Het is schemerig en in het grote huis van Port Royal is het rumoerig. Het huis was bezit van familie Swann. Maar sinds de beide leden van dat gezin vermist of gedood waren, was het huis in bezit van de familie Beckett.

Binnen, in één van de grootste kamers van het huis, was er een soort feest. Niet zo'n soort feest waar je iets uitgebreid viert of van dronkenschap neer zou kunnen vallen, maar een soort herdenkingsfeest. De jongste zoon was namelijk gesneuveld in zijn nobele strijd tegen de piraten.

'Gecondoleerd met uw zoon en broeder, mevrouw en meneren.'een netjes ogende jongen betoog zijn bedroefenis door middel van zijn condoleren.

'Dank u, jongeheer,'een vergrijzende dame kuste bedroeft de jongen zijn hand. 'Zonen zouden deze wereld niet eerder mogen afsteigen dan zijn grootbrengers.'

'Ik kan nog lang geen heer genoemd worden, mevrouw,'de jongen zuchtte:'De wereld is wreed.'

'PIRATEN ZIJN WREED!'klonk een luide, maar bekende stem. Geschrokken keek de jongeman om zich heen.

Een bekend gestalte stapte uit de kring naar voren. 'Piraten zijn wreed.'herhaalde hij nog eens voor de duidelijkheid.
De jongenman opende zijn mond voor een weerwoord, maar leek zich op het laatste moment te bedenken: Op het moment dat hij zag wie er voor hem stond.

'Beckett?!'piepte de jongen en leek in zichzelf te vloeken.

'Inderdaad jongenman, ik ben een Beckett.'de man die zojuist zo wreed piraten had lopen te vervloeken, lachte hem toe. Voorzichtig legde hij zijn grote hand op de jongen zijn schouder:'Mijn broeder zal zich door uw condoleances vereerd voelen. Daar ergens,'terwijl de jongen opgelucht zuchtte, wees de spreker gelovig omhoog 'zal mijn tweelingbroer u trots toekijken. Naar u die zo bescheiden, maar o zo dapper is. U mag verzekerd zijn van uw titel als jongeheer, mijn jongen.' Cutler Beckett's tweelingbroer trok zijn hand weer terug van de jongen zijn schouder.

'Dank u meneer' de jongen boog diep door zijn benen.

Ondertussen zwierf de iets beter dan normaal geklede Pintel door de massa.

'Mooi, jongeman Stone houdt ze wel bezig. Barbossa heeft er goed aan gedaan om mij deze missie op te dragen.'mompelde de piraat trots maar onverstaanbaar.

'Zei u iets, meneer?'een in pak geklede man keek Pintel vragend aan.

Verontschuldigend keek Pintel terug. 'Het spijt me meneer, ik praatte slechts in mezelf.' verontschuldigde hij zichzelf, om niet op te vallen.

'Heb geen spijt, gaat u verder!'de man ging aan de kant staan om Pintel er gemakkelijker door te laten gaan.

Zonder de man te bedanken liep Pintel beschaamd door. 'Bijna gesnapt!'verweet hij zichzelf mompelend.

En daar stond Pintel dan. Achter de vader van Cutler; de man die zij om zeep hadden geholpen. Daar stond hij nu al rouwend: Ludwig Beckett. De opdrachtgever in eigen persoon. De man waar Cutler zijn idealen van had overgeërft. Indirect had Ludwig Beckett dus al die miljoenen doden op zijn naam staan. En dat was de reden voor het gemene goedje die Pintel bij zich droeg. Slechts bedoelt om 'Papa' Beckett om zeep te helpen.

Vader Beckett had zich in het gesprek van Stone en zijn zoon gevoegd. Zijn hand bracht het halflege en ondoorzichtige glas wijn naar de tafel. Nu zag Pintel zijn kans schoon.

Met één drupje van zijn vloeistof in de wijn was het leven van Vader Beckett zo goed als voorbij. Althans, als de man niet zou kijken voor het drinken, want de kleur die het gif zou geven was nu niet bepaald betrouwbaar.

Voorzichtig liet Pintel zijn kleine bidon, het vergif het glas in druppelen. Na deze actie baande hij zich snel een weg terug naar Barbossa, die zich achter een pilaar had verscholen.

'Missie geklaard' Pintel ging naast Barbossa staan en begon haperend te lachen. Verwijtend keek Barbossa de piraat aan en keek daarna weer geconcentreerd naar het glas wijn dat nog op de tafel stond. Pintel wendde zijn hoofd beschaamd naar de grond.

Gespannen balde Barbossa zijn linker hand tot een vuist: 'Het is zover.'fluisterde hij naar een onzichtbaar publiek waarbij Pintel niet was inbegrepen.

Barbossa zag hoe Ludwig Beckett als in slowmotion naar zijn glas wijn met vergif greep.

'Drink Up Me Hearties, Yo Ho!'zong Barbossa zachtjes als of het zijn hoop zou bevestigen.

Het glas was naar Ludwig Beckett's mond verplaatst. Zijn mond ging open en zonder ernaar te hebben gekeken, gleed de wijn via de slokdarm naar zijn maag. Via het bloed zou het zorgen voor een stoppend hart.

Ludwig Beckett zakte levenloos in elkaar. Er klonk geschreeuw en ook het gehuil van zijn vrouw was hoorbaar.

'Het is gelukt!'fluisterde Barbossa trots en volgde het geschreeuw voor een moment.

'Ludwig, nee!'

De twee levende zoons probeerde hun vader te reanimeren, maar de oude man was al van zijn leven beroofd.

'Stone!'bulderde Barbossa. In de zaal verplaatste zich een schok van ongeloof.

'Het zijn piraten!'gilde een jongedame van de andere kant van de zaal.

'Kapitein Barbossa, in levende lijve!'de man glimlachte gemeen en boog door zijn knieën.

'Pak ze!'werd er in alle uithoeken van de zaal geroepen. Bewakers en de Beckett-zonen kwamen dreigend zijn kant op.

'Jullie kennen me... Maar niet goed genoeg!'riep de kapitein waarop zijn gestoorde bulderlach volgde.

Met grote goed gecoördineerde stappen baande hij zich een weg naar Stone en Pintel, die al voor het raam stonden te wachten.

Halfstruikelend achtervolgde de woedende menigte zijn stappen. Maar ze waren niet snel genoeg.

Met een grote aanloop wierpen de drie piraten zich op het immense raam voor hen. Het geluid van breekend glas deed mensen wegkijken. De naar beneden vallende piraten werden nog na geschoten door de bewakers.

Ze kwamen op de grond neer... Barbossa, Pintel en de nieuweling Stone.