Radka Stoyan (17) – Durmstrang

Mijn onregelmatige adem voelt drukkend aan tegen mijn borst terwijl ik voel hoe mijn benen langzaam beginnen te verzuren van het hardlopen. Door iedere hijg die mijn keel ontglipt ontstaat er een klein wolkje in de koude, doordringende lucht, maar terwijl ik in hoog tempo rennend voortbeweeg blijven de wolkjes achter op de plek waar ik ze heb uitgeblazen.

Het is koud, ijskoud, maar ik ben niet anders gewend. Mijn voortdurende lichaamsbeweging houdt mijn lichaam warm, daar heb ik geen bontjas voor nodig. Daarom draag ik ook een simpel shirt en een aftandse spijkerbroek waar ik altijd in hardloop, of het nou zomer of winter is. Niet of dat heel erg veel uitmaakt, op Durmstrang is het altijd koud.

Als ik aan het einde van het paadje kom geef ik mezelf even de gelegenheid om op adem te komen en stop ik aan de rand van het Zilvermeer. Ik kniel neer bij het water, dat op een of andere manier een zilverachtige grijze kleur lijkt te hebben, waar het zijn naam aan ontleent heeft, ik maak een kommetje van mijn handen en gooi het water in mijn gezicht.

Even vang ik een glimp op van mijn eigen spiegelbeeld in het bewegende water. Ik zie mijn smalle, hoekige gezicht met hoge jukbeenderen. Mijn bleke huid, scherpe neus, volle bleke lippen en mijn zandblonde haren die in een paardenstaart zouden moeten zitten, maar bijna allemaal warrig langs mijn hoofd hangen. Mijn grijze ogen lijken bijna weg te vallen in het water dat dezelfde kleur heeft.

Veel aandacht besteed ik er niet aan, ik ben totaal niet gewend om mijn spiegelbeeld te bekijken, in het kasteel hebben we zelfs nauwelijks spiegels, misschien zelfs wel geen. De enige plek die ik ken met spiegels is thuis, voor hoe ver je het thuis kan noemen, maar dat is dan ook overladen met spiegels. Spiegels van mijn moeder.

Ik spring snel weer op en hervat mijn tred richting het kasteel. Als je maar vaak genoeg rondloopt in dezelfde omgeving lijk je een beetje de schoonheid ervan te vergeten. De hoge bergen, het mysterieuze meer en het adembenemende kasteel is een prachtig uitzicht, maar ik weid er geen seconde mijn aandacht aan. Ik heb wel andere dingen om me zorgen over te maken. Eigenlijk maar één ding.

Het Toverschooltoernooi.

Binnen ongeveer tweeduizend stappen, minder dan vierhonderd ademteugen en twee korte pauzes sta ik in de ontvangstzaal van het kasteel. Alle leerlingen worden eigenlijk verzocht, verplicht zelfs de achteringang te gebruiken, maar die is helemaal aan de andere kant van het kasteel en aan de hoeveelheid mensen te zien in de ontvangstzaal gaat de openingsceremonie bijna beginnen. Geen tijd om helemaal om te lopen, natuurlijk ook geen zin.

Terwijl de leerlingen van Durmstrang allemaal door de gigantische kersenhouten deuren naar de grote zaal worden geleid, zie ik in mijn ooghoeken een groepje jongens naderen. Als ze een eindje verderop stil blijven staan, wachtend tot ik me omdraai, weet ik direct dat ze voor mij komen én wie het zijn.

"Wat moet je, Desya?" vraag ik zwaar geïrriteerd, wat ik duidelijk laat merken in mijn stem. Met een dodelijke blik om mijn gezicht draai ik mijn hoofd naar hem om, mijn stiefbroer. Direct zie ik woede ontstaan in zijn ogen, maar hij schiet niet uit zijn slof, dat doet hij nooit.

"Borya," antwoord hij kil, zijn eigen naam verbeterend. Niemand mag hem bij zijn officiële naam noemen, dat is precies waarom ik hem zo noem. "Ik moest je vinden van Gobizi, hij moest zeker weten dat je er was vanmiddag."

"Nou, ik ben er. Kun je me nu weer met rust laten?"

Hij zwijgt, en kijkt me nog steeds aan met zijn zelfde verwijtende, arrogante blik die schreeuwt dat hij zich beter voelt dan iedereen, wat ook zo is.

"Moet je je niet omkleden?" vraagt hij terwijl hij vol afschuw naar mijn bezwete, gescheurde kleding kijkt wat in een uiterst contrast staat met zijn luxueuze, weelderige Durmstrangkostuum, compleet met bontjas en al.

