"Geachte aanwezigen. Wij heer Potter/ Griffoendor/ Prosper, heer Lubbermans, jonkvrouwen Goedleers en ik zelf jonkvrouwen Bonkel. Heten jullie allemaal welkom. Dit feest is ter eren van onze toetreding tot de Wikenweegschaar, maar ook tot het school bestuur. We begrijpen dat door de commotie die er was ontstaan. En dan bedoel ik de laatste keer dat wij in de Wikenweegschaar waren. Dat het een oneerlijk beeld van ons zou kunnen hebben geschapen". even hield Suzanne stil en keek naar haar tante. Amalia knikte dat het goed ging en Suzanne ging weer verder.

"Met deze avond, en ten eren van ons vier. En met dank dat we het Potter kasteel mogen gebruiken van heer Potter. Willen wij jullie beter leren kennen. Wij en al onze schoolgenoten hier aanwezig zijn de toekomst van onze wereld. En wat beter dan die te beginnen op een basis van vriendschap. Wees blij en gelukkig en geniet van het feest". Suzanne hief het glas en dronk.

Nog voor dat Harry de kans had om een slok te nemen, voelde hij een hand om zijn arm. Amalia stond achter hem en vertelde dat hij mee moest komen. Iedereen was er hoofdzakelijk voor hem, en daar moest gebruik van worden gemaakt. Harry was er niet blij mee maar wist wat ze bedoelde. Amalia stond net voor meneer en mevrouw Davids toen en een plop was in het midden van de zaal. Iedereen was stil. Daar in het midden van de zaal, stond niemand anders dan.

(BTK 3) H2 Het feest 2.

Van uit het niets stonden er ineens zes kobolden in het midden van de zaal. Vier daarvan waren groot en helemaal uitgerust in oorlogstenue. Harry verontschuldigde zich meteen en liep op de kobolden af. In het te midden van de vier gewapende kobolden vond Harry zijn genodigde gasten. Voor Harry was dit net als de meeste gasten een verassing. Hij wist niet dat deze kobold ook zou komen. Met een soepele beweging zakte Harry door zijn knie en kuste de ring op de linkerhand van de kobold. Deze trok hem naar het gebaar van respect omhoog en nam hem in een innige knuffel.

Alle genodigde keken met open mond naar het geen wat zich in het midden van de zaal afspeelde. Pas toen Harry de kobold losliet zagen ze dat het niemand minder dan Bogrod was. Nog nooit hadden ze een tovenaar zoveel respect zien geven aan een kobold. Het was iets dat ook niet mocht, of ooit was gedaan. Maar ze hadden ook nog nooit een kobold een knuffel aan een tovenaar zien geven. Ook dat was iets dat niet werd gedaan.

Harry keek naar de kobold naast Bogrod en wachtte af. Hij wist dat deze eerst moest worden voorgesteld eerder mocht Harry niets doen. Bogrod hiel erg lang stil. Hij wist dat hoe langer hij stil bleef hoe banger de andere tovenaars werden. En hij genoot daar minuten lang van.
"Heer Potter/ Griffoendor/ Prosper, mag ik u voorstellen aan mijn vrouw Harriet. Harriet dit is Heer Potter vriend van de kobolden". Harry nam haar hand in de zijnen en kuste de rug daarvan.
"Het is mij een eer om u te leren kennen. Ik zou u dan ook willen voorstellen aan mijn familie".

De formaliteit die Harry gaf aan de kobolden was ongehoord. Veel gasten spraken hun afschuw van achter hun handen tegen de ander gasten. Maar het grootste deel daarvan keken met respect naar de jonge heer.

Harry had net in zijn eentje een brug gebouwd tussen de kobolden de tovenaars en de heksen. Iets wat zelfs de grote Albus Perkamentus niet was gelukt. Ze keken hoe Harry naar zijn vrienden liep met Harriet aan zijn arm. En ook hoe Bogrod de grootste kobold van zijn tijd, de jonge heer Potter, volgde als een gelijke. Harry begon met het voorstellen van een paar mensen. En het was ook op een moment dat je de hele zaal, in een keer naar adem hoorde hapten.

