Hoofdstuk 1

Ons verhaal begint op een warme, zonnige Oktobernamiddag. In het huis aan het Grimboudplein in Londen, was het stil, muisstil. Even leek het wel of er niemand in het grote onzichtbare huis was.

Maar, als je heel goed luisterde, kon je het zacht krassen van een veer op perkament horen. Op de tweede verdieping, in de ovale werkkamer, zat een roodharige heks aan een overvol bureau, die bezaaid was met oude boeken waarvan de teksten half vergaan waren, talloze krantenknipsels en nog veel meer vellen perkament.

Ginny streek een lok vuurrood haar uit haar met sproeten bedekt gezicht. Hoewel ze al oud begon te worden, hadden haar haren nooit hun felle rode kleur verloren. En ook haar sproeten waren hardnekkig gebleven. Geen enkele spreuk of magische crème konden ervoor zorgen dat ze verdwenen.

Ze maakte haar laatste zin af, en legde voorzichtig de zelfcorrecterende veer neer. Glimlachend keek ze naar haar levenswerk. Duizenden vellen perkament dik was haar boek geworden. Sinds haar tweede zwangerschap, die van Albus, had ze eraan gewerkt.

" Het Ware Verhaal van de Orde van de Feniks en de Strijders van Perkamentus."

Dat was haar levenswerk.

Ginny masseerde haar pijnlijke vingers, een ouderdomskwaaltje dat de laatste tijd knap vervelend begon te worden. Ze merkte vaker en vaker dat haar gewrichten pijnlijk aanvoelden. Ze zuchtte. De tijd leek wel te vliegen. Het leek wel of het nog maar gisteren was dat Harry haar zoende voor een volle leerlingenkamer.

Ze sloot haar ogen, toen de wolken zich openden voor de zon. Warme, gouden stralen vielen door het openstaande raam tegenover haar naar binnen en verwarmden haar gezicht. Ze was alleen thuis. Winky was naar de Wegisweg, inkopen gaan doen voor het avondmaal. James had zijn vleugels al lang uitgeslagen, en woonde samen met zijn vrouw Annabel en twee kinderen in Aberdeen. Ook Lily was getrouwd, zij woonde in het Braziliaanse Aracaju.

Maar de gedachte aan vulde haar met droefheid. Nadat Al was afgestudeerd aan Zweinstein, trouwde hij bijna meteen met het dreuzel meisje van de buren, Amber. Ze woonden in het Nest, dat na de dood van Molly en Arthur aan hen geschonken was. Het jonge koppel woonde er gelukkig, er was zelfs al een kindje opkomst. Maar op een grijze november ochtend, stierf Amber toen de metro die ze nam frontaal op een ander metrostel botste. Die dag knapte er iets in Albus. In één klap verloor hij zijn vrouw, zijn ongeboren kind en het leven dat hij had opgebouwd. Plots was hij alleen in het grote Nest. Hij werkte lange dagen in Goudgrijpen en wanneer hij thuis kwam stortte hij zich op vuurwhisky. Langzaam en met veel steun van de familie kwam hij er boven op. Hij nam ontslag bij Goudgrijp en begon als werknemers in de Fopshop van George en Ron. Al zou zijn wonde nooit helemaal helen.

Ginny stond op uit de zware, rijkelijk versierde, houten stoel, en liep naar het grote raam dat uitkeek over de tuin. De geelgouden en rode bladeren van de enige boom in de tuin wiegden traag heen en weer in de zachte, zwoele namiddag bries. Vanavond konden ze zeker buiten eten. Hopelijk herinnerde Harry zich dat Ron en Hermelien langskwamen voor het avondmaal. Ze zuchtte. Harry moest als hoofdschouwer vaak lang werken. Soms zag ze hem maar heel even voor hij verdween naar zijn post op het ministerie. Hij had haar een tijd geleden belooft het rustiger aan te doen, maar de toverwereld had hem altijd maar weer nodig. Steeds weer moest hij de held uithangen, terwijl zij alleen thuis zat met Winky.

