Verraden
Voorzichtig sloot ze de geheime gang en verzegelde hem, de spreuk reactiverend die de gang beschermde tegen pottenkijkers. Een kleine zucht ontsnapte aan haar opeen geperste lippen. Haar zij schreeuwde pijn naar haar. Ze bloedde nog steeds van waar ze geraakt was door de snijvloek, en ze had haar tanden zo hard opeen geklemd om geen geluid te maken, dat haar hoofd nu bijna evenveel zeer deed als haar zij. Ze had toverdranken nodig, een douche en dan haar bed.
"Griffel!"
Ze draaide zich wild om, toverstok in de aanslag, maar toen ze zag wie haar van achteren beslopen had, liet ze haar hand weer naar haar zij vallen. Ik moet wel erg moe beginnen te worden, dacht ze boos, om hem zo dichtbij te laten komen.
"Draco. Wat doe je hier?"
"Op jou wachten." Hij naderde haar, zijn stem nerveus maar vastberaden. "We moeten praten."
God nee, niet vanavond. Ze kon er nu niet tegen.
"Absoluut niet. Het is na middernacht en ik heb betere dingen te doen dan naar jouw gezeur te luisteren. Ga naar bed."
Ze probeerde hem te passeren, maar hij draaide met haar mee en ving haar tussen zijn armen, haar in de koude kerkermuur drukkend. Ze was niet aan hem gewaagd vanavond. Niet zonder het risico te lopen hem pijn te doen, en dat wilde ze niet. Onuitstaanbaar of niet, hij gaf alleen maar om haar.
"Ik kan het niet meer aanzien, Hermelien. Je woont de bijeenkomsten niet zomaar bij, dat weet ik nu. Het is te gevaarlijk", siste hij, nu heel dicht bij haar gezicht. Te dichtbij naar haar zin.
"Wat er te gevaarlijk is of niet is aan mij om te beslissen, Malfidus."
"Als jij het Perkamentus niet vertelt, Griffel, dan doe ik het. Je hebt betere ondersteuning nodig, medische zorg enzovoorts. Je zou wel dood kunnen gaan op de terugweg en niemand zou erachter komen!
"Doe niet zo belachelijk", siste ze terug. Ze probeerde zichzelf te bevrijden, maar hij duwde haar nog steviger tegen de muur. Een van zijn armen streek langs haar zij, en ze riep het uit toen de pijn intenser werd.
"Wat is er?", vroeg hij, bang nu en haar zij zachtjes aanrakend. Toen hij zijn hand naar zijn ogen bracht, was hij bebloed.
"Griffel, wat hebben ze met je gedaan? Doe je mantel af!"
"Laat me onmiddellijk gaan, Malfidus, of je zult ervoor boeten!"
Ze probeerde hem nu te slaan, terugvechtend met handen en voeten, maar hij was sterker dan zij en toen hij haar mantel en shirt openscheurde, kon ze een furieuze schreeuw niet onderdrukken. "Je doet me pijn! Laat los!"
Plotseling was ze vrij. Ze hoorde Malfidus in de tegenoverliggende muur van de gang stortten en ze gleed langs de muur naar beneden. Ze koesterde haar zij en de linkerarm waar oude wonden zich weer hadden geopend. Ze zag er niet uit. Voordat ze de leerlingenkamer in zou gaan, moest ze zich eerst een beetje opknappen in een leeg klaslokaal. Harry en Ron zouden een rel schoppen wanneer ze haar zo zouden zien. Het zou zeker de roddel over een fout vriendje doen oplaaien, dat verspreid was door een van die idiote meiden. Als ze erachter zou komen wie…
Hermelien gaf zichzelf een mentale klap. Ze was onzin aan het ratelen. Daar was geen tijd voor. Zichzelf commanderend op te staan, hief ze haar hoofd weer, om op te kijken in de donkere ogen van Professor Sneep.
--
Nachtmerries waren iets waar Severus wel zonder kon. Deze was bijzonder akelig geweest, het hele programma met donkergeklede schaduwen om hem heen, maniakaal gelach en bloed, overal bloed.
Hij was genoeg gewend aan deze nachtmerries om te weten dat hij de volgende uren niet zou slapen, tenminste niet als hij zich niet wendde tot wat Droomloze Slaapdrank. Maar zijn voorraad was leeg en hij zou een fles uit de ziekenboeg moeten halen.
Zuchtend verliet hij zijn warme en comfortabele bed. Een zwaai van zijn staf maakte een vuur en hij kleedde zich snel aan, een simpele zwarte broek en een shirt in dezelfde kleur kiezend. Na een moment van twijfel deed hij ook zijn gewaad aan, maar liet het openhangen. Er zouden op dit tijdstip geen leerlingen moeten rondrennen, maar je kon nooit zeker zijn, vooral niet met Potter op vrije voeten in het kasteel. Die jongen was nog zo'n nachtmerrie waar Severus wel zonder kon.