"Mag ik u voor stellen aan mijn vrienden. Bellatrix Vaals, jonkvrouwen Daphne goedleers, jonkvrouwen Suzanne Bonkel, Hermelien Griffel. En deze jongeman is heer Lubbermans". Harriet en Bogrod schudden iedereen waardig de hand. En werden op hun beurt weer als vrienden ontvangen. Harry wachtte even af en ging weer verder.
"Dit is mijn oma jonkvrouwen Minerva Potter/ Anderling, En deze dame is jonkvrouwen Augusta Lubbermans. Hier heeft u jonkvrouwen Amalia Bonkel, en heer goedleers. Verder heeft u hier Andromeda Potter/ Tops en Nymphadora Potter/ Tops. Mijn zusje jonkvrouwen Aristona Goedleers". Aristona werd ineens heel verlegen toen Bogrod zich een beetje voor haar bukte en haar een kus op haar hand gaf.
"En als laatste wil ik u voorstellen aan mijn tweede moeder. Jonkvrouw Isabella Goedleers, Mam dit is Bogrod leider van de kobolden en zijn vrouw Harriet". Dit was het punt dat iedereen naar adem hapte.

Op de achtergrond hoorde je diverse teksten van ongehoord en dat kun je niet maken. Maar veel waren vol lof en bewondering. Van af dat moment was het feest onderweg. Harriet ging met Isabella en Andromeda mee langs veel van de genodigde gasten, en Harry werd opnieuw door Amalia mee genomen naar de Davids.

"Jonge heer Potter ik neem mijn hoed naar u af. U heeft ons opnieuw versteld doen staan met uw openheid naar onze vrienden de kobolden. Van dit kunnen ook wij enkel en alleen maar leren". Vertelde meneer Davids hem met een oprechte toon. Harry leerde dat meneer Davids een gerespecteerde advocaat was en zeer hoog was aan geschreven. Op het advies van Amalia nam Harry hem dan ook meteen, meneer Davids in dienst. Bogrod die bij hem was komen staan vertelde Harry dat ook hij meneer Davids als adviseur had. En dat het dus een goede keuze was.
"David Goedleers werd aan het einde van die avond de boekhouder van Harry. Dit deed hij samen met Isabella. Meneer en mevrouw Patil waren beleggers in de dreuzel wereld. En nog voor dat de avond voorbij was hadden hun ook vele nieuwe klanten. Waaronder Harry en Bogrod. Er was zelfs een kluis geopend voor Zweinstein.

Harry werd van gast naar gast getrokken om aan iedereen voorgesteld te worden. Uit zijn ooghoeken zag hij hoe David Goedleers dat bij Suzanne deed. Maar ook zag hij dat zijn Oma Marcel mee nam naar de gasten. Toen hij Augusta met Daphne zag kon hij zijn nieuwsgierigheid niet meer onder drukken en vroeg hij er ook meteen naar.

Amalia keek even op bij die vraag maar gaf hem toch antwoord.
"Kijk Harry, het zou makkelijk zijn als Jou oma dat met jou zou doen. Maar als ze zien, dat ik het met jou doe is het toch weer anders. Ik als hoofd schouwers heb een zekere standaard in het ministerie. En jou oma heeft die op school. Ze is de onderdirecteur zoals je weet. En op deze manier zien ze ook meteen dat huis Potter naast dat van huis Bonkel staat. Althans gezien in het oog van de politiek". Harry moest even na denken maar hij begreep wat Amalia bedoelde. Amalia keek hem lief aan en lachte een beetje.
"Eigenlijk wilde we dat Isabella jou ging rondleiden met de gasten. Maar toen jij haar jouw tweede moeder wilde gaan noemde hebben we dat meteen veranderd. Want door die uitspraak wist iedereen meteen dat jij ook naast het huis van Goedleers staat". Weer keek ze even naar Harry en keek diep in zijn ogen.

