Eindelijk een nieuw Thuis
Toen Bella de volgende ochtend voor het eerste in het nieuwe schap wakker werd, hoopte ze nog dat alles een grote droom was geweest: het afscheid nemen van pudding, het auto-ongeluk en de man die haar aan probeerde te rijden. Helaas bleek het echt gebeurt te zijn, besefte Bella toen ze haar ogen open deed. Ze zou nooit meer in haar oude koelkast wakker worden. Nooit meer. Langzaam drong het meer en meer tot haar door dat ze die fase van haar leven had afgesloten en begon ze zachtjes te huilen. De tranen dropen eerst voorzichtig over haar wangen, en daarna wilde ze in een complete huilbui uitbarsten, maar haar gezicht werkte niet mee; ze moest er nog steeds aan wennen dat ze nooit meer emoties zou kunnen uitdrukken, en dat maakte haar nog verdrietiger. Voorzichtig sloop ze uit bed en liep naar cactus, die ze had meegenomen. Als sinds haar derde was deze cactus, op pudding na, haar beste vriendin op de hele wereld; hij luisterde altijd naar wat ze te zeggen had, en ging nooit tegen haar in. Bella vertelde haar cactus wat ze allemaal had meegemaakt de afgelopen dagen, en de cactus zweeg bemoedigend. Bella klaarde er van op, maar was natuurlijk nog niet helemaal op haar gemak. "Maar volgende week begint het nieuwe schooljaar al!" drong het opeens tot Bella door. De cactus had nog steeds niets terug te zeggen en Bella raakte hierdoor een beetje geïrriteerd. "Je hoeft me niet te negeren hoor!" verweet Bella haar cactus, en stampvoetend liep ze de kamer uit. De cactus was er stil van.
Toen Bella beneden kwam, zat haar vader al aan tafel om te ontbijten. "Goedemorgen!" zei Oude kaas, net wat te opgemekt naar Bella's zin. "Dat maak ik zelf wel uit!" sneerde Bella. Oude kaas besloot om hier niet verder op in te gaan om ruzie te vermijden, en zwijgend aten ze beiden hun ontbijt op. Terwijl Bella op haar broodje mens kauwde, besloot ze dat het misschien een idee was om die middag alvast de koelkast maar eens te verkennen; ze had namelijk verder toch niets te doen, en om met cactus te praten had ze ook geen zin. Bella had het gevoel dat die ruzie niet zomaar over zou gaan. Misschien was het een idee om nieuwe vrienden te zoeken, dacht ze. Bella zette haar bord op het aanrecht en liep naar de deur. "Wat ga je doen?"vroeg haar vader haar. "Ik ga naar buiten." Gromde Bella. " ik wil weten of er iets te beleven is in deze koelkast." "Oké, maar wel voor het avondeten thuis zijn!" Bella gromde wat onverstaanbaars terug.
Bella had al vrij snel door dat er helemaal niets te beleven was in deze nieuwe koelkast. Er liepen allerlei verschillende dingen over straat: krentenbollen, pakjes boter, een paar pakken boterhamworst en een halve liter melk. Maar nergens, maar dan ook nergens waren broodjes van haar leeftijd te bekennen. Boos schopte ze tegen een prullenbak die aan de rand van de weg stond. Vloekend greep ze hierna naar haar teen; die zal waarschijnlijk wel weer gebroken zijn. Toen ze opkeek, leek ze iets snel voorbij te zien gaan. Een gedaante, leek het wel, hoewel die nu nergens meer te bekennen was; "speelt er nu iemand een spelletje met me of wordt ik gewoon gek?" dacht Bella. Terwijl ze dit dacht, voelde ze ogen in haar rug prikken. Er stond iemand achter haar, dat voelde ze. Voorzichtig probeerde ze in de weerspiegeling van een etalageruit te kijken, maar zodra ze iets kon zien, zag ze meteen de gedaante weg schieten. Bella voelde zich nu n iet meer op haar gemak in deze nieuwe koelkast. Snel liep ze weg uit de straat waar ze zich in bevond, zich afvragend waarom iemand haar zou staan begluren.
