Hoi allemaal! Hier is het eerste officiële hoofdstuk van Onze Kansen, de Boete van district 1! Fijn dat je weer leest en ik hoop dat je het leuk zal vinden!
District 1 meisje - Maia Lavigne (16)
Slapen. Ontbijten. School. Lunchen. Trainen. Avondeten. Slapen.
Zo ziet mijn leven er uit, maar ik wil het anders hebben. Niet omdat ik het hier zo stom vind; totaal niet zelfs. Ik vind het gevoel nadat ik heb getraind fantastisch. Ik heb genoeg vrienden en ik woon op een van de mooiste locaties van ons dorp in district 1. Genoeg eten, ontzettend lieve ouders. Maar toch ben ik niet tevreden.
Want ik wil meedoen aan de Hongerspelen.
Het is frustrerend om elke dag te trainen en elke keer tijdens de Boete net iets te laat te zijn waardoor ik weer een jaar moet wachten. Dit jaar gaat het lukken; ik ga me meteen als iemand getrokken wordt aanbieden om haar plaats in te nemen. Ik ben er klaar voor en ik ga winnen.
'Maia!' Ik zit op mijn kamer en ik hoor een bekende stem vanuit buiten roepen. 'Maia!' Ik sta op en loop naar het raam om de bron van het geluid te zoeken. Na een paar seconden heb ik de enige persoon die ik vandaag wilde zien gevonden tussen de vele mensen. Ik zou het blonde haar en de blauwe ogen van Paris McClare zelfs herkennen als hij aan de andere kant van dorp zou staan.
Oké, dat is een beetje overdreven.
'Ik kom er aan!' roep ik. Ik draai me om en loop de trap af, naar de woonkamer. Mijn vader zit voor de televisie het interview met Ares McCarthy van gisteren terug te kijken. Ondanks de beschilderingen op zijn hals ,vind ik het wel een leuke man, ook al is hij wat ouder.
'Maia, waar ga je heen?' vraagt mijn moeder, terwijl ik mijn jas aan doe. Ze staat in de keuken eten voor vanavond klaar te maken. Jammer voor haar dat ik er dan niet meer ben.
'Ik ga trainen, met Paris,' zeg ik. 'Ik ben over een uurtje weer terug.'
Ik geef hen beiden een kus op hun wang en dan loop ik naar buiten. Paris staat aan de overkant van ons smalle straatje tegen een muur aangeleund, met zijn armen over elkaar. Als hij mij ziet lijkt het of zijn ogen oplichten. Waarschijnlijk verbeeld ik me dat, want zijn ogen glinsteren altijd.
Hij loopt naar met toe. 'Zullen we gaan?' Ik knik en we lopen richting de trainingszaal.
'Hoe is het met Helena?' vraag ik. Helena is Paris' kleine zusje. Hij haalt zijn schouders op. 'Goed, denk ik. Een beetje zenuwachtig, maar wel goed.'
'Zenuwachtig?' Hij knikt. 'Ze is bang dat, als ze getrokken wordt, niemand zich zal aanbieden om in haar plaats te gaan.' Ik kan een lach niet onderdrukken. Hij kijkt me aan. 'Wat is er?' Nu schiet ik echt in de lach. 'Denk je nou echt dat niemand dat zal doen?' Plotseling stopt hij met lopen. Zijn ogen vernauwen zich en hij draait zich naar me om.
'Jij gaat je aanbieden, niet soms?' Ik knik, met een grijns op mijn gezicht. Hij zucht en loopt weer verder. 'Waarom?'
'Je weet waarom, Paris,' antwoord ik. 'Als ik win, en ik ga winnen, ben ik beroemd, heb ik geld, mag ik in het Capitool wonen!'
'Als je wint, ja.' Ik kijk hem verbaasd aan. 'Vertrouw je me niet, ofzo?' Hij lacht, maar het klinkt niet echt.
'Maia, er zijn 23 andere tributen die je eerst eens moet zien te verslaan. Je woont hier, je hebt het goed... Waarom zou je dan je leven op het spel zetten voor wat extra geld dat je toch niet nodig hebt?' Nu ben ik degene die stopt met lopen. 'Je snapt het echt niet, hè?' Zijn wenkbrauwen gaan omhoog. 'Ik heb hier al mijn hele leven voor getraind en dit is mijn kans. Ik ben sterk genoeg en ik heb genoeg zelfvertrouwen, en nog wil je niet dat ik ga!'
Dan pakt hij mijn hand vast en ik voel vlinders door mijn buik schieten.
'Ik wil je niet kwijt raken, Maia,' zegt hij. 'Je bent mijn beste vriendin en ik wil niet dat je dood gaat.'
Ik trek mijn hand los. 'Ik ga ook niet dóód, Paris. Ik ga me aanbieden en ik ga winnen, of je het nu wil of niet.' Daarmee is ons gesprek beëindigd en lopen we in stilte verder naar de trainingszaal. Ik snap echt niet dat hij zo weinig vertrouwen in me heeft. Hij weet hoe goed ik ben in messen werpen. En tijdens de training ga ik laten zien dat ik er helemaal klaar voor ben.