"Harry jij hebt als heer Potter, meer macht dan welke tovenaar dan ook. Zelfs door jouw naam als heer Griffoendor". Harry mummelde wat bij die uitspraak.
"Wat zei je daar Harry, verstond ik het goed" vroeg Amalia meteen.
"Ik ben geen heer Griffoendor meer. Ja eigenlijk ben ik het wel maar ik ben nu ook heer Zweinstein. Ik heb volgens dame Zweinstein alles van de vier stichters geërfd". Amalia keek hem met wijde ogen aan. Even stond ze daar met haar mond open.
"Harry hier hebben we het morgen over. Maar als dat waar is dan ben jij de machtigste tovenaar die er is". Harry knikte en liet zich weer leiden naar de volgende groep met tovenaars.

Na een uur was het socialiseren afgelopen. Nu was het dan eindelijk tijd voor het echte feest. De vier toekomstige lijders zouden het feest gaan openen met een dans. Iedereen keek toe hoe de vier rond keken naar wie ze zouden kiezen. Marcel liep op Tracy af en vroeg haar als eerste ten dans. Het was een standpunt die hij met Minerva had afgesproken. Het zou een dans worden tussen huis Griffoendor en huis Zwadderich.
Suzanne Bonkel liep met ferme passen op meneer Davids af. Ze wist dat hij een advocaat was voor veel leden van de Wikenweegschaar. Op deze manier kreeg ze ook meteen aanzien van die bewuste leden. Het zelfde gelde voor Daphne. Daphne was op Meneer Patil afgelopen.

Harry stond als enige nog zonder iemand op de vloer. Hij keek met zijn ogen de zaal rond. Amalia had hem een suggestie gegeven, alleen moest hij net doen als of hij aan het rond kijken was. Toen hij haar vond liep hij toch bewust op haar af. Hij boog gracieus en vroeg of hij deze dans mocht hebben. Harriet lachte en vertelde hem van ja. Harry voelde een tinteling door hem heen gaan en vroeg wat dat was.
Harriet keek hem aan en lachte.

"Heer Potter, ik neem aan dat u nog niet kunt dansen". Harry schudden verlegen van nee. Harriet lachte en vertelde hem.
"Dat dacht ik al. De tinteling die jij voelde is een dans spreuk. Nu ken jij iedere dans die er bestaat. Alleen ben jij nog wat roestig dus hoe meer jij danst hoe makkelijker het word". Opnieuw lachte Harriet naar Harry en fluisterde hem toe.
"Mijn man kon ook niet dansen en deze spreuk is mij geleerd door een meisje van 16 jaar, en dat was jouw moeder". Harriet lachte en begeleide Harry verder de dansvloer op.

Minerva keek samen met Isabella en Bella hoe Harry en de anderen over de dansvloer gleden. Het was een verademing hoe ze aan het dansen waren. Bogrod kwam tussen Isabella en Amalia staan.
"En denken jullie dat het gelukt is om een aantal aanwezigen te laten zien dat het ook anders kan". Vroeg hij nonchalant aan Amalia.
"Ja dat weet ik wel zeker. Harry wist niet dat u ook zou komen. En zijn natuurlijke gave om mensen tot vrienden te maken doet goed zijn ronde. Vooral hoe hij met u om gaat heer Bogrod". Beantwoorden ze hem.

"HARRY WAAR DENK JIJ MEE BEZICH TE ZIJN OM ZO TE DANSEN MET DAT GEDROCHT".

Van uit het oogpunt van Isabella en Bogrod.

In de deuropening verschenen de laatste drie genodigde van die avond. Het waren niemand minder dan Albus Perkamentus, Professor Severus Sneep en minister Cornelius Droebel. Het was Droebel die het uit gilde. Bogrod zag de blik op het gezicht van Droebel en ook wie hij met het gedrocht bedoelde. Bogrod hief zijn hand op om naar zijn wachters te gebaren dat ze moesten ingrijpen. Maar Isabelle legde haar hand op de zijnen.
"Sorry, heer Bogrod, maar ik denk dat heer Potter en zijn vrienden het voor u zullen regelen. Zijn vrienden zijn, zijn familie en beledig er een, dan beledigd u ze allemaal. En ik ben eerlijk als ik zeg dat u zijn familie bent. Ik kan het voelen in de zaal en in Harry. Dus ik kan u ook maar een ding vertellen, kijk en geniet van de show".

