Hoofdstuk 2

De rest van de avond verliep nogal wazig. Hermelien bleef maar piekeren over wat mevrouw Jansen had gezegd. Meneer en mevrouw Malfidus… Ze probeerde haarzelf ervan te overtuigen dat er wel meerdere Malfidussen konden zijn, maar dan dacht ze weer aan Scorpius. Hij leek als twee druppels water op zijn vader. Het kon niet anders dan dat Malfidus haar werkgever was. Hermelien overwoog nog om haar baan op te geven, maar dan zat ze weer alleen in haar huis zonder iets omhanden.

In een waas was ze mevrouw Jansen gevolgd naar de eetkamer, die net als de grote salon ook erg indrukwekkend was. Door grote ramen stroomde het licht naar binnen, al vermoedde Hermelien dat de ramen aan de rechterkant betoverd waren. Want als ze correct was, bevond zich achter de muur de gang waar ze door was gelopen naar de openstaande deur, op zoek naar Wietske. De betovering was echter uitstekend uitgevoerd, want toen ze een blik naar buiten wierp, zag ze de oprit en de rest van de voortuin. De rest van de kamer was redelijk spaarzaam ingericht – in vergelijking met de grote zitkamer boven. Naast één grote buffetkast aan de linkerkant van de kamer, stond er enkel een enorm lange tafel, omringd door minstens twintig stoelen. Boven de tafel hing een gigantische kroonluchter, het was zo'n groot ding dat Hermelien zich afvroeg hoeveel spreuken men had moeten gebruiken om te voorkomen dat het gewicht het plafond zou laten scheuren. De tafel was zo geplaatst dat de kroonluchter precies boven het midden van de tafel hing. Hermelien was opgelucht toen ze zag dat Scorpius en mevrouw Jansen aan het ene uiteinde van de tafel gingen zitten. Ze had geen zin om recht onder die kroonluchter te gaan zitten. Stel je voor dat de spreuken er opeens mee ophielden en de luchter opeens naar onder viel? Hermelien bedacht zich dat ze dan wel van haar dilemma verlost zou zijn, maar ze had geen zin in de pijn.
Ze besloot zich te concentreren op haar eten en liet vooral mevrouw Jansen aan het woord. Ze merkte vanuit haar ooghoeken de nieuwsgierige blikken die de jongen op haar wierp wel op. Maar ze wilde hem niet rechtstreeks aankijken, want dan werd ze weer herinnerd aan het feit dat het duidelijk de zoon van Malfidus was.

Het eten was fantastisch. Het bestond uit een kervelsoepje, gevolgd door lamsboutjes met gestoofde worteltjes en in roomboter gebakken aardappeltjes. Als dessert was er een stuk warme appeltaart, bedekt met een toefje slagroom. Het was lang geleden dat Hermelien nog eens zo uitgebreid had gegeten. Omdat ze alleen was, kookte ze meestal maar iets kleins.
Ze had haar buik volgegeten en dacht hoe heerlijk het was om eens niet zelf te koken, toen mevrouw Jansen opstond en vroeg haar te volgen.

"Ik zal jouw kamer tonen, waarin je voor twee jaar zal verblijven." Het bleef even stil, waarna ze met een lichte frons vervolgde: "Wel, natuurlijk als je bent geslaagd voor de zes weken proeftijd."

Mevrouw Jansen liep naar de grote trap in de hal, en ging naar de tweede verdieping. Hermelien volgde haar vanop een afstand en bekeek de verschillende, prachtige schilderijen en meubelstukken die ze onderweg passeerden. Malfidus had het blijkbaar niet slecht gedaan in het leven, al was een deel van zijn huis en de inrichting waarschijnlijk door het familiefortuin bekostigd. Hermelien kon het niet laten om zo'n gedachten te hebben. Om de een of andere reden hielp het haar bij het schokkende nieuws dat ze voor hem zou gaan werken.
Ten slotte bleef mevrouw Jansen een beetje hijgend bij een deur vlak bij de trap staan.

"Zo, dit is jouw kamer, ik hoop dat alles in orde is. Zo niet, kan je mij altijd roepen. Op het einde van deze gang bevindt zich de badkamer, die volledig tot jouw beschikking staat. Zijn er nog vragen?"

Hermelien schudde haar hoofd, haar gedachten waren er nog steeds niet helemaal bij.

"Zo, dan wens ik je een goedenacht!" zei mevrouw Jansen, waarna ze zich omdraaide en weer naar beneden ging.

