- Hoofdstuk twee -

Rode boeken en rode wangen

Vijf jaar na dit ontbijt, bevond Hermelien zich in een wel heel gelijksoortige situatie. Met een boterham in haar hand, keek ze de Grote Hal rond, want ze had geen zin om zich te concentreren op de 'Toverdrankenleer voor Gevorderden', die naast haar pompoensap op tafel lag. Toen haar ogen over de deuren die toegang tot de Hal boden gleden, kwamen Draco en zijn volgers wederom binnen. Draco's verschijning was veel veranderd in de afgelopen jaren. Hij was geen jongen meer, al was hij toch ook nog geen man. Zijn bleke gelaat en zijn blonde haar waren echter onveranderd aanwezig gebleven, net zoals de superieure blik in zijn ogen en de daarbijbehorende houding.

Deze keer kreeg Hermelien het voor elkaar om al na een paar seconden haar blik af te wenden. Snel at ze wat nog over was van haar brood, waarbij ze over haar hele gewaad kruimelde. Ze was nu veel beter in het beheersen van haar gedachten. De gedachten over Draco zaten nog steeds in haar, maar ze had ze diep in zichzelf verstopt. Op momenten als deze, kwamen ze wriemelend in protest tegen hun opsluiting en maakten ze haar een beetje licht in het hoofd en kriebelden ze ongemakkelijk in haar maag, maar ze bleven waar ze waren en waren ze er slechts in de vorm van gevoelens, niet als gedachten die in woorden vorm waren gegeven die haar hoofd vervuilden. Hermelien hoorden de stemmen van de groep Zwadderaars achter haar rug voorbijkomen, lachend en opscheppend, maar er werd niets tegen haar gezegd.

Met een paar grote slokken dronk ze haar glas pompoensap leeg en terwijl ze haar Toverdrankenleerboek in haar tas propte, ging ze op weg naar de bibliotheek. Nadat ze door de stenen gangen was gelopen en een er nogal chagrijnig uitziende mevrouw Rommella was gepasseerd, nestelde ze zich achter een tafel in een stil hoekje van de bibliotheek. Eigenlijk zou natuurlijk de hele bibliotheek stil moeten zijn, maar een paar drukke eerstejaars waren op zoek naar een of ander onvindbaar boek, zich luidruchtig bewegend langs de boekenkasten zoals eerstejaars dat doen. Hermelien had er geen zin in om zich er tegenaan te gaan bemoeien. Dit was het territorium van mevrouw Rommella, die moest het maar oplossen, niet een Klassenoudste van Griffoendor.

Hermelien haalde haar ganzenveer en perkament uit haar tas en kreeg heel wat werk gedaan van haar huiswerk over tegengiffen, en na een uur kon ze beginnen aan haar opstel voor Verdediging tegen de Zwarte Kunsten. Nadat ze bijna een halve meter had geschreven, herinnerde ze zich dat ze iets had willen schrijven over een zekere beheksing, maar ze was vergeten welke… Een paar minuten lang probeerde ze zich te herinneren wat het was en zocht ze haar geheugen af, en toen bedacht ze dat ze de beheksing in een boek had gezien, een boek in de Kamer van Hoge Nood, toen Harry daar zijn Strijders voor Perkamentus lessen had gegeven in het voorgaande jaar. Misschien kon ze het daar wel even gaan opzoeken… Ach, waarom ook niet, Omber was ver weg van Zweinstein dus het was helemaal veilig om daar nu heen te gaan. Netjes rolde ze haar perkament op en stopte ze het met haar ganzenveer en boeken in haar tas.

Vijf minuten laten arriveerde ze hijgend bij de muur waarachter de Kamer van Hoge Nood lag. Ze was door Foppe drie gangen door gejaagd voordat ze hem af kon schudden. Hij had geprobeerd haar hoofd te raken met wat over was gebleven op de ontbijttafel, en had haar hoofd maar nauwelijks gemist met een paar eieren.

Langzaam kwam ze weer op adem terwijl ze langs de stenen muur liep, waarbij ze zo hard als ze kon dacht aan de Strijders voor Perkamentus kamer, met haar ogen dicht om zich nog beter te kunnen concentreren. Toen ze drie keer langs de plek was gelopen waar de deur ongeveer moest zitten, opende ze haar ogen en de muur toonde haar een opening naar de kamer waar ze aan had gedacht. Hermelien ging er binnen.

Ze was hier al een hele tijd niet meer geweest. De kussens in de Kamer zagen er zacht en comfortabel als altijd uit, de wanden waren nog steeds verstopt achter enorme rijen boeken en zelfs het fluitje dat Harry had gebruikt om de aandacht van de groep te trekken lag gewoon op de vloer. Hermelien wist dat het fluitje was neergegooid, toen de hele groep gedwongen was weg te rennen uit de Kamer om zo te voorkomen dat ze gepakt werden door Omber en haar hulpjes. De groep was verraden door dat vreselijke vriendinnetje van Cho Chang, Marietta. Nou, dat vriendinnetje had er nu ongetwijfeld spijt van, dacht Hermelien met een grijns op haar gezicht. Toen Hermelien Marietta dit jaar op de Zweinstein Express had gezien, zat haar gezicht nog steeds vol met grote, afstotelijke pukkels die het woord 'verrader' uitspelden.

