Hoofdstuk 1

So...

This is how it goes.

De zon zakt weg onder het gebergte landschap. Mijn hoofd leunt tegen het autoraampje. "We zijn er bijna." Ik knik enkel. Dat zei ze een half uur geleden ook. Een nieuwe stad, nieuwe school, nieuw land. Kort samengevat: een nieuw begin.

Ik woon samen met mijn moeder, Karen. Mijn ouders zijn lang geleden gescheiden en mijn vader zie ik zelden. Mijn moeder is een artistieke vrouw die vaak impulsen krijgt. Zo dacht ik dat dit ook weer een van haar impulsen ging zijn. De eerste paar weken heb ik het haar uit haar hoofd proberen praten. Ik heb haar gesmeekt nog even te wachten, tot het voorbij ging. Dit leek geen impuls te zijn. We verkochten alles in Belgie en namen enkel de belangrijkste spullen mee. Ik heb geen idee waarom ze naar dit land wou verhuizen.

Hier regent het altijd! Dit was mijn argument, want het is niet alsof Belgie het droogste land is. Mijn argument werd natuurlijk teniet gedaan toen we uit de boot stapten. De zon scheen vandaag.

Een hele dag zaten we al in de auto. Ons huis lag in een plaats in Devon. Het stadje – als je het een stadje kunt noemen – heet Putsborough. En vanwaar ik heb gezien is het een verlaten gat. Het enige voordeel is dat de zee vlakbij is. Volgens mijn moeder hoeven we enkel een wei oversteken, de baan en dan het pad naar beneden lopen.

Ik was ingeschreven in de 'highschool', die net buiten het stadje lag. Maandag begon mijn eerste dag. Het geluk lag aan mijn kant dat ik al een rijbewijs had en mijn moeder me een auto beloofde. Ik had nog een weekend om me aan te passen en de school eerst te zoeken. Hopelijk stuurden ze me niet naar een of andere extra bijles. Op school was mijn Engels meestal goed, dacht ik toch. Ik word misselijk als ik er aan denk.

Mijn moeder draait een oprit op. "We zijn er Liesbet." Maakt ze de onnodige uitspraak.

Het huis was niet groot, maar dat hoefde ook niet. Net groot genoeg voor twee personen. Het deed me denken aan een huisje uit een film. Het was wit en had blauwe luikjes aan de ramen. We hebben een klein voortuintje en de tuin aan de achterkant loopt door in een bos.

Mijn moeder toont me mijn kamer en laat me uitpakken. In een normale situatie zou ze bij mij gebleven zijn en zinloos gebabbeld hebben. Maar ze had zelf heel wat uitpakwerk, zo kon ik in alle rust zelf wennen aan de nieuwe situatie. Mijn moeder is een kletskous, ze kan over de domste dingen doorratelen. Het is makkelijk om met haar een gesprek te beginnen, en je hoeft zelf niet veel te vertellen. Een paar ja's en neen's zijn genoeg, een knikje kan er af en toe ook voor door.

Mijn kamer is best gezellig. Een dubbelbed met paarse lakens en beige muren. Een ruim bureau met een laptop, en een grote kleerkast. Boven het bureau hangt een plank voor boeken en er was ook nog een prikbord.

De rest van de avond besteed ik aan boeken plaatsen, kleren ophangen en posters ophangen. Er bleef nu enkel nog een deur over, met daar achter de badkamer.

Ik plaats al mijn badkamer spullen erin en neem dan een douche.

Wanneer ik met mijn vinger de boekenkaften overloop komt mijn moeder de kamer binnen. "Hoe gaat het?"

"Goed, ik heb alles uitgepakt." Zeg ik zo opgewekt mogelijk.

"Ik ga gaan slapen. Slaapwel." Ze geeft me nog een zoen op de wang en trekt de deur achter zich dicht.

Ik haal voor de zoveelste keer Twilight uit de boekenkeuze en nestel me in mijn bed.

Ik staar nog even naar buiten - waar de wind hard waait – en verdiep me in het boek.

Met dikke wallen onder mijn ogen vertrek ik maandagochtend naar de highschool. Ik had de hele nacht liggen woelen. Deze ochtend kreeg ik geen hap door mijn keel.

Zenuwachtig rijd ik de parking op, er is nog niemand. Door de zenuwen was ik veel te vroeg vertrokken.

Ik sluit mijn kleine tweedehands auto af en kijk rond. Er zijn drie gebouwen. Het verste gebouw zou het wel niet zijn. De andere twee liggen beiden dicht bij de parking. Het ene is klein en zou waarschijnlijk wel het secretariaat zijn. Ik hap nog eens naar adem en spreek mezelf moed binnen. Met mijn papieren in mijn hand stap ik het warme gebouw binnen. De muren zijn lichtgroen geverfd en de kamer is overbevolkt met planten. Achter een volgende deur is er nog een zaal waar er net zoveel planten staan. Ik richt me tot de mollige vrouw achter het bureautje.