Hermelien mompelde haar ook een goedenacht toe en keek haar even na. Daarna zuchtte ze zacht en deed de deur van haar nieuwe slaapkamer open. Het was ondertussen helemaal donker geworden en kon ze de kamer dus niet goed bekijken. Toen ze binnenkwam zag ze dat er vanuit het haardvuur aan de linkerkant een zachte gloed werd verspreid. Ze deed de rest van de verlichting met behulp van haar toverstok aan en keek de kamer door. Het grootste deel werd ingenomen door een groot bed met een lichtgekleurde sprei, dat tegenover het kleine haardvuur stond. Hermelien liep naar het grote raam, zag tot haar verrukking dat de vensterbank was omgebouwd tot een comfortabele zitbank, en wierp een blik naar buiten. Ze sliep aan de voorkant van het huis, want ze herkende de oprijlaan en de gietijzeren poort waar ze een paar uur geleden nog maar pas was aangekomen. Ze draaide zich weer om en liet haar ogen door haar kamer gaan. Naast het raam stond een kapperstafeltje met een enorme spiegel en een stoel ervoor, zodat ze zich op haar gemak kon opmaken, mocht dat nodig zijn. Ze kon het ook gebruiken als een schrijftafeltje, iemand had er tenminste een inktpot, wat perkament en een paar veren gelegd.
Hoe bedachtzaam van Malfidus, dacht Hermelien sarcastisch, hoewel ze besefte dat waarschijnlijk mevrouw Jansen had gezorgd voor die spullen.

Naast de veren had iemand haar boek en haar elpee neergelegd, ze keek om zich heen, maar helaas zag ze geen platenspeler. Misschien kon ze aan mevrouw Jansen vragen of er zich een in het huis bevond. Anders kon ze er nog altijd wel een gaan kopen – vooropgesteld dat ze daar zou blijven, tenminste.
Aan de andere kant van de kamer stond een grote kleerkast. Hermelien liep ernaar toe en zag tot haar verbazing dat al haar kleren er al in hingen. Dat zal vast wel een van de huiselfen zijn geweest, misschien was het Wietske wel.
Ze dacht terug aan hoe Wietske zich had gedragen toen ze de werkkamer van 'meneer' had laten openstaan en had laten doorschemeren dat daar een strenge straf op stond. Geen wonder, met iemand als Malfidus aan het hoofd van het gezin dat hier woont.
Hermelien liet zich met een kreun op het bed vallen en dacht na over de dag en de ontdekking dat Malfidus haar werkgever was. Ze liet haar blik over een nachtkastje glijden en zag dat de huiself die haar kleren had weggeborgen haar trouwfoto daar had neergezet. Het evenbeeld van haar en Ron zwaaiden haar vrolijk toe. Hermelien sloeg haar handen voor haar gezicht en mompelde hardop: "Oh, Ron, waar ben ik toch in terecht gekomen? Wat moet ik nu doen? Wil ik echt wel voor Malfidus werken?"
In gedachten hoorde ze Ron al zeggen dat ze zich daar snel moest wegmaken, dat ze toch niet voor die omhooggevallen blonde kwal wilde gaan werken.
Hermelien grinnikte. Ja, zo zou Ron precies reageren. Maar dat was het probleem. Ron was er niet meer…

Ik moet nu voor mezelf kunnen zorgen. En als dat moet door voor Malfidus te werken, dan is het maar zo. Ik heb nu eindelijk opnieuw een job gevonden, en nu wil ik het niet direct opgeven! Ik kan na die zes weken nog altijd zeggen tegen mevrouw Jansen dat het mijn ding niet is en dat ik wil stoppen. Ja… Ja, dat ga ik doen, zei Hermelien tegen zichzelf. Wie weet valt het allemaal nog heel goed mee…

