William Revenus 12 – De test.
------------------------------------------------------------------------------------------
De
vlammen schijnen mijn arm en shirt niet aan te tasten. Langzaam
verdwijn ik in het vuur. De vlammen proberen mijn kleding de
verschroeien, maar het lukt niet.
Ineens val ik naar voren en kom
ik terecht in een heel ander landschap. Ik dacht dat er in een
vuurkern vuur zou zijn. Maar... ijs? Nee, dat had ik nooit gedacht.
Ik kijk wat beter om me heen. Het landschap is bergachtig. Een soort
vallei. Er ligt sneeuw op, stralend wit, maar nergens een zon,
terwijl er een strakblauwe lucht is. Nergens is ook gras te bekennen.
'Hallo?', roep ik. Mijn stem galmt door de vallei. Opeens hoor ik een
stem van boven mij komen.
'Will,
kijk om je heen. Je ziet dingen, het is anders. Maar je bent niet
alleen. Volg mijn stem. Vertrouw me, dat is de enige manier. De
enige manier om hieruit te komen en de enige manier om jezelf echt te
leren kennen.'
'Waar ben ik', vraag ik terwijl ik om hoog kijk
waar de stem vandaan komt. Niemand te zien.
'Dat
kan ik niet zeggen. Ik weet wel, je lichaam is hier. Veilig. Wat
je ook doet, ik zal je lichaam beschermen totdat je gevonden hebt
wat je nodig hebt. Zoals je zult merken is ook mijn
kennis maar beperkt. Op dit moment zul je een soort droomwereld
herkennen. Ik weet niet hoe het er uit ziet maar de weg
wijst zich vanzelf wel. Loop richting het zuiden. Richting de
evenaar. Dat is de kern van alles.'
'Aha... zonder kompas... de
evenaar.. juist... maar oké. Ik ben in een wereld van sneeuw.
Beetje ironisch omdat het van een vuurvogel is, maar hij heeft wel
smaak. Er loopt een pad naar beneden in ieder geval. Naar een soort
dal. Maar ik kan niet zien wat daar verder ligt. Het is te ver weg.
Als ik een fototoestel mee genomen had, had ik wel foto's voor je
gemaakt, maar ik neem aan dat je een tovenaar bent en geen idee hebt
waar ik het over heb.'
Ik loop
met mijn rugzak door naar beneden.
'JE BENT TOCH EEN
TOVENAAR, of' de stem begint wat liever te worden 'je kent de spreuk
toch waarbij je toverstok vlak op je hand ligt en altijd naar het
noorden wijst? Zo niet dan ben je wel heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel slecht
voorbereid op dit "avontuur".' de stem stopt even met
praten en heel even ben ik weer alleen in de wereld van sneeuw.
'Owja, foto's heb ik ook niet nodig. Op een gegeven moment moet ik
volgens de profetieën uit jou ogen kunnen kijken. En by the
way,
Will, je hoort mijn stem toch? Dan weet je dat ik een Heks ben!'
'Mag ik ook weten wie je bent, mysterieuze stalker in mijn hoofd?', vraag ik met een brede glimlach. Ze kan toch niet zien dat ik lach haha.
'Je zal mij altijd hebben gekend als Linda...'
Opeens stop ik met lopen. Linda... Alles komt weer terug. Het is ongeveer twee jaar geleden. Het meisje van zwadderich. Carlo die me liet struikelen, het cliché.
'L..L..i..nda',
zijn de laatste woorden die ik uit kon brengen voordat ik voorover in
de sneeuw val.
'He he, Will, wel blijven staan he! Anders
krijg je het zo koud en moet ik je hier nog opwarmen ook!'
'Ja, dat lijkt me ook geen goed idee.' Ik voel me wat stom dat ik zo duidelijk heb laten merken dat het zoveel indruk op me maakt. 'Maar je bent nu vast nog steeds met Hork.'
Ik pak mijn toverstok en ik roep 'Wees mij de weg', de toverstok draait op mijn handpalm. En hij blijft draaien. 'De kompasspreuk werkt niet, dus ik zal gewoon dit pad maar volgen.' Zal ze gemerkt hebben dat ik haar niet vergeten ben en veel aan haar gedacht heb de afgelopen twee jaar?