"Nee? Waarom zou ik me moeten omkleden?" vraag ik geïrriteerd. "Om er uit te zien als een achterlijke eland zoals jij? Wat is dat eigenlijk voor bontjas, heb je die van mijn moeder geleend?"

"Dit is de officiële-"

"Oh wacht, ik herinner me net, het boeit me niet."

Ik draai me om en loop zonder nog iets te zeggen verder richting de grote massa scholieren die langzaam in een meute de grote zaal binnen wandelen. Ik kan de kleine grijns die op mijn gezicht verschijnt niet onderdrukken en eigenlijk zou ik wel om willen kijken om even Desya's gezicht te kunnen zien, hoewel ik weet dat deze waarschijnlijk even emotieloos als altijd is.

De gehele zomer heeft hij al op mijn zenuwen gewerkt, de ene denigrerende opmerking na de andere van hem én zijn vader, en dat in mijn eigen huis. Mijn moeder zegt er niks over, ik weet niet of ze het niet durft of dat het haar eigenlijk niks uitmaakt, maar ik denk de tweede. Ze lift gewoon lekker mee met alle luxe van mijn stiefvader terwijl ze ondertussen duizenden affaires heeft met jongemannen door het hele land. Soms snap ik totaal niet waarom mijn stiefvader ooit haar getrouwd heeft.

Met zijn hele obsessie over puur bloed was mijn halfbloedmoeder al geen logische keuze. Als ze nou beeldschoon of charmant zou zijn zou ik het nog ergens kunnen begrijpen, maar ze heeft een haakneus, ze stinkt naar knoflook, heeft altijd een laag make-up op haar gezicht die te vergelijken valt met de laag sneeuw hier 's winters en ze is afschuwelijk vals. Maar Desya's vader lijkt dat niet te kunnen zien, Desya wel daarentegen, die haat haar net zoveel als hij mij haat. En ik haat hem net zoveel als hij mij.

Er is echter een ding dat ik gemeen heb met mijn moeder, mijn vastberadenheid dat ik zal krijgen wat ik wil. Mijn moeder wilde rijkdom, die heeft ze gekregen. Ik wil iets heel anders, ik wil laten zien wat ik kan, ik wil laten zien dat ik de beste ben. En dan komen we uit bij het Toverschooltoernooi, de perfecte gelegenheid om dit te behalen.

"Mijn heren, mijn dames. Zoals jullie allemaal weten zijn wij hier bij elkaar gekomen om de drie vertegenwoordigers van het Durmstrang-instituut uit te kiezen. Het Toverschooltoernooi is een strijd van dapperheid, kracht en vaardigheid, iets wat iedere Durmstrang-scholier zou moeten hebben. Toch hebben wij door de jaren heen voor een andere aanpak gekozen dan de andere scholen bij het kiezen van de participanten. Wij willen zeker weten dat we de beste van de beste hebben, daarom kiezen wij van te voren uit welke drie scholieren hun naam in de vuurbeker mogen doen. En vanavond gaan we bekendmaken welke drie leerlingen dat zullen zijn."

Terwijl schoolhoofd Gobizi met zijn krakende stem de woorden uitspreek zoek ik een plaats aan een van de lange, houten tafels in de zaal. Ik zal er niet lang hoeven zitten, ik zal immers degene zijn die gekozen wordt voor het Toverschooltoernooi. Niet dat Gobozi het me al verteld heeft, maar ik kan moeilijk iemand bedenken op school die betere kwaliteiten dan mij bezit. Gobizi wilde nota bene zelf zeker weten dat ik er was vanmiddag.

"De eerste kampioen van het Durmstrang-instituut is… Todor Pavel."

In mijn ooghoeken zie ik hoe een gigantische jongen klunzig opstaat van zijn tafel met een enigszins bedroefde blik in zijn ogen. Ik ken zijn naam, Todor is half-reus, de sterkste jongen hier op school en ook nog eens een begaafde tovenaar. Maar hij is onzeker, labiel en verschrikkelijk makkelijk breekbaar. En ik zal niet twijfelen om dat te doen als ik de kans krijg, en de andere deelnemers zullen dat ook niet doen. Daarom is hij geen concurrentie.

"Als tweede, Radka Stoyan."

Ik liplees bijna mijn naam mee als deze van de lippen van het schoolhoofd vandaan komen. Alle hoofden in de zaal lijken ineens om te draaien naar mij terwijl ik zelfverzekerd opsta. Het is bijna nog nooit voorgekomen dat het Durmstrang een meisje naar het Toverschooltoernooi stuurt, het aantal meisjes in het instituut is ook erg klein, veel kleiner dan het aantal jongens.

