H2 Met zijn tweeën het zelfde lot.

Bella opende langzaam haar ogen. "Ah, je bent wakker is alles goed met jouw meisje" vroeg een vriendelijk uitziende vrouw. "We waren aardig geschrokken ineens lag je hier voor ons weeshuis". De vrouw keek Bella aan en gaf haar een lieve glimlach. "Waar ben ik als ik het vragen mag" vroeg Bella zachtjes. "Je bent in het weeshuis van Klein zanikem. En we hebben jou hier voor de deur gevonden. Van uit het niets was jij daar ineens". De vrouw hielp Bella mee het weeshuis in.

Bella keek wat angstig maar wist niet goed wat ze moest doen. "Weet je waar jouw ouders zijn lieverd". Vroeg de vrouw vriendelijk. Een beetje onzeker keek Bella naar de vrouw. "Ik heb geen ouders, Althans dat denk ik. Ik kan ze me in ieder geval niet herinneren" Vertelde Bella wat vertwijfelend. De vrouw rees een wenkbrauw en keek haar even door dringend aan. "Heb je geen ouders of weet je niet wat ouders zijn" vroeg ze aan Bella. De gedachte van de vrouw ging meteen van het ergste uit. Ze belde een dokter en de politie. Je kon maar nooit weten natuurlijk.

Bella werd naar een kamertje gebracht waar ze mocht gaan spelen met een ander meisje. De vrouw zelf ging meteen op onderzoek uit. Niemand in de buurt bleek een kind te missen. Dat had de politie haar immers verteld. In de omringende plaatsen werd ook geen kind vermist. Er was ook niets met haar aan de hand. Haar gezondheid was goed en ze had ook geen zichtbaar letsel. Althans niet wat ze zo op het eerste oog kon zien. Oke ze was wat schuchter. Maar ja wie zou dat niet zijn, in een vreemde omgeving. Zeker als je een klein meisje was van?
Dat was iets wat ze nog niet van haar wist. Ze nam zich zelf voor om eens met haar te gaan praten. Ze wist ook haar naam nog niet.
De politie had haar beloofd om een landelijke zoek tocht te doen. Misschien was het meisje wel weggelopen. En hier verzeilt geraakt en nog niet als vermist opgegeven.

"Hallo liefje, mag ik jou wat vragen". Bella keek de vrouw aan en knikte langzaam.
"Als eerste wil ik weten hoe of je heet". Bella dacht even diep na. "Ik heet Bellatrix Smits. Maar iedereen noemde mij gewoon Bella, denk ik".
"En Bella, waar zijn jouw ouders nu". "Ik heb geen ouders meer mevrouw. Ik weet niet waarom, maar ik weet dat ik ze niet heb."
"Nou nog een vraag Bella". Bella keek haar aan en knikte weer. "Hoe oud ben jij Bella". Hoe wel de vraag simpel was moest Bella er lang over na denken.
"Ik denk dat ik zeven jaar ben Mevrouw". Vertelde Bella met een flauw glimlachje. Het was raar toen ze de antwoorden kreeg van Bella. Ze was vriendelijk en goed verzorgd. En toch moest ze bij iedere vraag diep na denken. Misschien had ze wel een hersenschudding of zo iets. Iets anders kon ze zich niet zo snel bedenken.

Bella werd weer naar het kamertje met het andere meisje gebracht. Daar kon ze even gezellig spelen werd haar verteld. Voor Bella was het echter helemaal niet zo leuk. Het meisje schold haar uit en vertelde de vreselijkste dingen. Op een gegeven moment begon ze Bella te duwen. Wat het meisje niet wist was dat Bella een heks was. Ze had nog geen toverstaf maar wel de krachten. Het meisje duwde nog een keer en werd van uit het niets tegen de muur gegooid. Dit zou per ongeluk magie gebruik genoemd kunnen worden. Iets waar dreuzels erg bang voor waren. Het was iets wat ze niet konden verklaren.

De vriendelijke vrouw kwam binnen en was in eens niet meer zo vriendelijk. Het meisje bleek de dochter van de vrouw te zijn. Bella werd meteen verteld dat ze naar een speciaal pleeggezin zou gaan. Daar moest ze maar verblijven tot dat ze haar ouders hadden gevonden. Of een beter pleeggezin. De vrouw klonk ineens hatelijk en zelfs een beetje agressief. Daar zat Bella dan alleen in een kamertje. Ze moest blijven wachtte tot het pleeggezin haar kwamen ophalen. Er was niets voor haar te doen dus ging er ineens van alles door haar hoofd heen.