'Hork? HAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHA, ow sorry Will, misschien is dit een te serieus onderwerp. Maar dat je ooit hebt gedacht dat ik wat met Hork heb? Heb je me ooit is met hem zien zoenen? Trouwens dit is echt helemaal niet belangrijk weetje! Je moet op pad! Ik heb je de richting gewezen maar je zult wat gevaren moeten overwinnen. Daar kan ik je niet altijd bij helpen en ik zal ook niet alles volgen maar als je me echt heel erg hard nodig hebt roep dan KOFFIE en ik kom. Will, 't ga je goed.'
'Dank
je Linda.'
En of het belangrijk was. Ik heb haar nooit zien zoenen
omdat ik haar nooit meer durfte aan te kijken. Sinds Carlo weg is
durf ik niemand aan te kijken. Al helemaal Linda niet meer. Hork
heeft me in de laatse twee jaar regelmatig in elkaar geslagen en
vernederd. Zij heeft nooit ingegrepen, maar ik heb haar ook nooit
meer gezien eigenlijk. En als ik haar wel zag merkte ze mij niet op.
Ik was net zoals voor de rest van de leerlingen op school.
Onzichtbaar.
Ik loop naar beneden. De sneeuw lijkt nooit eerder betreed te zijn en het voelt hier warm. Ik trek mijn jas uit en ik stop hem in mijn tas. Op hetzelfde moment komen er 3 grote koffie koppen aan met feniksafbeeldingen op de plaats waar normaal Douwe Egberts staat. Ik pak mijn toverstok en ik bedenk welke spreuk ik het beste kan gebruiken als een van hen mij aanvalt. Ze komen dreigend op mij af, maar.. geen wapens. Wacht.. Perkamentus meende dat feniksen van koffie hielden. Misschien zit er een feniks in een van de kopjes?
'Feniksen hebben humor Will, en ze houden van cryptogrammen! Oftewel wat kan je eruit opmaken?'
'Ehm, wat kan ik van drie kopjes maken, zonder dat er enige aanwijzingen zijn. Ik kijk in de kopjes. Ze zijn zo'n 1 meter hoog. Wat moet ik doen? Ik snap het niet?
'Ten eerste Will, als je nou eerst gewoon probeert erlangs te lopen, ik bedoel: ze versperren de weg toch niet?'
'Nee oke, maar in elk spel is elke random encounter belangrijk voor het verhaal, anders zat het er niet in.'
'WAAR HEB JE HET OVER WILL? EN HOE BEDOEL JE NOU, DAT HIER LEVENS OP HET SPEL STAAN DAT DAT EEN SPEL IS?'
'Eehh, laat maar.' Ik loop rustig langs de kopjes. Ik kijk even om en ze lopen achter mij aan. Na een paar minuten lopen kom ik in het midden van de vallei aan. Gelukkig is het niet zo diep als dat het op het eerste gezicht leek. Ik ben ingesloten door hoge wanden. Terwijl ik midden in de valei zit zie ik eigenlijk niet zoveel interessants. Ik besluit om het maar weer hogerop te zoeken. Na mijn positie op het zuiden gecheckt dubbel checkt te hebben besluit ik om een touw naar de hoogste top toe te slingeren. Een beetje spiderman weetjewel (h).
Ik maak 2 strakke bewegingen met mijn toverstok en er komt een touw uit die zich vanzelf vastkleeft aan de rots recht voor mij.
Ik pak het touw vast maar tot mijn schrik is die ijskoud!
Koud Will, koud, dat is niet goed voor jou!
'Ehm Will, je hebt toch ooit wel is je verjaardag gevierd he? Welke richting moest je ook alweer op als je je cadeautje wilde vinden? Koud.. Koud.. JE BEVRIEST!!'
'Ja, ik snap het. Denk ik.'
Ik loop weet terug naar waar ik denk waar het midden van het dal is. Ik hoor van boven op de berg een soort gerommel komen. Ik kijk naar de bergen en ze zijn ineens helemaal zwart en het lijkt net alsof ze hun t-shirt uit doen. Alle sneeuw komt als een lawine naar me toe. De kopjes raken helemaal in paniek en rennen hard weg. Nou ja rennen, hoppen. Ik kijk om me heen, de sneeuw is zo bij me, waar moet ik heen? ik kan me nergens verstoppen en ik zal bevriezen. En zelfs als ik mezelf een weg door de sneeuw kan branden zal ik nog verdrinken. Ik kijk naar beneden. Er staat iets geschreven in de sneeuw!