Met een gerust gemoed stond ze recht en ging ze voor haar kleerkast staan om haar nachtkleding eruit te nemen. Met haar douchespullen en haar pyjama in de hand ging ze terug de gang op om haar badkamer te zoeken. De gang liep aan de linkerkant, net als op de eerste verdieping, in een boog verder. Terwijl de vloerplanken onder haar voeten kraakten, sprongen lampen aan de wand aan om haar bij te lichten. Aan de rechterkant van de muur zaten op regelmatige pozen ramen, Hermelien wierp nieuwsgierig een blik naar buiten, maar helaas was het te donker om nog iets te kunnen onderscheiden. Ze was erg benieuwd naar het domein dat achter het huis lag.
Op het einde van de gang reikte ze naar de deur voor haar en merkte door de lavendelgeur meteen dat ze juist zat. Toen ze haar badkamer binnenstapte, sprong ook hier meteen een paar lichten aan. De badkamer was beduidend kleiner dan haar eigen kamer, maar het had alle nodige voorzieningen. In de ene hoek stond, verborgen door een laag muurtje, een grote inloopdouche, het toilet bevond zich naast de deur en daar tegenover stond nog een wastafel met een grote spiegel erboven. Onder het raam aan de linkerkant stond een klein kastje waar ze haar spullen kon wegbergen en waar ze ook zijdezachte handdoeken in terug vond. In een verborgen luik naast het kastje, zat er een waskoker, die vermoedelijk naar de wasruimte helemaal onder in het huis leidde. Aan alles was blijkbaar gedacht bij het bouwen van het enorme huis.
Ze besloot om zich de volgende morgen te douchen, dan kon ze meteen met een fris gemoed starten met haar lessen. Daarom poetste ze alleen maar haar tanden, gooide ze wat water in haar gezicht en kleedde ze zich om. Voor de zekerheid nam ze haar gedragen kleren terug mee naar haar eigen slaapkamer, ze wilde de huiselfen nog niet opzadelen met extra werk en ze was er nog niet helemaal van overtuigd dat deze badkamer exclusief voor haar was. Ze was nog genoeg deuren op de gang tegengekomen. Als daar al iemand in sliep, moest die persoon toch ook een badkamer hebben? Ze wilde niet de volgende morgen erachter komen dat iemand in haar spullen had kunnen snuffelen.
Nog niet gewoon aan het kraken van de vloer, liep ze op haar tenen terug naar haar slaapkamer. Het haardvuur knisperde nog steeds en liet een zalige warmte over haar heen stromen. Opeens voelde ze zich erg moe en liet ze zich tussen de zachte lakens glijden. Vrijwel meteen viel ze in een lange, droomloze slaap.

De volgende ochtend werd ze wakker doordat er een straaltje zonlicht fel op haar gezicht scheen.

Had ik gisterenavond de gordijnen niet dichtgedaan? Ze rekte zich uit en keek om zich heen tot ze plots een vreemd gezicht zag. Ze schrok hard en trok haar laken helemaal tot aan haar kin op.

"S-sorry, juffrouw Griffel," piepte het gezicht verschrokken.

Hermelien liet een zucht ontsnappen. "Oh, Wietske, jij bent het!"

Ze had zo diep geslapen dat ze ervan overtuigd was geweest dat ze nog bij haar thuis was toen ze wakker werd.

"N-nogmaals, sorry, j-juffrouw," zei Wietske.

Hermelien sloeg haar deken weg en zwaaide haar benen over het bed. Ze veegde door haar ogen om haar slaap te verdrijven en geeuwde: "Dat is niet erg hoor, Wietske. Ik dacht gewoon even dat ik nog bij mijn thuis was."

"Ik – ik dacht dat ik u misschien zo meteen naar de bijkeuken kon brengen. Het ontbijt wordt altijd rond negen uur geserveerd, en ik wist niet zeker of mevrouw Jansen u dat wel had verteld, omdat het nu al bijna negen uur is."

Hermelien keek op de wekker die naast haar bed stond. Inderdaad, nog maar een paar minuten en dan zou het negen uur zijn.

"Nee, dat had ze mij inderdaad niet gemeld," zei ze. Ze stond op en wilde naar haar kleerkast lopen om zuivere kleren te nemen. Wietske ging uit de weg staan en stotterde: "I- ik zal even buiten blijven wachten, dan k-kan ik u erheen brengen."

Hermelien glimlachte en knikte. "Bedankt, Wietske."

De huiself boog en liep toen de kamer uit.

Hermelien had zich eigenlijk eerst nog willen opfrissen voor het ontbijt, maar besloot om toch maar mee te gaan met Wietske. Wie weet kwam ze anders weer terecht in een verboden kamer. Ze kleedde zich snel om en volgde Wietske naar de bijkeuken. Deze was gelegen in het souterrain en je kwam er door een donkere gang achter in de hal door te lopen en een paar trappen af te gaan. Het was duidelijk dat deze kamer slechts de bijkeuken voor de bedienden was: hij was heel sober ingericht. Er stond alleen een grote, glad geschrobde houten tafel in het midden, omringd door verschillende houten stoelen. Naast de buitendeur die naar een binnenplaats leidde, stond een stevige kast met allerlei spullen in. Boven de haard tegenover de buitendeur hing een eenzaam, scheef stilleven van een mandje fruit.

"Goedemorgen! Heb je een goede nacht gehad?" vroeg mevrouw Jansen die al aan de tafel zat. Wietske boog nogmaals en liep toen de bijkeuken verder door naar, wat Hermelien vermoedde, de keuken was.

"Goedemorgen! Ja, ik heb echt wel goed geslapen. Zo goed zelfs dat ik deze morgen dacht dat ik terug thuis in mijn eigen bed lag," antwoordde Hermelien. "Wat verschrok ik mij toen ik Wietske zag!"

"Oh, ik hoop niet dat ze je heeft gestoord. Zoals ik al zei gisterenavond, Wietske is nieuw, en ze kent nog niet alle regels. Ze moest eigenlijk in stilte haar werk doen om daarna te vertrekken. Ik zal haar er straks eens over aanspreken," zei mevrouw Jansen terwijl ze haar wenkbrauwen fronste.

