Hoofdstuk 2.
Edward's POV.
Edit: Ik was, toen ik begon aan dit verhaal, eigenlijk van plan alles uit Bella's POV te doen. Echter kreeg ik, nadat ik hofodstuk een af had, inspiratie voor iets uit Edward's POV. Dat dus uitgedraait is op dit. Vanaf nu aan zal ik dus wisselen tussen de POV's van die twee. I hope you like it.
Chapter song ;
I've never been good at, saying goodbye,
but everyday i wake up, and i try.
Iam haunted by memories, and things i can't change,
they're changing me.
Ik zag het beeld al verschijnen voor ik goed en wel mijn ogen had gesloten. Het bleef me achtervolgen, alsof iets wilde dat ik er elke minuut van de dag aandacht, -alsof ik dat al niet deed.- Het was het beeld van een meisje, een jonge vrouw. Ze had een bleke huid, broos, tastbaar.
Haar donkerbruine ogen stonden vastberaden, met een lichte onzekerheid ergens diep van binnen. Haar wangen waren dieproze gekleurd, en haar lange donkerbruine haar viel over haar schouders.
Ze was het mooiste wat ik ooit had gezien, het leek alsof ik haar weer voor me had, alsof haar heerlijke geur weer mijn neus binnendrong. Ze kwam dichterbij, ik strekte mijn armen, ik wilde haar vasthouden, haar omhelzen, en haar vervolgens nooit meer laten gaan...Ruw werd ik wakker geschud uit mijn fantasie, de harde werkelijkheid drong tot mij door. Ik lag op een heideveld vlak bij de rivier, het was nacht. De sterren fonkelde als juwelen boven mijn hoofd, in schitterende hemellichamen en vormloze figuren. De maan zorgde voor een bleek licht dat weerkaatste op het voorbij stromende water in de rivier, ieder ander persoon zou dit prachtig hebben gevonden. Ik niet.
Elk ding, elk voorwerp, elke gebeurtenis, had zijn schoonheid in mijn ogen verloren.
Het was alsof ik in een donkere kamer stond, met geen enkel lichtpuntje om het beeld duidelijk te krijgen. Ik was verblind, verblind door de pijn, verblind door de afschuw, overspoeld met verwijten tegen mijzelf. Ik zuchtte, ik werd gek van mezelf. Alles wat ik deed, elke actie die ik onderging, deed me op de een of andere manier denken aan haar. De liefde van mijn leven, die ik voor altijd kwijt was. Ik hees mezelf overeind, luisterde aandachtig naar de geluiden van de nacht.
Ik hoorde niks bijzonders, enkel het water dat met de stroming mee ging, de normale nachtelijke geluiden van de nachtdieren in het bos, geritsel van takken en bladeren. Ik draaide me om en zette een sprint in naar het huis, de ramen waren verlicht, al wist ik dat er niemand was.
Carlisle was immers in het ziekenhuis, hij maakte graag overuren, hij had zijn passie gevonden in het redden van mensen levens. Ik koesterde een diep respect voor mijn pleegvader, hij pakte dingen aan zoals niemand anders dat deed, gunde mensen een kans terwijl ieder ander er een hopeloze zaak in zag. Esmé was samen met mijn broers en zussen jagen, ze zouden voor school begon weer terug zijn. Uiteraard hadden ze mij ook mee gevraagd; ik had geweigerd. Ik hield ervan om even alleen te zijn, geen medelijdende blikken te zien, geen gedachtes te horen die mijn familieleden probeerde te verbergen. Maar het ergste was nog wel om elke dag met hetzelfde geconfronteerd te worden, het feit dat ze me nog steeds niet goed snik vonden. Tot op de dag van vandaag hebben ze mijn beslissing nooit begrepen. Het moeilijkste was –afgezien van het afscheid nemen van háár- nog wel om ze te vertellen dat ik wilde vertrekken; ze mededelen dat hun geen afscheid van haar konden nemen.
Het heeft een tijdje geduurd om ze ervan te overtuigen dat een rechte breuk beter zou zijn, vooral Alice was erg koppig. Toch was het me gelukt, en mijn familie vertrok. Ik bleef, mezelf voorbereidend op hoe ik het moest aanpakken. Ik had er lang over na gedacht, maar ik moest stoppen met zelfzuchtig zijn. Elke dag, elk uur, elk moment dat ik bij haar was, liep ze gevaar.
Er hoefde maar iets te gebeuren of ik was haar kwijt, ik weet dat ik haar zelf niet zomaar aangevallen zou hebben, mijn gevoelens zouden dat onmogelijk gemaakt hebben. Maar mijn familieleden waren daar niet allemaal zo begaand in, het was dan ook Jasper die Bella probeerde te vermoorden. Ik besloot om te liegen, ik vertelde haar de ergste en de grofste leugen die iemand ooit in de geschiedenis had vertelt.
En zelfs dát was nog niet het pijnlijkst, haar reactie was veel en veel erger.
Ik had gewoon gezien hoe haar ogen veranderde, hoe ze het geloofd had. Tot op de dag van vandaag ben ik er nog niet uit hoe dat heeft kunnen gebeuren, hoe heeft ze er zo snel van uit kunnen gaan dat alles een leugen is geweest? Alle keren dat ik mijn liefde getoond heb, dat ik haar vasthield, haar kuste...hoe kon ze denken dat dat niet oprecht was geweest? Ik schudde mijn hoofd, probeerde de gedachtes eruit te krijgen. Ik maakte mezelf nog eens gek, dag in dag uit piekerde ik over dezelfde dingen, vroeg me dingen af waar ik geen antwoord op kon geven. Ik plofte neer op de bank en keek naar buiten, de donkere nacht in. Ik dacht aan Bella, die nu hoogstwaarschijnlijk zou slapen.
Ik dacht aan hoe ik haar altijd in slaap neuriede, hoe ze in mijn armen in slaap viel. Hoe mooi en vredig ze er altijd bij lag, hoe ze zachtjes mompelde en sprak in haar slaap. Ik vroeg me af hoe het met haar zal gaan, zou ze erover heen zijn? vast wel, misschien zou ze nu iets hebben met Mike Newton of Eric Yorkie, misschien was het wel iets geworden tussen haar en Jacob Black.
Ik snoof, al wist ik dat ik er niks meer over te zeggen had; ik voelde een sterke woede door me heen gaan als ik dacht aan Bella die met een andere jongen ging....Haar hand verstrengeld met die van iemand anders, háar liefde die ze gaf aan iemand anders....en straks was het ook nog zo'n sukkel als Mike of Eric! Het moest niet gekker worden. Maar als Bella daar gelukkig van zou worden, dan zou ik dat ook zijn. Want Bella's geluk is en blijft het belangrijkste in mijn leven. Ik wierp een blik op de klok, het was half zes. Een flauw licht was zichtbaar aan de horizon, Carlisle en de andere konden elk moment thuis komen. Ik ging alvast naar boven, kleedde me om, en toen ik net beneden was hoorde ik de voordeur open gaan. Nog geen twee tellen later stond Carlisle in de woonkamer, zijn bleke huid lichtgevend in het aantastende duister.
