Hoofdstuk 2
Ik stormde mijn huis binnen en sloeg de deur keihard dicht
Ik stormde mijn huis binnen en sloeg de deur keihard dicht. Ik rukte snel mijn handschoenen uit. Gadver, zijn handen zaten hierin. Ik smeet mijn tas op de grond, probeerde voor de zoveelste keer mijn jas uit te krijgen en plofte met een chagrijnig gezicht op de bank. Mijn moeder, die naast me zat te slapen, schrok wakker en keek me slaperig aan.
'Hey lieverd. Alles goed? Hoe was je eerste schooldag?'
'Het was kut,' zei ik kort. Ik keek naar de tv, die nog aan stond. Maar opeens zag ik naakte mensen in beeld. Snel pakte ik de afstandbediening en deed de tv uit. 'Mam! Wat zat je te kijken?'
'Hé, wat?' Langzaam stond mijn moeder op, en rekte zich uit. 'Maar waarom kom je zo boos binnen? Zijn er geen aardige kinderen in je klas?'
'Nee. Nou, sommige wel hoor. Maar één iemand niet. Die dikke Cartman.'
'Cartman?' vroeg me moeder. 'Bedoel je niet, Eric Cartman?'
'J-ja,' ik keek haar verbaast aan. 'Hoe ken jij hem nou?'
Mijn moeder dacht even na. Toen rende ze naar boven. Ik zuchtte en liep achter haar aan. 'Maar mam, waar ken je hem van? Ik heb hem nog nooit gezien. En wat ben je aan het doen?'
Ik keek in haar slaapkamer, waar ze alle spullen overhoop haalde en grondig haar kast doorzocht. 'Schat, je moeder moet even wat zoeken. Ik vertel het je zo, oké?'
'Maar-' probeerde ik, maar ik wist dat ze niets zou zeggen, dus ik liep naar mijn kamer. Ik keek naar buiten, naar al het sneeuw die daar eeuwen zal blijven liggen. Hoe kende mijn moeder nou die vetzak? Betekende dat dat ik hem ook kende? Van heel vroeger? Ik probeerde me het te herinneren, maar er kwam niks naar boven. Ik keek naar het huis die naast de onze stond. Ik gluurde naar de raam, misschien is daar wel iemand. Toen zag ik een glimp van iemand. Ik keek beter, en zag dat het een jongen was. Hij draaide zich om, en we staarde oog in oog naar elkaar.
Het was Kyle.
Versuft bleef ik kijken. Woonde hij naast mij? Kyle keek ook nieuwsgierig naar mij. We deden een tijdje niks, totdat ik langzaam naar hem zwaaide. Hij zwaaide terug. Hij keek opzij, iemand had vast zijn aandacht getrokken. Ik zag een nog kleinere jongen zijn kamer inlopen. Het was een Canadees, dat zag ik aan zijn hoofd. Zou dat zijn broertje zijn?
'Kairi! Ik heb het gevonden!'
Ik draaide me om, en keek toen weer naar Kyle. Ik gebaarde dat ik weg moest, en hij knikte. Ik liep naar mijn moeder, die een brief in haar handen had. Ze gaf het aan mij. Er stond een adres op. 'Mam, wat is dit?'
'Hier woont dat kleine vriendje van jou, Kairi,' zei ze.
'Hij is mijn vriend niet! Hij is gewoon een klasgenootje,' protesteerde ik. 'Maar wat moet je met zijn adres?'
'Daar woont een heel goede vriendin van mij. We hebben elkaar al lang niet meer gesproken. Ik was vergeten dat ze hier woonde. Misschien ken je hem nog wel, van heel vroeger. Kom, dan gaan we snel naar haar toe.
Even later belde mijn moeder het groene huis aan. Met een boos gezicht en mijn handen over elkaar keek ik naar voren. Alsof ik zin had om hier naartoe te gaan. Naar zijn huis! Waarom kent mijn moeder zoveel slechte mensen? Net zoals die ene keer dat er een grote, enge man bij hun binnen was. Ik was me toen doodgeschrokken, maar mijn moeder kon alleen maar lachen. Hij was wel snel weer weg. Ik vroeg nog wie hij was, en ze antwoordde dat hij van haar werk was. Werkt mijn moeder wel? En waarom komt zo iemand dan midden in de nacht? Ik zag die dag wel geld liggen onder haar kussen…
De deur ging open, en een bruinharige vrouw kwam naar buiten. Ze keek met open ogen naar mijn moeder. 'R-Rachel?'
'Liane!' En de twee vrouwen omhelsde elkaar. Ik maakte een walgend geluid en draaide mijn gezicht de andere kant op.