"Ach nee, dat hoeft niet hoor. Wietske heeft mij helemaal niet gestoord. Ik werd enkel wakker van het licht dat op mijn gezicht scheen. Ik heb Wietske zelfs helemaal niet gehoord. Ze was wel zo vriendelijk om mij naar hier te brengen," vertelde Hermelien, in de hoop dat mevrouw Jansen de huiself niet ging berispen. "Anders wist ik helemaal niet waar ik moest zijn."

"Ach, dat is dan goed van haar. Had ik dat dan gisterenavond niet verteld?"

"Nee, bij mijn weten niet. Ik was gewoon naar de eetkamer gelopen als Wietske mij niet naar hier had gebracht."

"Oh, mijn excuses dan, ik dacht zeker dat ik het had verteld. Personeel mag eigenlijk niet in de eetkamer eten. Enkel wanneer de eigenaren weg zijn maken we wel eens een uitzondering," glimlachte mevrouw Jansen. "Maar, we mogen natuurlijk niet overdrijven hé."

"Maar, waar eet Scorpius dan?"

"Die eet vandaag in de eetkamer. Vreemd eigenlijk, want meestal ontbijt hij hier ook. Ik denk dat hij nogal verlegen is. Je bent nieuw, snap je? Ik vermoed dat hij eventjes aan jou moet wennen. Maar dat zal wel goed komen. Het is een lieve jongen."

Hermelien knikte met een aarzelende glimlach, ze hoopte maar dat mevrouw Jansen gelijk had, hoewel ze ervoor vreesde. Ze kon zich alleen maar een mini-Malfidus voorstellen zoals ze die had gekend van Zweinstein. Eigenlijk ging ze er al van uit dat ze veel moeite moest doen om de jongen ook maar iets aan te leren. Waarschijnlijk had hij ook die belachelijke ideeën over bloedstatus en zou hij weigeren om ook maar iets van haar te leren.

Na een stevig ontbijt van spek met eieren, croissants en confituur, gaf mevrouw Jansen een rondleiding doorheen het hele huis. Ze vertelde daarbij dat een aantal kamers bijna nooit werden gebruikt, alleen wanneer er een feest was en er gasten bleven logeren.

"Dan gebeurt het vaak dat bij ons op de tweede verdieping de hele gang vol ligt. Dan zal je wel jouw badkamer moeten delen met anderen, maar dat zal geen probleem zijn, denk ik."

"Oh nee, helemaal niet. Maar eh –, die badkamer is dus echt helemaal alleen voor mij?"

"Ja," zei mevrouw Jansen verbaasd. "Heb je daar misschien een probleem mee?"

"Nee, nee, helemaal niet," zei Hermelien nogmaals, ze voelde haar wangen rood worden. "Ik dacht gewoon, daar liggen nog zoveel kamers, maar die worden dan ook niet gebruikt?"

"Nee, inderdaad. Totdat jij er was, was de hele tweede verdieping nogal eenzaam voor mij, ik slaap in een kamer aan de rechterkant," zei mevrouw Jansen met een glimlach. "Geen probleem voor mij hoor, maar het voelde nogal leeg." Mevrouw Jansen lachte. "Ach, ik ben nu wel blij dat je iets verderop in de gang ligt, zodat die kamers eindelijk nog eens gebruikt worden."

"Maar dan zijn wij de enige inwonende werknemers hier?" vroeg Hermelien verbaasd. Met zo'n groot huis en zo'n enorm domein had ze zeker gedacht dat er meer personeel werkte.

"Er is ook nog een tuinman, Isaac, maar die woont een dorp verderop. En dan zijn er nog drie huiselfen: Wietske, Ieme en Ilya, maar zij slapen onder het dak." Mevrouw Jansen wees naar boven. Hermelien keek om zich heen of er een trap was die naar daar leidde.

"Oh, je kan er alleen maar via een verborgen trap geraken, maar eigenlijk is daar niks anders te zien, enkel nog een opslagkamer voor kapotte meubels en de zolder, en we moeten de huiselfen ook een beetje privacy geven, vind je niet?"

Hermelien knikte en mompelde "Natuurlijk."

"Als ik mij niet vergis, heb je vroeger gewerkt op het ministerie, ten voordele van de huiselfen?" vroeg mevrouw Jansen geïnteresseerd.

"Ja, dat klopt," zei Hermelien. De twee liepen de trap af naar de eerste verdieping. "Ik stond in voor het welzijn van de huiselfen en dat hun leefomstandigheden werden verbeterd."