'Zijn de andere er nog niet Edward?' zijn stem klonk zoals altijd kalm, Carlisle beschikt over een kalmte en een zelfbeheersing gehalte waar ik nog veel van kon leren. Ik schudde mijn hoofd,
'Nee, al denk ik dat ze elk moment kunnen komen.' Ik wende mijn hoofd af en staarde weer naar buiten, zag de ene ster na de andere verdwijnen, opgeslokt door het ochtendlicht. Ik voelde dat Carlisle naar me staarde, en ik wenste met alle hoop die ik in me had dat hij niet dacht waarvan ik bang was dat hij het dacht. Ik had het mis.
Zo gaat het niet langer Edward, je gaat er aan onderdoor. Dit heeft al veelte lang geduurd.
Ik draaide me hoofd om en keek hem verwijtend aan,
'Ik heb het beste met je voor Edward, ik snap dat het moeilijk is maar...dit is ongezond,' ik snoof, al wist ik dat ik er niks tegen in te brengen had, het irriteerde me mateloos dat hij gelijk had. Carlisle kwam tegenover mij zitten en keek me doordringend aan.
'Edward' begon hij geanimeerd, ik wist wat er ging komen, had het al honderden keren, op verschillende momenten, in verschillende variaties van verschillende personen gehoord. Alleen nooit van Carlisle of van Esmé, het waren mijn broers en zussen geweest die dag in dag uit geprobeerd hadden om op mij in te praten, mijn ouders hadden zich altijd afzijdig gehouden, tot nu dan.
'Ik wil er niet over praten Carlisle' mompelde ik, vastberaden staarde ik weer uit het raam.
Hij zuchtte, 'Goed dan Edward. Weet alleen dat...wat je ook doet, we zijn er altijd om je te steunen,' ik hoorde hem de kamer verlaten en gaf nog steeds geen kik.
Ik wist dat de rest elk moment kon komen en bereidde me voor op een lading onderzoekende blikken. Misschien had ik toch beter mee kunnen gaan, maar voor het jagen hoefde dat niet. Uit verveling jaagde ik zo'n beetje om de twee dagen, het was puur tegen de verveling, een afleiding die al mijn gedachtes even op nul zette.
Ik hoorde gelach opklinken van buiten, een bulderende stem vulde de slaperige stilte van de schemering. Nog geen seconde later vloog de deur open, ik draaide om en zag mijn broers en zussen opgetogen binnen komen. 'Je hebt wat gemist jongen. Het was ZO'N beer, echt geweldig! Heb lang niet zo gevochten met een beest, hij hield het opmerkelijk lang uit' Emmett had een grote grijns op zijn gezicht, in zijn gedachte zag ik de beelden voorbij vliegen. Een groot donker beest, en een opgewonden Emmett die hem uitdaagde. Ik schudde mijn hoofd, Emmett vond het altijd leuk om te spelen met zijn 'voedsel', hij daagde ze uit, maakte ze woester dan ze ooit geweest waren en doodde ze vervolgens.
'Jaja Emmett, we hebben het nu wel gehoord, dankje' Rosalie schudde geïrriteerd met haar hoofd terwijl Emmett weer in bulderend gelach uitbarstte. Alice maakte zich los uit Jasper's omhelzing en kwam tegenover me zitten.
'Edward, we moeten met jouw auto naar school,'
het duurde even voor ik snapte wat ze bedoelde.
'Hoezo, we kunnen toch met die van Jasper gaan, zoals altijd?'
Jasper schudde zijn hoofd, 'Hij start niet, Rosalie moet er straks maar even naar kijken.'
Ik gromde, 'We kunnen ook gewoon met Emmett's jeep gaan, of Rose's Cabrio' ik zag mijn familieleden veelbetekende blikken uitwerpen, 'Wat?.'
Alice sloeg haar ogen ten hemel, 'Edward, we trekken al enorm de aandacht. We zitten hier nu 4 maanden en nog staart alles en iedereen ons aan. Als we dan met een gigantische monsterjeep aankomen of met een niet normaal snelle Caprio dan vallen we pas écht op.' Ik voelde dat woede bezit van me nam, wat zou het uitmaken als we een dagje de aandacht wat meer dan normaal trokken? Het zou mij een vreselijke rit besparen. Ik heb mijn Volvo niet meer aangeraakt sinds we weg zijn uit Forks, hij deed me te veel denken aan Bella. Elke keer weer zag ik haar voor me, hoe ze opgewonden mijn auto s'Ochtends inklom, haar haar dat uit het raam wapperde, haar geur hing er nu nog, ik kon het vaag ruiken als ik door de garage heenliep. Een hele rit met die geur in mijn neus zou vreselijk kwellend zijn, ik kon het niet opbrengen, niet nu. 'We gaan niet met mijn auto, desnoods rennen we, maar ik weiger om ook nog maar éen stap in die auto te zetten' gromde ik.
'Maar, je hield altijd van die au-' Emmett's stem viel weg toen Rosalie hem verwijtend aankeek.
Ik zag Alice bezorgd naar me kijken,door haar hoofd flitste verschillende beelden.
Maak je geen zorgen Edward, Emmett rijd anders wel. Ik schudde mijn hoofd.
'Je snapt het niet Alice, hoe kan ik...' fluisterend viel mijn stem weg.
'Edward, het is maar voor een keer, alsjeblieft, voor ons?' en met grote verdrietige ogen keek Alice mij aan. Een paar tellen staarde ik haar aan, ik zuchtte en knikte. Met een brede grijns sprong Alice op, 'Geweldig! Oke Rose kom mee, ik wil je die nieuwe laarzen laten zien die ik laatst gekocht heb...' en vrolijk pratend verlieten mijn twee zussen de kamer.
Emmett zat nog steeds met een opgetogen grijns voor zich uit te kijken, zijn overwinnings gevoel over het gevecht met de beer zal nog wel een paar uur aanhouden. Jasper nam met een ernstig gezicht plaats op de bank, zijn ogen hielden mij in de gaten. Jasper voelde zich nog steeds vreselijk schuldig, hij had nog meer last van een schuldgevoel dan mij. Al had ik hem al honderden keren gerustgesteld dat het niks uitmaakte, dat er vroeg of laat toch iets was gebeurd waardoor we hadden moeten vertrekken; dat we blij mochten zijn dat het goed was afgelopen, en dat ik hem niks verweet. Allemaal tevergeefs natuurlijk, ik hoorde hem minstens een keer per week met zichzelf worstelen, de ene beschuldiging na de andere raasde dan door zijn hoofd heen.
Alles oke? ik knikte, 'Met jou? Was het een beetje uit te houden met hem daar,' en ik maakte een hoofdgebaar naar Emmett.
Jasper grinnikte en rolde met zijn ogen, ja ging het wel.
Stilte.