Wanneer iets te hoog voor je is gegrepen,
Moet je je neerleggen bij iets wat op de bodem rust.
Kies nu voor de veiligheid, dat is de sleutel tot overleven!
Want de grootste stormen kunnen niet worden gesust.
Ik richt mijn toverstaf op de grond en ik roep 'Alohomora'. Ik hoor een klik en er verschijnt een gat in de grond waar de sneeuw in verdwijnt. Zonder te aarzelen laat ik me erin vallen. Ik kom in een soort glijbaan te recht die me dieper naar beneden brengt.
Cliché cliché. Stomme feniksen ook, altijd die cliché's he. Lijkt wel op Potter in zijn 1ste jaar. Stel je voor komt hij zometeen ook nog een levend schaakbord tegen! En dan kan hij nog niet eens schaken.
Ow alsjeblieft, laat hem geen levend schaakbord tegekomen!
Ik loop verder en ik kom in een soort zaal terecht. 'Dit lijkt verdomd veel op een schaakbord', mompel ik in mezelf. Linda heeft me blijkbaar gehoord want ik hoor meteen
'NEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE VERDOMD IK ZEI NOG ZO! GEEN BOLLETJE[oke oke, Schaakbord!', zegt de stem van Linda geïrriteerd. Ik moet er om lachen.
'Vind je schaken zo erg? Nou ja, ik kan het op zich wel een bee-'
Opeens vatten alle schaakstukken vlam. De paarden slaan op hol en de lopers rennen schuin in het rond omdat hun...kruin? in de fik staat. Even bekijk ik het schouwspel maar al snel zijn bijna alle stukken opgebrand. BIJNA, alle. De overige stukken hebben te weinig vlam gevat om net zo te smelten als de andere stukken. Ze "kijken" om zich heen en ze zien mij staan. Ze komen op mij afgerend!
'Reducto!', roep ik en een witte straal schiet vanuit mijn toverstok naar de koningin. Geen effect. Shit. 'Expelliarmus!', roep ik naar de koning die een zwaard vast houdt. En nog steeds vast houdt! 'Mijn spreuken hebben geen effect Linda!'
'Oke
voor deze ene keer. Volgende keer KOFFIEE! Begrepen?
En lieve
schat, waarmee gingen je toverstokken nou altijd kapot? Als je dat is
een keer gebruikt.'
'Maar... Ah tuurlijk. Wie denkt er nou aan vuur in het domein van de feniks en wanneer het je sterkste kracht is? Niemand toch?'
Ik pak een van de toverstokken uit het zijvakje van de tas en ik roep 'Incendio' naar de koning toe. Een grote vuurbal schiet naar de koning toe en blaast hem eerst van zijn voetstuk en daarna het niets in.
De koningin beweegt ook niet meer, en valt roerloos op de grond en verdwijnt ook.
'Was dat nou zo moeilijk Will?'
'Hou je mond, ik wist natuurlijk wel dat ik vuur moest gebruiken', zeg ik alsof ik het meen.
'Tss ja hoor'
'Oke, Oke, ik was... afgeleid?'
'Loop nou maar door'
'Jaja dat wilde ik net doen'
'Will..'
'Oke oke, ik ga al.'
Ik loop het schaakbord over naar een deur die net was open gegaan. In deze ruimte staat een reusachtig ding. Zwart met een lange stengel er aan. Wat is dit voor ruimte? Het lijkt wel een... KEUKEN?? Ik zie de messen hangen, de eettafel met placemats en het zwarte ding voor mij is een heuse koekenpan met een paar meter doorsnede. Er staat aan de andere kant een hele grote koelkast met daarop:
Als je goed gegeten hebt, blijf je scherp kijken.
Maar zorg ervoor dat je niet staart in de basilisk zijn ogen.
Ook een kop koffie zal goed blijken.
Want daarmee zal je misschien mij zien mogen.
'Linda?',
ik wacht even. Geen antwoord. Ze heeft het vast te druk daarboven.
'Dus ik moet een ontbijtje klaar maken.. Eens zien wat ik hier
klaar kan maken', mompel ik in mezelf.
