Dank je wel voor het reviewen, Jade Lammourgy! Dat werkt erg motiverend =)

Hoofdstuk Twee

Die nacht sliep ik slecht. Ik werd ontzettend vaak wakker en uiteindelijk besloot ik dat in bed blijven liggen niets zou oplossen. Geeuwend stond ik op, sloeg mijn warme ochtendjas om me heen en liep stilletjes de trap af. De houten treden leken extra luid te kraken in de nachtelijke stilte.

Onwillekeurig slaakte ik een gesmoord kreetje toen mijn blote voeten contact maakten met de koude tegelvloer in de hal en op het moment dat ik de deur naar de zitkamer wilde openen, hoorde ik stemmen.

'… geen valse geruchten zijn?' hoorde ik mijn moeder ongerust vragen.

'Dan zou ik niet gekomen zijn. Het is serieus, deze keer,' antwoordde een man. Ik kon zijn stem niet meteen plaatsen, maar ik had het eigenaardige gevoel dat ik hem al eens eerder gehoord had.

'Ik weet het,' zuchtte ze vermoeid. 'Ik had het alleen niet verwacht… Na al die jaren dacht ik dat we veilig waren. Je kan je wel indenken hoe geschokt ik was toen je zo opeens weer opdook.'

Er viel even een stilte en dat gaf mij de gelegenheid om na te denken over wat ik gehoord had. Veel wijzer werd ik echter niet, want Ik had geen flauw idee waar ze het over hadden. Toch besefte ik intuïtief dat er dingen zouden gaan veranderen.

'Het zou het verstandigst zijn als je verdwijnt. Zo snel mogelijk. Ik weet niet wanneer ze hierheen komen, maar nu ze weten waar je bent, is het hier niet meer veilig,' hoorde ik de onbekende zeggen.

'Ja… Je hebt gelijk. Ze zullen ons vinden.'

'Klopt,' zei de man krachtig. 'Je moet vluchten.'

'Ik weet het.'

'En het meisje weet nog steeds niet – '

'Nee, dat hoeft ook niet,' antwoordde mijn moeder pinnig.

Alweer viel er een stilte. Ik vroeg me af of ze mij bedoelden als ze het over 'het meisje' hadden. Dat kon haast niet anders, maar wat hield dat in? Welke geheimen hield mijn moeder voor me verborgen? Ik spande me in om nog beter te luisteren.

'Goed dan. Het is jouw leven.'

'Inderdaad.'

'Ik moet maar eens gaan,' zei de man vermoeid.

'Houd me wel op de hoogte van eventuele nieuwe ontwikkelingen. We blijven hier nog zeker twee dagen,' zei mijn moeder neutraal.

'Goed,' herhaalde de man. Ik hoorde zijn stoel over de grond schrapen en realiseerde me plots dat hij over enkele seconden de deur zou openen en mij zou zien staan in de koude en donkere hal. Zo geruisloos mogelijk sloop ik de trap weer op, glipte mijn kamer binnen en sloot de deur achter mij. Net op dat moment werd er een verdieping lager ook een deur gesloten.

Ik bleef minutenlang doodstil zitten op mijn bed. Een deel van mij wilde naar benden lopen en mijn moeder om uitleg vragen, maar een ander deel – het meest rationele, allicht – vertelde me dat dat niet verstandig was. Ook besefte ik dat ze me nooit de waarheid zou vertellen.

Ik lag nog uren wakker, maar toch hoorde ik mijn moeder niet meer naar boven komen.

De volgende ochtend werd ik pas laat wakker en het was dus niet verwonderlijk dat mijn moeder al naar het werk vertrokken was toen ik gedoucht en aangekleed beneden verscheen. Ik wierp een snelle blik op de klok die op een keukenkastje stond en constateerde dat het al na elven was.

Ik liep naar de koelkast, haalde er een literfles water uit en schonk een groot glas in. Gedachteloos goot ik de koude vloeistof naar binnen in een poging wat wakkerder te worden.

Mijn gedachten dwaalden echter opnieuw af naar het gesprek dat ik gisteren gehoord had. Een gesprek dat ik helemaal niet had mogen horen, besefte ik maar al te goed. Maar nu ik die onthullingen opgevangen had, was ik niet plan dat zomaar te negeren. Mijn moeder mocht dan vastbesloten zijn mij niet in vertrouwen te nemen, er waren altijd andere – zij het wat minder onschuldige – manieren om de waarheid te achterhalen.

Met een steek van opwinding, gemengd met een vaag gevoel van angst en een klein beetje schuldgevoel liep ik de trap op, naar mijn moeders kamer. Ik was er immers van overtuigd dat, als ze iets voor me verborgen hield, er ergens een bewijs moest zijn. Het probleem was alleen dat ik geen flauw idee had naar wát ik moest zoeken.

Het bureau in de hoek leek mij de meest geschikte plaats om mijn zoektocht aan te vangen. Ik liep er naartoe, mijn gevoelens van onbehagen negerend, en opende de eerste lade. Die bevatte mappen vol schetsen en aantekeningen van mijn moeders ontwerpen. Ook de volgende lade getuigde van haar baan als architecte. De derde en tevens voorlaatste lade was bijna leeg, afgezien van een oude kartonnen doos en enkele losse papieren. Ik las ze snel door, maar kon er niet echt wijzer uit worden. Het leek om de aankoop van het huis te gaan en omdat dat mijn nieuwsgierigheid niet echt aanwakkerde, nam ik de doos uit de lade. Snel haalde ik het deksel eraf en onthulde de inhoud. Die was enigszins ongewoon. Onderaan lag een velletje vergeeld perkament en verder bevatte de doos een klein houten kistje en twee ronde, inktzwarte stenen.

Ik nam een van de stenen in mijn hand en er trok een heel vreemd gevoel door me heen. De steen straalde een kracht uit die mij zowel fascineerde als beangstigde. Ik legde hem voorzichtig terug en nam de andere in mijn hand. Deze keer voelde ik niets. De zwarte steen lag koel in mijn handpalm.

Verbijsterd door deze vreemde ontdekking bleef ik een paar seconden wezenloos voor me uit staren, maar toen legde ik ook de tweede steen terug en pakte het velletje perkament.

Liefste Rosalie, 21/4/1998

Het spijt me dat ik niet bij je kan zijn. Geloof me, ik zou niets liever willen, maar er wordt ons niet toegestaan naar huis te keren nu het beslissende gevecht eraan komt. Ik hoop dat we elkaar weldra weer zullen zien. Dan kan je me alles vertellen over onze dochter, die ik nog maar een keer kon zien.

Beloof me dat je haar en jezelf niet in gevaar brengt, want dat zou ik niet overleven.

Ik mag je eigenlijk niet schrijven, maar ik kon het niet verdragen je geen teken van leven te geven. Met heel mijn hart hoop ik dan ook dat deze brief je bereikt.

Houd de moed erin, liefste.

Jonathan.