"Hello, I'm Liesbet and I'm knew here." Oké, dit ging nog goed. Ik geef haar mijn documenten af. De vrouw glimlacht vriendelijk naar me en kijkt dan naar de papieren.

"Belgium?" zei ze.

"Yes, I just moved."

Hoe haalt mijn moeder het nu in haar hoofd om midden in het schooljaar te verhuizen? Ze geeft me nog enkele instructies en papiertje en wenst me dan moed toe.

Ik knik vriendelijk en verlaat dan het gebouw, ondertussen is de parking al volgestroomd met auto's.

Met mijn blik op het plan die ik in mijn hand heb loop ik het eerste gebouw binnen. De school in Engeland is helemaal anders dan in Belgie. Ik had zelf mijn lessen kunnen samenstellen, wat ik wel tof vond. Mijn eerste les van de dag was Engels. En dan geen saaie les met woordenschat maar dit ging over boeken gaan.

Midden in een grote hal blijf ik staan. Het plan is klein getekend en ik raak er maar niet wijs uit. "Ben jij soms Liesbet?" Een jongen komt naast me staan.

Ik knik. "Ik ben Mike en klasverantwoordelijke. Welkom op de highschool van Devon."

"Dank je." Ik slaag erin een klein glimlachje te geven.

"Wat is je eerste les?" Hij werpt een blik op mijn lessenrooster terwijl hij de vraag stelt. "Ah Engels. Je hebt geluk, ik moet net die kant uit. Volg me maar."

Opgelucht prop ik het plan in mijn rugzak en volg ik Mike. Hopelijk waren alle mensen hier zo vriendelijk, dan hoefde ik geen enkele keer mijn plan boven te halen… en misschien verdwalen.

Ik volg hem de trappen en dan een lange gang door. We stoppen bij een lokaal. In de gang hangt een rij kapstokken waar al jassen hangen. Mike hangt zijn jas er ook en ik volg zijn voorbeeld.

Binnen breng ik mijn papier naar de leerkracht. Hij glimlacht vriendelijk naar me en vraagt me gelukkig niet mezelf voor te stellen. In plaats daarvan begint hij te vertellen. "Dit is Liesbet, ze komt helemaal uit Belgie. Hopelijk helpen jullie haar aan te passen, en haar de taal goed te leren." Daarna draait hij zich naar me toe. "Als je iets niet begrijpt vraag je maar om uitleg." Ik glimlach en knik. Hij wijst me naar een lege plaats naast een jongen. Ik blijf even versteend staan. De jongen ziet er goddelijk uit. Goudbruine ogen, bleke huid… misschien wel een iets te bleke huid.

Wanneer ik me naast hem plaats verkrampt hij. Ik kijk even op. Zijn daarnet goudbruine ogen zijn helemaal zwart geworden, hij kijkt me kwaad aan. Geschrokken draai ik mijn blik terug naar de leerkracht. Ik voel hoe zijn blik op mij gericht blijft. Ongemakkelijk staar ik naar de leerkracht en probeer te horen wat hij zegt. Hij vertelt over een boekbespreking en bespreekt de boeken die we mogen lezen. Ik bekijk vanuit mijn ooghoeken de jongen nog eens naast me. Hij heeft zich nog niet verroerd en staart me nog altijd woedend aan. Snel richt ik mijn blik terug op de leerkracht. Wat heeft die tegen me? Heb ik iets misdaan? De minuten gaan traag voorbij. Ik durf hem niet meer aan te kijken, bang dat hij me nog altijd kwaad aanstaart.

Eindelijk klinkt de verlossende bel. De jongen staat onmiddellijk op zijn voeten en is de klas al uit voor de rest zijn boeken maar bijeen gepakt heeft.

"Wat heb je met hem gedaan?" Mike staat bij mijn tafel.

"Niets, ik ken hem niet eens."

"Ik heb Tom zich nog nooit zo zien gedragen. Oké, ze zijn afstandelijk maar het leek wel of hij je haatte."

"Heb ik iets misdaan?"

"Niet dat ik weet. Wat is je volgende les?"

Ik wrijf bezorgd over mijn voorhoofd. Dus die jongen reageert enkel bij mij zo. Hoe durft hij mij nu al te haten. Hij kent me niet eens. In mijn rugzak zoekend slik ik al mijn zorgen weg. Dus niet iedereen is hier even aardig.

"Wiskunde."

"Ik kan je wel de weg wijzen. Ik moet toevallig die kant op."

Ik glimlach vriendelijk naar Mike. Nu hoefde ik gelukkig terug geen plan.

De ochtend verliep vlot en Mike bleek er altijd te zijn om me de weg te wijzen. 's Middags toonde een meisje me de weg naar de cafetaria. Ze bleek Lesley te heten en nodigde me uit bij haar aan tafel te zitten. We kwamen aan de tafel en ze stelde me voor aan de rest. Bij de meeste vergat ik de naam, maar ik probeerde hun gezichten te herinneren. "Mensen, dit is Liesbet. Het nieuwe meisje helemaal uit Belgie."

