Nummer 10
We dansen.
Je bruine ogen glinsteren ondeugend in het licht van de zachte lampen
die door de hele kamer staan. Het is je trouwdag vandaag, en we
praten, zijn blij.
Je komt
bij onze familie, vandaag. En dat is waar je hoort, bij ons. Bij mij.
Want we houden allemaal van je: Mijn ouders, mijn broers – vooral
Ron natuurlijk – en Ginny. En ik, vooral ik.
"Zal het
goed gaan, vandaag?" vraag je me.
"Natuurlijk,"
stel ik je gerust. "Natuurlijk het zal het goed gaan. Alles zal
goed gaan."
Ze zucht.
"Ik ben
zenuwachtig."
"Het is
je trouwdag, lieverd. Jouw trouwdag. Natuurlijk ben je nerveus, dat
is normaal."
Je
glimlacht. Je bekende, warme glimlach, waar ik altijd al van gehouden
heb. Sinds de eerste keer dat ik je zag, toen je nog een klein meisje
was met een enorme bos haar. Maar nu ben je een echte vrouw, en
bloedmooi.
En nu ga
je trouwen, wordt je een Wemel.
"Ik houd
van je," fluister je. En dan lopen we de kamer uit, op weg naar je
trouwdag. Nee, niet jouw trouwdag. Onze trouwdag.
"Ik houd
ook van jou, Hermelien Griffel."