Je moet ermee stoppen Edward, ik trok mijn wenkbrauwen op.
Waarmee? gebaarde ik,
Jasper zuchtte. Ik kan voelen wat jij voelt, weetje nog? Ik voel je zelfwroeging, en dat terwijl jij de allerlaatste zou moeten zijn die zich schuldig voelt!
Ik wilde mijn mond al openen om te protesteren, maar Jasper zijn gedachte onderbraken me.
Nee Edward het is zo, het is mijn schuld dat je het te gevaarlijk vond worden, als ik me had kunnen beheersen was er niks gebeurd die dag en dan zaten we misschien nog steeds in Forks. Maar gebeurd is gebeurd, je hebt een keuze gemaakt Edward. En al is het de slechtste keuze die je ooit gemaakt hebt, je moet er of mee leren leven of erop terug komen, maar dat eindeloze geknies is om gek van te worden.
De woorden troffen me als een zweepslag, meestal was het Emmett die precies zei wat hij dacht, maar van Jasper was ik het niet gewend. Je moet er of mee leren leven of erop terug komen... dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Hoe vaak heb ik wel niet op het punt gestaan om weer terug te gaan naar Forks? Om Bella alles uit te leggen, haar te smeken om mij terug te nemen...maar altijd werd mijn netvlies dan weer gevuld met Bella die onder het bloed en glazuur in onze woonkamer lag... Ik wilde en zou haar leven niet in gevaar brengen, nooit meer. En als dat betekende dat ik de rest van mijn bestaan ongelukkig zou moeten doorbrengen, dan had ik dat er graag voor over. Daarbij, hoe groot was de kans nou dat Bella mij nog wilde? Het is al 2,5 jaar geleden...waarschijnlijk zou Bella nu ergens studeren als tweedejaars, ik voelde dat mijn nieuwsgierigheid weer oplaaiden. Wat zou Bella nu, op dit moment doen? Waar zou ze aandenken, waar en met wie zou ze zijn? Misschien werd ze nu wel langzaam wakker, in de armen van iemand anders, misschien was ze gisterenavond wel door iemand anders in slaap gezongen.
Gefrustreerd stond ik op en beende de woonkamer uit, het is je eigen schuld drong er door me hoofd heen, eenmaal buiten aangekomen rende ik het bos in. Ja het is mijn eigen schuld, waarom Edward? Waarom heb je het gedaan, eikel die je bent. Woest trapte ik tegen een boom aan, de stam begaf het met een krakend geluid en de takken werden verpulverd terwijl de boom naar de afgrond stortte. Wezenloos keek ik er naar, terwijl de vraag waarom?! door mijn hoofd bleef spoken.
Je wilde haar beschermen, maar in plaats van dat je bij haar bleef, liet je haar daar achter. De enigste die haar echt pijn heeft gedaan ben jij zelf.
Ik voelde de verleiding oplaaien, ik zou naar Forks kunnen gaan...alleen om te kijken of Bella daar nu was, zonder dat ze het zou merken, al was het alleen maar om even naar haar prachtige verschijning te kijken. Ik stond al op het punt om te rennen voor ik me ervan bewust werd waar ik mee bezig was, meteen herstelde ik mezelf. Denk even na, wat heeft het voor zin om nu naar haar toe te gaan? ik zuchtte, voelde me nog steeds gefrustreerd, had nog steeds de neiging ergens tegen aan te trappen. Ik hoorde geluiden in de verte, wat net nog verleiding was veranderde nu meteen in opwinding. Het was een wezen dat op 4 poten liep, snel, vluchtig.
Ik snoof diep, de geur van vers bloed vulde mijn neusgaten, het brandende gevoel in mijn keel nam toe. Ik draaide een kwartslag, probeerde de plaats van het beest te bepalen, en zette een sprint in.
Na een paar minuten zag ik mijn slachtoffer al staan, een grote donkerkleurige beer die het zich net gemakkelijk had gemaakt tegen een holle boomstam. Ik lachte schamper, bleef even kijken en zette toen de aanval in. Het was zo gebeurd, verwering was zinloos; ik won altijd. Nadat ik me gevoed had liet ik het lege lichaam voor wat het was en zette weer richting het huis. Ik voelde me al wat beter, nog steeds leeg van binnen, maar toch sterker dan daarnet. De hemel was nu parelgrijs, ik schatte dat het bijna tijd was om richting school te gaan. Nog zo'n dwarsliggend punt; school.
Op zich was schóol zelf niet zo erg, maar dit was al de 34e keer dat ik de High School overnieuw deed, en in al die tijd was er nauwelijks iets veranderd. Mensen bleven staren,fluisteren, zich ongemakkelijk voelen, ze lieten zich makkelijk manipuleren en gedroegen zich onnozel. Bella was een uitzondering daarvan, niet alleen was zij de enigste die ik niet kon horen, ze was ook de eerste persoon geweest die koste wat het kost ons geheim wilde ontrafelen. Bella had het hele school gebeuren spannend gemaakt, opwindend, een geweldige dagelijkse gebeurtenis; ik was immers met haar, en elke minuut die ik met haar doorbracht was er een uit duizenden. Maar nu Bella er niet meer was, was school weer net zo saai en levenlustig als altijd.
Ik zag Alice voor het huis staan, met een geërgerde uitdrukking keek ze toe hoe ik aan kwam rennen.
'Daar ben je, waar was je?' haar ogen stonden vol nieuwsgierigheid. Belachelijk, aangezien ze het antwoord allang wist.
'Alice dat weet je best' mijn spottende toon bracht haar echter niet van haar stuk.
'Het enigste wat ik zag was jij die hals over kop naar Forks ging om vervolgens te verdwijnen uit mijn zicht. Ik kreeg niks meer door.'
Ik zag dat het haar niet lekker lag. Alice was altijd van streek als ze iets of iemand niet of nauwelijks kon zien.
'Nou, ik ben hier, levend en wel.' Alsof het ook anders zou kunnen zijn....
'Wanneer vertrekken we? Of is voor de gezelligheid dat je me hier staat op te wachten?' ze trok haar wenkbrauwen naar me op.
De rest zit al in de auto, weet je zeker dat het lukt? Ik deed alsof ik haar niet hoorde en liep naar de garage.
Mijn Volvo stond glimmend aan de rechterkant met Emmett achter het stuur, ik voelde enigszins een angst opkomen. Ik nam plaats op de passagiers stoel en werd meteen overmand door herinneringen, de een nog pijnlijker dan de andere. Een heerlijke, bloemachtige geur drong licht mijn neusgaten door. Het was de heerlijkste geur die ik ooit geroken had, die er ooit zou kunnen bestaan. Mijn dorst laaide meteen weer op, maar ik kon het bedrukken, omdat ik de persoon achter deze geur meer lief had dan wie of wat dan ook. De auto kwam in beweging en de motor trilde en ronkte zacht. Ik staarde resoluut uit de voorruit terwijl de bomen langst flitste en mijn broers en zussen heftig een discussie hielden over iets waar ik geen touw aan kon vastknopen. Beelden vulde mijn netvlies, beelden die ik niet wilde zien. Ik probeerde ze uit mijn hoofd te krijgen, het lukte aardig omdat de gedachtes van vier verschillende personen door mijn hoofd klonken alsof de personen in kwestie ze naar mij toe schreeuwden.