Hij maakte geen geluid terwijl hij door de donkere gangen van de kerker liep. Zwadderaars waren zelden buiten na de avondklok, of in ieder geval slechts eenmaal tijdens hun schooltijd op Zweinstein. Hij kon erg overtuigend zijn als hij het nodig vond, en hoewel zijn leerlingen hem respecteerden en hem met hun problemen opzochten, kon een goede dosis gezonde angst nooit weg zijn. Of dat had hij tot voor kort altijd gedacht.
Maar alsof iemand zijn vertrouwen in de Zwadderaars wilde bespotten, hoorde hij plotseling een geluid. Hij kon de stemmen van een jongen en een meisje onderscheiden, hij kwaad en zij met een vleugje paniek. Hij maakte snelheid, bereikte een bocht en toen hij erdoor heen ging, kwam de nachtelijke verstoring in zicht.
Draco Malfidus en een meisje. Hij had haar shirt opengescheurd en raakte haar aan. Ze gilde naar hem, probeerde wat afstand tussen hen te creëren, maar Draco was duidelijk sterker en leek erg vastberaden. Draco. Hij had de jongen vertrouwd!
Donkere woede welde in hem op, en Severus overbrugde de afstand tussen hem en Malfidus. Hij greep hem bij de arm, sleurde hem weg bij het meisje en de tegenoverliggende muur in. Het kostte hem slechts een moment om Draco te verstijven, hem zijn staf af te nemen en ook die van het meisje op te rapen, die een eindje verder op de vloer lag. Toen hij zich omdraaide, was het meisje al ineengezakt op de grond, haar arm vasthoudend en zachtjes mompelend.
Hij knielde naast haar, haar wat tijd gevend om te herstellen voordat hij haar met zichzelf zou confronteren.
Toen ze opkeek, recht in zijn ogen, was het een schok.
"Juffrouw Griffel", zijn stem was schor, "Gaat het met u?"
Wat een stomme vraag! Hij had zichzelf wel voor zijn hoofd kunnen slaan. Natuurlijk ging het niet met haar, ze was bijna verkracht door zijn persoonlijk favoriete leerling, en was nu in erg dichte nabijheid van haar meest gehate leraar. Waarschijnlijk zou ze zo hysterisch worden.
Maar weer verraste ze hem.
"Godverdomme nog aan toe", mompelde ze. Ze deinsde terug voor hem en stond op met de meeste gratie die ze nog kon opbrengen. "Wat doet u hier?"
Als ze in shock was, was dit het vreemdste resultaat dat Severus ooit meegemaakt had. En hij had meer dan genoeg meisjes in vergelijkbare situaties meegemaakt. Ze zou nu moeten uithuilen in zijn shirt, of moord en doodslag schreeuwen, maar in plaats daarvan stond ze kaarsrecht, haar kin hoog in de lucht.
Toen schreed ze naar Malfidus toe en beëindigde de spreuk op zijn lichaam.
"Dat zal je leren, Draco", merkte ze afwezig op.
Toen Draco wankel weer omhoog kwam, herinnerde Severus zich eindelijk zijn mond te sluiten en zijn positie als de leraar die de situatie meester was te hervatten. Hij schreed naar hen toe, scheidde de verdwaasde Malfidus en het Griffelmeisje en greep Draco's arm.
"Was je nog van plan me te vertellen wat hier aan de hand was, Draco", deelde hij hem ijzig mee. Het was duidelijk geen vraag.
Maar in plaats van ineen te krimpen voor zijn erg kwade leraar, draaide Draco zich weer om naar Hermelien.
"Zal ik het hem vertellen, Griffel, of doe jij het?"
"Waag het niet, Malfidus", siste ze terug met een stem die bijna gelijk was als die Severus. "Waag het niet ook maar een woord te zeggen!"
Severus achtte het wijs in te grijpen. "Jullie komen allebei met mij mee", beval hij en begon Draco richting zijn kantoor te leiden.
"Ik denk het niet, Professor Sneep", antwoordde Hermelien koel. "Draco en ik hadden niets dan een klein misverstand. Ik denk dat ik liever naar bed ga dan deze onbeduidende kwestie te bespreken."
"Juffrouw Griffel, u zult mij volgen naar mijn kantoor of zo ongeveer honderd afdelingspunten verliezen". Ze draaide zich om om alsnog weg te gaan. "En de komende twee maanden bij mij nablijven."