Het was een mooi stukje magie van Hermelien geweest: alle leden van de groep hadden een stuk perkament ondertekend en waren daardoor onder invloed van de magie die de schuldige onder hen zou aanwijzen als iemand het geheime genootschap zou verraden. Hermelien had eigenlijk stiekem wel genoten van de misschien wel wat wrede magie. Al dat brave huiswerk maken, soms had ze er gewoon even geen zin in om dat altijd maar voor brave doeleinden in te zetten. Ze was altijd zo druk bezig met het goede doen, hard werken, echt alles perfect doen, dat iets diep in haar er soms naar verlangde zich niet meer aan de regels houden en nog veel meer, iets duisters dat haar lokte. Het perkament van de Strijders voor Perkamentus was een gelegenheid geweest om daar eens aan toe te geven. Hermelien keek naar de deur, op zoek naar het stuk perkament. Het was er niet meer; Omber had het zeker meegenomen.

Hermelien zocht de boekenplanken in de Kamer af naar het juiste boek. Het had een rode kaft, met een zilveren en een gouden toverstok die elkaar kruisten en sterren en de titel van het boek uitspuwden… Ze vond het boek, het rode leer zat tussen een groen boek en een prachtige houten draak ingeklemd: de boekensteun. Vergevorderde Beheksingen en Tegen-Beheksingen, glansden de gouden letters. Hermelien zocht in de inhoudsopgave naar de juiste beheksing, maar ze zag hem niet staan. Ze bladerde door het boek en was verrast over hoeveel interessante spreuken erin stonden. Ze zou het boek gewoon even mee kunnen nemen, dan kon ze het helemaal lezen… Ja, dat zou ze doen, dan zette ze het morgen wel weer terug. Terwijl ze naar de uitgang van de kamer liep las Hermelien over de Harig Hemd-Beheksing, die het haar van de vijand lang deed groeien, waarna dat haar zich om het hele lichaam van de vijand wond, waardoor die niet meer kon bewegen en zien wat er gebeurde. Hermelien keek naar de afbeelding naast de tekst, het enige wat er op te zien was, was het silhouet van een persoon die helemaal in harige klitten was gewikkeld, net alsof – BAM!

Hermelien was net door de deur gestapt toen ze een bekend personage wel erg letterlijk tegen het lijf liep. Hij was duidelijk net aan komen lopen en was onderweg naar de deur. Hij was erg bleek en had lichtblond haar…

"Jeetje, kan ik nou nergens heen gaan zonder modder over mijn hele gewaad gesmeerd te krijgen!" riep Draco uit.

"Blijkbaar niet, want het blijft maar uit je mond stromen!" beet Hermelien hem toe, terwijl hitte haar wangen rood kleurde.

"Pfah! Door mijn aderen loopt er tenminste geen modder!

"Zeggen dat je aderen hebt lijkt erop dat je denkt dat je een hart hebt, en dat betwijfel ik!"

"Denk maar niet dat je mij kan…-" begon Draco, terwijl hij zocht naar de juiste woorden om haar te beledigen.

"Jij –" schreeuwden ze allebei, op zoek naar het allerergste scheldwoord dat ze kenden.

Terwijl ze heftig ademden, hun borstkassen vlogen op en neer, keken ze elkaar in uiterste woede in de ogen. Het kijken in die ogen deed Hermelien nog sneller ademen. Van zich afbijten was niet zo moeilijk, woorden kon ze aan. Maar het kriebelen diep binnenin haar begon haar trillerig te maken en was de veilige, boze blik in haar ogen in angst aan het veranderen. Hij zou het zien! Haar ogen zouden nu haar geheim verraden! Het zou ondraaglijk zijn, de schaamte die dit zou veroorzaken, hij zou haar zo hard uitlachen. Hij zou het iedereen vertellen, de Zwadderaars zouden haar dan nooit meer met rust laten en Griffoendor zou haar uitsluiten, ze zouden haar er om haten. Maar toen… ze zag hetzelfde in zijn ogen, de woede die wegebde, die werd vervangen door iets anders… en dit maakte de wriemelende gevoelens in haar los, gaf ze de sleutel om hun zo secuur opgebouwde kooi te openen en er uit los te barsten.

Op exact hetzelfde moment, vlogen Hermelien en Draco naar elkaar toe en werd het geluid van hun adem verstild doordat zij hun lippen op elkaar duwden. In dit moment van hitte, ontsnapte vijf jaar verlangen hun monden en smolt het hun samen.

Toen maakte Hermelien zich los, en keek ze naar Draco, met bijna doodsangst in haar ogen. Ze graaide het rode boek dat ze had laten vallen van de grond en rende weg in de richting van de toren van Griffoendor, in complete verwarring en totaal geschrokken van zichzelf…