Het komt goed, rustig, je hebt gezien dat we op school aankomen, dus hij raakt niet overstuur en loopt ook niet weg. Rustig, waar maak je je druk om? Alice haar gedachte waren zoals altijd peinzend, nadenkend over haar visioenen.
Al 2,5 jaar geleden Jezus nog aan toe! En zo geweldig was ze nou ook weer niet, oke als hij er gelukkig van werd....maar wat had zij nou wat ik niet heb.... Ik gromde om Rosalie's gedachte te overstemmen, verwijtend wierp ik haar een blik door de achteruitkijk spiegel.
'Blijf toch eens uit mijn hoofd Edward' het kwam er snerend uit, ik opende mijn mond al om haar eens flink de waarheid te vertellen, maar plotseling stroomde kalmte als bloed door mijn aderen heen.
Laat het gaan Edward.
Ik snoof terwijl Emmett het gaspedaal van de Volvo intrapte, een paar minuten later reden we de parkeerplaats op. Zodra we de auto aankwamen zag ik leerlingen elkaar aantikken en fluisteren, precies zoals elke ochtend. We werden na gekeken terwijl we het bordes opliepen, 'Ik zie jullie wel in de pauze' mompelde ik waarnaar ik in tegenover gestelde richting naar mijn locker toe liep.
Behendig schoof ik de boeken voor Geschiedenis in mijn tas en liep naar het lokaal toe. Ik kreunde zachtjes toen ik Avery zag zitten. Avery was het meest bemoeizuchtige, ongegeneerde en irritatie opwekkende wezen dat er op deze aardbol rondliep. Daarbij was ze overduidelijk verliefd op me. Ik moest lachen toen ik aan die woorden dacht, het klonk ongelooflijk arrogant, misschien dat ik het niet gedacht had als ik haar gedachte niet op topsnelheid hoorde werken als ze mij zag. De ene ongepaste scene na de andere vlogen door haar hoofd, met mij negen van de tien keer in de hoofdrol.
Ze had de irritante gewoonte altijd naast me komen te zitten, me regelmatig mee uit te vragen of me op te wachten bij mijn kluis om mij 'gezelschap' te houden. Ik ben en blijf een heer, gaf nooit een kik als ze plaatsnam, weigerde altijd beleefd en netjes als ze me weer eens mee uit vroeg en deed alsof ik het op prijs stelde als ze mij weer eens gezelschap kwam houden. In tegenstelling tot de andere leek de verschijning van mij en mijn familieleden haar niet af te schrikken; het maakte het juist allemaal leuker voor haar. Avery was niet al te snugger, niet zoals Bella.
Bella pikte dingen op die niemand anders op nam, langzaam maar zeker had ze puzzelstukje voor puzzelstukje ons geheim ontrafelt. Ik weet zeker dat Avery er nooit achter zou komen, zelfs niet als het groot op mijn voorhoofd geschreven stond. Het enigste wat ze wilde was een 'date' met mij, zodat ze iets had om over op te scheppen; ik denk dat het haar niks zou kunnen schelen of we een geheim hadden of niet menselijk waren, zolang zij maar kreeg wat ze wil. Nog voor ik goed en wel had plaats genomen draaide Avery zich al om,
'Hi Edward, heb je een leuk weekend gehad? Je was er niet op Branden's feest...' beleef keek ik haar kant op.
Ze was niet alleen qua gedrag en innerlijk anders dan Bella, ook qua uiterlijk waren die twee elkaars tegenpolen. Avery had lang blond haar, een licht gebruinde huid en haar gezicht was vol gesmeerd met make-up. Om haar grote groene ogen zaten aan elkaar geplakte wimpers vol klonten waarmee ze overdreven vaak knipperde. 'Goedemorgen Avery, mijn weekend was prima dankje' antwoordde ik beleefd, waarbij ik niet inging op haar andere vraag. Mijn duidelijk hoorbare afwijzing leek haar niks te deren, want voor ik het goed besefte slingerde ze de volgende vraag alweer naar mijn hoofd.
'Heb je zin in vrijdag?' verbouwereerd keek ik haar aan, vrijdag? Was er iets belangrijks vrijdag?
Ik pijnigde mijn hersens, maar kon nergens op komen. Avery zag mijn vragende gezicht en gaf antwoord op een onuitgesproken vraag,
'Vrijdag, je weet wel, het schoolbal?' en een lichte opwinding trok over haar gezicht heen.
Zou hij het vergeten zijn? Betekend dat dat hij niet gaat? Maar hij moet gaan, met mij, zou ik hem vragen of moet ik wachten tot hij het initiatief neemt? Nog voor ik wat kon zeggen ging ze alweer verder, 'Nou ja, ik vroeg me af of...je met mij naar het bal zou willen?' gespannen keek ze mij aan.
Ik probeerde een nette manier te verzinnen om haar af te wijzen, maar werd enigszins afgeleid door een gedachte die niet van mij was.
Alsjeblieft zeg ja, zeg ja, zeg ja .
'Nee' het kwam er botter uit dan ik bedoeld had, ik zag Avery's gezicht vertrekken. 'Sorry, ik bedoel, ik zou graag met je willen gaan maar ik heb die avond al...andere plannen' resoluut keek ik haar aan, boog mijn hoofd iets naar haar toe terwijl ik de woorden uitsprak, zodat mijn adem zachtjes over haar gezicht streek. Ik zag Avery dieprood kleuren en naar adem snakken, ze bleef me een paar tellen roerloos aankijken waarnaar ze weer tot leven leek te komen.
'Oh...n-nee dat maakt niks uit, we kunnen altijd nog iets gaan doen op een andere dag'
Ohgod wat is hij knap, ik moet en zal een keer met hem uitgaan. Kijk die armen, ooh en die ogen! Hoe kan iemand zó knap zijn?
Ik glimlachte beleefd en draaide mijn hoofd weg, probeerde de gedachtes van het meisje naast me te negeren. Gelukkig ging op dat moment de bel en zorgde de aankomst van de docent voor verdere afleiding. Moeiteloos vervolgde de docent de les waar we de vorige keer gestopt waren.
We zaten in begin 1900, middenin de griepepidemie die veel levens gekost heeft. Dit thema was voor mij een tikkeltje ironisch; vooral als je naging dat ik, - als Carlisle me niet getransformeerd had – hoogstwaarschijnlijk de griep ook niet overleefd zou hebben. Hoe zouden mijn klasgenoten reageren als ze wiste dat er een meer dan 100 jaar oude vampier bij hun zat? Naar ademsnakken of gillend het lokaal uitrennen? Ik gokte het laatste, want wat was er nou enger dan een bloeddorstige antieke vampier die zich voordeed als een 17jarige scholier? Zachtjes grinnikte ik terwijl ik aan het gezicht van Avery moest denken als zij het zou horen.