"Ja, ik moet echt wel zeggen dat het er duidelijk op vooruit is gegaan," zei mevrouw Jansen. "Voordat ik hier aan de slag ging, heb ik nog in een ander landhuis gewerkt, maar die arme huiselfen! Die hadden alleen maar lelijke vodden aan en moesten erg hard werken. Daarom ben ik het daar toen ook opgestapt, maar ik ben blij dat het nu allemaal is verbeterd."

Hermelien glimlachte. "Ja, daar ben ik ook best trots op."

"En terecht! Maar, waarom doe je dat nu niet meer? Waarom ben je eigenlijk veranderd van werk?"

Hermeliens glimlach verflauwde. "Oh, eh -," ze slikte even. Ze had het nog altijd moeilijk wanneer het over Ron ging. Mevrouw Jansen keek haar bezorgd aan.

"Sorry, ik had niet – het zijn mijn zaken niet," zei ze verontschuldigend.

"Nee, nee, het is niet erg hoor," zei Hermelien. "Het is gewoon… Ik ben gestopt na de dood van mijn echtgenoot omdat ik op het ministerie te veel aan hem werd herinnerd."

Mevrouw Jansen legde meelevend haar hand op Hermeliens arm.

"Het spijt me dat te horen," zei ze oprecht.

"Bedankt," zei Hermelien zacht. "Het is nu al twee jaar geleden, maar ik heb het er nog altijd moeilijk mee."

Mevrouw Jansen knikte. "Dat kan ik me wel voorstellen."

Het bleef een tijdje stil terwijl de twee over de overloop van de eerste verdieping bleven staan. Mevrouw Jansen schraapte haar keel, om het ongemakkelijke moment te doen verdwijnen en wees met haar arm naar de linkerkant. "Daar liggen de slaapkamers van Scorpius en meneer en mevrouw Malfidus. Hier liggen ook nog een aantal logeerkamers voor de familie. Over kamers gesproken, ben je eigenlijk tevreden over de jouwe?" vroeg mevrouw Jansen, waarna ze zich weer omdraaide en de gang aan de rechterkant verder uitliep. "Mevrouw Astoria had me gezegd dat ik jou die kamer moest geven, want die is het grootst en het meest comfortabel. Je moet wel wat verder lopen naar de badkamer, maar dat is niet erg denk ik."

"De kamer is perfect, dank u. En ik heb altijd al een knusse, verbrede vensterbank willen hebben om in te kunnen zitten," glimlachte Hermelien.

"Dat is denk ik ook de enige kamer die dat heeft," zei mevrouw Jansen met een lachje, terwijl ze langs de deur van de grote salon liep en bleef staan bij een andere deur, helemaal op het einde van de gang.

"Zo, ik denk dat deze kamer je vast wel kan interesseren," zei ze terwijl ze de deur opende. Hermelien wierp een blik naar binnen en liet een verraste kreet ontsnappen.

"Oh, wauw," zei ze ademloos toen ze rijen en rijen boekenkasten zag. De kamer liep nog verder door naar achteren en stond werkelijk helemaal vol met boeken. Ze stapte de kamer binnen en liep langs een paar boekenkasten heen, mevrouw Jansen volgde haar. Aan een groot raam aan de zijkant stonden een aantal zeteltjes met een grote booglamp. Aan het grote haardvuur tegenover het raam stond een stevige tafel met verscheidene stoelen eromheen.

Mevrouw Jansen glimlachte. "Ja, dit is zowat de trots van meneer," zei ze, wat Hermelien een beetje deed verbazen. Ze had geen idee gehad dat Malfidus zo'n boekenliefhebber was. "Als het nodig zou zijn, of als je zelf iets wilt lezen, mag je hier altijd wat komen halen hoor."

"Dat zal ik zeker doen!" zei Hermelien enthousiast.

"Zelf ben ik niet zo'n lezer, dus het is goed dat de boeken in deze kamer nog eens wat aandacht verdienen. Als hij tijd heeft, is meneer Malfidus hier wel vaak te vinden, maar de laatste tijd is dat nogal verminderd."

Mevrouw Jansen haalde haar schouders op, leek even na te denken en zei toen: "Oh ja, de laatste kamer die ik je nog moet tonen is natuurlijk het leslokaal. Die ligt hier een beetje verder, ik zal er je even naar toe brengen, dan kan je misschien al wat voorbereiden. Normaal staat daar ook nog een boekenrek met een aantal oude schoolboeken, maar je kan dus wel altijd in de bibliotheek terecht mocht dat nodig zijn."

Hermelien knikte, ze had eigenlijk meer zin om door de bibliotheek te snuisteren dan zich voor te bereiden op de lessen. Met een beetje tegenzin deed ze de deur dicht en volgde ze mevrouw Jansen naar kamer op de hoek van de linker gang.