Ik zie enkele jongens dodelijke blikken naar me sturen, enkele meisjes blikken vol jaloezie, maar dat maakt me vrij weinig uit. Met een lichtelijk euforisch gevoel loop ik naar het schoolhoofd, hoewel dat euforische gevoel eigenlijk misplaatst is, ik heb immers nog helemaal niets gewonnen. Toch kan ik het niet helpen om een hele kleine grijns op mijn gezicht te tonen, maar die verdwijnt als sneeuw voor de zon als het schoolhoofd de volgende naam omroept.

"En als laatste, Desya Kazimir."


Myron Andreas (17) – Circelios

"Voor drieëntwintig drachmen mag je hem hebben."

Ik slaak een diepe zucht, voor de zoveelste keer. De man lijkt maar niet toe te geven en langzamerhand wordt ik gek van al het afdingen, zeker als ik zie hoe de grijns op zijn gezicht steeds groter lijkt te worden.

"Het maakt niet uit, Myron. Ik heb het boek niet nodig, ik kijk wel mee met Andris."

Met een triestige blik in zijn ogen probeert Marader me weg te trekken van de verkoper, maar ik ben niet van plan op te geven. Ik mag dan niet de meest rijke broer zijn, maar het kan niet zijn dat ik geen vervallen boek Griekse mythologie kan betalen voor mijn broertje.

"Ik zei al dat ik maar twintig drachmen heb," herhaal ik nogmaals terwijl mijn hand weer lostrek uit Maraders grip. Vorig jaar is hij bijna niet overgegaan omdat hij de helft van zijn boeken niet in zijn bezit had, dus ik zal ervoor zorgen dat hij dit jaar al zijn boeken krijgt.

"Jammer hè, dat dat mooie gezichtje van je niet de rekeningen betaalt. Dan was het leven een stuk makkelijker geweest."

Hij legt zijn verrimpelde vingers op het aftandse boek en schuift deze van de tafel af om het vervolgens in een van de schappen achter hem te zetten. Ik bal mijn vuisten en kijk hem woest aan als hij zijn blik weer naar mij wendt.

"Ach, het leven is hard. Maar ik heb wel ergere dingen meegemaakt dan het niet kunnen betalen van een boek voor mijn broertje. Als dat het enige is waar je zorgen over-"

"Jij weet helemaal niks over mij of over wat ik heb moeten meemaken," spurt ik woest uit terwijl ik voel hij mijn broertje weer aan mijn mouw begint te trekken om me van de verkoper weg te sleuren, maar hij is lang niet sterk genoeg om me ook maar een beetje in beweging te krijgen.

"Ik ben maar een simpele boekverkoper, ik weet niet veel, inderdaad. Maar ik zie wel dat jij jezelf net iets te serieus neemt," antwoord hij grijnzend.

"Hoe durf-"

"Myron, stop!" schreeuwt Marader voordat ik mijn woorden af kan maken. Hij grijpt me weer vast bij mijn hand en probeert me weer mee naar buiten te slepen. Ik schenk nog een korte, dodelijke blik naar de boekverkoper waarna hij zijn verrotte tanden in een cynische glimlach aan me toont. Ik word er misselijk van, ik word misselijk van hem. Iedere keer weer als ik boeken moet halen weet hij me te drijven tot het puntje van waanzin en loop ik de winkel uit met lege handen. Geen boeken voor mijn broertje dit jaar, weer niet.

Terwijl de schrijnende zon ons verhit lopen we langs een uitgedroogd, aarden paadje in stilte naar Circelios. Het is vanaf de school vijf minuten lopen naar het kleine tovenaarsmarktplaatsje waar enkele winkeltjes te vinden zijn, waaronder de boekwinkel. Maar omdat de hitte bijna niet te verdragen is lopen we extra snel en zien we binnen twee minuten de school achter de droge heuvels verschijnen. Als eerste driehoekige timpaan die versierd is met ingegraveerde beeldhouwwerken, vervolgens de gigantische roomwitte pilaren.

Als we nog dichterbij komen zien we op de binnenplaats links van het hoofdgebouw een grote menigte mensen staan en vervolgens zien we dat het spreekgestoelte bemand is door de leraren en het schoolhoofd van Circelios. Nieuwsgierig snellen we ons naar de massa en banen we ons een weg door de scholieren totdat ik Philemon tegenkom, die mij nauwelijks lijkt op te merken.

"Wat is er aan de hand?" vraag ik.

"We moesten allemaal verzamelen op de binnenplaats van de klassenoudsten, ik heb geen idee wat er gaat gebeuren."

Aandachtig kijk ik naar het podium terwijl Philemon zijn antwoord geeft. Marader gaat op de puntje van zijn tenen staan om ook zoveel mogelijk mee te krijgen, maar kan nauwelijks iets zien.