Bella zat in een kamertje te wachten tot ze naar het pleeggezin mocht. De laatste paar uur dat ze hier was waren niet echt leuk geweest. De eerst zo vriendelijke vrouw deed nu niets meer voor haar. Ze had haar naar dit kamertje gebracht en daar gelaten. Een keer was ze nog langs geweest. Toen vertelde ze dat ze over een half zouden gaan eten. Maar dat Bella daar niet bij mocht zijn. Ze woonde immers niet in dit weeshuis.

Om acht uur in de avond kwam er een man en een vrouw haar kamer binnen gelopen. "Dit zijn jou pleeg ouders voor zolang. Als we jouw ouders vinden laten we het jou wel weten" Was het genen wat de eerst zo vriendelijke vrouw haar nu met haat in haar stem vertelde.

Die avond lag Bella op een eenpersoons bed in een vreemd huis. Er was een hoop gebeurd, maar ze begreep er niets van. Waarom kon ze zich niet herinneren wie haar ouders waren. Waarom kon ze zich wel twee meisjes en een jonge genaamd Sirius herinneren. Het was allemaal heel vreemd en verwarrend. Het waren wel allemaal leuke herinneringen en geen enkele slecht. Hoe hard ze ook nadacht, meer dan dat was er niet. Wel kon ze zich een hoop Latijnse zinnetjes herinneren. Maar wat dat betekende wist ze ook niet. Zwaar vermoeit van het denken viel ze in een diepe slaap.

Het was zes uur in de ochtend toen ze ruw werd wakker geschud. De vrouw die haar gisteren nog zo vriendelijk had begroet en mee had genomen was nu niet meer zo vriendelijk. "Zo van nu af aan ga jij leren koken wassen en opruimen. Alles wat een goede huisvrouw moet doen zo niet". Pats. Bella kreeg een klap midden in haar gezicht. De pijn bracht tranen in haar kleine oogjes. "Dit is een waarschuwing voor jou. Jij gaat naar ons luisteren anders krijg je nog veel meer klappen".

Bella zat op haar bed en huilde zachtjes. Ze moest om zeven uur beneden zijn van die vrouw. Vijf minuten na zevenen was Bella beneden. Nog voor ze het wist was ze alweer twee keer geslagen. Op deze manier zou ze het wel leren werd er door de vrouw aan haar verteld. Bella veegde haar tranen weg en luisterde naar wat ze moest doen. Binnen een korte tijd en veel blauwe plekken later had Bella een hoop geleerd. Ze kon koken, wassen bijna alles wat een huis vrouw ook kon doen. (Ze was de huiself van het gezin geworden al wist ze niet wat een huiself was). Van vroeg in de ochtend tot laat in de avond. Iedere dag was Bella aan het werk en deed ze van alles. Zelfs de tuin moest ze doen.

Het leven lachte Bella niet toe. Het zou een vreselijk jaar worden dat jaar. Het was bijna een dagelijkse ellende die ze moest ondergaan. Iedere dag had ze wel een nieuwe blauwe plek. S' nachts lag ze huilend op haar bed. Overdag liet ze haar tranen niet zien maar in de nacht kregen ze van haar de vrije loop. Zowel haar pleegmoeder als pleegvader sloegen haar dagelijks. Het werd langzaam aan toch teveel voor haar. Nachten lag ze wakker met het idee om weg te lopen. Als ze alles volgens de regels deed kreeg ze minder of geen klappen. Maar dat kwam maar zelden voor.

Tot die ene avond. Haar pleegmoeder was weg en ze was alleen met haar pleegvader. Ze moest bij hem komen. Hij lag op bed en klopte naast hem op het matras. Ze was inmiddels acht jaar oud en slim genoeg om te weten wat of hij wilde. Hevig schudde ze van nee rende ze naar de voor deur. Alles mocht haar overkomen. Maar dit wilde ze niet.
Ze rende zo hard als ze kon, weg van dit vreselijke huis. Weg van die vreselijke mensen. Niet een keer heeft ze omgekeken. Niets anders dan rennen deed ze. Rennend de diepe donkere nacht in. Ver weg van dat huis op weg naar hopelijk een betere plek.

Vroeg in de ochtend werd ze wakker onder een glijbaan. Ze wist niet waar ze was en keek versuft om zich heen. In de verte zag ze een groot gebouw die ze herkende. Het was het weeshuis waar ze eerst geweest was. Daar ging ze in ieder geval niet meer heen dacht ze. Langzaam keek ze om zich heen. Toen nam ze het besluit om wat door de wijk heen te lopen. Het kon haar niet zoveel schelen waar ze liep als het maar niet in de buurt van dat weeshuis was.