Toen de zon verdween achter een paar stapelwolken, liep Ginny terug naar de rommelige bureau. Met een zwaai van haar toverstaf ruimde het bureau zichzelf op. Inktpotjes borgen zichzelf op in de lade, samen met de sneeuwwitte ganzenveer. Perkament ordende zich en de boeken zweefden terug nar hun plaats in één van de vele boekenschabben aan de wanden van de kamer.

Twee verdiepingen onder haar opende er knarsend een deur, om dan met een harde klap terug in het slot te vallen.

' Winky is terug met de boodschappen, Meesteres,' piepte de kleine elf.

'Ik kom, Winky,' riep Ginny.

Ginny liep de trap af en hield even halt op de overloop. Ze staarde naar een foto waarop het hele gezinnetje stond. Lily met haar onafscheidelijke pop en James in zijn Griffoendor gewaad. De foto was vlak na James' eerste jaar op Zweinstein genomen. Albus zag er wat chagrijnig uit. Ze herinnerde zich dat de jongen net ervoor op James' bezem had willen vliegen, maar James had hem er niet opgelaten. Ginny keek naar de twee gelukkige, lachende ouders. Ze keek naar de jongere versie van zichzelf, en dan naar Harry. Zijn ogen twinkelden vrolijk achter zijn ronde brilletje. Ginny voelde een sterke drang om hem bij haar te hebben, vast te houden, te knuffelen.

Ze wendde zich af van de bewegende foto en liep de treden af. Ze trok Winky aan in de keuken, waar de kleine huiself de verschillende boodschappen opborg.

'Winky? Als jij buiten het terras in orde maakt, begin ik alvast aan het eten.'

'Ja, Meesteres,' piepte ze. En met een knal verdwijnselde ze.

Ginny haalde haar toverstaf tevoorschijn en zwaaide elegant heen en weer. Kookpotten schoten uit hun kasten en plaatsten zich op het vuur. Groeten versneden zich. Het leek wel of ze een orkest dirigeerde.

Door het open keukenraam zag ze Winky de tuinstoelen plaatsen en de tafel laten aanzweven. De broze elf droeg een donkergroene trui met oranje stipjes. Het oude, door Dobby gemaakte kledingstuk, wapperde door de zachte bries om het magere lichaampje.

Knijster was jaren geleden gestorven, maar niet van ouderdom. De oude, traditiegetrouwe elf had, toen hij naar zijn mening te oud was geworden om nog goed te kunnen dienen, zichzelf onthoofdt met een oud erfstuk van mevrouw Zwarts. Winky was heel lang triest geweest, hoewel ze het nooit echt had kunnen vinden met Knijster. Haar enorme vleermuisachtige oren hadden een week verloren naar beneden gehangen.

Toen alle kookpotten en – pannen vrolijk stonden te pruttelen, liet Ginny ze achter onder het waakzame oog van Winky.

Ze liep naar de woonkamer en wierp een blik op de magische staanklok in de hoek van de ruimte. De gouden wijzers wezen aan dat het tien voor zes was. Ginny liet zich neerploffen in de, zachte, bruine fauteuil, net voor de haard.

Tien minuten kropen in doodse stilte voorbij zonder dat er iets gebeurde. Toen laaiden er plots groene vlammen op in de marmeren haard, en stapte Harry Potter uit het vuur. Zijn blik viel op zijn vrouw die hem aankeek met een blik die hij uit duizenden zou herkennen. Met één been bleef hij in de haard staan, zijn hersenen pijnigend om erachter te komen wat hij vergeten was. Ginny stond op uit de fauteuil. Harry slikte.

' Harry Potter! Vergeten dat over minder dan een half uur Ron en Hermelien uit diezelfde haard zullen stappen?'

' Oh, ja. Nu herinner ik het me weer.'

Zijn gezicht brak open in één van die glimlachen waardoor Ginny's hart een tel miste.

' Wat?,' vroeg ze fronsend.

' Ik besefte net dat vanavond een passend moment zal zijn om iets te vertellen.'

Ze bekeek hem nieuwsgierig.

