Hoofdstuk 2.
18 mei 1536 : 11.01 – 11.15
Is there a heaven a hell and will I come back, who can tell
Now I can see what matters to me. It's as clear as crystal
Na een minuut of vier legde ik opnieuw mijn kaarten neer. 'Hebben jullie daar wel eens over nagedacht?' Ik streelde met mijn vingertoppen over de speelkaarten die op tafel lagen. 'Over wat er hier na is? Of er misschien meer is dan hemel en hel?' De hofdames antwoordden ontkennend, sloegen bijna beschaamd hun blik neer.
'Er zijn geloven die zeggen dat we terugkomen als een ander mens of zelfs als een dier,' ging ik onaangedaan verder. 'Dat je net zolang leeft tot je je taak volbracht hebt, tot je het goed gedaan hebt.' Ik zweeg en keek de tafel rond voordat ik mijn blik weer neersloeg, naar de kaarten die daar nog altijd lagen. 'Ik geloof dat niet. Ik geloof alleen maar in de heml, of de hel. Denken jullie dat ik het goed genoeg gedaan heb?'
Catherine was de eerste om te reageren: 'Natuurlijk, u was een uitermate goede koningin en –' Ik stak mijn hand af om haar te onderbreken.
'Laten we reëel blijven, Cath, Catherine of Aragon was vele malen meer geliefd dan ik.' Ik glimlachte mild. 'Niemand heeft tenminste ooit een poging gedaan om haar de keel door te snijden of haar te verbranden.' Ik merkte pas dat ik mijn hand tegen mijn keel had gelegd toen ik zag dat mijn nichtje naar mijn hals staarde. Onwillekeurig legde ik mijn hand weer vlak op tafel. 'Laat staan om mijn hoofd af te hakken.'
Catherine sloeg haar blik neer en knikte. Wat was ze jong zo; jong en heel erg kwetsbaar. 'Mama zegt dat jullie vaak ruzie hebben gehad, maar dat ze niet wilt dat de koning zijn besluit door zet.' Ik onderdrukte de neiging om door haar haar te aaien.
'Dat weet ik,' fluisterde ik. Oh Mary, ik hou zoveel van je. Mijn blik werd wazig bij de gedachte aan mijn oudere zuster. Ik hield niet alleen van haar omdat ze familie was, maar omdat ze zo anders was dan alle andere Boleyns en Howards. De meesten van mijn familie waren puur en alleen machtsbelust en vergaten wat echt belangrijk was. Zoals ik vergeten was wat echt belangrijk was. George.
Ik slikte en sloot voor een moment mijn ogen. 'Zeg Mary, wanneer je haar weer ziet, dat ik ook van haar hou en dat ik in mijn hart weet wie er werkelijk gewonnen heeft.' Catherine knikte en stond toen abrupt op.
Ze maakte een kleine reverence. 'Als u mij wilt excuseren?' Ik knikte en wuifde haar weg met mijn hand.
'Vergeet niet dat de lunch zo gebracht wordt,' voegde ik daar aan toe en keek met een kleine glimlach toe hoe ze zich weg haastte. Na deze mededeling stonden twee van mijn andere hofdames onmiddellijk op om te gaan regelen dat deze 'belofte' ook vervuld zou worden.
18 mei 1536 : 11.37 – 12.43
The places I've been, the people I've seen, plans that I made start to fade.
The sun's setting gold, thought I would grow old, it wasn't to be
'Heb ik jullie wel eens verteld over mijn tijd aan het Franse hof? Onder Koning Francis I?' De meisjes draaiden allemaal nieuwsgierig hun hoofd in mijn richting en hun blikken vertelden me genoeg. Ik glimlachte en legde mijn bestek neer naast mijn bord.
'Ik hield van het Franse hof, meer nog: ik was verliefd op het Franse hof. Als ik geen Boleyn geweest was, was ik waarschijnlijk nooit meer terug gekeerd naar Engeland. Aan de andere kant, als ik geen Boleyn geweest was, was ik waarschijnlijk ook nooit in Frankrijk geweest.' Ik glimlachte om deze contradictie en wachtte een moment om een hapje van mijn eten te kunnen nemen.