"Oh, pardon!" zei Bella verschrikt toen ze merkte dat ze tegen iemand was opgebotst. "Maakt niet uit, ik keek zelf ook niet waar ik liep." Antwoordde de persoon waar ze tegenop was gebotst. Het was een broodje van haar leeftijd, schatte ze in, en een meisje, besefte ze zich. "Ik ben broodje Heinz sandwichspread met stukjes Paprika! En wie ben jij? Ik heb jou hier nog nooit eerder gezien, kan dat kloppen?" vertelde het broodje. "Hallo, ik ben broodje belegen kaas. Ik wordt ook wel Bella genoemd. Ik ben inderdaad nieuw hier in deze koelkast." Broodje Heinz sandwichspread met stukje Paprika stelde voor om Bella meteen even een rondleiding te geven in de koelkast, en druk kletsend liepen ze verder. Bella had het zo gezellig met haar nieuwe vriending Heinz sandwichspread met stukje Paprika, dat ze bijna haar oude vriendin cactus vergat - op dat moment was cactus nog steeds stilletjes aan het bekomen van de knallende ruzie – Bella probeerde hier niet meer aan te denken, en dat lukte prima; denken was toch al niet naar sterkste punt, dus niet denken ging haar altijd prima af.
"Waar gaan we nu eigenlijk heen?" vroeg Bella toen ze een tijdje gelopen hadden.
"We gaan naar de lokale hangplek voor broodjes, echt een superleuke plek is het, echt waar!"ratelde Heinz sandwichspread met stukjes Paprika enthousiast aan een stuk door. Na nog een paar minuten gelopen te hebben, kwamen ze bij een speeltuintje aan waar al een paar broodjes van haar leeftijd zaten. De broodjes keken op toen Heinz sandwichspread met stukjes Paprika aan kwam lopen en begroetten haar. Broodje Heinz sandwichspread met stukjes Paprika stelde Bella voor aan de rest van de groep en ze werd enthousiast ontvangen. Iedereen leek al vanaf het begin weg van haar te zijn. Dat is ook niet zo verwonderlijk, dacht Bella bij zichzelf. Hoe vaak vind je nou zo'n perfect broodje kaas? Ondertussen was iedereen zich voor aan het stellen aan Bella, maar omdat ze in gedachten was verzonken over zichzelf, had ze hier helemaal geen erg in. "Naar welke school ga jij eigenlijk na de vakantie?" vroeg iemand aan haar. "Wij zitten allemaal op Cheeseparts High School for Bread and a Little bit Magic (and peanutbutter). Ga jij daar ook heen? Het is de beste school om magische broodjes te leren smeren in de wijde omgeving!" Eindelijk kon Bella opgelucht ademhalen; ze was bang dat ze de enige zou zijn van deze groep die naar die school zou gaan, maar ze had geluk. Deze keer dan tenminste.
Wat Bella en haar nieuwe vrienden allemaal ontgaan was, was dat er vanachter de glijbaan iemand naar ze stond te kijken. Niemand had de starende blik in de gaten die het groepje nauwlettend in de gaten hield. Geen van allen, merkten ze op dat er achter de glijbaan een cactus stond te kijken wat er gebeurde. Wat Cactus zag, beviel hem helemaal niet; Bella had nieuwe vrienden gevonden en scheen haar helemaal vergeten te zijn. Cactus was er helemaal stil van. Zwijgend ging ze weer terug naar huis, zich afvragend wat ze nu moest doen, nu Bella haar niet meer nodig scheen te hebben. "Waarom schijnt het leven zich altijd tegen mij te keren? Is alles wat wij hebben doorgemaakt voor niets geweest? Was het allemaal slechts om mij te laten geloven dat mijn leven enige zin had?" leek de cactus te denken, toen hij naar huis vloog in zijn privé-vliegtuig. "Wat heb ik ooit misdaan? Misschien moet ik Bella verlaten, en zelf een nieuw leven beginnen. In heb een diploma van de universiteit voor hogere natuurwetenschappen, dus ik heb mogelijkheden zat. Maar kan ik Bella wel allen laten? Misschien zit het wel niet in me, om mensen ze in de steek te laten zoals zij dat wel kan." Leek door de gedachtes van de cactus te gaan.
Bella, die zich niet bewust was geweest van het feit dat cactus haar stond te begluren, praatte vrolijk verder met de nieuwe broodjes die ze net had leren kennen. Ze schenen nou al helemaal dol op haar te zijn, en was meteen opgenomen in hun vriendengroep. Ze voelde zich een stuk zekerder van zichzelf nu ze eindelijk contact had durven maken met deze nieuwe broodjes; ze had nu zelfs zin in het nieuwe schooljaar, waar ze eerst het meest van alles tegenop had gezien.