' Wel, ik heb vanavond ook wel iets te vertellen waar we op kunnen drinken,' zei ze lachend.

' Kom,' zei Harry. ' We hebben nog een halfuurtje Harry/Ginny tijd. Heb ik al gezegd dat je prachtig uitziet?'

' Ja, zo'n tien maal per dag, de afgelopen vijftig jaar. Maar ga gerust je gang.'

' Je ziet er magisch uit,' luisterde hij terwijl hij haar de trap op droeg.

Hun lippen ontmoetten elkaar, zacht en teder, terwijl ze innig verstrengeld waren en neervielen op het warme waterbed.

Een half uur later laaide er voor de tweede maal die avond groene vlammen op in de haardsteen. Ron en Hermelien klommen eruit, de woonkamer in. Enkele minuten ervoor hadden Harry en Ginny zich in hun feestkledij gewurmd. Op het laatste ogenblik had Ginny haar oog laten vallen op het kleed dat ze enkele jaren terug gedragen had op haar vijf en veertigste huwelijksverjaardag. Snel had ze het hemelsblauwe kledingsstuk aangetrokken, en terwijl ze Hermelien omhelsde, hoopte ze dat haar gezicht niet meer rood zag.

Ze liepen nar het terras dat baadde in het gouden licht van de avondzon. Ze waren nog maar net gezeten, of Winky kwam al aangerend met verschillende, dampende schotels eten. Ron, die altijd al een eetkoning was geweest, schepte meteen van alles wat op.

' Is Albus niet mee kunnen komen?,' vroeg Ginny.

' Nee,' antwoordde Ron terwijl hij opnieuw worstjes opschepte. ' Hij ziet dit meisje wel vaak. Kathleen Maanbloem. Je weet wel, de dochter van Patil uit ons jaar op Zweinstein? Ik zag ze samen de Drie Bezemstelen binnengaan.'

Ginny keek glimlachend naar Harry, misschien dat dit meisje Albus rust kon brengen.

De avond vorderde snel, en de zon zakte langzaam weg achter de horizon. De hemel kleurde donkerblauw, en een sterrentapijt deed de hemel prachtig fonkelen. Hermelien had een stel kaarsen zo betoverd dat ze doorheen de tuin en boven de tafel zweefden.

Winky bracht hen boterbiertjes die ze traag, genietend opdronken. Harry stond op.

' Ik denk dat dit een goed moment is om je nieuws te vertellen, Ginny.'

' Net zo'n goed moment om jouw geheimpje met ons te delen.'

' Dames gaan voor,' zei hij grijnzend.

'Oké. Mijn boek over de Orde is eindelijk af.'

Harry omhelsde haar en legde er al zijn liefde in.

' Wow, Ginny, dat is geweldig, proficiat!,' zeiden Ron en Hermelien in koor.

Ginny grijnsde schaapachtig. ' En dan nu jouw nieuwtje, Harry.'

Harry schraapte zijn keel. ' Na deze schouwersmissie neem ik ontslag als Hoofdschouwer. Om zo meer tijd door te brengen met mijn vrouw en vrienden.'

Even heerste er een stilte, dit had niemand verwacht.

Toen stond Ginny op, en knuffelde hem zacht. ' Bedankt,' fluisterde ze, want ze wist hoeveel hij van zijn werk hield.

' Winky,' riep Harry. ' Haal jij even een fles mede?'

De elf kwam snel aangelopen van haar plekje achteraan de tuin waar ze naar de met sterren afgeladen hemel had liggen turen, iets wat ze steeds vaker deed.

Met een plof verdween ze, om nog geen tel later weer aan de tafel te verschijnselen. Ze schonk ieders glas vol met de gouden, siroopachtige drank.

Harry dronk zijn glas in één teug leeg. Maar hij had zijn glas nog maar net neergezet of hij stortte ineen. Schokkend lag hij op het houten terras. Gelukkig bleef Ron kalm en haalde hij een bezoar uit zijn zak en stak die in Harry's mond.

Een minuut later verschijnselde in St. Holisto.