Eenmaal aangekomen bij de grote hal lopen we allebei een andere kant op; Paris gaat naar het speerwerpen, ik naar het messen werpen. Ik pak mijn grootste en zwaarste mes uit de messenset die op het rekje ligt en gooi hem richting het doel, precies in de roos. Ik kijk achterom en zie Paris vanuit de speerwerpers groep naar me kijken. Ik grijns naar hem, gewoon om hem te pesten. Ik loop naar het doel om mijn mes er uit te halen, maar dat lukt niet. Uit frustratie heb ik het mes te hard gegooid en nu zit ik vast. Ik kijk weer achterom en nu is Paris degene die grijnst. Hij loopt naar me toe.
'Ik haal hem er wel uit voor je,' zegt hij. Hij trekt een keer goed hard aan het lemmet en het mes schiet uit de pop. Ik gris het uit zijn hand en draai me om. Boos loop ik naar buiten. Ik ben al aan het einde van de straat als ik er achter kom dat ik het mes nog steeds in mijn hand heb. Dat zal er niet heel goed uitzien op straat. Snel ren ik terug naar de trainingszaal, hopend dat Paris niet meer bij het messen werpen staat.
Helaas.
Als hij me ziet begint hij te lachen en met een hoofd zo rood als een boei leg ik het mes terug. Snel loop ik weer naar buiten.
Paris is echt een goede jongen, maar soms kan ik hem wel wurgen.
District 1 jongen - Paris McClare (17)
Het was echt niet mijn bedoeling om Maia te kwetsen. Ze heeft jarenlang naar dit moment uitgekeken, maar ik ben het gewoon niet met haar eens. Ik weet dat ze de kracht heeft om te winnen. Ze moet alleen eerst die 23 andere tributen verslaan en daar heb ik mijn twijfels over. Stel dat er nog andere hele sterke tributen zijn? Dan is de kans dat ze terugkomt heel klein, en dat wil ik niet. Toch weet ik zeker dat ze op dat podium zal staan vanmiddag; ze is te vastberaden om zich van gedachten te laten veranderen.
Nadat ze weg liep heb ik nog vijf speren in de roos gegooid en daarna ben ik ook naar huis gegaan. Nu loop ik langs Maia's huis, wat best wel een beetje ongemakkelijk is. Gelukkig kan ik haar vanaf haar kamer niet zien.
Mijn huis ligt zo'n drie straten verderop. We wonen in één van de wijken die streng bewaakt is; er wonen veel rijke mensen. Ik woon daar samen met mijn vader, mijn moeder, mijn kleine zusje Helena, mijn tweelingzus Echo en mijn oudere zus Narcissa. Zij hoeft niet meer mee te doen aan de boete; ze is al negentien. Helena is 12, dus voor haar is dit haar eerste jaar.
Als ik thuis kom zit mijn vader op de bank met een tablet op schoot. Het is een glazen plaat waarop hij waarschijnlijk de krant aan het lezen is. Mijn moeder is Helena's lichtblonde haar aan het invlechten en Echo staat voor de spiegel haar make-up te doen. Narcissa zit voor de televisie een of andere soap te kijken, gespeeld door de opgetute mensen uit het Capitool.
'Paris, ga je eens snel omkleden! Je bent al laat,' zegt mijn moeder. Snel ren ik de trap op, de vernietigende blik van Echo ontwijkend. Ze schaamt zich voor me als ik er niet goed uit zie. Ik denk dat ik niet mijn netste kleren aan zal doen, gewoon om haar te pesten.
Ik kijk in mijn kast, -die niet heel vol zit met kleren- en pak een witte bloes en een zwarte broek. Goed genoeg. Ik trek ze aan en doe mijn haar voor de spiegel. Ook goed genoeg. Meteen ren ik weer naar beneden. Echo staat nog steeds voor de spiegel. Als ze mijn weerspiegeling ziet, trekt ze een vies gezicht.
'Kun je echt niet wat beters aandoen?' vraagt ze. 'Het wordt uitgezonden door heel het land, hè.' Ik haal mijn schouders op. 'Als ik word getrokken weet ik zeker dat er toch wel een vrijwilligers is, dus hoef ik niet eens het podium op. Waarom zou ik dan iets aandoen waarin ik me niet op mijn gemak voel?' Ze rolt met haar ogen en kijkt weer in de spiegel.
'Ik vind wel dat je er mooi uitziet, hoor,' zegt Helena. Ik loop naar haar toe en til haar op. Terwijl ik een rondje draai, zeg ik: 'Dank je, Leentje.' Ze giechelt en ik zet haar weer neer.
