ook in het armere gedeelte. Op de weg daar naartoe word ik flink nageroepen door andere jongens die al hun hele leven trainen voor de Hongerspelen, net als ik, maar ik negeer het zoveel mogelijk en dwing mijn voeten om sneller te lopen.
Voordat ik ook maar de kans heb om aan te kloppen bij Eve's huis, gaat de deur al open en springen Eve's twee zusjes om mijn hals, Bree en Holly. Ze hebben hun boete jurkjes al aan, maar hun blonde haar is nog los en danst om hun gezichten. Ze sleuren me mee naar binnen, waar ik Eve bij de watertobbe vind, druk bezig met het schoonmaken van het haar van een van haar broertjes. Haar gezicht is een en al concentratie doordat ze het modder uit het haar van haar broertje moet halen. Het is er bijna niet uit te krijgen, zolang zit het er al in.
"Goedemorgen Eve," begroet ik haar. Ze kijkt op, en er verschijnt een glimlach op haar gezicht. Ze is de oudere versie van Bree en Holly, met dansend blond haar tot haar middel en sprankelende blauwe ogen. Het is moeilijk om mijn ogen van haar af te houden.
"Goedemorgen Rowan. Snel van huis gegaan?" Ik knik en ze concentreert zich weer op het haar van haar broertje, die naar mijn nu verkleurde blauwe oog staart. Het is niet de eerste verwonding die hij ziet, en zeker niet de ergste.
Terwijl Eve zich bezighoudt met haar broertjes, vlecht ik het haar van Holly en Bree en twee vlechten. Ik kon nooit vlechten, en had dat een keer tegen Eve gezegd. Ze had hard gelachen en het voorgedaan. Mijn eerste paar pogingen waren dramatisch slecht, maar daarna werd ik er steeds beter in. Als Eve klaar is met haar broertjes haalt ze een kam door haar haar en vraagt of ik het wil vlechten. Ik doe mijn best om het niet te verprutsen. Mijn handen trillen zo erg dat haar haar steeds tussen mijn vingers glipt, maar uiteindelijk krijg ik het toch voor elkaar en hangt er een lange vlecht op haar rug.
Het is tijd om naar het plein te gaan, waar de Boete plaats vind. Alweer word ik nageroepen, maar ik negeer het. Ik zie dat Eve een paar keer bijna haar zelfbeheersing verliest, maar ik pak haar hand en geef er een kneepje in dat aangeeft dat het wel goed is. Ze bijt op haar lip, maar houdt zich wel in.
Ik schrijf me in, maar vier keer, en ga in het vak van de zestienjarige staan. Ik blijf uit de buurt van Logan en kijk strak naar voren. Het enige wat door mijn hoofd gaat, is dat ik hoop dat Eve veilig zal zijn dit jaar.
D1 - Elena 'Leena' Lyndie POV
Uit verveling gooi ik een mes uit de keuken telkens weer opnieuw in de houten muur. Ik gooi, wrik het weer uit het hout en gooi weer. En weer. En weer. Ik heb toch niks beters te doen. Eerst ging ik altijd darten, maar dat is saai geworden en ik moet mezelf vermaken, dus dan pak ik maar gewoon een mes. Wachten tot we naar het plein moeten voor de Boete duurt lang. Ik haat het om te wachten.
Het mes zit net weer vast in het hout, als mijn zusje, Jazmine, me komt halen. Ze heeft een groen jurkje aan dat ooit van mij was, haar blonde haar is gevlochten en haar groene ogen staan verdrietig. Ze is zo bang dat ik naar de Hongerspelen zal worden gestuurd.
Ik laat het mes zitten en glimlachend til ik haar op en draai haar rond. Ze moet lachen, en als ik haar loslaat heeft haar verdrietige uitdrukking plaatsgemaakt voor een vrolijke. Met mijn hand aai ik over haar bol.
"Je moet niet zo verdrietig kijken, Jazmine. Het is ongezond!" lach ik. Ik ben niet vrolijk, natuurlijk niet, maar zo moet ik wel doen voor mijn zusje. Ik moet sterk zijn voor haar. Godzijdank is zij nog te jong om naar de Hongerspelen te worden gestuurd.
"Ja, ja. Ik weet het, Leena. Maar we moeten gaan." We moeten gaan. Hopelijk kom ik terug. Maar zo mag ik niet denken. Ik kom terug. Zeker weten.