"Lies." Corrigeer ik Lesley. Ze kijkt me daarop vragend aan. "Ik heb liever de naam Lies. Thuis noemden ze me ook zo."

"Zo, waarom ben je eigenlijk verhuisd?" Begint een meisje te vragen, van wie ik denk dat ze Miley heet. "Mijn moeder had een plotse voorliefde voor dit land. Ik ben maar meegekomen." "Mis je je vrienden niet?" vraagt Lesley bezorgt.

"Ik had niet zoveel vrienden, ik was best op mezelf. Dus dit valt mee." Ze glimlacht vrolijk en begint dan een praatje met Miley. Ze zijn duidelijk beste vrienden en ik probeer het gesprek te volgen. Mike komt even later ook bij de tafel zitten en betrekt me in het gesprek.

"En dan zat ze in Engels naast Tom, en het blijkt dat hij haar niet kan uitstaan." Zegt hij na een lang verhaal.

Miley kijkt geïnteresseerd en Lesley zwaait verveeld met haar appel. "De Kaulitzen kunnen niemand uitstaan." Zegt ze.

"De Kaulitzen?" vraag ik geboeid. Dit kon nog interessant worden, zeker als ze op elkaar leken.

"Ja, ze zijn enkele jaren geleden hierheen verhuisd. Je hebt Tom, degene die naast jou zit. Je hebt zijn broer Bill en hun zus Alison. Hun vader en moeder hebben twee kinderen geadopteerd. Gustav die samen is met Alison. Dan heb je nog Edith die dan weer samen is met Bill. En voor Tom lijkt niemand goed genoeg te zijn, is het niet Lesley?" Zegt Miley waarop Lesley een gezicht trekt alsof ze dit al zo vaak heeft gehoord. "En die vader zorgt voor al die kinderen?"

"Nuja, kinderen kun je ze niet meer noemen. Eerder tieners. Maar ja, Georg en zijn vrouw Marissa zorgen voor hen allemaal. Georg is een bekende advocaat hier in Devon."

"Ze zijn daar net." Mike knikt in de richting van de ingang waar net een koppel binnenwandelt. De jongen is lang en net zo bleek als Tom, zijn ogen zijn goudbruin en zijn haar zwart als de nacht. Zijn gelaatstrekken zijn identiek aan die van Tom. Dit moet Bill zijn, hij en Tom waren dus een tweeling. Aan zijn hand hangt een meisje. Edith is een kop kleiner dan Bill. Ze heeft net zo een bleke huid en goudbruine ogen. Haar bijna zwarte haar hangt golvend over haar schouders. Ze leunt tegen hem aan en lacht over iets wat hij zegt. Achter hen volgt een volgend koppel. De jongen is kleiner met de identieke goudbruine ogen en bleke huid. Zijn haar is blond en kort. Aan zijn arm hangt een meisje van zijn grote met halflang blond haar en dezelfde bleke huid. Haar ogen zijn net als de rest goudbruin. Dit waren waarschijnlijk Gustav en Alison. Alison huppelt de refter in en trekt Gustav met zich mee. Ze gaan aan de tafel zitten, waarschijnlijk een vaste tafel, en houden zich enkel met elkaar bezig. Tom komt de refter niet binnen. Waar was hij nu heen?

Ik staar hun richting uit en werp geschrokken mijn blik neer wanneer ze me alle vier aanstaren. Aan mijn tafel gaat het geroddel door en ik probeer alles te volgen. Geen enkele keer durfde ik nog naar de tafel te kijken. Maar ik zou zweren dat ik voor de rest van de middag hun vragende blikken op me voelde.

De middag ging snel voorbij. Het bleek dat ik dan nog een les met Lesley had en twee met Miley. Na mijn laatste les, geschiedenis, vertrok ik naar huis. De parking staat vol met tweedehandse auto's, zo viel mijn auto niet op. Een enkele auto leek te schitteren in de parking. Een fonkelende nieuwe grijze Volvo. Het leek me logisch dat daar de Kaulitzen stonden. Tom was nog steeds verdwenen. Ik kijk even hun richting uit om dan onmiddellijk mijn blik te laten vallen. Alle vier keken ze terug mijn richting uit. Ik stap snel in mijn auto en start nerveus de motor. Ik houd mijn zicht op de baan gericht wanneer ik achteruit rijd en voorbij de Volvo passeer.

Thuis verwelkomt mijn moeder me vrolijk. Ze had werk gevonden en had heel lieve mensen ontmoet. Ik plaats me bij haar aan de keukentafel. Ik weiger mijn gedachten te vrije loop te laten – want dan zouden ze naar Tom gaan – en richt mijn volle aandacht op mijn moeder.