'Weet u het antwoord op die vraag, meneer Cullen?' versuft keek ik op.
Ik zag Meneer Pearl en de hele klas naar me staren, vluchtig concentreerde ik me met alle macht op de oude man zijn gedachte.
Waarom sloeg de griep zo erg in? en meteen hoorde ik het antwoord al op zijn vraag.
Wegens de slechte zorg in ziekenhuizen en de slechte hygiëne, daarbij werden er uitermate weinig voorzorgmaatregelen getroffen. Ik kuchte even,
'Nou,wegens de slechte zorg in ziekenhuizen en de slechte hygiëne, daarbij werden er uitermate weinig voorzorgmaatregelen getroffen Meneer.' Ik zag de arme man zijn wenkbrauwen samentrekken, te verbouwereerd om ook maar iets te kunnen uitbrengen. 'Hm, juist correct' en hij vervolgde zijn les weer. Glazig maakte ik aantekeningen en probeerde vooral niet te hard aan Bella te denken.
Het verveeld, het verveeld ontzettend. Ik zou hier nog heel lang rondlopen, scholen over en overnieuw doen, samen met mijn familie. Maar er was geen enkel lichtpuntje, niks om maar uit te kijken, niks dat het een beetje de moeite waard maakte. Degene die dat deed heb ik al lang en breed achter gelaten, en niet alleen deed dat verschrikkelijk veel pijn, niet alleen voelde het alsof mijn hart opnieuw tot stilstand was gekomen; het maakte me ook ontzettend rusteloos. Ik werd gek van verveling, dag in dag uit maar hetzelfde te moeten doen. Naar school, jagen, voor me uit staren, peinzen, oppervlakkig mee praten met mijn familieleden. Het was om gek van te worden, dingen die ik eerst leuk vond om te doen, -piano spelen, muziek luisteren, ritjes maken met mijn Volvo, van dat alles was de lol ervan af. Niet alleen had ik er geen plezier meer in, maar ik werd ook bij al die dingen herinnerd aan Bella.
Hoe ze met tranende ogen naar mijn compositie voor haar had geluisterd, hoe ze sceptisch mijn muziekverzameling bekeken had, hoe ze elke dag naast mij in de auto zat...Het voelde als een ziekte, een wond die langzaam genas, maar elke keer als het wat beter ging takelde je jezelf weer toe zodat de wond weer open lag. Want je was doodsbang dat de wond zou genezen en je de herinneringen kwijt zou raken, liever kwelling en pijn lijden dan niks meer weten, denken dat het een grote droom was. Hoe lastig kon iets zijn? Te pijnlijk om aan te denken, maar doosbenauwd om te vergeten.
De bel maakte een einde aan mijn eeuwigdurende geknies, ik stond op en zette koers naar de volgende saaie eentonige les van die dag. Maatschappij was iets wat ontzettend verveelde. Een lichtelijk gestoorde oude vrouw gaf het. Elke les waarschuwde ze ons voor de maatschappij, dat het daarbuiten een 'harde' wereld was en dat de regering met alles en iedereen onder één hoedje speelde. Ik gokte erop dat deze les niet veel beter werd. In mijn ooghoek zag ik een meisje langs lopen, ik zag enkel een flits van haar gezicht en haar lange donkere haar. Ik voelde dat ik versteende, Edward, hou op! je maakt jezelf gek! Klonk het door mijn hoofd heen. Ik wist dat het waanzin was.
Niet elk meisje met lang donker haar is Bella Edward. Ik schudde mijn hoofd om de verwarring eruit te krijgen, mijn gedachte werd echter afgeleid door iemand anders zijn gedachte.
Zou zij ook bij de rest horen? Ze lijken wel op elkaar...ze kijkt even hooghartig als de rest, vind zichzelf zeker béter dan ons. Enkel en alleen omdat hun allemaal belachelijk knap zijn… Maar voor de rest moet niemand iets van ze hebben. En wáarom keek Steve zo naar haar? Zou die haar soms interessant vinden? Ik vond haar niet veel bijzonders hebben, maar misschien denkt Steve er wel anders over.... Straks zette die onze date voor het schoolbal nog af! En ik heb al een jurk gekocht....nee doe rustig ....
Meteen ging ik weer uit het hoofd van het onbekende arrogant uitziende meisje. Gewoon weer typische gedachtes waren het. Een nieuweling die wat meer aandacht kreeg dan de persoon in kwestie, en dan gingen ze diegene omlaag halen. Enkel en alleen omdat die mensen bang zijn dat ze zelf te weinig aandacht krijgen. Gewoonweg Zielig. De les begon en ik kreeg gelijk; Het was éen groot langdradig verhaal over hoe ons land naar de knoppen gaat en hoe de regering daar de schuld aan heeft. Rusteloos staarde ik naar het bord, bedenkend want ik zou kunnen doen om de sleur wat mijn dagelijkse leven inhield te verbreken. Misschien dat ik samen met Carlisle,Emmett en Jasper een paar dagen naar de bergen kon gaan. Vroeger kon ik er echt van genieten, zo met zijn vieren ver weg van alle drukte, steeds nieuwe uitdagingen aangaan wat jagen betrof. Ja, misschien dat ik dat zou doen.
Ik zou ook altijd nog naar Tanya en de rest van haar familie kunnen gaan…de frisse lucht zou me ongetwijfeld goed doen. De rest van het uur woog ik deze twee opties met elkaar af, en ik schrok ietwat op toen de bel mijn gemijmer onderbrak. In een vloeiende beweging kwam ik overeind en ik zette koers naar mijn laatste les voor de pauze, Engels. Engels zou een leuk vak geweest zijn als ik alle boeken die we behandelde niet allang van voren naar achter wist.
Het waren van die typische Engelse Romannetjes, met onnozele hoofdpersonages die het zichzelf alleen maar moeilijker maakte dan het was. Maar de echte kwelling zou vandaag pas beginnen; vandaag zouden we namelijk beginnen met Romeo en Julia. Romeo en Julia zelf was nog niet zo'n ramp, maar de herinneringen die ik aan dat verhaal had wel. De laatste keer dat ik ernaar gekeken had was op Bella's achttiende verjaardag geweest. Bella had op mijn borst gelegen en haar tranen hadden over haar wangen gevloeid terwijl de hoofdrolspelers het leven verlieten.
De gedachte alleen al maakte me half gek, wat zou ik er wel niet voor over hebben om Bella nog éen keer in mijn armen te hebben, haar lippen op mijn lippen te voelen...De docent kwam binnen en begon het een en ander op het bord te kalken, ik vond het niet interessant genoeg om naar te blijven kijken en begon daarom maar verveeld uit het raam te kijken, mijn mede leerlingen negerend.