Bogrod keek over de vloer heen. Harry had zijn toverstok al in zijn handen en stond waakzaam voor zijn vrouw. Van af de zijkant zag hij drie heksen de dansvloer op lopen en die hadden ieder hun toverstok al in hun handen. In een oogwenk stonden ze om zijn vrouw heen met Harry daarvoor. Achter Harry en voor zijn vrouw stonden Suzanne, Daphne en Marcel klaar om in te grijpen als dat nodig mocht zijn. Het was een groep waar je niet om heen kon. De dreiging die daarvan uit ging was groot. En de gedachten dat het slechts kinderen waren, deed de mensen in de zaal kijken met bewondering en angst.

"HARRY WAAR DENK JIJ MEE BEZICH TE ZIJN OM ZO TE DANSEN MET DAT GEDROCHT".

Van uit het oogpunt van Suzanne, Daphne en Marcel.

De dans verliep rustig. Er werd wat gepraat en gelachen maar vooral gedanst. Tot het punt dat de stem van Droebel boven alles uit klonk. Het was als of de vrienden in een keer een waren. Hun blikken kruiste elkaar en keken naar Harry. Harry had zijn ogen dicht en zuchtte diep. Hoe snel Harry was wist niemand maar hij had zijn toverstok al in zijn handen. Daphne, Suzanne en Marcel vertelde hun partners van de dans dat ze de dansvloer moesten verlaten. En haalde meteen hun toverstokken te voorschijn. Van af de zijkant zagen ze dat Bella en Hermelien ook al hun richting kwamen op gelopen. Ze werden op de voet gevolgd door Tops. Harry stond verdedigend voor Harriet en zorgde dat ze beschermd was. Zonder ook maar een enkel woord nam iedereen hun plaats in rond Harriet. En keken naar de drie mensen die zich in de deuropening bevonden.

"HARRY WAAR DENK JIJ MEE BEZICH TE ZIJN OM ZO TE DANSEN MET DAT GEDROCHT".

Van uit het oogpunt van Bella, Hermelien en Tops.

Bella stond met de handen van Tops over haar schouders te kijken naar haar Harry. Tops keek naar haar broertje en fluisterde zacht.
"Bella ik heb de volgende dans". Bella duwde zachtjes haar elle boog naar achteren en riep,
"echt niet. Hij is van mij".
"Maar het is mijn broertje" probeerde Tops nog even maar kon haar lach niet meer inhouden. Hermelien die naast Bella stond had alleen maar oog voor haar Marcel.
"Gelukkig hoef ik Marcel niet te delen" vertelde ze. Dit bracht opnieuw een gelach bij de drie dames. En net op dat punt kwam de stem van Droebel boven alles uit.

Bella keek naar de deur en zag Droebel staan. Toen ze Albus en Sneep zag staan keek ze naar Harry. Kom Hermelien dit gaat mis riep ze uit. Met getrokken toverstok liep ze de dansvloer op en ging om Harriet heen staan. Hermelien en Tops deden precies het zelfde als Bella en zagen dat Harry verdedigend stond. Tops keek met bewondering naar haar broertje. Als er ooit een natuurlijke schouwer zou zijn dan was het haar broertje wel. Daphne, Suzanne en Marcel gingen tussen hen en Harry in staan.

De rest van de genodigde keken elkaar aan en hielde hun adem in. Alle blikken gingen van Harry naar Droebel en toen weer naar Amalia. Het verbaasde de meeste dat Augusta, Amalia en Minerva hun stoken niet hadden getrokken. Wel zagen ze dat Droebel, Perkamentus en Sneep met getrokken stokken naar Harry keken. Ze voelde hoe de magie van Albus toenam. De blikken die Droebel en Sneep op Albus richten bewezen dat hij heel veel magie uitstraalde. Wat hen nog meer verbaasden was dat de kinderen die voor hem stonden, niet voor hem weken. Nee, de kinderen waren meer gefocust dan dat menig volwassenen dat hadden kunnen doen. Ook voelde ze dat de magie van Harry toe nam. Het was duidelijk dat hij met zijn magie niet veel onderdeed voor Albus Perkamentus.

