Het hele vliegveld was volgestouwd met mensen en toch had iemand haar naam gezegd. Ze had het niet gedroomd, ze had het niet verbeeld. Het was een bekende stem geweest die haar had geroepen en ze baalde ervan dat ze niet wist waar hij was.
"Annabeth?"
De stem leek van achter haar te komen, maar hoe veel ze ook om zich heen keek, ze kon hem nergens zien. Tuurlijk, er waren genoeg jongens met zwart haar maar nou net niet die ene jongen met de ogen waarin ze kon verdrinken. Waar was hij?
"Annabeth!"
Van achter werd ze meegetrokken in een knuffel met de jongen waarnaar ze opzoek was. Ze probeerde zich om te draaien, maar zijn greep was te sterk. Eigenlijk genoot ze er ook van. Ze wist niet hoe ze het moest uitleggen, maar er was iets in zijn knuffel wat ze nog nooit had meegemaakt. Het voelde vertrouwd.
Ze draaide zich snel om toen Percy los liet, om te kijken of hij ook was hoe ze het had verwacht, Het klonk raar, maar in haar hoofd had ze een voorstelling gemaakt.
Wauw.
Zijn haar zat zoals het altijd zat, alsof hij had geprobeerd het goed te krijgen maar uiteindelijk de hoop had opgegeven. Hij had een zwart shirt aan, samen met een simpele jeans en sneakers. Vans sneakers, in -hoe toevallig- hetzelfde grijs als de hare. Ze moest zachtjes grinniken toen ze dat opmerkte.
Het laatste wat ze merkte waren zijn ogen. Zijn prachtige, zeeblauwgroene ogen die nooit een specifieke kleur konden zijn. Ze waren zo verraderlijk als de zee.
Daar hield ze het meest van