Ik open de koelkast met veel moeite, want hij is vijf meter hoog. In de koelkast staan de gewone dingen. Een reusachtig melkpak, kaas, boter, basiliskeieren, groenten, dranken. Alleen dan minstens tien keer groter dan normaal... wacht eens... BASILISKEIEREN. De feniks eet basiliskei als ontbijt? Nou ja, waarom niet he? Ik laat een basiliskei zweven met mijn toverstok en ik klop twee keer tegen de pan aan. Gelukkig dat gaat nog net goed. Ik breek het ei open boven de pan met een aggressieve beweging naar beneden alsof ik een stuk hout met een bijl hak. Ik spreek non verbaal 'incendio' uit in mijn hoofd en een nog steeds best grote vuurbal raast op het hout onder de pan af.
Oke dat
gaat wel goed voor nu. Nu nog koffie zetten. Gelukkig zijn de
raadsels niet zo heel moeilijk. Anders ben je vijf keer langer bezig
met puzzelen enzo. Ik zie boven op de keukentafel een
koffiezetapparaat staan. Gelukkig is hij niet zo groot als de rest.
Waarom niet?
Ik open mijn tas en ik stop wat van Olivander's
koffie in het apparaat. Hij begint meteen te werken en te pruttelen.
Mooi, dit gaat ook goed. Ik draai me om en ik doe hetzelfde met het
ei in de pan. Dit gaat goed totdat ik ineens 'WILL!! ALLES GOED?'
hoor. Ik schrik me kapot en ik laat het ei zo weer in de pan vallen.
'Ja alles is best hier joh.. Ik had iets extreem moeilijks verwacht
eigenlijk... maar kijk maar eens.' Ik kijk voor haar even om me heen
zodat zij ook ziet wat ik zie.
'Een.. keuken..', zegt Linda
vol ongeloof in haar stem.
'Ja, vreemd he? Wacht even, het ei is
bijna klaar.' Ik open de kastjes die zich heel hoog bevinden en
ik laat er een bord en twee minuscule kopjes uit vliegen. Daarna zet
ik het bord op de grond en de kopjes op tafel. Na een paar minuten is
het ontbijtje klaar en kijk ik verwachtingsvol om me heen. Plotseling
verschijnt er een feniks op een van de platte stoelen aan de tafel.
Heel dramatisch met heel veel vuur waardoor de bovenkant van de vuur
verbrand zou zijn als al niet het geval geweest zou zijn. Hij
kijkt om zich heen en ziet mij staan.
'Zo Will, je hebt de
beproevingen doorstaan-'
'Je kan praten?'
'Tuurlijk kan ik
praten. Wat denk je dat ik in de laatste vijfduizend jaar gedaan heb?
Uiltjes knappen? Ik ben een feniks!'
'Sorry, zo bedoel ik het
niet', mompel ik zachtjes.
'Genoeg gekletst, we gaan eten!',
roept de feniks terwijl hij naar de omelet vliegt.
'We? Ik lust
geen ei'
'O, mooi dan blijft er meer voor mij over. We kunnen het
al goed vinden samen merk ik.'
'Ik had eigenlijk gedacht dat de
uitdagingen moeilijker zouden zijn.. Uitdagender.'
'Niet alles in
het leven hoeft moeilijk en uitdagend te zijn jongen. Als dat zo was
, wanneer zou je dan kunnen genieten van de simpele dingen? Zoals een
goed ontbijt?'
'Maar toch, ik dacht dat mijn vaardigheden getest
zouden worden. Dat ik mijn krachten maximaal zou moeten gebruiken om
je vertrou-'
'Nonsens jongen. Denk je dat ik het leuk vind om een
paar honderd jaar hier door te brengen? Geen bezoek en alleen kopjes
die me maar met een half paar oortjes aan moeten horen. Het is
verschrikkelijk om zo lang alleen te zijn.'
'Bent je dezelfde
feniks als Perkamentus heeft gehad?'
'Ja, een en dezelfde. Heb je
mijn vorige meester gekend?'
'Hij heeft me wel eens gesproken ja,
en trouwens, jij kent me ook al hoor. Ik heb je toen naar die Potter
gestuurd met de sorteerhoed.'
Even kijkt de feniks me recht aan.
'Ik heb zoveel verschillende gezichten gezien in mijn levens. Vergeef
me dat ik je niet herken. Wat is je naam precies?'