In een andere speelplaats zag ze een groepje jongens. Deze jongens waren een klein jongetje met zwart warrig haar en een brilletje aan het aftuigen. Het liefst wilden ze ernaar toelopen maar ze wou geen aandacht. Ze keek het aan en zag het jongetje ontkomen. Hoewel je het niet zou zeggen hij was erg snel. Ze volgde hem met haar ogen en zag hoe hij zich achter een muurtje verschool. Even keek hij haar recht aan. Daar keek ze recht in de twee mooiste groene ogen dat ze ooit gezien had. Heel even werd ze warm van binnen. Ze schudde met haar hoofd en hij was weg.

Die avond ging ze in een tunneltje onder een spoorweg overgang zitten. Hier zat ze lekker uit de wind. Met de gedachte van de twee groene ogen viel ze langzaam in slaap.

Ze had daar zo een twee uur gelegen dacht ze. Toen ze in eens van uit de verte iets hoorde rammelen. Angstig keek ze op. Van uit de andere kant van de tunnel kwam er iemand op haar afgelopen. Het was een oudere vrouw met twee boodschappen tassen. Langzaam kwam ze op Bella afgelopen. Bella keek om zich heen. Er was geen enkele plek waar ze zich kon verstoppen. Bella deed haar ogen dicht en hoopte dat de vrouw haar voorbij zou lopen. Misschien zou ze haar dan daar laten liggen. helaas, dat deed ze niet. De vrouw bleef echter staan en vroeg wat ze hier deed. Bella deed alle moeite om maar niet te hoeven reageren.

"Kom jij uit het weeshuis liefje". Vroeg de wat oudere vrouw. Bella keek haar schatten aan en knikte langzaam. "Ik wil daar niet naar terug. En ook niet naar die andere vrouw en man" riep Bella fel. De vrouw keek Bella met opgetrokken wenkbrauwen aan. "Kom vanavond maar met mij mee dan. Dan kunnen we morgen kijken wat we verder kunnen doen voor jou.

Bella dacht even na en stond toen langzaam op. Met kleine pasjes ging ze achter de vrouw aan. Deze liep een straat in die Bella nog niet hat gezien op haar tocht door de buurt. Bij een huis op nr. 7 hielden ze even stil. Bella keek de straat in. Alles zag er het zelfde uit. Het gras was mooi gemaaid. En het leek alsof iedereen de zelfde soort auto had. Bella liep achter de vrouw aan naar binnen.

Binnen in het huis keek ze haar ogen uit. Er waren wel tien katten en poesen bij elkaar. Ineens wist Bella ook wat ze heeft horen rammelen. Dat waren de katten blikjes in de tas van de vrouw. De vrouw zette haar tas neer en ging even gebukt staan. Alle katten en poesen kwamen meteen op haar afgerend. Bella keek het allemaal met een brede glimlach aan. "Kom er maar bij hoor liefje ze bijten niet". Vertelde de vrouw.

Bella liep langs de vrouw naar binnen en ging op de grond zitten. Alle Katten en poesen kwamen meteen naar haar toe gelopen en gaven haar kopjes. Binnen tien minuten lag Bella lang uit op der buik. Overal liepen poesen en katten om haar heen. Ze probeerde ze allemaal te aaien en te strelen.

De vrouw liep de keuken in en liet Bella achter met de katten. Ze vond het leuk als ze bezoek kreeg. Ze had gezien dat het meisje er ondervoed uit zag. Net als een zeker jongetje dat ze in de gaten moest houden. Ze wilde het meisje een hoop vragen stellen. Een van de vragen was haar naam. Maar ook wilde ze haar eerst een goede maaltijd geven. Dus ging ze driftig aan het werk. Ne een uur in de keuken te hebben gestaan riep ze het meisje om te komen eten.

Een beetje verlegen ging Bella aan tafel zitten. "Mag ik jou vragen wat of jou naam is meisje". Bella keek naar de vrouw die haar lief aan keek. Het laatste jaar was zeer ellendig geweest. Maar deze vrouw was anders.
"Mijn naam is Bellatrix Smits, maar u mag mij Bella noemen. "Nou Bella mijn naam is Arabella Vaals, Jij mag mij Arabella noemen. Nu mag je opscheppen zoveel als je wild". "Echt" vroeg Bella ongelovig. "Ja, echt, eet maar wat je wild." Bella keek over de tafel heen. Er stond van alles wat ze lekker vond en at dan ook haar buikje rond.

