Hoofdstuk 2 is eindelijk af. Het eerste hoofdstuk was uit het oogpunt van Remus. Dit hoofdstuk is uit het oogpunt van Sirius. Veel plezier met lezen. En reviews please.
Zo zwart als de nacht
In een groot huis aan een klein pleintje, niet zichtbaar voor dreuzels, woonde een andere familie. De familie Zwarts. Zij waren één van de volbloed tovernaars families. Zij waren daar trots op en namen de voorkeur om met andere volbloed tovernaars te trouwen. Ze hadden het niet zo op dreuzels en halfbloed tovernaars. Dat was ook de reden dat hun huis verborgen lag voor de dreuzels. De dreuzels hadden niet eens in de gaten dat zij daar woonden. Maar er was één iemand in hun familie die anders was. Sirius Zwarts vond het niet erg om met dreuzels enzo om te gaan. Wat zijn ouders hem ook leerden, hij bleef toch anders. Dit kwam waarschijnlijk ook, omdat ze meer om hun andere zoon Regulus gaven en hij niet zoveel aandacht kreeg. Ze vonden dat Regulus alles beter deed. Regulus kreeg altijd alles, terwijl Sirius zowat niks kreeg. Sirius was 11 jaar oud en mag dus dit jaar naar Zweinstein toe. Hij verheugt zich er nu al op. Ook al is het pas juni en het schooljaar pas op 11 september begint. Naar Zweinstein toe betekent weg uit dit duffe huis, weg van zijn ouders, voor het grootste gedeelte van het jaar tenminste. Het was vandaag een aardig warme dag en Sirius genoot van de zon. Hij lag in een veldje, wat net buiten het dorp lag. Hier was hij wel vaker als hij geen zin had om thuis bij zijn ouders en zijn broer te zijn. Als ze weer eens zo nodig tegen hem moesten schreeuwen, wat Sirius' moeder nog al vaak deed. Altijd maar weer dat geschreeuw over dreuzels en bloedverraders. Dus Sirius probeerde zo min mogelijk bij zijn moeder in de buurt te zijn en was dus vaak buiten te vinden. Ook al regende het pijpenstelen. Vandaag lag hij daar lekker in het gras van het zonnetje genietend te denken hoe het zal zijn op Zweinstein. Hij hoopt dat hij veel vrienden zal gaan maken, zodat hij tenminste wat lol kan trappen. Want om nou alleen maar lessen te volgen vindt hij ook maar saai. Wat hem leuk leek was dat hij op een dag misschien wel een faunaat kon worden, als hem dat zou lukken. Zijn ouders hadden gezegd dat dat zeer geadvanceerde magie was. En als je een faunaat zou worden dat je je dan moest laten registreren, voor het geval dat er iets fout gaat. Sirius kon dat allemaal niks schelen, van dat registreren enzo, als hij het maar kon. Hij vroeg zich af in wat voor dier hij dan zou transformeren. Toen het donker begon te worden ging Sirius weer terug naar huis om te eten.
De dagen gingen maar langzaam voorbij, maar Sirius begon wel steeds blijer te worden, omdat 11 september wel steeds dichterbij kwam, ook al was het maar heel en heel langzaam. Sirius begon de dagen al af te tellen zo'n zin had hij om naar Zweinstein te gaan. In de tussentijd was hij steeds vaker in het veldje buiten het dorp te vinden, waar hij over Zweinstein zat te fantaseren. Hij ging wat wandelen, omdat hij toch vond dat de tijd wat té langzaam ging. Voor hem was er meestal niet zoveel te doen. Zijn broer negeerde hem en trok al de aandacht van hun ouders, zodat zij ook nooit iets met hem deden.