De deur werd dicht gedaan, en de klas viel langzaam stil.
'Eh meneer Lew u kunt hier zitten, ja daar vooraan. En eh, Juffrouw Swan, u kunt daar gaan zitten, naast Meneer Cullen.'
Ik voelde dat ik versteende, haast automatisch wende ik mijn hoofd van het raam om de situatie voor in de klas te zien.
Er stond een prachtige, jonge vrouw naast Mevrouw Creek.
Het was een verschijnsel dat ik de afgelopen jaren dag en nacht in mijn hoofd had gezien, op elk moment was het wel in me opgekomen; herinneringen,fantasieën,diepe verlangens....allemaal met háar in de hoofdrol. Ze stond daar, haar gezicht stond net zo verschikt als hoe ik mij voelde.
Bella was veranderd, ze was nog mooier geworden dan ze al was. Haar huid was nog bleker, met donkere kringen onder haar ogen. Haar ogen – ze waren anders dan ik me kon herinneren; de donkere diepbruine kleur was vervangen door karamel. Haar lange donkerbruine haar viel zoals gewoonlijk sierlijk langs haar rug, haar lichaam was nog steeds zacht, duidelijk geen sportfiguur.
Even kon ik aan niks anders denken dan aan Bella, de liefde van mijn leven, die nu, wat? Opeens nieuw in mijn klas was? Het duurde even voor ik het besefte, voor ik de link kon leggen. Ik keek nog eens naar Bella's bleke huid, haar oogkleur, de donkere kringen, de pracht en praal die zo nieuw maar toch bekend was....er ontbrak iets. Ik nam een diepe teug frisse licht, en toen besefte ik wat er ontbrak.
Bella's geur, Bella's heerlijke, verleidelijke en frustrerende geur. Maar in plaats van die geur trok er een andere geur door mijn neus, nog steeds verschrikkelijk lekker, maar dan op een andere manier; het was niet meer...het was niet meer zo dat ik mij moest inhouden om haar niet te vermoorden. De geur die als mens om haar heen hing was volkomen verdwenen. Ik verstarde voor de tweede maal, concerteerde me op een hartslag die er niet was, op het geluid van bloed wat nooit meer zal stromen. Alles werd wazig om mij heen; Bella was hier, maar niet zoals ik me kon herinneren, Bella was een....vampier.
Het duizelde me, hoe kon dit gebeuren? Was het niet zo dat ik botweg geweigerd had om haar te veranderen? Ik wilde niet degene zijn die haar pijn bezorgde, die haar ziel verwijderde en al haar menselijke gewoontes afpakte. En toch was ze hier, en het was overduidelijk dat ze geen mens meer was. Wie moet het geweest zijn? Alice misschien? Was het haar te veel geworden en is ze Bella gaan opzoeken, om haar vervolgens te transformeren? Het moest wel iemand van mijn familie zijn, voor de rest kende Bella geen andere vampiers....Haar gedaante kwam dichterbij, langzaam schuifelde ze richting de lege plek naast mij. Ik merkte het niet dat al mijn klasgenoten heen en weer keken, van haar naar mij. Van mij naar haar. De spanning tussen ons was haast voelbaar, ik had het gevoel dat er honderden elektrische schokken door mij heenliepen.
Zodra ze naast mij kwam zitten werd ik overspoeld door een haast onbedwingbaar verlangen, ik wilde hier niet zitten, niet zonder iets te doen terwijl het meisje waar ik de afgelopen jaren van gedroomd had eindelijk weer naast me zat. Ik wilde haar in mijn armen, haar lippen op de mijne voelen, huid op huid....het was een kwelling, een kwelling om hier te zitten en niks te kunnen doen zonder ophef te maken bij mijn medeleerlingen. Bella draaide haar hoofd langzaam om, en enkele tellen later kruiste onze blikken elkaar.
Op dat moment, zodra ik in haar prachtige ogen keek, vergat ik alles om me heen. Het leek alsof alle gebroken stukken weer samensmolten tot éen geheel; alsof mijn leven plotseling weer zin had. Er waren zoveel dingen die ik tegen haar wilde zeggen, zoveel vragen die ik beantwoord wilde hebben, maar het belangrijkste was nog wel mijn verklaring die ik haar schuldig was. Bella moest weten dat ik loog in het bos, ze moest de waarheid weten. Zoals altijd wilde ik dat ik haar gedachten kon lezen, maar haar transformatie had daar niets aan veranderd, Bella's gedachten bleven onbereikbaar voor mij. Haar ogen bleven naar de mijne staren, ze stonden vragend, verwarrend, en er zat emotie in die ik niet kon benoemen. Ik opende mijn mond, ik moest toch wel iets kunnen zeggen? Waarom zwijgen als er zoveel te praten viel, waarom kostbare tijd verspillen terwijl ik haar het liefst weer bij me wilde hebben? Ik hoorde een zacht gefluister, Bella draaide haar hoofd om. Ik volgde haar blik, en zag dat ze contact had met een jongen die voorin zat, meteen werden mijn vragen van daarnet beantwoord. De jongen was duidelijk Bella's metgezel, want hij was overduidelijk een vampier.
Ik voelde de verwarring weer toenemen, wat had dit te betekenen? Hoe kende Bella deze onbekende vampier? En....paniek overspoelde mij, wát waren ze van elkaar? Vrienden of…of was er mogelijk meer aan de hand? Was er een kans dat ik Bella weer kwijt zou zijn, en dit keer definitiever dan het al was? Weer richtte ik mijn ogen op Bella, maar dit keer beantwoorde ze mijn blik niet. Stug bleef ze voor zich uitkijken, de docent volgen met haar ogen, aantekeningen maken over dingen die voor mij onbelangrijk waren. Ik bleef naar haar staren, volgde elke beweging, nam elke ademhaling waar. Ik worstelde met mijzelf; wat moest ik tegen haar zeggen? En moest ik het meteen na de les doen of....ik werd uit mijn gepeins gewekt door de bel. Al mijn klasgenoten stonden op en dromde naar de deur toe, ook Bella pakte haar spullen, toen ze langzaam opstond leek ik weer bij zinnen te komen.
'Bella,' zodra de woorden over mijn lippen waren zag ik haar verstijven, langzaam draaide ze zich om, het leek alsof ze elk moment in tranen uit kon barsten.
'Bella...' nogmaals fluisterde ik haar naam, probeerde er weer aan te wennen, de naam die zo vaak door mijn hoofd heen gedwaald had de afgelopen tijd. Ik wist niet wat ik moest zeggen, het enige wat ik nog wilde was haar vasthouden. Twijfelend zette ik een stap naar voren, stak half mijn arm uit. Bella deinsde niet terug, ze bleef staan. Voor ik ook nog maar een beweging kon maken, voor ik haar in me armen kom sluiten, kwam de andere aanlopen. 'Bella' prevelde hij, de woorden klonken vreemd uit zijn mond; alsof ze daar niet hoorde.