'Wie de hel is daar, mam?'
Ik keek op, en zag Cartman bij de deur staan. Toen zag hij mij staan. 'Wat moet jij hier?'
'Alsof ik hier voor de lol ben,' antwoordde ik. 'Jou moeder kent de mijne vast heel goed.'
De twee vrouwen stopten met elkaar te omhelzen. Liane keek mij aan. 'Jij moet vast Kairi zijn. Wat ben jij gegroeid zeg! Kom toch binnen.'
Langzaam liep ik de Cartman's huis binnen. Een klein grijze poes liep op me af. Spinnend liep hij om me heen. Ik aaide de kat. Cartman pakte de kat van me af en gaf me een blijf-van-mijn-kat-af blik. Ik stak mijn tong uit.
'Mam, ik wil weg hier,' fluisterde ik in mijn moeders oor. Maar ze luisterde niet. Ze bleef maar met Liane praten. Ik trok aan haar broek. 'Mááám!' zei ik met een piepstem.
'Liefje, doe eens rustig. Je moeder wilt even met haar vriendin praten. Ga maar met je klasgenootje spelen.'
Ik ben niet gek, dacht ik. Ik keek naar Cartman, die ook zeurde bij zijn moeder. 'Mááám! Ik wil dat ze weg gaat!
'Poopsikins, zie je niet dat ik bezig ben? Ik kom zo naar je toe.'
'Maar, mááám!'
Ik staarde hem aan. Deed hij mij nou net na? De dikke jongen trok aan zijn moeders broek en bleef schreeuwen. Ik krabde aan mijn hoofd. Dit zag er eigenlijk heel lomp uit. Liane schudde Cartman van zich af. 'Eric, ik praat nu met Rachel. Ga maar wat donuts pakken. En geef maar ook wat aan Kairi.'
'Sweet,' zei Cartman. Hij liep naar de keuken. Ik liep achter hem aan, want het had niet veel zin om bij mijn moeder te blijven. Cartman pakte een kruk en klom op het aanrecht, wat niet heel soepel ging. Ik onderdrukte mijn lach. Hij deed de ladekast open en haalde een doos met donuts eruit. Hij spong op de vloer en at een donut. Ongemakkelijk keek ik in het rond.
'Dus… Wist jij dat onze moeders elkaar kende?' verbrak ik de stilte.
Cartman schudde zijn hoofd. 'Ik ken jou ook sinds vandaag, en ik heb jou nog nooit gezien.' Hij smakte weer verder van zijn donut.
'Maar mijn moeder zei dat we elkaar eerder hadden gezien, toen we klein waren.'
'Maar ik herinner jou niet meer hoor.' Dat klonk eigenlijk wel hard, maar ik kende hem ook niet meer. Cartman nam een tweede donut.
'Waar is jou vader?' vroeg ik.
'Als je het wilt weten, ik heb geen echte vader,' zei Cartman. 'Mijn moeder is eigenlijk mijn vader, maar ik heb geen zin om mijn echte moeder te vinden.'
'Aha,' zei ik langzaam. Maar ik begreep hem nog steeds niet. Cartman pakte zijn derde donut. Zijn mond zat ondertussen vol met poedersuiker. Er kwam weer een stilte. Totdat Cartman een donut aan mij gaf. Ik bedankte hem en nam een hap. Het was wel lekker, maar ook heel zoet. 'Waarom doe je opeens zo aardig?'
'Jezus, als je er geen wilt zeg dat dan,' zei Cartman.
'Nee, maar het is gewoon…,' ik keek naar de grond. Hij gedroeg zich anders dan vanmorgen. De hele dag keek hij mij aan met een boos gezicht. Maar nu was hij veel rustiger. Misschien omdat zijn vrienden er niet zijn? Verlegen was hij zeker niet. Nee, het lag aan iets anders.
Cartman deed de doos dicht en klom weer op het aanrecht. 'Ik denk dat ik hier normaal tegen je kunt doen, want ik denk dat we elkaar veel gaan zien.'
'Waarom dat?' vroeg ik.
'Als onze moeders zo close zijn, gaan ze elkaar zeker meer zien.'
Daar had ik niet aan gedacht. Ze willen elkaar vast elke dag zien. Dan moet ik elke dag hier zijn. Of erger, bij ons thuis! Daar ik zeker geen zin in.
'Ik wil het ook niet hoor,' zei Cartman, aan het zien van mijn gezichts uitdrukking. 'Maar we zullen wel moeten.'
'Mag ik jou kamer zien?' vroeg ik. Cartman keek me raar aan, maar hij liep wel de keuken uit. We liepen langs de huiskamer, waar de twee vrouwen aan het lachen waren.