"Zo, ik denk dat dat alles is, als er nog vragen zijn, mag je ze altijd stellen," zei mevrouw Jansen nadat ze het leslokaal vluchtig had laten zien.

"Oh, ja eigenlijk heb ik nog wel een vraag. Zou ik misschien een uil mogen lenen? Ik had een vriend van mij beloofd dat ik wat zou laten weten eens ik hier was toegekomen."

"Ja, natuurlijk," zei mevrouw Jansen. "Er zijn hier twee uilen, maar die zitten buiten in de schuur. Maar ik zal die van mij wel even gaan halen, dan kan je je concentreren op je lessen."

"Bedankt," zei Hermelien.

Mevrouw Jansen liep terug naar beneden, terwijl Hermelien naar haar kamer ging om snel een briefje naar Harry te schrijven. Ze kon het niet laten om er ook nog een ps. bij te schrijven: "Ik werk blijkbaar voor de Malfidussen! Help! Scorpius is het evenbeeld van zijn vader..."

Daarna liep ze naar beneden, waar mevrouw Jansen al op de binnenplaats op haar stond te wachten met een prachtige, bruine uil op haar armen. Hermelien bond de brief aan de poot van de uil, waarna die zich afzette en zijn vleugels breed uitsloeg en wegvloog.

Mevrouw Jansen ging terug naar binnen, maar Hermelien keek de uil nog een tijdje na en bekeek daarna haar omgeving. De kleine binnenplaats was aan de linkerkant afgezet met een grote heg, waardoor het er nogal donker was, maar verder naar achteren kon ze een stukje van de enorme tuin zien. Ze nam zich voor om, zodra ze tijd had, de tuin eens grondig te gaan bekijken. Na nog zo'n vijf minuten, besloot ze om naar het leslokaal terug te gaan om dan te beginnen met haar voorbereiding. Mevrouw Jansen had haar nog gezegd dat Scorpius voor deze eerste dag pas in de namiddag begon met de lessen. Hermelien had hem de hele dag nog niet gezien, en ze kreeg weer een zenuwachtige kriebel in haar buik.

De kamer op de eerste verdieping was duidelijk ingericht als een leslokaal. Een groot groen schoolbord hing aan de linkerkant tegen de muur en daarvoor stond een stevig eikenhouten bureau. Doorheen het hele lokaal stonden materialen die Hermelien wel eens voor haar lessen kon gebruiken. In de ene hoek stond een menselijk skelet met een knalgele pruik op. Blijkbaar had iemand al een hele lange tijd geleden besloten om het skelet weer haren te geven, want zowel het skelet als de pruik zaten vol met stof en spinnenwebben. In de andere hoek stond een prachtig model van het zonnestelsel. Niet alleen de planeten en hun bijhorende manen, maar ook verschillende regelmatige meteoren waren te zien. Hermelien kon zelfs de minuscule brokstukken onderscheiden die samen de ring rond Saturnus vormden en staarde er een tijdje gefascineerd naar, voordat ze verder ging met het inspecteren van de kamer.
Aan de muren hingen een aantal oude posters. Er was er een bij die de anatomie van een kat liet zien, en een andere beeldde levendig uit wat het effect van wolfskers was: er stond een persoon op die de bessen van de plant opat om binnen een paar minuten morsdood neer te vallen op de grond. Hermelien haalde die poster maar van de muur, ze wilde Scorpius immers niet op ideeën brengen. Ze bedacht dat het waarschijnlijk Malfidus was geweest die de poster in eerste instantie had opgehangen. Hij leek haar daar wel het type voor.
Voor de rest stonden er nog tafeltjes en stoeltjes en aan de rechterkant van het lokaal stond een grote boekenkast met een aantal boeken die Hermelien herkende omdat ze die zelf nog had gebruikt om haar lessen thuis voor te bereiden.

Eerst voerde ze een grondige schoonmaakspreuk uit en zette vervolgens de stoelen en tafels op een goede plaats voor het bord. Daarna legde ze haar voorbereidingen neer op het bureau en begon ze alles nog even door te nemen. Maar daar was ze al snel mee klaar, de dag ervoor nog had ze bij haar thuis de lessen voorbereid en geoefend en ze herinnerde zich nog alles wat ze moest zeggen. Ze keek op haar horloge, het was half twaalf, mevrouw Jansen had gezegd dat het eten elke middag werd geserveerd om half één, ze had dus nog wel even tijd. Aarzelend keek ze om zich heen, terwijl ze zich bedacht wat ze nog kon gaan doen. Ze liep naar het raam en keek naar buiten. Zoals ze eerder had bedacht, strekte de tuin zich enorm ver uit. Aan de rechterkant van het huis zag ze een klein bosje met daarachter nog een uitgestrekt veld. Links van het huis stond de schuur waar mevrouw Jansen het over had, vlak daarbij zag ze een klein moestuintje, met daarachter een ommuurde boomgaard. Dichter bij het huis lag een Engelse tuin met kleine paadjes en stenen bankjes, ze zag de tuinman er een paar heggen bijknippen en de takken in een kruiwagen gooien.