Na het eten hielp Bella Arabella met het afruimen van de tafel. Gezamenlijk deden ze de afwas en ruimde alles op. Bella had haar truitje uitgedaan om dat ze het warm had. Arabella zag dat ze een T-shirt aan had. Haar armpjes hadden hier en daar een blauwe plek. Wat dacht je van een heerlijk bad vanavond Bella. Bella knikte, Ze vond dat ze best wel vuil was, en ze was ook wel toe aan een warm bad.

Arabella had een bad vol laten lopen en Bella erbij gelaten. Bij de deur hoorde ze dat Bella in het bad was gekropen. Even schudde ze haar hoofd en dacht bij zich zelf. "Twee kinderen in een wijk die zo behandeld worden. Dat is gewoon grof schandalig". Een half uur naar dat Bella in het bad zat liep Arabella naar binnen. Arabella had een T-shirt voor Bella om straks aan te trekken. Daarna kon Arabella haar kleren wassen. Ze wierp even snel een blik op Bella. Het meisje zat onder de blauwe plekjes en kleine schrammetjes. "Bella we moeten straks nog even praten als dat goed is". Bella wist dat ze er niet onderuit zou komen. In ieder geval had ze een heerlijke maaltijd gehad.

Bella kwam na een uurtje beneden. Ze was helemaal schoon en gewassen. Op tafel zag ze een glas met pompoen sap staan. Ze ging er bij zitten. Arabella ging tegen over haar zitten en keek haar glimlachend aan.
"Bella al die blauwe plekken komen die van jou pleegouders". Bella was even uit het veld geslagen. Ze had verwacht dat Arabella haar die vraag zou stellen maar niet zo direct en meteen. Bella knikte langzaam. "Bella luister, ik ga jou dit een keer vertellen dus luister goed. Ik ga morgen naar de politie en daar vertellen wat het weeshuis jou heeft aangedaan. Daarna zal ik hun vertellen dat jij hier blijft tot ze jouw echte ouders hebben gevonden. Morgen als ik dat gedaan heb, gaan jij en ik nieuwe kleren voor jou kopen, is dat goed".

Bella had alles verwacht. Dat ze terug moest of ergens anders heen moest maar dit niet. Ze hoopte nu alleen maar dat het ook echt ging gebeuren. Bella keek Arabella aan en glimlachte naar haar. Bella liep naar haar toe en gaf haar een knuffel. De laatste knuffel die ze zich kon herinneren was die van Sirius. Het nadeel daar aan was dat ze niet wist waar of dat was. En ook niet of het echt gebeurd was. Arabella bracht haar naar bed en ging toen zelf ook maar slapen.

De volgende ochtend ging Arabella na het ontbijt weg en liet Bella alleen. Bella zat zenuwachtig naar buiten te kijken. En hoopte dat Arabella snel terug zou komen. Bij de vensterbank keek ze naar buiten terwijl ze een kat aaide. Het huis wat schuin tegen over het huis van Arabella stond was nr. 4. Bella keek naar hoe er een dunne vrouw naar buiten kwam lopen met haar neus in de lucht. Ze werd gevolgd door een jongen die maar net door de deur heen kon. Die jonge kende ze. Dat was de jongen die ze gisteren die kleine jongen zag aftuigen. Nu zag ze ook weer het jongetje met de mooie groene ogen. Woonde hij daar dacht ze. Net op het moment dat hij naar buiten kwam kreeg hij een duw. Het jongetje viel op de straat en werd uitgescholden. Er werd hem verteld dat hij moest opletten. De man die hem geduwd hat was groot en dik. Hij had ook een grote borstelige snor. De jongen met de groene ogen ging verdrietig in de auto zitten en ze reden weg.

Bella keek nog even door de straat heen en speelde weer met de katten. Op een kastje tegen de muur lag een rood boekje. Bella pakte het boekje en begon er in te lezen. Het was een soort dagboek maar wel met hele vreselijke dingen erin. Ze ging knus op de bank zitten en nam het boek op schoot.

Langzaam ging ze door met lezen.

Harry is nu vier jaar geworden. De twee blauwe ogen zijn het verjaardag cadeautje van zijn neef dirk.
Harry heeft de vuilnis buiten gezet en iets naast de afvalbak gegooid. Zijn oom heeft hem daar voor vier keer geslagen.
Harry moet in de tuin de brandnetels verwijderen. Hij moest dat van zijn tante zonder handschoenen doen
.
Het was erg. Ik zag zijn tante met handschoenen in haar handen zitten. Harry heeft vier uur de tuin gedaan en maar een glas water gehad. Het was nog wel de warmste dag van de zomer ook.