"Heb je trouwens Broodje Hagelslag al wel eens gezien Bella?" vroeg een broodje waarvan Bella dacht dat ze Broodje Boterhamworst heette. "Nee," zei Bella, "Moet ik die kennen dan?" De andere broodjes reageerden geschokt; Broodje Hagelslag was namelijk wel het lekkerste broodje van allemaal. "Hoe kan Broodje Heinz Sandwichspread met stukje Paprika nou nog niet over hem verteld hebben? Iedereen heeft het constant over hem!" Reageerde broodje Boterhamworst geschokt. Beschaamd bekende Broodje Boterhamworst dat ze het niet had verteld uit angst er nog een concurrent bij te krijgen; iedereen zag namelijk dat Bella zo perfect was dat ze elk broodje wat ze wilde kon krijgen en helemaal verslinden. De rest van de broodjes had daar nog niet over na gedacht, en wensten dat ze nooit over hem waren begonnen. Maar er was niets meer aan te doen. Dit was het moment dat voor zowel Bella, als Broodje Hagelslag geschreven werd, al wisten ze het zelf nog niet. Eigenlijk was het voor meerdere broodjes wel een grote gebeurtenis.
Je hebt namelijk een verschijnsel wat het domino-effect wordt genoemd; als er iets gebeurt, komt er altijd een reactie op, hoe klein de gebeurtenis ook is. Stel je voor: Pietje loopt over straat en vindt een muntje van 5 cent. Door het op te pakken, verhinderd hij dat iemand anders het pakt, bijvoorbeeld een dakloze. Die dakloze komt net 5 cent te kort voor wat te eten, en sterft van de honger. Als Pietje niet zo een geldwolf was geweest, had de naamloze, dakloze man ons verhaal overleefd. Je wordt bedankt Pietje!
Nu terug naar het verhaal, je hebt namelijk wat gemist: Bella was net een halve minuut geleden opgestaan om naar de prullenbak te lopen om een snoeppapiertje weg te gooien, maar struikelde over een steentje, en ligt nu met een open botbreuk op de grond te kermen.
"Snel! Iemand, bel een ambulance!" gilde Broodje Boterhamworst "Zo kan ze niet blijven liggen!" Er viel een korte stilte en toen zei iemand: "Nou… ik denk eigenlijk van wel; denk jij dan dat ze ver komt als de botten uit haar benen steken?" er werd instemmend gemompeld, en iedereen ging weer verder met kletsen, terwijl Bella nog steeds krijsend van de pijn op de grond lag. Bella voelde zich alsof er een grote golf van duizeligheid over haar heen spoelde. Een misselijkmakende pijn die zich door al haar ledematen uitstrekte, en uiteindelijk haar hoofd bereikte. De pijn werd haar te veel, en langzaam zag ze alles voor zich vervagen. Alsof een lange donkere nacht zijn intrede deed. Alles werd zwart.
Toen Bella haar ogen opendeed, leek er al een lange tijd voorbijgegaan te zijn. Ze leek ontwaakt te zijn in de grootste duisternis die de nacht ooit gekend had. Geen hand voor ogen, kon ze nog zien, en het leek alsof al het geluid van de wereld was weggevaagd. Nu ze erover nadacht, wist ze niet of ze eigenlijk nog wel wat voelde, en of ze überhaupt nog wel bestond. Hoe ze in dit niets was beland, wist ze niet, en hoe ze weg moest komen, was haar ook een raadsel. Was ze ooit wel ergens anders geweest, was de vraag die zich eindeloos in haar hoofd herhaalde. Langzaam dacht ze licht te zien naderen, als een auto die steeds dichterbij kwam. Al snel genoeg besefte ze dat het geen auto kon zijn; dit was veel groter dan een auto, en ook het licht was helderder. Ze hoorde harde stemmen, maar kon ondanks het volume niet verstaan wat ze zeiden. Dat alles drong niet tot Bella door. Op dat moment besefte Bella dat ze al die tijd haar ogen dicht had gehad. Langzaam en angstig voor wat komen zou, opende Bella haar ogen. Wat zij zag, was een grote ruimte, groter dan zij ooit had gezien. Het was alsof ze op een gigantisch groot flatgebouw lag,maar waar het zou kunnen staan wist ze niet. Zoiets als dit had zij nog nooit gezien.