Hermelien draaide zich met een zucht om en bedacht zich nogmaals dat Malfidus het wel goed voor mekaar had gekregen, al zou dat waarschijnlijk ook te maken hebben gehad met zijn familie. Als ze zich het huis van zijn ouders goed herinnerde, was dat ook piekfijn in orde geweest. Ze rilde toen ze eraan dacht. Dat waren herinneringen die ze liever niet boven haalde. Om haar gedachten af te leiden, liep ze naar de boekenkast en nam een boek dat ze niet herkende. Ze nam wat perkament en een veer, zette zich aan een tafeltje en begon het boek te doorbladeren. Elke keer wanneer ze iets interessants zag en dat ze mogelijk kon gebruiken tijdens haar lessen, schreef ze het op. Daarmee ging de tijd voorbij en werd het al snel half een.

Ook dit keer at Scorpius alleen in de eetkamer. Hermelien was hem nog altijd niet tegengekomen, en ze vroeg zich af waar hij de hele dag had uitgehangen. Volgens mevrouw Jansen was dat echter normaal.

"Wanneer zijn ouders weg zijn, gaat hij vaak in zijn eentje naar buiten om daar te spelen."

"Hoe oud is Scorpius eigenlijk?"

"Hij is pas negen jaar geworden, hij verjaart begin augustus."

Hermelien knikte en maakte een mentale nota voor zichzelf dat ze dat moest onthouden.

"Vindt hij het niet jammer dat hij geen broertjes of zusjes heeft?" Meteen besefte ze dat dat een nogal ongepaste vraag was en voelde ze haar wangen wat rood worden. Gelukkig maakte mevrouw Jansen dat helemaal niks uit. Ze haalde haar schouders op en zei: "Ik weet het eigenlijk niet. Hij verveelde zich de afgelopen dagen wel. En de hele tijd op zijn eentje spelen is ook niks. Hij heeft natuurlijk wel nog Victoria en Leo, zijn nichtje en neefje, maar die wonen nogal ver hier vandaan. Maar goed dat jij er nu bent, dan voelt hij zich misschien minder eenzaam wanneer z'n ouders weg zijn."

Hermelien glimlachte aarzelend. Als ze nu niet overweg kon met de jongen, zou het zowel voor hem als voor haar nogal ongemakkelijk zijn om tijd met elkaar door te brengen.

Mevrouw Jansen zag Hermeliens aarzeling. "Ach, het zal vast wel goed meevallen hoor," zei ze. "En Scorpius is echt wel een lieve jongen. Alleen is hij in het begin nogal stuurs."

Ze stond op en zei met een knipoog: "En als hij echt stout is, moet je hem maar eens naar mij langs sturen."

Hermelien lachte nu ook, de spanning in haar lichaam verdween een beetje. "Dat zal vast niet nodig zijn."

Ze stond ook op, mevrouw Jansen wenste haar succes, waarna Hermelien naar boven liep naar het leslokaal. Scorpius was er nog niet en om iets te doen te hebben, sorteerde ze haar papieren nog eens, hoewel ze al perfect op orde lagen. Een zacht klopje op de deur deed haar stoppen met haar bezigheden.

"Ja, kom maar binnen," riep ze een beetje zenuwachtig. Ze voelde haar hart bonken in haar keel.

De deur ging krakend open, en Hermelien zag het witblonde hoofd van Scorpius.

"Mevrouw Jansen zei dat u al hier was, ik moest naar hier komen," zei de jongen, met een stem waarvan de tegenzin af droop.

"Ja, Scorpius. Kom maar binnen," zei Hermelien die opstond van haar stoel en nog eens laatste keer haar papieren recht legde. Toen Scorpius zich niet verroerde, keek Hermelien hem vragend aan.

"Ga maar zitten hoor, je moet niet bang zijn."

"Ik, bang? Ik ben nooit bang!" zei de jongen stoer, en hij liep vlug naar de tafel. Met een plof liet hij zich op de stoel vallen, om daarna nors voor zich uit te kijken.

Hermelien had natuurlijk die boze blik al gezien, en begon aarzelend: "Wel Scorpius, om te weten waar je al goed in bent en wat misschien kan worden verbeterd, was ik van plan om je een aantal leuke opdrachtjes te geven. Zo kan – "

"Leuke opdrachtjes? Opdrachten zijn nooit leuk!" riep Scorpius misnoegd uit.

