Er liep een meisje de kerk uit ze ging op een trap zitten en keek voor haar uit

3.

Er liep een meisje de kerk uit ze ging op een trap zitten en keek voor haar uit.

Ze trok haar handschoenen uit die ze over haar handen aan had, ze keek naar de vleugels die op haar handpalmen stonden. Ze zuchtte.

' Acedia?' zei een stem, een jongen kwam aanlopen, hij had kort blond haar. Acedia keek om maar besteedde geen aandacht aan hem, ze keek nog een keer naar hem toen hij naast haar ging zitten.

' Doe je handschoenen weer om straks zien ze het' zei Huma.

' Waarom? Waarom kunnen we niet gewoon laten zien wie we zijn' zei Acedia.

' Is dat waarom je zomaar wegliep?' vroeg Huma.

' Soort van' zei Acedia ze trok haar handschoenen weer aan en keek weer voor haar uit.

' Ik weet hoe je je voelt' zei Huma hij sloeg zijn arm om Acedia heen.

' Dat is niet zo moeilijk voor jou' zei Acedia ze stond op.

' Wat bedoel je?' vroeg Huma verbaast.

' Je bent de Engel van vriendelijkheid. Je in iemand verplaatsen is één van je speciale vaardigheden , dus dat is niet zo moeilijk' zei Acedia overstuur. Ze wou opstaan.

' Doe even rustig, oké' zei Huma hij trok Acedia naar beneden zodat ze wel moest gaan zitten.

' Gaat dit er weer over, dat je geen Engel wil zijn?' vroeg Huma. Acedia knikte zwakjes.

' Ik wil het gewoon niet, het maakt zoveel van mijn leven kapot' zei Acedia ze liet haar hoofd zakken haar blonde haar bedekte haar gezicht.

' Je komt er wel overheen' zei Huma.

' Hoe weet je dat nou weer!' riep Acedia een paar mensen keken om en keken Huma en Acedia raar aan maar liepen daarna weer verder.

' Op jouw leeftijd dacht ik er ook zo over na' zei Huma.' Maar ik heb me erover heen gezet, je hebt tijd nodig'

' Alsof je zoveel ouder bent dan mij!' zei Acedia, ze wou weer opstaan.

' Hé rustig, oke!' zei Huma hij trok haar weer naar beneden.

' Sorry' zei Acedia ze ging rustig zitten en keek naar haar handschoenen.' Ik wil gewoon niet verbergen wat ik ben'

' Ik snap het, maar het is niet anders' zei Huma hij sloeg weer zijn arm om haar heen maar dit keer bleef ze zitten.

' Daar zijn ze!' klonk er na een tijdje. Acedia en Huma keken tegelijkertijd om, ze zagen Humil, Char en de twee andere broertjes aan komen rennen.

' Char, weet je zeker dat je hier klaar voor bent?' vroeg Acedia, ze knielde voor de jongen neer. Hij knikte.

' Dan kunnen we gaan' zei Acedia ze ging weer rechtop staan.

' Dank je' zei Acedia, ze richtte zich tot Huma.

' Geen probleem, dat weet je' zei hij.

' Dus waar gaan we naartoe?' vroeg Acedia.' Humil?'.

' Het maakt mij niet uit' zei hij.

' Kom op niet zo bescheiden' zei Acedia. Humil keek haar aan.

' Sorry!' zei ze. Humil was de Engel van de Nederigheid. Hij zei bijna nooit wat hij zelf wou en deed altijd wat andere wouden.

' Maar jij mag kiezen' zei Acedia opgewekt. Zelf was ze de Engel van de ijver. Ze was altijd erg optimistisch, vrolijk en vol met energie.

' We zien het wel' zei Humil, hij keek naar Char die naast hem stond.

' Waar wil jij naartoe?' vroeg Humil.

' Humil!' riep Acedia.' Jij kiest vandaag' zei ze vastbesloten.

' Kom' ze trok Humil mee en liep weg. Huma schudde zijn hoofd, dit kon nooit veel goeds betekenen, Char liep naast hem en keek verwonderd naar Acedia.

De twee jongens stonden verbaast te kijken. Char zwaaide. Edward keek het kleine jongetje aan.

' Ga door met je Alchemie je bent echt goed!' zei Edward glimlachend hij zwaaide terug.

Acedia keek om, ze liet Humil los en liep naar Char toe.

' En wat heb jij allemaal uitgespookt, wie is dat?' vroeg ze.

' Dat is een State Alchemist, hij is heel goed in alchemie hij heeft me een paar trucjes geleerd' zei Char blij.

' State Alchemist zei je' zei Acedia ze bekeek de jongen wat beter. Hij was klein, hij had blond haar dat in een vlecht zat. Hij droeg iets zwart wat voor de helft stuk was waardoor je zijn metalen arm kon zien. Hij had een zwarte broek aan. De jongen keek haar aan, hij had goudkleurige ogen.

' Acedia, meekomen' zei Huma hij trok haar mee.

De jongen bleef haar nakijken.

' Wat een raar stelletje' zei hij tegen zijn broer. Zijn broer : Alphonse begon te lachen. Edward realiseerde wat hij had gezegd. Hij en zijn broer waren ook niet bepaald normaal. Hij bleef het meisje nakijken.

Ze had blond haar met hier en daar wat bruine plukjes. Ze had een paar vlechtjes in haar haar en helderblauwe ogen. Ze had een normaal zwart topje aan met veel armbandjes en andere dingen om haar armen geknoopt, ze had een houder op haar rug waar pijlen inzaten, om haar zij hing een boog. (Acedia)

Daarna keek hij naar de kleinste jongen, de alchemist.

Hij had zwart haar wat door de war zat. Hij was klein vergeleken met de rest, maar ook duidelijk de jongste. Hij had een groen t-shirt aan en een donkerblauwe broek, hij had een raar teken in zijn nek dat voor de helft bedekt was door zijn haar. Hij hield de hand van het meisje vast.(Char)

Er liep ook een jongen met blond kort haar. Hij keek naar het meisje dat Char nu op haar nek zette. Hij droeg een zwart t-shirt met achterop zijn rug twee zwaarden. (Huma)

En dan liep er nog één jongen hij leek het oudste te zijn, hij liep rustig naast de groep en bestuurde de stad aandachtig. Hij had lang lichtbruin haar wat over zijn schouders viel. Hij had net zoals de jongen die naast hem liep een zwart t-shirt aan en hij had net zoals het meisje handschoenen aan. (Humil)

' Ed?' zei Al, hij zwaaide met zijn hand voor zijn broer zijn gezicht.

' Huh?' zei Edward, hij keek voor de laatste keek naar de groep en keek daarna zijn broertje aan.

' Is er iets?' zei Edward

' Zullen we gaan?' vroeg Alphonse.

' Ja goed idee' zei Edward hij keek nog 1 keer in de richting van de groep.