Bella probeerde overeind te komen, en merkte op dat ze op een gigantische platte stenen schaal lag, en daarnaast een gigantisch groot mes – wacht eens even, wat doet dat mes daar? Vroeg Bella zich geschokt af. Toen ze in de verte keek, zag ze een ander groot gebouw, wat haar vreselijk bekend voorkwam; het was de koelkast! Toen ze nog maar een klein kadetje was geweest, had ze op school al geleerd dat de koelkast er zo uitzag vanuit de "omwereld" zoals de wereld buiten de koelkast werd genoemd. Er schenen geruchten rond te gaan dat er in de omwereld vreselijke buitenkoelkastse wezens leefden, en de stemmen die ze daarnet gehoord had, schenen die geruchten te bevestigen. Hoe kan ze van deze onvermijdelijke dood ontsnappen?
Voetstappen kwamen naderbij, en Bella deed snel haar ogen dicht om te zorgen dat ze niet zouden merken dat ze wakker was. Het klonk alsof er meerdere buitenkoelkastse wezens binnen waren gekomen; aan de stemmen te horen waarschijnlijk twee. De twee praatten in een rap tempo met elkaar, en Bella kon geen woord verstaan van die rare klanken. Plotseling voelde ze een onbedwingbare golf van nieuwsgierigheid opkomen, en probeerde ze te kijken hoe die wezens er nou eigenlijk uitzagen. Een halve millimeter… een millimeter… nog een klein beetje verder… uiteindelijk waren haar ogen zover open dat ze het bizarre tafereel kon zien wat zich een eind van zich af afspeelde; de twee wezens die ze daar zag, waren de meest bizarre dingen die ze ooit had gezien: Ze waren lang, stonden op twee benen, hadden een roze huid en hadden een soort lange schimmelgroei op een bult bovenop hun veel te slungelige romp. Bella was sprakeloos. Het zag er allemaal heel hopeloos uit. Er was geen manier waarop zij ongezien helemaal terug naar de koelkast kon. Net op het moment dat ze alle hoop op redder verloren leek te hebben, zag ze iets gebeuren waarvan ze het niet voor mogelijk had gehouden.
Dat wat ze net gezien had, was zo verschrikkelijk bizar en ongelooflijk, dat Bella zelf er ook nog niet aan uit was of het geen gezichtsbedrog was geweest wat zij zojuist had gezien. Haar thuis plaats, de koelkast waar zij en alle andere broodjes al sinds het begin der tijden hadden gewoond, spleet aan de voorkant open, en een oogverblindend wit licht kwam door de opening naar buiten en verlichtte de ruimte waarin Bella zich nu bevond. Bella voelde dat ze haar bewustzijn weer dreigde te verliezen, maar ze moest zich er tegen verzetten; wat er hier nu gebeurde kón geen alledaags verschijnsel wezen. Maar toen zag ze iets wat haar bijna nog meer deed verbazen dan het licht zelf; er kwam iets de koelkast uit.
Eerst dacht Bella dat ze het zich verbeeld had. Er kan niet zomaar iemand de koelkast uit. Om de koelkast te verlaten, heb je raketjes nodig, iets waar alleen de Amerikazen tot nu toe de technologie voor hebben. En als die iets hadden willen lanceren, zou het al weken op het nieuws zijn geweest; de Amerikazen laten geen kans liggen om op te scheppen. Nee, het was geen raketje, dat zag ze van deze afstand al; raketjes hadden de neiging om te smelten zodra ze buiten de dampkring kwamen. Dit was iet wat intact bleef… Bella's ogen zakten weer dicht. Nee, ze moest zich verzetten; ze wilde weten of het een potentiële redder kon zijn. Het silhouet schoot met een ongelooflijke snelheid door de lucht. Hoe dichter bij het kwam, hoe sterker haar vermoedens waren: dit was een broodje. Ze probeerde het te bedwingen, maar toch had deze plaats een verbluffende werking op haar oogleden. De zwaartekracht leek er harder op te drukken dan normaal, en het was voor Bella onmogelijk om ze nog langer op te houden, hoe graag ze het ook wilde. Net toen ze weg in een diepe slaap dreigde te zakken, voelde Bella een paar sterke armen haar optillen. De armen waren van de perfecte grootte, en voelden precies aan zoals armen aan hoorden te voelen, schoot Bella allemaal door haar hoofd. En toen werd alles weer zwart.