Dat hield haar tegen. Ze onderzocht zijn blik van nauwelijks gecontroleerde woede voor een moment, knikte toen en volgde hem zonder verdere tegenspraak.
In zijn kantoortje liet Severus zich achter zijn bureau zakken, terwijl de twee leerlingen voor hem stonden. Normaal gesproken had hij ze onmiddellijk uit elkaar gehaald, maar ondanks wat er met haar gebeurd was, leek juffrouw Griffel niet in het minst geïntimideerd te zijn. Juist het tegenovergestelde, het was Draco die bang en nerveus leek, zijn ogen heen en weer dansend tussen zijn Professor en Hermelien Griffel.
"Nu. Ik wil antwoorden."
"Zoals ik al zei, Professor, het was niets. Ik kwam Draco tegen in de gang en we begonnen te ruziën. We hebben het misschien een beetje overdreven, maar het was niets anders dan een licht meningsverschil."
"Het leek mij alsof er meer aan de hand was. Feitelijk, als ik alleen mijn ogen moest vertrouwen, zou ik aannemen dat Malfidus u probeerde te verkrachten, juffrouw Griffel, op een nogal gewelddadige manier. U hoeft niet bang te zijn de waarheid te vertellen, hij kan u hierna geen pijn meer doen."
Ze leek niet bang, eerder licht geamuseerd. Op een gegeven moment verwachtte hij dat ze in lachen zou uitbarsten, maar ze kreeg zichzelf weer in de hand en schudde slechts haar hoofd vol weerbarstige krullen.
"Belachelijk", antwoordde ze koel. "Ik heb u alles verteld wat er te weten valt. Draco treft niet meer blaam dan mijzelf. Mag ik gaan…"
"Hermelien! Je moet het hem vertellen!"
Draco was haar in de rede gevallen, zich nogmaals tot haar kerend en haar arm nemend. Hij onderzocht haar gezicht vastbesloten, met een ongelukkige, smekende blik op het zijne.
"Mij wat vertellen?" informeerde Sneep geïrriteerd. "Meneer Malfidus, als er iets is dat ik moet weten, kunt u het maar beter meteen zeggen, of u zult de gevolgen moeten dragen!"
"Hermelien, alsjeblieft!"
„Niet doen, Draco. Verraad me niet!"
Maar Draco had duidelijk besloten tegen haar wens in te gaan. Hij draaide zich terug naar Severus, zich voorzichtig verwijderend van het meisje dat klaar leek om hem aan te vallen.
"Ik moet u informeren dat Hermelien Griffel een Dooddoener is, Professor. Ze spioneert voor Perkamentus. Maar ik heb redenen om te geloven dat ze dingen voor hem verborgen houdt en dat ze in gevaar is."
Ze waren duidelijk beiden gek geworden. Hij keek hen stil aan, zelfs niet voor een seconde gelovend wat Draco gezegd had. De jongen keek ongelukkig genoeg – waren dat tranen in zijn ogen? Het gezicht van het meisje was weer een masker geworden, zo koud en levenloos dat Severus onwillekeurig rilde. Er was duidelijk iets mis met haar. Hij zou haar naar Anderling moeten brengen voor wat vrouwenpraat. Of Griffoendorpraat, hij wist niet wat erger was.
"Nonsens, meneer Malfidus. Domme leugens zullen u nergens van redden. Dit meisje kan nooit een Dooddoener zijn."
"Denkt u dat, Professor? Laat het hem zien, Hermelien." Draco overbrugde de afstand tussen hemzelf en het meisje. "Laat het hem zien!"
"Raak me niet aan, Draco", zei ze op een stille toon die niet bij dit gepassioneerde meisje scheen te horen. Het was een waarschuwing waar Severus op gelet zou hebben.
Maar Draco niet. In een snelle beweging greep hij haar arm en scheurde de mouw van haar shirt open. Severus was al opgesprongen en zijn tafel rond, toen zijn blik op het stuk huid wat Draco ontbloot had viel.
Het was het Duistere Teken.
Er was geen twijfel mogelijk. Het kon niets anders zijn. Geen tattoo, geen spreuk zou er zo uitzien, het was het echte ding.
Hermelien Griffel was een Dooddoener.
"Naar het Schoolhoofd", fluisterde Severus, zijn gezicht plotseling wit weggetrokken. "Nu meteen!"
A/N: Ik realiseer me dat Nemaya de eerste vier hoofdstukken ook al heft vertaald, maar ik zal snel blijven updaten en aan het stuk toekomen dat jullie nog niet kennen. Dus review!
En arme Severus – volgend hoofdstuk krijgt hij een nogal grote schok te verwerken!