'In ieder geval, Frankrijk was mijn lust en mijn leven. Ik was tot over mijn oren verliefd op Frankrijk. Het Franse hof lijkt veel op het Engelse hof, maar dan nog overdadiger: nog groters en tegelijkertijd vriendelijker.' Ik glimlachte onwillekeurig bij de gedachten aan een plaats zover weg in tijd en ruimte. 'Ik koester een grote dankbaarheid voor Koningin Mary die mij aannam als haar hofdame, maar mijn grote liefde gaat uit naar Koningin Claude. Bijna zeven jaar heb ik haar gediend.'
Ik zweeg opnieuw, nam de tijd om na te denken over wat ik vertellen wilde en nam uiteindelijk nog een hap van mijn lunch voordat ik verder ging. 'Voor die tijd had ik al een jaar in de Nederlanden geleefd aan het hof van de hertogin Margaret of Austria, maar mijn ware educatie genoot ik in Frankrijk. Ik leerde niet alleen Frans, maar ook leerde ik om luit en piano te spelen en te zingen en natuurlijk,' ik grinnikte, 'om te dansen. Mijn beste dansen heb ik van de koningin haarzelf geleerd.'
Opnieuw dacht ik terug aan de maskers en de prachtige jurken. Plotseling stond ik op en draaide ik een rondje door de kamer. Ik danste een pas naar voor en achter, draaide en boog zoals ik dat ruim vijftien jaar geleden op het Franse hof geleerd had. Na een paar minuten liet ik me terug op de stoel vallen, lachend. Mijn hofdames applaudisseerde en glimlachte net zo helder als ik me voelde.
'Oh God, Frankrijk was prachtig. Niet alleen om het hof hoor, maar ook om de studie die ik daar kreeg. Ik heb zoveel geleerd, met name van Margaret of Angoulême. Zij vertelde me over de reformatoren en de humanisten. Met die kennis veroverde ik tien jaar geleden de koning.'
De contouren van de kamer vervaagden terwijl ik meegenomen werd op de herinneringen van vroeger. 'Sommige van jullie zullen de koning ongetwijfeld nooit gekend hebben zoals ik hem gekend heb, maar hij was, toen ik hem ontmoette, God. Iedereen, van hoog tot laag, van man tot vrouw was verliefd op de koning van Engeland. Iedereen wilde met hem het bed delen, wilde bij hem in de gunst komen.'
Ik zweeg dacht na en glimlachte bitter. 'Wie kan het mijn zuster Mary kwalijk nemen dat zij zich in de armen van de koning liet begeleiden? Wie kan het Elizabeth Blount verwijten dat ze zich liet verleiden? Wie kan één van die andere vrouwen verwijten dat ze zich verborgen in zijn bed?' Ik schudde mijn hoofd. 'Ik niet. Ik hield van de koning. Ik hou nog steeds van Henry.' Met een zucht veegde ik mijn lippen af aan het servet.
'Henry was alles. Ik viel als een blik voor hem en, oh God wie had dat kunnen weten?, hij viel ook voor mij. Ondanks alles wat er misschien gezegd werd, ondanks dat het volk mij haatte,' ik schudde mijn hoofd, 'waren we echt tot over onze oren verliefd. Wanneer wij samen waren, vergaten we de wereld. We verdronken in elkaars ogen, hoorden alleen nog elkaars woorden.'
Met een afwezige glimlach om mijn lippen nam ik een slok van de donkerrode wijn. 'Het was nooit mijn bedoeling geweest om te vallen voor de koning, maar als een rivier eenmaal doorgang vindt, is er geen houden meer aan. Dat waren wij samen: een alles over razende rivier. Niemand die ons nog kon tegen houden, hij at uit de palm van mijn hand en ik,' ik lachte zachtjes, 'uit de zijne.'
Mijn stem stierf weg en gedurende enkele minuten staarde ik wezenloos voor me uit. 'God,' fluisterde ik uiteindelijk, 'u weet dat ik Henry nooit bedrogen heb. Ik hield zoveel van hem. Ja... Wij waren de wereld, samen konden we alles. Wat is er verkeerd gegaan?'