*#*

Van uit het oogpunt van Harry Potter en Harriet.

Harry had een geweldige tijd op de dansvloer. Het idee dat hij nu kon dansen door een spreuk van zijn moeder deed hem van binnen warm worden. Harriet hielp hem met de passen en ze gingen steeds beter. Hij beloofde dan ook dat hij op het einde van de avond nog eens met haar zou gaan dansen. Al was het alleen maar om te laten zien dat hij beter was geworden.
"HARRY WAAR DENK JIJ MEE BEZICH TE ZIJN OM ZO TE DANSEN MET DAT GEDROCHT".

Harry hoorde de stem van Droebel en keek in de ogen van Harriet.
"Blijf hier staan Harriet. Wat er ook gebeurt verroer je niet en blijf achter mij". Harriet knikte naar Harry en zag dat hij zijn ogen dicht deed. Ze zag ook dat Harry zijn toverstok al in zijn handen had. Ze vond het raar want hij had haar nog niet eens losgelaten. Langzaam deed Harry zijn ogen open en ze glommen. Harriet zag hoe zijn ogen gewoon licht geven.
Langzaam liet ze Harry los en die draaide zich rustig om.
Als Harriet niet had gehoord wat Harry haar had verteld, dan zou ze ineen gedoken zijn van angst. Maar de ogen van Harry waren niet op haar gericht en dat deed haar goed.

"Minister Droebel, leuk dat u er ook bent" de haat die Harry nu in zijn stem had liet hij weer klinken in de toon die hij gebruikte.
"Ten eerste minister Droebel, is het heer Potter voor u". Droebel haalde zijn neus op bij die woorden die Harry gebruikte. En zag toen ook dat Harry zijn toverstok in zijn handen had. Zelf pakte hij hem ook snel en voelde de magie van Perkamentus naast hem toenemen.
Ook bij Harry nam de magie toe en dat kon je zien aan de aura die om hem heen hing.

"Ten tweede minister Droebel, waarom beledigt u mijn gasten, en vooral mijn vrienden, En in het verlengde daarvan mijn familie". Sneerde Harry de minister toe.
(Isabella keek naar Bogrod en gaf hem een glimlach van ik zei het toch)
Droebel keek Harry doordringend aan. De irritatie die Droebel voelde was van het gezicht van de minister af te lezen.
"Harry, het is een kobold die staan beneden ons" beet hij Harry toe.
"Nee Minister, een Kobold staat beneden u. In mijn geval staan ze naast mij. En soms zelfs boven mij, net zoals mijn vrienden en mijn familie". Beet Harry hem terug. Het leek alsof de minister steeds kwader werd. Sneep die naast hem stond kon zijn eigen irritatie niet meer de baas. Hij vuurde een spreuk op Harry af.

"Kijk of jij wel zo goed bent Potter, Stupefy". Iedereen zag de lichtstraal van de spreuk op Harry afgaan en vlak voor Harry tegen een schild komen. De meesten konden professor Sneep nog van vroeger en schrokken dus ook. Nooit eerder had een professor een leerling aangevallen op deze manier. En nog nooit eerder had een leerling van 12 een spreuk van een leraar afgeweerd.

"Bombarde, Bombarde, Stupefy, Expelliarmus, Paralytisch". Sneep zou zich nooit meer kunnen herinneren wat er die avond daadwerkelijk was gebeurd. De vrienden hadden tegelijk allemaal een spreuk op Sneep afgevuurd en lieten daarmee ook zien dat ze achter Harry stonden. Sneep was tegen de muur geblazen en lag als een hoop vodden op de grond. " Paralytisch" klonk de stem van Perkamentus.