'Bella kom,' hij legde zijn arm om haar middel en trok haar mee naar de deur.
'Jayden, nee wacht' maar de andere –Jayden waarschijnlijk- schudde zijn hoofd en zei iets wat ik niet kon verstaan. Voor ik ook maar iets kon zeggen,voor ik ook maar iets kon doen om haar tegen te houden, verdwenen ze door de deuropening. Mij alleen en verbijsterd achterlatend in het klaslokaal.
Ik weet niet hoelang ik daar zat, roerloos, niet in staat om mij te bewegen. Ik werd mij pas bewust van iets toen ik de deur hoorde sluiten. Ik keek op en zag mijn broers en zussen in het lokaal staan, hun gezichten stonden verward, hun ogen vragend.
'Edward?' vroeg Alice, terwijl ze langzaam op me af kwam lopen. 'Edward, waarom zit je hier?' haar stem hakkelde even en ze keek vluchtig naar Jasper.
'Edward? Alice kon weer niks in je toekomst zien, wat is er aan de hand?' verbaas keek ik op, alsof ik Jasper nog nooit had horen praten.
Kom op, vertel wat er aan de hand is. Zijn gedachten klonken smekend, bezorgd.
'Bella,' de woorden kwamen er fluisterend uit, vloeiden over mijn lippen.
'Wat is er met Bella?' vroeg Alice, haar blik stond geconcentreerd, alsof ze iets probeerde te zien.
'Ach is het dan nog niet duidelijk?' Rosalie's stem knalde door het lokaal als een zweepslag,
'Hij zit gewoon weer te kniezen om Bella! Zoals hij dat de afgelopen jaren aan een stuk door heeft gedaan. Het is gewoon volkomen…' haar woorden werden afgekapt door een lage grom van Emmett.
'Wat Emmett? Het is toch zo? Híj heeft ons uit Forks weggesleurd omdat dat 'beter voor haar was'. Maar ondertussen is hij alleen maar somber en nukkig, en ik ben het gewoon zat. Ik ben dat eeuwige geknies ZAT, ik word er zelf nog depressief van! Edward, als je haar zo erg mist, dóe dan wat! Ga naar Forks toe! Maak jezelf nuttig! Maar kap met dat eeuwige,sombere gekn...'
'Dat is het niet' ik liet haar niet eens uitpraten; ze printte het verkeerd in. Het ging niet óm Bella, Nouja, eigenlijk wel natuurlijk. Maar dit was anders. Bella was hier, op nog geen kilometer afstand. Het leek alsof mijn hele lichaam bewust was van haar aanwezigheid. Ik voelde de adrenaline door mijn aderen stromen, mijn vingers tintelden; ik ademde vluchtig in en uit.
'Bella…ze is…is' de woorden kwamen er niet goed uit, ik probeerde ze goed te formuleren maar het leek alsof mijn keel opgezwollen was van de spanning. 'Ze is wát Edward?' vroeg Jasper terwijl hij me doordringend aankeek.
'Ze is hier.' Het viel stil. Je hoorde de wind buiten tekeer gaan, leerlingen die in de kantine lachten en aten, maar in dit lokaal, op dit moment, was het doodstil.
Vier paar ogen keken mij aan alsof ik gek geworden was. 'Hier? Edward…weet je dat zeker? Wat zou Bella hier doen? Weetje zeker dat net niemand…' heftig schudde ik mijn hoofd en Emmett stopte met praten.
'Ze kwam opeens het lokaal binnenlopen en...en ik wist niet wat ik moest doen. Maar die andere, -Jayden heet hij volgens mij- trok haar weg en…' ik kapte mijn woorden af, omdat ze onlogisch klonken. Hoe kon ik mijn broers en zussen het beste uitleggen wat er gebeurd was? Zonder dat ze zouden denken dat ik gek was?
'Rustig Edward, wat is er gebeurd?' Alice haar stem klonk rustig, het kalmeerde me enigszins. Ik haalde diep adem en probeerde het opnieuw.
'Ik zat gewoon in de klas toen er twee nieuwe leerlingen binnenkwamen. Ik besteedde er geen aandacht aan, tot ik de naam 'Swan' hoorde vallen. Zodra ik me omdraaide zag ik Bella staan…' ik zag Alice en Jasper bezorgde blikken uitwisselen voor ze weer naar mij keken.
'Weet je echt zeker dat het Bella was?' begon Jasper, maar ik liet hem niet uitpraten.
'Ja Jasper, Tuurlijk weet ik dat. Het was Bella, alleen het was niet…ze was niet…ze is veranderd,' besloot ik mijn zin te eindigen.
Rosalie trok haar wenkbrauwen op en Emmett keek verwarrend van mij naar Alice, en weer terug. 'Hoe bedoel je veranderd? Is ze grijs geworden ofzo?' en Emmett begon te grijnzen, weer schudde ik mijn hoofd.
'Ze is…niet menselijk meer.' Boem. Weer een ijzingwekkende stilte. Ik bleef voor mij uit staren, kon het niet opbrengen om de blikken van mijn broers en zussen te zien die mij waarschijnlijk gestoord vonden.
'Ze is een vampier' het was niet ik die deze woorden over mijn lippen liet rollen, het was Alice. Ze fluisterde de woorden zachtjes, alsof ze zich ervoor schaamde. Even was het nog stiller, tot Emmett in een luid gelach uitbarstte.
'HAHA! Ja vast, Bella is zomaar opeens veranderd in een vampier zeg je? En toevallig loopt ze hetzelfde lokaal als Edward binnen? Zelfs jij zou daar niet op wedden Alice, en wij weten allemaal dat jij van onmogelijke zaken houd.' Alice schudde haar hoofd en keek naar de grond.
De woorden die over haar lippen kwamen waren zo zacht dat ik ze niet kon verstaan.
'Wat zei je Alice?' vroeg ik, ze hief haar hoofd op en keek me even kort aan voordat ze haar blik weer afwende.
'Ik zei dat ik het gezien had. Een hele tijd terug al. Ik heb me aan mijn belofte gehouden Edward! Ik heb Bella echt niet in de gaten gehouden!
Ik had al zolang geen visioenen van haar gezien…en plots kwam dit. Ik zag hoe ze veranderd was in een vampier, maar ik zag niet door wie.' Ze zweeg. Vol ongeloof staarde ik haar aan. Alice had dit gezien en had niet eens wat gézegd? Hoe kan het dat ik dit niet in haar gedachtes had gehoord?
'Wacht… je hebt dit gezien en zweeg erover? Je dacht er niet eens aan om het tegen ons te vertellen, om het te checken?' ik voelde dat woede bezit van mij nam. We hadden dit kunnen voorkomen, maar Alice had het verzwegen. Waarom?!
'Nee Edward, zo was het niet! Voor we vertrokken uit Forks kreeg ik voortdurend visioenen van Bella als vampier. Ik dacht dat het gewoon een oud visioen was wat weer omhoog kwam ofzo...ik had er niks achtergezocht, echt niet! Tuurlijk had ik het je anders wel verteld. Ik zocht er niks achter en…ik wilde je er niet mee lastig vallen als het niet nodig was, ik haat het om je pijn te zien leiden Edward.'
