Hoofdstuk 2
Toen Face wakker werd was Hannibal aan de telefoon. Hij was gewekt door de typische stem van zijn kolonel. Warm maar sterk.
Met knipperende ogen staarde hij naar de witharige man die tegenover hem zat op een witte sofa. De man had op dat moment zijn ogen gericht op een onbewust punt en sprak door de hoorn van de telefoon met een serieuze toon. Bijna vaderlijk. Toen zijn blik met de blik van Face kruiste ademde hij even in, en pauzeerde halverwege zijn zin.
Face probeerde te begrijpen waar hij over praatte.
'... Hij is wakker. Ik bel je straks terug, Maggie.' En hij legde de hoorn glimlachend op de haak. Zijn ogen waren nog altijd op hem gericht.
'Face. Je bent wakker. Je hebt de klok rond geslapen, jongen.'
Even kneep Face met zijn oogleden om de wazigheid uit zijn blik te krijgen. Maar het ging niet weg. Bovendien voelde hij zichzelf een beetje vreemd.
Hannibal was naar hem toegelopen en ging op de bankleuning zitten aan de kant waar zijn voeten lagen. Hij bleef hem maar glimlachend aankijken. Het was bijna... verdacht.
'H-Hannibal... Wat...W...' hij schrok van zijn sleepende stem. Nu pas merkte hij het lege gevoel op in zijn lijf. Hij voelde niets. Geen dekens, die op hem lagen, geen benen, geen armen... Geen pijn. Dit was vreemd.
'M-Morfine?' vroeg hij weer.
Hannibal schudde zijn hoofd. Inmiddels was zijn glimlach verdwenen en keek hem onderzoekend aan.
'Nee. Dat mogen ze je niet meer geven. Gewone pijnstillers. Sterke. En aan je blik te zien werkt het waarschijnlijk net zo goed.'
Face zuchte even en voelde een golf van duizeligheid opkomen. Het was niet onprettig. Maar het voelde gewoon een beetje raar. En het voelde alleen maar vreemder als hij probeerde te bewegen.
'I-ik... wilde dit niet m-meer...' mopperde Face gefrustreerd. Zijn hoofd schudde zacht op zijn wollige hoofdkussen. Hannibal glimlachte opnieuw. Maar zei niets.
'I-is de zuster al g-geweest?' vroeg hij verward. Hij probeerde te zien of het al avond was. Maar zijn blik kwam niet verder dan het bijzettafeltje en een ijzere stang waar een doorzichtig draaidje aan hing.
Er hing een zakje aan. Het was een infuus. Had hij weer een infuus nodig?
'Het is vocht. Met wat medicijnen voor je pijn. De zuster vond dat je te weinig dronk. En dat je hartslag te snel was voor een man in jou positie. Dat duide op te veel pijn. Heb je nog veel pijn?' Hannibal's stem klonk bezorgder nu Face zijn ogen had gesloten.
Face schudde zijn hoofd, wat waarschijnlijk geen goed idee was. Even bleef hij inwendig nagolven door die handeling.
De stilte had blijkbaar langer geduurd dan hij dacht, want toen hij zijn ogen opnieuw opende zag hij twee figuren over hem heen gebogen.
Murdock en Hannibal staarden op hem neer. Beiden leken bezorgd.
Face fronste zijn voorhoofd.
'Wat is er?' vroeg hij. Zijn stem klonk opmerkelijk helder. Toen voelde hij iets nats op zijn voorhoofd landen. Druppels met koud water gleden langs zijn slapen naar beneden.
De dunne lange man werd nerveus.
'Weet je dat dan niet meer, Faceman?' vroeg Murdock onzeker. Zijn ogen schoten heen en weer. Alsof hij bevestiging zocht bij de kolonel, of hij wel iets tegen hem mocht zeggen.
Face dacht na. Blijkbaar was dat duidelijk. En Hannibal schudde zijn hoofd. En wende zich even op de magere lange man.
'Ga even kijken of BA al klaar is voor vertrek. En haal de brancard.' Toen wende Hannibal zijn bezorgde blik weer op Face zijn gezicht.
'Let niet op Murdock. Hij is erg bezorgd om je.'
'W-waarom? W-wat is h-hier... allemaal aan... d-de hand?'
'Geen zorgen, Face. Het komt wel goed. We gaan gewoon even terug naar het ziekenhuis. Alleen maar voor de zekerheid.'
Face snapte het niet en werd onrustig. Een hand verscheen plotseling voor zijn gezicht en nam de koude doek van zijn hoofd. En dompelde hem vervolgens opnieuw in koud water voor hij hem weer terug plaatste.
'Hannibal... Wat is er aan de hand?' vroeg Face angstig. Zijn ademhaling werd oppervlakkiger.
De blauwe ogen van zijn kolonel keken hem even diep aan.
'Je hebt flink liggen dromen, jongen. Ik dacht dat het kwam door de medicijnen maar Murdock ontdekte de hoge koorts. We nemen je gewoon even mee naar het ziekenhuis, voor de zekerheid.'
Face knipperde even met zijn ogen.
'Het is vast niets, Face. Hou je gemak maar,' suste de witharige man. Een zachte schouderklop volgde. Toen rechte de man zijn rug en draaide zich om, om weg te lopen.
Face fronste boos zijn klamme voorhoofd zodat de natte doek van zijn gezicht gleed. Het was hem zowat gelukt om zichzelf omhoog te werken van de bank toen Hannibal weg liep.
De dekens sloeg hij van zich af en joeg de benen over de rand van de bank. Deze actie ging zo snel dat Face even moest bijkomen van de draaiende beelden. Maar hij was te boos... te woeddend op een of andere manier... om zichzelf over te kunnen geven.
'H-Hannibal... Stop! nee ik wil niet terug... n-niet weer!' riep hij uit. Zijn handen grepen zijn tollende hoofd als poging om de draaierigheid te stoppen. Hij was misselijk en duizelig en een vreemd kokend gevoel joeg door heel zijn lijf. Was hij wel echt woeddend? Of was het de hitte?
'H-Hannibal...'
Hannibal draaide zich verast om door Face verzet, en was geschrokken van het beeld dat hij zag. Face zat rechtop de bank en wilde werkelijk omhoog komen. Maar hij begon al te kokhalsen.
'Face!' riep hij uit en Hannibal wilde de emmer naast het bed grijpen voor het te laat was.
Hij was op tijd. Maar er kwam niets. Zuchtend legde Hannibal de emmer weer weg en hield hem met beide handen overeind. Zijn blauwe ogen dwaalde over de verkreukte nachtblouse die maar half dichtgeknoopt was. Hij was nat van het zweet. Het verband om zijn buik was nog steeds schoon. Gelukkig waren er geen hechtingen geschoten door deze wilde actie. Maar de jongen begon wel uit te dunnen. Hij zag zijn ribben. Dat was geen goed teken.
'H-Hannibal... ik voel me niet zo lekker.. mag ik gaan liggen?' vroeg Face zacht. Hannibal perste zijn lippen op elkaar tot ze wit werden.
'Straks, Face. Eerst gaan we naar het ziekenhuis.'
Goed... flauw... saai?
Pest me! ^^
X
Josi