'Mama, wat moet ik eigenlijk doen als ik word gekozen?' zegt ze dan. 'Ik ben nog te klein om te winnen.' Ik ga op de bank zitten, tegenover mijn vader. 'Maak je maar niet druk. Maia gaat zich aanbieden.' Echo draait zich eindelijk om. 'Maia?' Ik knik. 'Die maakt wel een kans om te winnen,' zegt ze. Ik rol met mijn ogen; ik ben dus echt de enige die er anders over denkt. Typisch iets voor district 1.
'We moeten gaan,' zegt mij moeder. We staan allemaal op en lopen richting de voordeur. De jassen laten we aan de kapstok hangen, want het is daar veel te warm voor. Mijn vader opent de voordeur en laat ons voor gaan. Als ik voorbij kom lopen, geeft hij me een klopje op mijn schouder.
Terwijl we naar het plein lopen, huppelt Helena voor ons uit. Ze is onderweg haar vriendinnetje Ruby tegengekomen en ik hoor ze giechelen. Ze hebben geen reden om zenuwachtig te zijn, waarom zouden ze? Ze weten toch wel dat er iemand voor hen gaat, als ze getrokken worden. Misschien is dat wel de rede dat ik zenuwachtig ben; omdat ik weet dat er iemand in hun plaats zal gaan. Iemand waarvan ik het niet wil.
Narcissa komt naast me lopen. 'Niet zo zenuwachtig, broertje,' zegt ze. 'Nog maar twee jaartjes, dan ben je er van af.' Ze geeft me een knipoog en ik probeer te glimlachen. Aan haar gezicht te zien komt het niet heel overtuigend over. 'Je wilt niet dat Maia gaat, hè?' Ik knik. Ze pakt mijn arm vast. 'Het komt wel goed. Ze is een goede vechter; ik weet zeker dat ze terugkomt.' Ik probeer het te geloven.
'Paris, ga je je ook even aanmelden?' vraagt mijn moeder. Ik knik en geeft mijn ouders en Narcissa een knuffel. Dan loop ik naar een tafel waar een vredesbewaker achter zit.
'Naam,' zegt hij, terwijl hij opkijkt. 'Paris McClare.' Hij kijkt even op zijn computer en wijst naar links. 'Die kant op.' Ik loop naar waar hij naartoe wees en ik ga midden in de groep van 17-jarigen staan. Er staat niemand in de buurt die ik ken, dus terwijl iedereen wacht ga ik het plein nog eens bestuderen. Er is niet veel veranderd na vorig jaar. De met tegels belegde ondergrond is nog steeds omringd door grote wilgen en in de winkeltjes brandt licht. Overal staan kinderen en ouders te wachten tot de begeleidster van het Capitool, Olivia, het podium opkomt. En dan is het eindelijk zover.
'Welkom allemaal!' roept ze vrolijk. Sommige mensen juichen. 'Fijne Hongerspelen! En mogen de kansen immer in je voordeel zijn! Ik hoop dat jullie er allemaal zin in hebben!' Nog meer mensen beginnen te juichen. 'Eerst zal jullie burgemeester even iets voorlezen!' Een oude man stapt naar voren en begint te vertellen over de oorlog waaruit Panem is ontstaan, over het ontstaan van de Hongerspelen enzovoort. Dan stapt Olivia weer naar voren.
'En dan is nu eindelijk het moment aangebroken!' Ze zet nog een stap naar voren, waar twee grote, glazen bollen staan met wel duizenden papiertjes er in. 'Dames eerst!' Ze steekt haar hand in de bol en pakt er een klein papiertje uit. Ze vouwt het open en roept:
'Ruby Coleman!' Ik heb niet eens de tijd om te verwerken dat dat Helena's beste vriendin is als een maar al te bekende stem begint te roepen.
'Ik bied me aan als tribuut!' Maia stapt naar voren en ik slaak een zucht. Dit is het dan. Met een zelfvoldane grijns loopt ze naar het podium en schudt handen met Olivia.
'En wat is jouw naam, jongedame?' vraagt Olivia. 'Maia Lavigne.' Olivia klapt in haar handen. 'Welkom, Maia! Wat een eer je te mogen ontmoeten!' Dan draait ze zich weer naar het publiek toe.
'En dan gaan we nu verder met de heren!' Ze graait met haar hand in de andere bol en pakt een nieuw papiertje.
'Paris McClare!' Ik schrik op. Ik? Maar wat maakt het uit, er komt toch wel een vrijwilliger.
Maar het blijft stil. Niemand biedt zich aan, iedereen is stil. En het dringt nu pas tot me door.
Ik ben een tribuut in de Hongerspelen.
Nou, dat was het weer! Ik hoop dat het een beetje leuk was ;) en dat je het volgende hoofdstuk ook wil lezen! Het zal waarschijnlijk iets langer duren om die te schrijven, aangezien ik volgende week bijna de hele week weg ben en school weer in volle gang is... Toetsen en zo :(
Het zou leuk zijn als je een reactie achterlaat en tot de volgende keer!
-x- Finnick the Insurgent
Hier een lijst van de tributen van de 63ste Hongerspelen:
District 1 meisje - Maia Lavigne (16)
District 1 jongen - Paris McClare (17)