Haar ogen stonden smekend, haar stem klonk verdrietig. 'Maar dat verklaard nog niet hoe het kan dat Bella een vampier is, wie heeft haar getransformeerd? Sterker nog, hoe heeft diegene dat gedaan zonder haar te vermoorden?' nadat ze die vragen uitgesproken had heerste er weer een aloude stilte. De regendruppels tikten zachtjes tegen de ramen terwijl mijn familieleden en ik elkaar roerloos aankeken.
'Dus het is waar?' fluisterde Rosalie zachtjes. Ik knikte, Alice knikte.
'En nu?' dit keer was het Emmett, zijn ogen bleven vragend op de mijne rustten.
'Ik weet het niet.' Bekende ik. En het was waar. Wat moest ik nu doen? Mijn eerste poging om ook maar iets tegen Bella te zeggen was mislukt. En wat zou ik tegen haar moeten zeggen? Ik heb haar meer pijn gedaan dan wie dan ook…kon ze me dat vergeven? Zou dat logisch zijn? Zou het niet veiliger zijn als we gewoon weer weggingen, ver weg van Mobile? Ik hoorde een laag gesis, Alice stond met woeste ogen naar mij te kijken. 'Wat?' zei ik onschuldig, al wist ik eigenlijk al wat ze gezien moest hebben. Zoals Alice altijd álles ziet.
'Dat gaat we dus niet doen Edward' zei Alice langzaam, een dreigende ondertoon vulde haar stem.
'Wat zie je Alice?' Jasper keek geanimeerd van Alice naar mij, terwijl Alice haar ogen nog steeds woest in de mijne boorde.
Ik draaide mijn hoofd weg en Alice snoof luid.
'Ik zag zojuist dat Edward ons zover kreeg om te vertrekken uit Mobile. Denk je echt dat dat beter zou zijn Edward? Dat dat beter voor haar zou zijn? Wil je haar nog een keer achterlaten?'
Ik richtte mijn ogen naar de grond, nadenkend over hoe ik zou antwoorden. Ik wist dat het niet beter voor haar zou zijn, maar wat als Bella mij niet meer zou moeten? Ik had nu nog hoop, ik kon nog gerust over het samenzijn van mij en Bella fantaseren…Als zij mij niet meer zou willen, zou ik niet alleen haar definitief verliezen, maar ook nog eens mijn hoop.
'Edward, denk even na. Als wij nou weg gaan komt het nooit meer goed tussen jou en Bella!' zei Emmett.
'En wie zegt dat het wel goed komt als we hier wel blijven?' verwijtend keek ik hem aan. Dramatisch rolde hij met zijn ogen.
'Kom op Edward! Bella was gek op je! Ik heb nog nooit twee mensen gezien die zo verliefd op elkaar waren. Je gaat straks gewoon naar haar toe en legt haar uit wat voor een stomme fout je bent begaan. Wedden dat ze je meteen huilend in de armen valt?' breed grijnzend sloeg hij zijn armen over elkaar. Ik hoorde een schampere lach en Rosalie kwam naar voren gelopen.
'Als je dat denkt Emmett, dan ben je nog oppervlakkiger dan ik dacht' siste ze. Emmett leek even uit het veld geslagen maar herstelde zich snel.
'Oja? Leg mij dan even uit waarom het niet zo zou kunnen gaan?' Rosalie zuchtte en sloeg haar ogen ten hemel.
'Omdat, meneer-alles-is-simpel, het me niks zou verbazen als Bella hartstikke boos zou zijn.'
'Boos?' sputterde ik, 'Hoezo boos?'
'Moet je dat nou echt nog vragen Edward?' de ergernis klonk door in Rosalie's stem.
'Me niet meer willen, ja dat zou ik begrijpen..enigszins. Maar boos?'
Ze sloot haar ogen, ademde een paar keer in en uit. Vragend keken Emmett en ik elkaar aan, voor we nog wat konden vragen begon ze alweer te praten.
'Luister,Edward. Je hebt haar…Nouja er is geen ander woord voor;gedumpt.'
Boos wilde ik haar onderbreken, ze wist dat het niet zo zat. Maar ze stak haar hand op en maande me tot stilte.
'Luister nou even! Ik weet dat het niet zo ligt, maar in feite komt het daar wel op neer. Je hebt haar daar tweeëneenhalf jaar geleden achtergelaten, om haar vervolgens nooit meer op te zoeken. Já je had dat beloofd' vervolgde ze toen ik weer begon te sputteren,
'Maar hoe denk je dat zij zich moet voelen Edward? Hoe zou jij je voelen als zij jou achtergelaten had? En je hebt niet alleen jezelf van haar afgepakt, maar ook nog eens de mensen die ze volgens mij als haar tweede familie zag.' En ze knikte naar Alice,Jasper en Emmett. 'Als ik haar was zou ik…nouja woest zijn als ik je weer tegen zou komen. Ik zou willen weten hoe je dat zomaar had kunnen doen.'
Ik zweeg en dacht over die woorden na. Wie had dat gedacht? Dat Rosalie nota bene zich zou kunnen inleven in Bella's positie.
De twijfel sloeg toe terwijl ik nadacht over Bella. Zou ze daadwerkelijk boos zijn? Of had Rosalie het helemaal mis? Ik richtte me tot Alice, die zich zwijgend aan de zijkant had gehouden terwijl Rosalie aan het woord was.
'Alice? Kun je niet…kijken hoe Bella reageert als ik met haar zou praten?' nog voor ik uitgesproken was schudde ze haar hoofd.
'Ik kan Bella nauwelijks meer zien Edward, ik heb al zo lang geen visioenen van haar binnen gehad…'
op dat moment ging de bel, ik keek naar mijn familieleden.
'Wat ga je nu doen Edward? Naar Bella toe?' het was Jasper die de vraag stelde, ik knikte en liep naar de deur.
'Ik hoop dat ik haar kan vinden en anders… heb ik de hele nacht nog.'
'Nee Edward, je gaat haar niet 's nachts besluipen! Je weet niet eens hoe ze erover denkt' weer Rosalie.
Wat had zij toch? Sinds wanneer was zij zo begaan met Bella?
Dat ben ik niet Edward. Ik wil alleen niet dat jij jezelf nog dieper de put inwerkt.
Waarschijnlijk waren mijn gedachten op mijn gezicht te lezen. Alice opende de deur,
'Volgens mij heeft ze gym Edward, succes' fluisterde ze.
Mijn andere broers en zussen wenste mij ook succes terwijl ze één voor één de gang opglipten.
Een paar seconden bleef ik roerloos staan; peinzend, nadenkend over hoe ik het zou gaan aanpakken.
Uiteindelijk opende ik de deur, glipte de gang op en begon mijn zoektocht naar Bella.