'Kairi, kom is hier,' wenkte Liane mij. Ik liep naar haar toe. De vrouw bekeek me van top tot teen. 'Je ziet er echt anders uit dan toen je jonger was. Je lijkt precies op je moeder.'
Ik glimlachte. Was dat goede nieuws of slecht nieuws? Liane ging door; 'En je lijkt ook een beetje op je vader, aan je haren en neus te zien.'
Wat zei ze nou net? 'K-kent u mijn vader?'
Mijn moeder onderbrak ons. 'Kairi, ga maar met Eric mee. Die staat op je te wachten.'
Ik protesteerde. Ik wou meer weten! Maar Liane gaf geen aandacht meer aan mij, dus ik liep met Cartman naar boven. 'Waar ging dat nou net over?' vroeg hij.
'Jou moeder kende mijn vader,' zei ik, nog steeds niet begrijpend.
'Ken jij je vader dan niet?' zei Cartman. 'Dan ben je ook zielig.'
'Wat zei ik nou. Ik ben niet zielig. En ook geen mietje!' zei ik erachteraan, toen Cartman zijn mond wou openen. 'Fuck jou,' mompelde ik.
Cartman grijnsde. Hij opende zijn slaapkamer deur, en we liepen naar binnen. Het eerste wat me opmerkte was dat er een grote poster van Mel Gibson op zijn muur hing. En op zijn deur hing ook een poster van "Terrance and Phillip". 'Vind je dat leuk?' Ik wees naar die poster.
Cartman knikte. 'Duh, iedereen vind dat programma leuk. Alle jongens in onze klas zijn er gek op.'
'Ik vind dat programma ook leuk hoor,' zei ik. Cartman staarde me even aan. Toen barste hij in lachen uit. Ik keek boos. 'Wat nou? Is het zo erg dat een meisje het ook leuk vind?'
'Nee, nee. Nou, eigenlijk,' langzaam stopte Cartman met lachen. 'Ik heb nog nooit een meisje gezien die Terrance and Phillip leuk vind.' Ik rolde met mijn ogen. Ik ging op zijn bed zitten.
'Maar jij kent dus je vader niet?' zei Cartman.
Ik hoorde aan zijn stem dat hij serieus was, dus ik antwoordde. 'Nee, ik heb hem nog nooit gezien.'
'Maar heb je je achternaam van je moeder of vader?' vroeg Cartman.
'Dat is van mijn vader, mijn moeders achternaam is Johnson.'
'Hmm,' Cartman ijsbeerde. 'Wat toevallig is, is dat je dezelfde naam hebt als Kenny.'
'Echt?' zei ik vol ongeloof. Ik zag Cartman heen en weer lopen. 'Je denkt soms niet dat ik familie ben van Kenny?'
'Als dat zo is, heb ik erg veel medelijden met je, want zijn familie is arm weet je.'
'Je hebt helemaal geen medelij met mij,' zei ik.
'Daar heb je een punt.'
Ik liet me achterover vallen. Dit was zeker de raarste dag van mijn leven. Eerst was Cartman een echte klootzak, maar nu doet hij tenminste normaal. Zou hij zich altijd zo gedragen?
'Denk niet dat ik zo blijf doen hé,'zei Cartman, alsof hij mijn gedachten kon lezen.
'Nee, ik ook niet.' Ik rolde om, zodat ik op mijn buik lag. Ik voelde wat onder zijn dekbed zitten. Ik graaide onder zijn lakens, en zag een knuffel liggen. Het had de vorm van een groene kikker. 'Is dit van jou?'
Geschokt keek Cartman naar mij, en naar de knuffel. Hij pakte de knuffel van me af. 'Blijf van Clyde af!'
'Wow, rustig hé,' zei ik.
De deur ging open, en mijn moeder stond daar. 'Lieverd, het is tijd om naar huis te gaan. Zeg maar doei tegen Eric.' Ze liep naar weer terug naar beneden.
Ik liep mee naar beneden. Mijn moeder en Liane omhelsde elkaar weer en praten dat ze elkaar snel weer moesten zien. Toen kwam Liane naar mij toe. Ze gaf me een hand, bukte en fluisterde in mijn oor; 'Probeer maar is te herinneren wie je vader is. Hij is hier niet ver vandaan. Je hebt hem vaker gezien dan je denkt.'
Ze knipoogde naar mij en duwde me in de richting van de deur. Ik draaide me om en zag Cartman, nog steeds met zijn kikker knuffel in zijn armen. Samen met mijn moeder liepen we naar buiten, ik nog steeds denkend wat Liane tegen mij had gezegd.
Be continued...
Hoe vonden jullie het? Plz review