Bella slikte en bladerde snel door naar een andere bladzijde. Tot haar verbazing was het hele boekje zo. Ze wist niet wie die Harry was maar keek met afschuw naar de tekst die op iedere bladzijde bleek te staan. Ze las hoe die Harry opgesloten werd in de bezemkast. En ook dat Arabella hem vier dagen niet meer gezien had.

Bella zat met kleine traantjes in haar ogen toen Arabella weer thuis kwam. "Wat is er meisje van me. Waarom zit jij zo te huilen". Vroeg ze lief aan Bella. Bella kon door haar snikken geen antwoord geven. "Bella kom even bij mij zitten". Bella keek haar verdrietig aan. Ineens kreeg ze een angstig gevoel dat bij haar door merg en been ging. Wat zou Arabella haar gaan vertellen.
"Bella jij mag van de politie bij mij blijven". Bella die meteen blij naar Arabella keek wachten af. "Als de politie niet binnen een half jaar jou ouders kan vinden mag ik jou adopteren. Zou je dat leuk vinden". Bella keek haar aan "hoef ik dan niet meer naar het weeshuis of naar die andere mensen". "Nee schat, je mag dan bij mij blijven voor altijd als je dat wild". Bella kon haar geluk niet meer op. Ze vloog Arabella om haar hals en gaf haar een dikke knuffel. Ze snikte en fluisterde zacht "ja, ik wil dan bij u blijven".

Die middag waren ze gezamenlijk in Londen kleren wezen kopen. Arabella had Bella meegenomen naar een Mc Donalds. Ze hadden een heerlijke middag gehad. Thuis ging Bella meteen al haar kleren op nieuw passen en ze bewonderde ze voor de spiegel. Arabella ging weer voor het avond eten zorgen. Na een uur werd Bella door Arabella geroepen voor het eten.

Bella kwam beneden en keek naar de tafel. Deze stond opnieuw vol met van alles dat lekker was. Arabella zat al aan tafel en keek even verwondert op toen ze een kus van Bella op haar wang kreeg. "Bedankt" werd er door Bella in haar oor gefluisterd. Nadat ze gezamenlijk hadden af gewassen was het tijd voor een rustig avondje. Arabella ging op de bank zitten en Bella ging languit op de grond met de katten spelen. Bella vond het heerlijk hier, Na een jaar van ellende was ze eindelijk gelukkig.

Midden op de avond hoorde Arabella een klein gesnik van achter de tafel komen. Arabella stond op en liep naar het gesnik toe. Daar lag Bella zachtjes te huilen op de grond. "Wat is er meisje, dit had je vanmiddag ook". Arabella begreep het niet echt tot ze het rode boekje zag. "Kom maar even bij mij zitten en vertel wat er is".

Bella stond snikkend op en keek met waterige ogen naar Arabella. "Ik heb dit boekje vanmiddag gevonden. En ik vind het zo zielig voor die Harry. Is dit echt allemaal gebeurd". Vroeg Bella snikkend aan Arabella. Nu kreeg ook Arabella waterige ogen. Ze keek naar Bella en knikte.

"Weet je lieverd die Harry woont hier schuin tegenover. Hij is een klein mannetje met een bril. Hij is het liefste jongetje dat ik ken. Maar die net zoals jij het afgelopen jaar werd geslagen.
Zo is het bij hem al zijn hele leven. Ik heb gezien hoe hij als baby hier op de stoep werd gelegd. Toen al werd hij bijna niet gevoed of verzorgd. Soms hoorde ik hem wel zes uur aan een stuk door huilen. En ik kan er niets aan doen. Het is namelijk heel belangrijk dat hij daar blijft wonen. Maar het liefst had ik hem net als jou ook hier heen gehaald. Jullie hebben met zijn tweeën het zelfde lot ondergaan".

Bella klom op de bank en keek naar buiten naar nr. 4. "Ik heb die jongen vanmiddag ook gezien toen kreeg hij een duw van die grote dikke meneer en viel hij naar buiten. En Gisteren zag ik hoe hij door die dikke jongen en zijn vrienden werd geslagen". Arabella pakte haar pen en schreef meteen op wat Bella haar vertelde. "Arabella mag ik vrienden worden met die jongen. Hij heeft mooie groene ogen dat heb ik gezien". Arabella lachte naar Bella bij die woorden. "Ja dat mag jij lieverd. Dan heeft hij in ieder geval een vriend want die heeft hij nu nog niet.