"Waar ben ik?"vroeg Bella, niet wetend of er iemand was om te antwoorden.
"Je bent weer in het ziekenhuis, meid." Zei een bekende stem tegen haar.
Bella probeerde haar ogen te openen, maar het lukte maar half. Ze kon zien dat ze in een lichte kamer lag, om een groot zacht bed. Deze kamer kwam haar ergens heel erg bekend van voor.
"Je bent in het ziekenhuis Bella, en ik ben Frida Rietsaus, om al je vragen maar weer eens te beantwoorden." Zei Frida Rietsaus, haar verpleegster van de vorige keer tegen haar. Frida vertelde tegen Bella dat haar vader al onderweg was; Bella was vier dagen lang zoek geweest, en eindelijk was ze nu terecht. Frida vertelde dat Bella hier was gebracht met twee gebroken benen, en een zwaar zuurstoftekort. "Hier heb je een lichte hersenbeschadiging aan overgehouden." Besloot Frida.
"Maar wie heeft mij dan hier gebracht?" vroeg Bella, die zich vaag iets kon herinneren ver een vliegende schim. Frida vertelde dat ze niet wist hoe Bella hier was gekomen. Ze lag namelijk gedumpt in de vuilbak voor het ziekenhuis.
"Waarschijnlijk heb je te veel Paddo's gebruikt, en heb je een paar dagen in die bak liggen trippen." Verkondigde Frida haar. "Ik weet hoe lekker het is, maar het was netter geweest om eerst je vader even te vertellen dat je een paar dagen high zou zijn… of tenminste in de vuilbak voor jullie schap zou gaan liggen."
Bella voelde iets steken in zich… ze had echt gehoopt dat hetgeen wat ze zich dacht te herinneren waar was; wat was het mooi geweest om door een onbekende held te zijn gered vanuit de ruimte; de droom van ieder tienerbroodje, dacht ze bij zichzelf.
Maar hoe was ze dan in die vuilbak beland? Ze wist helemaal niets van Paddo's af, dus ze kon zich niet voorstellen dat dat was hoe het werkelijk gebeurt was. Vaag begonnen er beelden door haar hoofd te schieten maar kon ze niet in de juiste context plaatsen. Met veel hoofdpijn liet ze haar oogleden weer dichtzakken. Langzaam maar zeker zakte Bella steeds weer verder weg in een donkere droom, die ze de volgende dag alweer vergeten was, dus het heeft weinig zin om hem hier te vermelden. Wel was het een heel spannende en sensationele droom, en is het veel leuker om hem wél te vermelden, maar ja; Bella is het vergeten, dus ook jullie zullen nooit weten wat zich die nacht afspeelde in de hersenen van dit perfecte tienerbroodje.
Toen Bella de volgende dag wakker werd,kon ze zich nog maar vaag herinneren hoe ze hier gekomen was, laat staan die geweldige droom, en raakte weer geïrriteerd. Toen ze overeind ging zitten, zag ze dat Oude kaas naast haar zat. Hij had tranen in zijn ogen, en omhelsde zijn dochter alsof hij haar dagen niet gezien had, wat in feite ook zo was. Ook Bella voelde de tranen over haar wangen sijpelen en kon zich niet meer inhouden; ze stortte helemaal in een gigantische huilbui, en haar vader probeerde haar te troosten.
Op dat moment kwam alles weer naar boven drijven, en was het haar emotioneel gezien even te veel geworden. Bella vertelde haar vader alles wat ze ze nog kon herinneren vanaf haar nieuwe vriendinnen tot aan haar ontwaken in het ziekenhuisbed.
Diezelfde dag mocht Bella alweer naar huis, om nog van de paar resterende dagen van haar zomervakantie te genieten. Samen met haar vader liep ze over de stoep richting hun schap, en realiseerde zich dat ze nu eigenlijk langer in het ziekenhuis had verbleven dan in haar nieuwe woonplaats.
"Nou," probeerde Oude kaas een gesprek aan te knopen, "volgens de artsen kan je in ieder geval niet meer bij een toneelclub; ze zeggen dat je door die hersenbeschadiging niet meer kan acteren…"
Bella snapte niet hoe dat haar op zou kunnen vrolijken, maar hield zich in en reageerde niet op haar vader. Zo meteen zou ze eindelijk weer in haar schap zijn, en zich lekker op bed laten ploffen.