"Het leven is niet altijd spelen en plezier hebben. Je moet goed voorbereid zijn om naar Zweinstein te kunnen gaan," antwoordde Hermelien een beetje geïrriteerd. Ze had zo'n gevoel dat Scorpius nogal verwend was.

"Maar dat duurt nog twee jaar!" zeurde hij. "In de tussentijd kan ik toch beter gaan tekenen? Dat doe ik tenminste graag."

"Teken je?" vroeg Hermelien verbaasd.

"Ja, is daar soms iets mis mee?" vroeg Scorpius uitdagend, terwijl hij zijn wenkbrauwen omhoog trok. Maar zijn uitdagende blik verdween snel en na een zucht te hebben geslaakt, mompelde hij: "Ik probeer het, maar het lukt niet altijd even goed."

Er begon zich al een plan in Hermeliens hoofd te vormen.

"Als je eerst die opdrachten maakt, dan mag je erna een uurtje tekenen. Ik zal je helpen, ik heb vroeger ook nog veel getekend."

Scorpius' gezicht fleurde al wat op. "Echt waar? Wat tekende je dan zo allemaal?"

"Oh, vanalles, bloemen, dieren, ook soms mensen. Oh, wat hebben mijn ouders vroeger veel moeten stil zitten," lachte Hermelien. Op een serieuzere toon en met een opgestoken vinger zei ze: "Maar dat is dan voor straks, eerst die opdrachten maken!"

Met heel wat minder tegenzin begon Scorpius aan de opdrachten. Eerst was er een klein dictee, gevolgd door een aantal rekensommen en een klein testje over wereldoriëntatie.

Dit vond Scorpius blijkbaar een van de vervelendste, want op een gegeven moment vroeg hij: "Hoe moet ik nu weten wat de hoofdstad van Zweden is? Daar wonen toch alleen maar Dreuzels!"

"Nou Scorpius, je weet dat dat niet waar is. In elk land en in elke stad is er wel een populatie van tovenaars te vinden. En het is belangrijk voor later. Stel nu dat je naar Zweden op reis moet gaan? En je zou dan nog niet eens de hoofdstad ervan weten? Dan zou je toch nogal voor aap staan," suste Hermelien.

Met een diepe zucht ging Scorpius terug aan het werk. Hermelien had ondertussen al de taal- en rekenopdrachten bekeken, en zag dat Scorpius daar al redelijk goed in was. Hij zou daarin alleen nog maar moeten bijgeschaafd worden. Hermelien vermoedde echter dat bij wereldoriëntatie nog heel wat werk aan de winkel was.

Scorpius zuchtte hard: "Klaar! Eindelijk!"

"Goed zo, Scorpius, geef je blad maar hier, dan zal ik het even nakijken."

"Maar gaan we dan niet tekenen? Je had het beloofd!" zei Scorpius terwijl hij een teleurgesteld gezicht trok.

"Ja ja, natuurlijk gaan we dat doen, rustig maar. Ga anders maar eventjes je tekenspullen halen, en dan kunnen we daarna eraan beginnen."

Scorpius liep de kamer uit, om na vijf minuten met zijn armen vol spullen weer terug te komen.

"Oké, zet je maar weer aan je tafeltje, en teken maar wat er in je op komt. Ik kom zo bij je," zei Hermelien. Ze was verbaasd over het feit dat dit kereltje zo graag wilde tekenen. Dat had ze helemaal niet van hem verwacht. Ze keek nog snel de test van wereldoriëntatie na en zag dat ze gelijk had, hier moest nog veel aan gebeuren. Ze ging naast Scorpius zitten en keek naar het tekenblad. Er stonden nog maar een paar strepen op.

"Ik weet niet wat ik moet tekenen," zuchtte de jongen een beetje beteuterd.

"Gebruik gewoon je fantasie. Teken het eerste wat in je opkomt. Zie je die boom daarbuiten?" Hermelien wees naar een grote eik die dichtbij de schuur stond. "Die kan je misschien eens natekenen. Zo bijvoorbeeld."

Hermelien trok snel wat strepen over het papier en al snel werd een boom zichtbaar.

"Wauw, wil je mij dat leren?" vroeg Scorpius vol bewondering en vol aandacht.

Hermelien glimlachte en voelde zich al heel wat meer gerust. Mevrouw Jansen had gelijk, Scorpius had gewoon even moeten wennen aan haar. Terwijl ze hem uitlegde hoe je het beste met een tekening kon beginnen, luisterde hij heel geïnteresseerd en stelde hij haar constant vragen zonder nog een moment nors te zijn. Op het einde van de dag had ze haar vrees dat ze niet goed met elkaar overweg zouden kunnen, helemaal van zich afgezet. Ze had zich nooit voorgesteld dat de zoon van Malfidus zo anders dan hem zou zijn.