Als we door de straten lopen, ik met een lolly in mijn mond die ik nog net mee had kunnen grissen, zie ik dat mam Jazmine hakken heeft gegeven en dat ze daar amper op kan lopen. Ik rol met mijn ogen. Mijn moeder, als genezer, moet toch weten hoe slecht die dingen lopen? Ik twijfel dan ook niet om te bukken en Jazmine te wenken. Vragend kijkt ze me aan.
"Kom dan! Hop er dan op!" Ze rolt met haar ogen en lacht, maar kan het toch niet weerstaan om het af te wijzen. En dus, met jurk aan en al, springt ze op mijn rug. Ik zelf heb ook hakken aan, maar ik loop er een stuk beter op dan mijn zusje.
Uit mijn ooghoeken zie ik mam met haar ogen rollen en pap die probeert zijn lachen in te houden. Ik zie mensen wijzen, maar ik negeer het maar gewoon. De meeste weten dat ze niet met mij moeten sollen. Ik ben niet zo vergevingsgezind, en als ik je eenmaal niet mag, heb je een probleem. Mij praat je niet zo gouw om. Koppig als een ezel, klaagt mam altijd.
Jazmine komt pas van mijn rug af als het echt moet, omdat ik me in moet laten schrijven. Voordat ik naar het vak van de vijftienjarige loop, houdt Jazmine me tegen.
"Ik moet gaan Jazmine," zeg ik.
"Wacht nou even," zegt ze. Ze bukt en haalt iets van haar enkel. Ik had het nog niet opgemerkt, maar het is een enkelbandje met roze en witte kralen.
Als ze het van haar eigen enkel heeft losgekregen, maakt ze het vast aan mijn linkerenkel. "Ik dacht dat het je misschien wel geluk zal brengen," zegt ze weer als ze weer recht staat. Ik omhels haar en fluister 'dankjewel', en loop dan naar het vak waar ik moet staan. Terwijl de burgemeester zijn brabbel-verhaal begint zoals altijd, staar ik naar het enkelbandje. Jazmine heeft het duidelijk zelfgemaakt, wat het extra bijzonder maakt. "Elena Lyndie."
Huh? Is dat niet mijn naam?
Verstrooid kijk ik op, en zie onze begeleider, Andy Blackstone, met een papiertje in zijn hand.
"Elena Lyndie," zegt hij nog een keer, op zoek naar de eigenaar van die naam. Ik voel een duwtje van iemand achter me in mijn rug, en loop richting het podium. Mensen gaan voor me aan de kant en ik ga naast Andy Blackstone staan. Ik zie dat mijn vriendin Celeste mijn zusje vast houdt, die hysterisch aan het huilen is. Mijn moeder is ook aan het huilen, maar dan geluidloos. Pap is alleen maar wit weggetrokken, maar houdt zichzelf goed in de hand.
Fel kijk ik voor mij uit. Ik weiger om als een zielig kind in elkaar te zakken, en in plaats daarvan richt ik me op mijn toekomst. Ik zal terugkomen. Andy Haalt een naam uit de bol met jongensnamen en leest een naam van een papiertje.
"Rowan O'Neil." Onmiddellijk hoor ik jongens luidkeels 'Boe' roepen en zie ik dat er een jongen naar voren wordt geduwd. Hij is groot genoeg om een flinke klap te verkopen, maar hij reageert niet op de anderen en loopt stug door. De huid rond zijn linkeroog is geel en groen gekleurd. Hij heeft een paar dagen terug duidelijk een flinke klap gehad.
Hij klimt het podium op en schudt mijn hand. Ik kijk hem vijandig aan. Ik ga geen vrienden maken. Ik moet moorden, en ik moet weten wat zijn zwakke plek is.
"DAT IS MIJN JONGEN! MIJN JONGEN!" schreeuwt een dronken man die heen en weer zwalkt. Ik kijk naar Rowan, maar hij let er niet op. Hij staart maar naar één ding.
Zijn zwakke plek.
Een meisje met lang blond haar huilt geluidloos. Ongetwijfeld zijn vriendin. Ik kijk weer naar de jongen naast me. Over zijn linkerwang glijdt een traan. Hij ziet er sterk uit, maar het is ongetwijfeld een watje en zal dus niet lang leven.
We worden naar het gerechtsgebouw geleidt en van elkaar gescheiden. Ik neem afscheid van mijn ouders, zusje en mijn vriendin, Celeste, maar huil niet. Als ik naar de spelen ga, betekent dat dat ik moet vechten, en dat kan ik, want ik ga naar huis. Zeker weten.