'Je kent me ook
helemaal niet? Maar ik dacht... dat.. test...
uitverkoren..'
'Allemaal nonsens jongen. Jij bent de eerste sinds
Perkamentus die me heeft opgezocht. Niet alles is voorbestemd. Maar
dat hoeft niet te betekenen dat het niet perfect is. Neem nou koffie.
Je denkt er helemaal niet meer over na naarmate je ouder wordt. Het
wordt een deel van je leven. De smaak heeft je in het begin
teleurgesteld. Maar hoe langer je het drinkt, hoe meer je het gaat
waarderen toch?'
'Ja als je het zo zegt wel...'
'Ik kan ook
koffiedik kijken. Als ik het glas op heb zal ik het je wel eventjes
laten zien.'
Snel hapt de feniks de koffie uit het glas.
'Ik
zie... ik zie...', mompelt de feniks wanneer hij in het glas kijkt.
'Wat zie je ?'
'Ik zie dat ik echt een keer een vaatwasser
moet aanschaffen.'
Ik glimlach.
'Je hebt het zwaar gehad de
laatste twee jaar. De ene klodder met ellende na de andere. Ik zie
een lijn. De lijn van jouw verleden. Eerst waren het er twee , daarna
bleef er een over. Hij wordt voortdurend naar beneden geduwd door
dezelfde klodder. Maar hij blijft bestaan. Klein, kwetsbaar. Daarna
wie ik dat de lijn van achteren wordt geduwd. Je kwam in een
stroomversnelling, of erger, je was constant op de vlucht omdat
de lijn liet zien hoever hij zich uit zijn verband kon rukken. En
uiteindelijk kom je terecht in het centrum van het koffiedik.
Omsingeld door klodders die dreigend naar beneden komen vallen. En de
oplossing is heel simpel. Je hebt vleugels nodig, en die kan ik je
bieden.'
Ik sta stomverbaasd te luisteren naar wat de feniks
me allemaal vertelt.
'Er zijn wel meer dingen die ik hier kan
aflezen, maar die zijn voor nu niet belangrijk. Ik ben vanaf nu jouw
metgezel. Niemand anders kan mij jouw taal horen spreken behalve jij
en iedereen van wie jij wilt dat die mij kan horen. Ik ben trouw aan
jou tot je dood. En het enige wat ik van je vraag is..'
'Wat wil
je? Macht? Rijkdom? Een vogelhuisje?'
'Af en toe een kop koffie.
Want koffie is de zin van het leven van mij op dit moment.'
Hij
vliegt op en gaat op mijn schouder zitten.
'Je bent helemaal niet
zwaar', zeg ik verwonderd. 'Dat komt omdat ik mijn vet goed
verbrand', zegt de feniks. 'Hoe mag ik je noemen?', vraag ik. 'Dat
mag je zelf weten. Maar dat is nu niet belangrijk. Ik meen wat
verontrustends te horen buiten mijn schaal.'
'Ja, ze wachten op
mij en ik ben benieuwd naar dat meisje.. Linda' zeg ik.
'Waarom
zei je dat niet eerder? Pak me aan mijn staartveer vast, we gaan naar
boven.'
Ik pak zijn veer vast en de feniks vliegt op. Ik
verwachtte niet dat hij mij zou kunnen dragen aan die ene veer, maar
het lukt hem wel degelijk. Ik vlieg uit het keukenraam steeds hoger.
Totdat ik weer wakker word. Het is stil om me heen en ik lig in een
witte kamer. De enige die ik zie is Nicolaas Flamel.
'Goed je weer te zien jongen. Je bent behoorlijk lang weggeweest. '
'Hoelang dan precies?'
'Een dag', zucht Nicolaas Flamel.
'Het voelde korter', zeg ik.
'Ja, dat zei Perkamentus ook. Hij vertelde dat hij de test nog nét kon overleven met zijn buitengewone gaven. Ik verwacht dat je precies hetzelfde meegemaakt hebt.'
Ik lach in mezelf. Perkamentus heeft dus helemaal niet verteld wat de feniks werkelijk voor hem in petto had. Ik zal zijn geheim dan ook maar bewaren, anders komt de feniks misschien in de handen van iemand die zijn krachten misbruikt. Wat zijn krachten allemaal mogen wezen..
