2. De overtocht
Nova stond in de gang van de normale Zweinstein express te wachten tot de trein zou vertragen. Haar vriendinnen zouden haar hutkoffer meenemen naar haar kamer. Na een tijdje kwam Timothy naast haar staan. Ze had in elke coupé gevraagd wie er klassenoudste van Ravenclaw was. In de allerlaatste coupé, in de normale Zweinstein, maakte ze kennis met haar nieuwe collega. De bruinharige, magere jongen stelde zich voor als Timothy. Nova had hem al een paar keer gezien, maar ze hadden nog nooit met elkaar gepraat. Hij had zich nog niet omgekleed en vroeg enkele minuten. Nova had geen zin om op hem te blijven wachten, en zei dat ze aan één van de uitgangen van de trein zou staan. 'Weet je, wat jammer is aan deze taak, is dat we alleen maar algemene informatie kunnen geven over Zweinstein. We weten nog niet in welk huis ze terecht komen. Als enkele Slytherins te weten komen dat de RC's bestaan, dan zullen ze vast en zeker hetzelfde willen.' Nova knikte, maar zei niets. "Wat moeten we vanavond allemaal zeggen, eigenlijk?" Nova haalde haar schouders op. "Een vrouw van weinig woorden?" Nu begon ze zich aan hem te ergeren. "Praat jij altijd zoveel?" Timothy hief zijn handig onschuldig op. "Sociaal zijn is geen misdaad. En we moeten ons voorbereiden voor vanavond. Anders zetten we ons tijdens het eten bij elkaar, dan kunnen we alles bespreken." Nova nam haar brief uit de zak van haar gewaad. Hoeveel taken moest ze samen met hem doen? De trein vertraagde en het station kwam in zicht. "Hoe weten we waar de boten zijn?" vroeg Timothy. Nova las de beschrijving van de route naar de boten voor. Uit de coupés kwamen verschillende leerlingen, gekleed in hun gewaad. Toen de trein stopte aan perron 1, stapten Timothy en nova uit. Timothy liep naar een bankje en ging er op staan. Nova volgde hem om te vragen wat hij deed. "Eerstejaars, hierheen! Alle eerstejaars hier verzamelen!" Hij trok de aandacht van alle leerlingen, en Nova voelde haar wangen gloeien van schaamte. Na een tijdje zette ze het gevoel van zich af en toverde ze een bordje waar ze 'eerstejaars' op schreef. Dit hield ze in de lucht. "Jij houdt van de subtiele, onduidelijke manier, niet?" zei Timothy licht spottend over haar manier van verzamelen. "En als er dove eerstejaars zijn? Dan heb ik succes en jij niet. Let maar eens op!" Ze zwaaide met haar toverstok en sprak in stilte een spreuk uit. Ze was de enige van haar jaar dat spreuken niet meer luidop hoefde te zeggen om ze te laten werken. Haar bordje vermenigvuldigde zich enkele malen en zweefden weg over het perron. Elk bordje plaatste zich voor een deur van de trein. Na een tijdje bleven enkele eerstejaars bij de bordjes staan. Nova liet de bordjes tot bij haar zweven, en zoals verwacht, volgden de eerstejaars. Ze hadden een hele hoop eerstejaars verzameld. Na tien minuten waren de meeste leerlingen naar de koetsen vertrokken en stonden enkel de eerstejaars en de klassenoudsten op het perron. Nova zag dat zij en Timothy de meeste leerlingen verzameld hadden. Alle klassenoudsten kwamen met hun groepjes bij Timothy en Nova staan. Een klassenoudste van Griffindor nam het woord en vertelde dat ze hen zouden begeleiden naar de boten, een speciaal ritueel voor de eerstejaars. Nova voelde zich opgelucht dat zij het woord niet moest voeren. De rest van de vooravond volgde ze de andere klassenoudsten en moest ze enkel de eerstejaars helpen instappen bij de boten. Timothy bleef bij haar en hielp ook mee. Toen de laatste leerlingen in een bootje zaten en wegvoeren, stonden ze alleen op de aanlegplaats. Timothy keek om zich heen en zei na een tijdje: "Ik denk dat we een probleem hebben." "Wat?" vroeg Nova. Het liefst van al nu wou ze aan de overkant van het meer zitten, alleen. "Ik denk dat we met een probleem zitten." "Ja, dat heb ik gehoord, maar wat is het probleem?" "De laatste boot die wegvaart zit vol eerstejaars. Hoe gaan wij nu aan de