D1 - Rowan O'Neil POV
Het afscheid met mijn vader is... dramatisch. Hij kan bijna niet meer op zijn benen staan, zo dronken is hij. Het enige wat hij zegt, is dat hij pas trots op me zal zijn als ik de Hongerspelen win. Maar het maakt me niet uit of hij nu trots op me is of niet. Daar ben ik een paar jaar geleden overheen gekomen, nadat ik me zo had uitgesloofd met trainen dat ik nog amper kon lopen.
Eve en haar familie komen ook afscheid nemen. Eve's broertjes en zusjes weigeren me los te laten en worden uiteindelijk door hun ouders van me weggetrokken. Dan blijven Eve en ik nog over en weet ik niet wat ik moet zeggen. Ik weet dat dit de laatste keer zal zijn dat ik haar zie, maar ik krijg het niet over mijn lippen om haar te vertellen wat ik voor haar voel. En daarom zeg ik het ook niet. Nee, ik doe iets heel anders.
Als de vredebewakers komen om haar te halen, krijg ik een waas voor mijn ogen en denk niet meer na. Ik leg mijn hand achter haar nek, en kus Eve op haar mond. Ze reageert door met haar handen mijn haar vast te pakken en haar lichaam tegen mij aan te drukken, maar ze word bijna gelijk van me weggerukt door de vredebewakers. Terwijl ze haar wegtrekken, rollen de tranen van haar wangen en schreeuwt ze mijn naam.
D2 - Zac Davids POV
67, 68, 69...
"ZAC! Wakker worden! De Boete is vandaag!" hoor ik mijn jongere broertje Ric roepen aan de andere kant van mijn kamerdeur. Duh, hoe kan ik vergeten dat de boete vandaag is? Ik ben al helemaal klaar voor vandaag en ben nu alleen maar aan het opdrukken om de tijd te moorden.
73, 74, 75... 98, 99, 100, 101...
Ik hoor dat mijn kamerdeur open word gedaan, maar stop niet met opdrukken. Ric zal me druk bezig zien en mijn kamer weer verlaten. Mij met rust laten terwijl ik mijn spieren nog meer train.
"Oh Zac!" hoor ik de hoge meisjesstem van mijn vriendin Stacie zeggen. Onmiddellijk bij herkenning van de stem kom ik overeind en sla ik mijn gespierde armen om mijn meisje. Ze reageert door haar armen om mijn hals te slaan en verleidelijk naar me te lachen.
"Alweer aan het opdrukken, zie ik?" zegt ze terwijl ze me opneemt met haar blauwe ogen. Mijn spieren aan het bewonderen. Je kunt niet anders dan niet naar mijn spieren staren. Ik ben één en al spierbonk. Op mijn beurt laat ik mijn blik over haar glijden. Ze heeft haar lange bruine haar in een knot gedaan, heeft een kort blauw jurkje aan en naaldhakken. Alles bij elkaar ziet ze er verdomd goed uit.
"Ja, natuurlijk. Ik moet me wel klaar maken voor de spelen!" zeg ik met een arrogante glimlach. Ze giechelt en begint me hartstochtelijk te zoenen.
"Zac..." iemand opent mijn kamerdeur. Ik kijk niet op en zoen gewoon verder. "We moeten naar het plein," zegt Ric bijna verveelt. Ik trek me met moeite los van Stacie en werp hem een boze blik toe. Als blikken konden doden... Desondanks dat hij Stacie en mij heeft gestoord, doe ik wel wat hij heeft gezegd en loop samen met Ric, mijn ouders en Stacie naar het plein. Stacie en ik gaan snel een andere kant op. Als ik niet aan het trainen ben, ben ik wel bij Stacie. Wat ik dan doe... Ach ja, laten we het er maar op houden dat we niet al te veel tijd besteden met praten.
Als we een eindje uit de buurt van mijn ouders en Ric zijn maakt Stacie haar zilveren ketting met een 'S' los. Vragend kijk ik haar aan.
"Je districtsaandenken," zegt ze, en ze maakt de ketting om mijn nek vast. Vandaag is de dag dat ik me aanbied als vrijwilliger voor de spelen, en Stacie is de enige die het weet. Ik heb haar beloofd om te winnen en terug te komen met bakken geld.