"Kan je het zien, Marader?" vraag ik grijnzend.

Hij kijkt me geïrriteerd aan met zijn bruine puppy-ogen die zoveel op de mijne lijken.

"Dat is niet grappig," mompelt hij met een boze uitdrukking op zijn gezicht. Lachend wrijf ik met mijn hand door zijn goudblonde haar waarna hij moeilijk zijn boze uitdrukking nog kan ophouden.

"Lieve leerlingen van Circelios, welkom allemaal. Jullie vragen je misschien af waarom ik jullie allemaal hier bijeen heb geroepen op het midden van deze prachtige, warme zomerdag. Ik heb voor jullie allemaal een uiterst opwindende mededeling."

Met grote handgebaren begint onze schoolhoofd met haar woorden. Ze heeft een lieflijke glimlach op haar gezicht terwijl ze praat, eentje die ze bijna altijd lijkt te hebben. Demeter Sybilla lijkt altijd sereen en vriendelijk en haar karakter is net zo zweverig als haar lange, lichtbruine haar. Haar zachtaardigheid kan een goede eigenschap zijn, maar bij het besturen van een school komt haar dat niet altijd ten goede.

"Dit jaar is het jaar van het 138ste Toverschooltoernooi, een tovenaarswedstrijd waar om de vier jaar vertegenwoordigers van vier verschillende tovenaarscholen strijden voor de eer, weelde en rijkdom van de winst. Alle scholieren van het zesde én van het zevende jaar van de opleiding zullen meereizen naar Zuid-Frankrijk, naar de Beauxbatons-academie. Degenen die interesse hebben mogen zich inschrijven voor het Toernooi en mogelijk geschiedenisboeken ingaan als de 138ste kampioen van het Toernooi."

"En terugkeren naar Griekenland met zakken vol met goud," fluistert Philemon enthousiast in mijn oor.

Zakken vol goud, zijn woorden lijken door mijn hoofd te blijven galmen. Verwonderd wend ik mijn blik naar mijn broertje. Zou ik het kunnen, zou ik mee kunnen doen aan het Toverschooltoernooi? Zou ik kunnen winnen?

Ik zou nooit meer zorgen hoeven te maken over geld, nooit meer zorgen hoeven te maken of ik wel goed voor mijn broertje zorg sinds het overlijden van mijn vader.

Maar zou ik kunnen winnen?


Voilá, het tweede hoofdstuk!

Sorry dat het even duurde, ik heb de afgelopen weken echt enorm hard aan mijn Hongerspelen gewerkt, maar nu leek mij wel het goede moment om dit even te updaten. Ik zit op dit moment midden in het bloedbad en af en toe wil je gewoon even ergens anders aan schrijven dan de Hongerspelen, en dan kan ik natuurlijk dit doen!

Ik hoop dat jullie het een leuk hoofdstuk vonden, ikzelf ben er tevreden mee! Ik vind zelf Radka een heel erg leuk karakter om te schrijven en haar verhaallijn met Borya is ook zo leuk! Ik heb wel wat minder weggegeven over Durmstrang. Over Zweinstein weten we natuurlijk alles en het Palace is gewoon heel erg belangrijk omdat het Toernooi zich daar zal afspelen. Circelios en Durmstrang zijn allebei minder belangrijk, daarom heb ik die ook wat minder beschreven. Circelios net iets meer, omdat ik die sfeer zelf erg leuk vind, haha!

En Myron, de laatste tribuut die is ingestuurd! Ik vond de eerste scene erg leuk om te schrijven en ik vind zijn broertje zo schattig! Hij is ook weer helemaal anders dan Radka, en ook anders dan Blaze en Aurore. Tot nu toe vier totaal verschillende personen, wat ik echt super vind! Hopelijk lukken de volgende twee ook weer goed! ;)

Ik wil nog wel even mededelen dat er misschien enkele spelfouten in het hoofdstuk kunnen zitten. Ik heb het niet al te nauwkeurig nagekeken, haha! Maar als je een foutje opmerkt ben ik altijd blij het te weten! :)

Het volgende hoofdstuk wordt de reis naar de Beauxbatons vanuit een Zweinstein-scholier en een Durmstrang-scholier, wat natuurlijk een heel ander soort hoofdstuk wordt. Ik heb er zin in!

En natuurlijk wil ik greendiamond123 en Jade Lammourgy bedanken voor hun tributen en Jade natuurlijk voor haar hulp! ;)

Vergeet niet een review achter te laten, ik wil graag weten wat je van het hoofdstuk vond!

Tot het volgende hoofdstuk!

Levi :)