'Majesteit?' Catherines stem klonk vertwijfeld en ik keek verbaasd op, opgeschrokken uit mijn gedachten. 'Gaat het wel?' Ze zat op haar knieën voor mij op de grond en bood me een zakdoek aan. Nu merkte ik pas dat er tranen over mijn wangen naar beneden drupten. Ik zuchtte zachtjes en knikte.
'Ik ben in orde.' Nog twintig uur en zeventien minuten.
18 mei 1536 : 13.08 – 14.26
And I can't believe how I've been wasting my time
We hadden de maaltijd min of meer in stilte afgerond en daarna hadden drie van mijn hofdames de taak op zich genomen om de tafel af te ruimen. Ik had de tijd nodig gehad om weer tot mezelf te komen, om mijn verhaal weer te kunnen hervatten. Een blik op de klok vertelde mij dat ik nog negentien uur en tweeënvijftig minuten had. Ik wist niet of ik moest lachen of huilen om die gedachte.
'Achteraf kan ik wel zeggen waar het verkeerd is gegaan,' hervatte ik mijn verhaal en mijn handjevol hofdames cirkelden onmiddellijk om me heen, 'maar ik had het niet beter kunnen doen. Ik hoop voor mijn opvolgster dat ze Henry wel datgene kan geven wat hij het liefste hebben wilt.' Ik schudde mijn hoofd. 'Ik benijd haar niet. Ze zal alleen maar aan het begin staan van nog meer ruzies en gevechten. Of zij hem nou een zoon kan geven of niet, vroeg of laat zal hij haar niet meer willen.'
Een bittere glimlach speelde om mijn lippen terwijl ik verder sprak: 'Henry blijft nooit lang geïnteresseerd: als hij eenmaal heeft gekregen wat hij op dat moment het liefste hebben wilt, is zijn belangstelling verdwenen. We hebben zeven jaar lang van elkaar genoten, maar op de dag dat we trouwden, raakte ik hem al kwijt. Toen merkte ik dat niet, maar nu zie ik het maar al te duidelijk.'
Ik snoof met een mengelmoes van gekwetstheid en zelfspot. Hoe had ik zo naïef kunnen zijn om te denken dat ik de koning wel houd kunnen houden? Ik was nota bene degene geweest die het pad gelegd had voor de rest. Als ik er nooit was geweest, had Jane nooit zelfs durven dromen om ooit koningin te worden.
'Henry is altijd een kind gebleven: hij wordt gelukkig van tenniswedstrijden en jagen, van dansen en flirten. Hij wordt gelukkig als hij iets krijgt wat hij heel graag hebben wilt en verliest vervolgens even snel zijn aandacht. Dat was wat ik nog wel het leukste vond aan hem: de uitdaging om hem te behouden. Niemand had hem veel langer dan een jaar kunnen plezieren, niemand kon hem veel langer in zijn ban houden, maar waar ik kwam vereerden de mensen mij.'
Ik liep langzaam naar het raam en staarde naar buiten, naar de mensen die beneden liepen. 'Met alle respect, maar het hof aanbad mij.' Ik viel stil en dacht terug aan het leven op het moment dat ik Henry's maîtresse was geworden. 'Ja,' hervatte ik mijn verhaal, 'het hof aanbad mij en daar heb ik hard voor moeten werken. Ik was degene die het eerst op was en de laatste die naar bed ging. Ik stond altijd klaar met een glimlach, danste, zorgde voor muziek en plezier. Ik was vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week bezig met het zijn van 'de gelukkigste'. Dat was immers mijn motto.'
Ik draaide me terug naar mijn hofdames die nog altijd een luisterend oor boden. 'Een deel van de tijd, met name de tijd in Henry's armen,' ik giechelde, 'voelde ik me ook werkelijk de gelukkigste, maar meestal was ik vooral heel, heel erg moe.' Ik liet mezelf in de stoel naast het raam zakken en legde gedachteloos mijn rok netjes recht.
'Nee, ik benijd de nieuwe koningin niet, noch degene die na haar zullen volgen. De enige die ik nu nog durf te benijden is mijn zuster, omdat Mary het lef had om met een doodgewone plattelandsman te trouwen. Ze was dapperder dan ik ooit geweest ben en ik hoop dat die William Stafford haar gelukkiger kan maken dan welke rijke edelman dan ook.'