Ik antwoord niet, maar in plaats daarvan begin ik haar gewoon weer heftig te zoenen. Ik laat haar pas weer los als we ons moeten inschrijven. In het vak van de achttienjarige jongens staan heel wat spierbundels, maar ik ben verreweg het meest gespierd. Het knapste ben ik natuurlijk ook met mijn warrige bruine haar en blauwe ogen. Wie dat niet ziet is blind. Of ik maak ze zelf blind. Terwijl de burgemeester het Verdrag van Verraad voorleest, bedenk ik wel honderd manieren om mijn tegenstanders te vermoorden.
D2 - Shayna Miri POV
Ik lig al zeker een uur naar mijn plafond te staren, als ik uiteindelijk besluit om uit bed te komen. De boete, de boete, de boete... Zenuwachtig bijt ik aan de binnenkant van mijn wang, en niet veel later proef ik de bekende smaak van metaalachtig bloed. Ik trek me er niks van aan en ga naar de badkamer.
Ik had gehoopt dat de douche me iets minder zenuwachtig zou maken, maar het heeft niets geholpen. Ik droog me af en trek mijn boete kleding aan. Een zwartrood rokje met verschillende riemen, zwarte gevechtslaarzen en een wit shirt. Een andere outfit dan al die meelopers uit district twee die zichzelf allemaal in een te strak jurken steken.
Ik kam mijn bijna witte haar tot mijn middel en laat het los hangen. Zo zit mijn haar het fijnst. Ik houdt mijn gezicht dichter bij de spiegel en bekijk mijn grasgroene ogen. Zachtjes kreun ik. Ze zijn zo lelijk. Afschuwelijk. Afzichtelijk. Ik haat ze. Ik haat mijn lelijke grasgroene ogen.
Wanneer ik weer genoeg heb gevit op mijn ogen loop ik de trap af naar beneden, waar mijn vader en moeder aan de keukentafel zitten. Mijn vader kijkt niet eens op of om, om te laten merken dat hij mij erkent, maar leest stug door in zijn boek. Zijn ravenzwarte haar is zoals gewoonlijk strak naar achter gekamd en met gel vastgeplakt. Zijn haar glimt een beetje van de gel in het licht.
Mijn moeder daarin tegen, die helemaal wit weggetrokken is, staat gelijk op en omhelst met stevig.
"Oh meisje... wat een verschrikkelijke dag is het vandaag weer..." zegt ze in een grafstem. Zachtjes duw ik haar van me af en probeer weer adem te halen.
"Mam. Rustig maar. De boete is echt niet zo erg, hoor," zeg ik bits. Ik zie dat ze een traantje wegpinkt.
"Zo'n moedige dochter..." mompelt ze. Ze draait zich om en zet een ontbijtje voor mij op tafel. Gebakken eieren, ons zoute district brood en een glas sinaasappelsap. Het moet ontzettend veel hebben gekost, maar ik zeg er niks van. Mijn moeder geeft me immers ieder jaar op de dag van de boete zo'n ontbijt. Ze is als de dood dat ik zal worden gekozen. Dat zal waarschijnlijk niet gebeuren, maar naar de Hongerspelen gaan doe ik dit jaar wel. Uit mijn ooghoeken kijk ik even naar mijn vader. Voor hem zal ik ga. Zal ik winnen. En hij zal trots op mij zijn.
Ik schrok mijn ontbijt naar binnen en wacht tot het tijd is om naar het plein te gaan. De tijd gaat tergend langzaam, met mijn vaders stilzwijgen en mijn moeder's pogingen om haar tranen binnen te houden, maar uiteindelijk is het tijd en gaan we richting het plein. Ik schrijf me in en ga in het vak voor de zeventienjarige meisjes staan, bij mijn 'vriendinnen' die slappe pogingen hebben gedaan om mijn stijl na te doen. Ik rol met mijn ogen. Domme meiden. Ze weten dat ze nooit zoals mij eruit zullen zien, met mijn perfecte bijna witte haar.
Laury, een meisje met knalrood haar en sproetjes, tikt me aan en lacht venijnig.
"Heb je al gehoord dat Stacie's vriendje Zac zich vrijwillig gaat aanmelden voor de spelen?" Ik trek mijn wenkbrauwen op en schud mijn hoofd van 'nee'.