overkant geraken?" Nova realiseerde zich nu de ernst van het probleem. "Wat?! Waarom zeg je dat niet eerder?!" riep Nova uit. "Jij kon het ook inzien, het is niet alleen mijn schuld. Goed, geen ruzie. Laten we een oplossing zoeken. Ken jij een spreuk zodat we over het water kunnen vliegen?" "Nee, sorry." Met de minuut zakte het humeur van Nova. Ze was een uur klassenoudste en meteen een waardeloze. Timothy keek langs de oever en stapte terug richting station. Deze keer volgde Nova hem niet. Ze kon hem de schuld niet geven, maar wou het zo graag. Waarom gaven professor Flitwick en Dumbledore haar de badge? Waarom hebben ze het aantal klassenoudsten per huis gereduceerd van zes naar twee? Na een tijdje kwam Timothy terug. "Hey Nova, ik heb een manier gevonden om te vliegen!" "Hoe?" "Met deze jongen hier." Nova zag niemand naast hem staan. "Ben je mij voor de gek aan het houden?" "Oh juist, de meesten zien hen niet. Wat denk jij van de koetsen, zijn ze betoverd of niet?" "Wat heeft dat er nu mee te maken?" "Kleine trivia, antwoord nu. Rijden de koetsen volgens jou door een spreuk of niet?" "Ik dacht van wel…" aarzelde Nova. "Fout," zei Timothy. "De koetsen worden door Thestrals voortgetrokken. Dat zijn… je kan ze vergelijken met uitgemergelde, enge paarden. Met vleugels. De reden waarom de meeste leerlingen de Thestrals niet kunnen zien, is omdat ze de dood nog niet gezien hebben. Enkel zij die mensen hebben zien sterven, kunnen Thestrals zien." Nova was verbijsterd en wist niet wat zeggen. Timothy kwam dichterbij en plots voelde Nova een warme adem tegen haar schouder. Ze deinsde verschrikt achteruit. "Wacht, dus dat dier staat hier ergens rond mij en ik kan het niet zien?!' Ze keek om zich heen om de minste aanwijzing van zijn locatie te ontdekken en probeerde opnieuw zijn adem te voelen. Toen ze naar Timothy keek, zag ze dat hij een grijns op zijn gezicht had. "Lach niet met mij! Het is niet grappig!" "Eigenlijk…toch wel," en de jongen begon luidop te lachen. Laten we er mee naar de overkant vliegen, voor het donker is. Hij aaide het onzichtbare dier. Toen hief hij zichzelf op en plots zweefde hij voor Nova's ogen in de lucht. Timothy stak zijn hand uit: "Kom." Nova stond genageld aan de grond door de angst van het onbekende, onzichtbare dier. Timothy reikte met zijn hele lichaam naar Nova uit en nam haar hand vast. Ze keek verschrikt op naar hem maar zijn gezicht was vriendelijk. "Ik weet dat je bang bent. En dat is niet erg. We zijn geen Griffindors die spooknachten houden in het bos om te zien wie het meeste moed heeft. Hij stapte terug af en hielp haar op de Thestral. Daarna klom hij zelf op het dier en ging voor haar zitten. Hij begon tegen het dier te praten en na een tijdje voelde Nova de Thestral stappen. "Hou je vast aan mij, zodra gaan we vliegen!" Het dier begon te rennen en plots werd Nova naar achter getrokken omdat de Thestral opsteeg. Ze gilde, kneep haar ogen dicht en greep Timothy vast. Een minuut later opende ze voorzichtig haar ogen. "Zou ik nog een beetje mogen ademen?" vroeg Timothy. Nova zag dat ze hem krampachtig vasthield. Ze verminderde haar greep. "Sorry." Ze keek om zich heen en zag het meer en Zweinstein baden in het avondlicht. Prachtig. Onder haar zag ze de boten met de eerstejaars. Vele gezichten keken op naar het vliegende duo. Ze hoorde enkele stemmen. "Ze vliegen!" "Wat voor wezen is dat?" "Welk wezen? Dat is gewoon een jongen." "Wauw, zullen wij dat ook leren?" "Wat een eng beest!" "Waar?" "Ik zie niets." Dus enkele eerstejaars konden de Thestral ook zien. Net als Timothy. Hij moet dus iemand hebben zien sterven. Zou het familie zijn geweest? Of iemand van zijn vrienden? Nova vroeg het zich af maar besloot het niet te vragen. Ze kende hem tenslotte niet. Het zou onbeleefd zijn. Ze landden aan de oever van het meer, en van alle opwinding en angst draaide de hele wereld voor Nova's ogen. Tenslotte werd alles zwart.