Het was alsof alles zich herhaalde. Weer hield Harry de spreuk tegen en weer vuurde zijn vrienden hun spreuken af. Het enige verschil was dat Perkamentus deze wel tegen hield.
"Harry mijn jonge, laten we dit stoppen" riep Perkamentus op vaderlijke toon.
"Albus, Ik ben heer Potter voor jou en niet Harry. Het is al erg genoeg dat je mij op school zonder respect behandeld maar ook nog in mijn eigen huis". De blik die Harry Perkamentus gaf was dodelijk. Echter hield Harry die blik niet lang op Perkamentus gericht.

"Minister Droebel. Het is mij duidelijk dat u geen respect heeft voor mij. U beledigt mij en mijn gasten en mijn vrienden. Wij hadden iedereen hier uitgenodigd om onze goede kant te tonen. En het is ook duidelijk dat u dat niet wild". Met een trieste blik op Droebel. Een blik die hij had geleerd van Augusta, keek Harry hem doordringend aan. Een blik die aangaf dat iemand zich triest opstelde. Augusta glom bij die blik en werd warm toen ze zag dat Harry hem gebruikte.
"Minister Droebel, ik verzoek u om uw mond te houden en mijn huis te verlaten. Anders zal ik een bloed vete op u afroepen en u hier terplekken uit dagen tot een duel".

"Harry, ik minister Droebel zal nooit buigen voor jou en een kobold". "Stupefy". Klonk de stem van Harry. Droebel vloog naar achteren. De gang in die achter de deuropening zat waar ze nog voor stonden. En die gang liep tot aan de voorkant van het Potter kasteel.

Droebel vloog letterlijk de gehele gang door en stond op het punt de voordeur van het kasteel te gaan raken. Het was ook net opdat moment dat een huiself de deur opendeed, vervolgens deed deze hem ook weer dicht toen Droebel buiten op het gritpad lag.

"Professor Perkamentus, ik zou graag willen dat u Sneep daar opraapt, om daarna vervolgens mijn kasteel te verlaten". Nog voor dat Perkamentus een antwoord kon geven stond Snot naast hem en pakte hem beet. Met een plop was Perkamentus weg en stond Snot weer voor Harry. "Meester Potter, Heer Perkamentus is weer in het kantoor van Droebel. En zult u vanavond niet meer lastig vallen". "Dankje Snot" en Harry knikte naar Snot.

Bella en Daphne sloegen hun armen om Harry heen en brachten hem weer tot rust. De magie die hij uitstraalde was groot en bijna gelijk aan Perkamentus. Dat was het genen wat de gasten gevoeld hadden. Maar iedereen die Harry kon wist dat hij nog een hoop achter hield. En dat zou hij nog lang blijven doen ook.

Het feest begon langzaam weer opgang te komen. Desondanks bleef er wel een bedrukte sfeer hangen het eerste uur althans. Harry danste met bijna iedere dame die er die avond was. Hij danste ook met Tracy, dit kwam hem op kwade blikken van Draco te staan. Patty Park die het meisje van Draco was keek hem ook vuil aan. Hij wist dat het niet om Tracy ging, maar wel omdat ze van Zwadderich was. Alleen Narcissa leek zich erg te amuseren. Het was iets waar Bella wat meer van wilde weten. Ze wist alleen nog niet hoe of ze dat moest vragen. Misschien moest ze haar andere zus daar maar voor in gaan zetten.

Er volgde nog vier dansen en die moesten speciaal zijn vond Harry. Zijn eerste was met zijn oma, daarna met Aristona. De laatste twee waren schuifel nummers en die deed hij met Daphne en met Bella. Van beide nam hij afscheid met een kus. Met nog een laatste borrel brachten ze de gasten naar de hal en namen afscheid. Alleen de Davids en de Patil 's bleven nog achter. Met de laatste groep gingen ze in de zijkamer zitten en keken terug op de Avond.
Het was meneer Davids die als eerste wat zei.
"Nou dat was erg verassend. En ik begrijp nu ook waar u staat Jonge heer Potter".