"Nou, niemand anders weet het... maar ja, ik liep toevallig langs toen hij het haar vertelde," grijnst ze en ze kijkt sluw Zac's kant op, die dom in zichzelf staat te grijnzen. Ik grijns met Laury mee, ook al vind ik haar een enorme trut, en kijk naar het podium waar de burgemeester zijn babbeltje houdt. Laury heeft me zo net verteld wie mijn tegenstander zal zijn.
De begeleidster, Francis Roberts, komt het podium op en loop direct door naar de meisjesbol en trekt een papiertje.
"Kelly..."
"IK BIED ME AAN!" schreeuw ik al voordat ze verder kan gaan. Ze kijkt me aan en begint gelijk te lachen en vrolijk te doen. Ik haat vrolijke mensen, maar ik krijg het voor mekaar om terug te lachen en het podium op te lopen. Ik negeer mijn moeder die ik zie flauwvallen in de mensenmassa en kijk in plaats daarvan naar een paar van mijn 'vriendinnen' die met hun monden wagenwijd open naar me staan te staren.
Francis vraagt mijn naam, verspilt verder geen tijd en begint al met het lezen van de naam van de jongenstribuut, als Zac zich inderdaad aanbiedt. Hij beukt met zijn kolossale lichaam iedereen aan de kant en klimt het podium op en gaat naast me staan. Ik vraag me af of het Capitool hem iets heeft gegeven om zulke enorme spieren te kweken.
In het Gerechtsgebouw zeg ik dat ik geen bezoekers wil. Ik zal mijn ouders wel weer zien als ik terug kom van de spelen. Als ik heb gewonnen.
In plaats van dat ik afscheid van ze neem, kijk ik naar mijn gouden medaillon. Aan de ene kant zit een fotootje van mijn ouders en ik. De andere kant is leeg. Daar zal ik een foto in doen van mij en mijn familie als we in de Winnaarwijk wonen.
D2 - Zac Davids POV
In het gerechtsgebouw neem ik afscheid van mijn ouders en Ric. Het is niet erg emotioneel. Gelukkig maar. We weten allemaal dat ik terug zal komen. Ook Stacie weet dat, want ze komt geen afscheid nemen. Haar manier van zeggen dat ze zeker weet dat ik zal winnen. En ik geef haar groot gelijk.
Terwijl ik alleen wacht tot ik naar de trein mag, denk ik aan de andere tribuut van dit district. Shayna nog wat. Ze ziet er als een beroeps uit en is erg charmant, maar ik kan haar makkelijk hebben. Ze zal niet eens de tijd hebben om te zien dat ik het ben als ik haar vermoord. Ik grijns bij de gedachten.
Deze Hongerspelen gaan erg leuk worden.
D3 - Luc Tej POV
Zoals gewoonlijk, word ik wakker met mijn mond half open op de houten vloer. Slaapdronken kijk ik naar het bed waarop ik in slaap was gevallen. Ja hoor, mijn broertje Tyler ligt nog gewoon heerlijk te slapen in ons bed. Hij trapt me er altijd midden in de nacht uit. Tegenwoordig word ik niet eens meer wakker als ik de bekende klap voel van mijn lichaam tegen het hout van de vloer.
Kreunend sta ik op. Slapen op de vloer wend nog steeds niet, tenminste niet voor mijn spieren. Als ik mij uitrek, hoor ik ze protesteren. Zo'n knappe jongen als ik zou niet op de vloer moeten slapen.
Voor wraak steel ik Tyler's deken. Hij begint gelijk om zich heen te voelen en kreunt zachtjes, iets van 'rot op Luc...'. Nee, het is niet de eerste keer dat ik de deken jat, maar ach, hij zal niet snel kou vatten.
"Moet je me maar niet steeds uit bed schoppen! Straks krijg ik nog een splinter in mijn perfect egale huid!" zeg ik luid in zijn oor. Dat zorgt voor nog meer verwensingen uit zijn mond, maar ik trek me er niks van aan en begin aan mijn ochtend ritueel. Nou ja, ochtendritueel... boete-ritueel eerder. Op de dag van de boete moet ik presenteerbaar zijn, dus krijg ik een stevige schrobbeurt van mijn moeder in de watertobbe. Gelukkig zie je, door mijn warrige zwarte haar, de modder niet zo goed die permanent in mijn haar is vastgeplakt. Daarna trek ik mijn boete-kleding aan. Een blauw shirt en een witte broek. Simpel en schoon. Ik ben de oudste jongen thuis, dus draag geen afdankertjes van oudere broers.