De dag voor dat ze naar de wegisweg gingen om schoolspullen voor Sirius te halen brak aan. Sirius kon niet wachten tot het zover was ook al was het nog steeds niet de dag om naar school te gaan. Hij had de brief en de lijst met benodigdheden voor het schooljaar een paar dagen geleden ontvangen. Naast de benodigde spullen stond er ook in dat hij een kat, rat, pad of uil mee mocht nemen. En morgen mocht hij dus zijn huisdier uitzoeken. Hij wist al wat hij zou nemen. Een uil, omdat dat hem het leukste dier lijkt. Wat voor uil weet hij nog niet. En hij moet ook nog een naam voor die uil verzinnen. Maar daar wacht hij nog maar effe mee tot hij zijn uil heeft uitgekozen, zodat hij een passende naam kan verzinnen. Hij zat als gewoonlijk weer op hetzelfde plekje in het gras, wat hij nu eigenlijk al de hele zomer aan het doen is. Gewoon wachtend totdat het nou eindelijk eens tijd is. Sirius vraagt zich af waarom hij de tijd eigenlijk niet wat sneller kan laten gaan, kan hij ook eens eindelijk van zijn verdraaide ouders weg. Toen het weer eens tijd werd om terug naar huis te gaan, stond Sirius op en liep terug. Thuis aangekomen ging hij eten en na een tijdje naar bed.
De volgende ochtend schrok Sirius wakker, omdat zijn moeder naar hem schreeuwde dat hij nou eindelijk eens wakker werd, omdat ze naar de wegisweg wilde gaan. Sirius kleedde zich aan, maar had geen tijd om te eten, omdat zijn moeder gelijk weg wilde gaan. Eindelijk daar aangekomen gaf zijn moeder hem wat geld en de opdracht zelf voor wat schoolspullen te zorgen terwijl zij zijn boeken ging halen. Als eerste ging Sirius zijn toverstok kopen bij olivander. Nadat hij eindelijk een goede toverstok had ging hij naar Madame Mallekin, waar nog een jongen met zijn ouders was. De jongen was een gewaad aan het passen. Toen hij Sirius binnen zag komen groette hij hem. "Hai, ik ben James Potter en jij.", zei de jongen die James heette. "Hai, ik ben Sirius Zwarts. Ga je ook naar Zweinstein?", vroeg Sirius. "Ja, ben met mijn ouders schoolspullen aan het kopen. En jij?", vroeg James. "Ik ook, mijn moeder is mijn boeken gaan halen en ik mag de rest kopen.", zei Sirius. Nadat ze beide hun gewaad op maat hadden laten maken, vroeg James aan zijn ouders of hij met Sirius mee mocht gaan. Zijn ouders stemden ermee in en gaven hem wat geld, zodat hij zelf zijn huisdier kon uitzoeken terwijl zij de rest van zijn schoolspullen gingen kopen. James en Sirius gingen naar de dierenwinkel om een dier uit te gaan zoeken. In de dierenwinkel zagen ze een dik ratachtig jongentje naar de ratten aan het kijken. James en Sirius liepen naar hem toe. Het jongentje draaide zich om toen hij merkte dat er iemand achter hem stond. "hai.", zei James. "O, h hai.", zei het jongentje verlegen. "Wie zijn jullie." "Ik ben James en dit hier is Sirius, we vroegen ons af of je toevallig ook naar Zweinstein gaat.", zei James. "O. Ja, dat klopt, en ik heet trouwens Peter. Peter Pippeling, leuk jullie te ontmoeten.", antwoordde Peter. Peter kocht een rat en omdat ze in deze winkel geen uilen hadden, en omdat James ook een uil wilde, gingen ze naar een uilenwinkel waar Sirius een zwarte uil met een maanachtige vlek op zijn kop kocht en James een lichtbruine uil. "Hoe ga jij je uil noemen?", vroeg James aan Sirius. "Aan die vlek op zijn kop lijkt de naam Lunos wel bij hem te passen.", zei Sirius. Na nog een tijdje kletsend rond te hebben gelopen zagen ze nog een jongen van hun leeftijd rond lopen. En het zag ernaar uit dat hij ook naar Zweinstein ging. James stelde hen voor aan de jongen die Remus heette. Samen gingen ze verder hun spullen kopen en namen uiteindelijk afscheid.