'Ik kan je nu in ieder geval vertellen dat je veilig bent. Maar ik weet niet voor hoelang. Het belangrijkste is dat je op de vlucht blijft. Zorg ervoor dat je niet gevangen wordt genomen, door wie dan ook. Er zijn niet veel meer van ons over. We hadden allemaal onze speciale gaven en we hebben het gebruikt om de wereld een betere plek te maken. Olivander en Perkamentus zaten daar ook in.'
Hij vertelt het meer tegen zichzelf dan tegen mij.
'We zochten allemaal naar macht om het te gebruiken voor het goede. Perkamentus werd exceptioneel in het duelleren. Ik schepte de Steen der Wijzen en Olivander maakte het mogelijk dat elke tovenaar zichzelf kon verdedigen.'
'Waarom vertelt u mij dit?'
'Omdat jij hier toch ook een beetje een deel van uitmaakt. Onze kennis wordt van generatie op generatie doorgegeven. Wij selecteren alleen buitengewoon getalenteerde mensen. Ze moeten niet met elkaar verbonden zijn door ouderschap. Olivander, ik en Perkamentus zijn de enigen die er nog in zitten. Vroeger in … mijn derde tijd waren er een kleine 100 mensen in onze groep. Maar dit aantal neemt steeds meer af. Carlo en jij zouden de volgende generatie zijn geweest, maar tot zover ben je alleen. Nou ja, met mij dan want ik heb niet veel zin om weg te gaan.'
'Waar is mijn feniks?', vraag ik. Ik ben helemaal niet geïnteresseerd in hun groep. Zoals ik het zo hoor lijkt het net een sekte die zoveel mogelijk macht probeert te krijgen. Ik wil met rust gelaten worden. Gewoon alleen, niet op vallen.
'Hij is onder je bed. Hij zit in je tas met zijn hoofd. Heb je er wat lekkers in zitten?'
'Ja, koffie. Hij is gek op koffie', zeg ik met een glimlach.
Er komt een jongen de tent in lopen. Ik herken Bas niet direct, want hij is nogal gehavend. 'We hebben niet veel tijd meer, Het ministerie heeft ons gevonden, we moeten weg', zegt bas meer tegen Nicolaas dan tegen mij. 'Tijd is altijd tegen ons. William onthoud wat ik je gezegd heb. En even in het kort. Je feniks kan je overal heen brengen. Het ministerie houdt nu in de gaten wie er verschijnseld en verdwijnseld. De feniks heeft zijn eigen manier van verschijnselen en het is veel sneller. We weten niet wat daar allemaal aan de hand is, maar het is mogelijk dat het ministerie al overgenomen is. Wat je ook doet. Probeer niet op te vallen!'
'Dat is mooi, want dat is juist mijn bedoeling.'
'Wij vinden jou wel'
'Daar was ik al bang voor'
'Je feniks kan verder ook je wonden helen, mocht je dat nog niet weten. Misschien heeft hij ook andere krachten dan degene die je al weet. Misschien zit de kracht in jezelf. O ja, en als je nog een nieuwe toverstaf wilt hebben, kun je het beste naar Bulgarije gaan. Maar pas op, Olivander is ook al we-'
Op hetzelfde moment hoor ik buiten een duidelijk gekraak. De vijand, wie het ook mogen zijn. 'Ga!', roept Nicolaas.
Ik pak mijn tas beet, pak de staartveer van de feniks, en ik trek hem uit mijn tas.
'He? Wat?', stamelt hij.
'Weg, nu, Frankrijk ofzo, snel'
'Oké', zegt de feniks. Hij sluit zijn ogen en ik zie vlammen omhoog komen vanaf mijn voeten. De vlammen rijken steeds hoger en een tel later bevind ik me op een compleet andere plek…
Zo weer een deel af. Ik hoop zo snel mogelijk weer een deel te schrijven, maar het zou best kunnen dat het wat langer duurt, want ik moet een hoop doen voor mijn studie deze week (psychologie).
Ik hoop dat jullie dit ook een leuk deel vonden. TMLM en ik hebben samen stukken geschreven en de gesprekken die Will en Linda hebben gehad, zijn ook echt gevoerd en ik geloof dat het wel redelijk geslaagd is.
Ik hoor graag wat jullie van dit deel vinden. Dus klik alsjeblieft op submit review en zeg in minstens 1 woord wat je ervan vond :p