Bij het ontbijt (een snee oud brood en een mok thee) komen mijn broertjes en zus naar beneden. Mijn jongste broertje Ryan van acht, middelste broertje Tyler van tien en mijn zus Levi van dertien, bijna veertien. Mijn moeder begint aan hun schrobbeurt en geeft ze hun ontbijt.
Tyler werpt me telkens boze blikken toe, maar ik negeer hem gewoon. Ryan zit bij mijn vader op schoot en Levi zit tegenover me te eten terwijl mam haar lange ravenzwarte haar kamt en vlecht. Voor het eerst in haar leven houdt ze haar mond langer dan een vijf minuten. We zijn beide niet dol op boetes, vooral dit jaar niet, aangezien dit mijn eerste zal zijn, maar het brengt voedsel op. We hebben amper geld om te besteden en er is niks om te ruilen, dus leven we praktisch van het voedsel dat we elke maand krijgen van de boete. Levi schreef zich vorig jaar zes keer in. Ik wilde haar toen dolgraag helpen en nu kan dat eindelijk. Eindelijk kan ik ook meehelpen.
D3 - Levi Tej
Terwijl mijn moeder mijn haren vlecht, kijk ik naar Luc. Ik weet dat hij zich dolgraag wil inschrijven voor voedselbonnen. Het is praktisch zijn enige gespreksonderwerp. Natuurlijk gaat het dan alleen om de voedselbonnen en niet om de kans dat je wordt gekozen vergroot word door je vaker in te schrijven. Niemand helpt hem van zijn roze wolk af. We hebben die voedselbonnen nodig om te overleven.
Zodra het tijd is, vertrekken we naar het plein waar de boete plaats zal vinden en schrijven Luc en ik ons in. Met een meute vriendinnen om mij heen sta ik in het vak van de dertienjarige. Ik babbel zoals gewoonlijk erg veel en hoop dat ik er ontspannen uitzie. Ik ben zo zenuwachtig als maar zijn kan.
De begeleidster van district drie, een nieuwe zo te zien, komt het podium op nadat de burgemeester zijn zegje heeft gedaan. Haar hand verdwijnt in de bol van de meisjes en ze trekt er een papiertje uit.
"Levi Tej."
Ik loop gelijk resoluut het podium op en staar recht voor mij uit. Een echte reactie geef ik niet. Het zijn meer mijn vriendinnen die dat doen. Sommige barste spontaan in tranen uit. Huh.
De enige reactie die wat in mij losmaakt, is Luc's reactie. Hij probeert zich tevergeefs naar voren te wringen en bij het podium te komen, maar anderen houden hem tegen. Ik slik opkomende tranen weg en sluit me af. Het enige waar ik aandacht aan geef is de begeleidster die met veerkrachtige passen naar de jongensbol loopt. Ze pakt een papiertje en begint de naam voor te lezen.
"Jam..."
"IK BIEDT ME AAN!" gilt Luc over het plein terwijl hij nog steeds naar voren probeert te komen. Geshockeerd staar ik hem aan. Anderen laten hun greep op hem los en hij komt naar voren gerend. Met een rechte rug gaat hij naast me staan. Hij negeert me compleet.
We worden naar het gerechtsgebouw geleidt en krijgen aparte kamers toegewezen. Mijn ouders zijn blijkbaar eerst naar Luc gegaan, want de eerste die binnenkomen zijn mijn vriendinnen. Sommige huilen, anderen doen hun best het in te houden. Ik troost ze zonder ook maar iets te voelen. Ik voel geen verdriet, boosheid of iets anders. Gewoon... niks. Het zal nog wel niet helemaal door zijn gedrongen in mijn hersenen.
Het enige dat ik weet, is dat ik dit moet zien te overleven samen met mijn broertje. Voor welke prijs dan ook.
D3 - Luc Tej
Wat me bezielde? Wie zal het zeggen. Ik kan alleen maar mijn tranen inhouden en afscheid nemen van mijn ouders en broertjes. Ik zal Levi helpen dit te overleven, zodat zij weer terug naar huis kan en voor de familie kan zorgen. Ze hebben haar nodig, en ik moet ervoor zorgen dat ze veilig thuis zal komen. Hoe dat me zal lukken?
Door de kogels voor Levi op te vangen.
Dit zijn zeker niet de beste boetes die ik heb geschreven hoor! xD Vooral D3... sorry daarvoor!
