Hoofdstuk 2 : de tafels zijn gekeerd.
Toen Zuko terug aankwam op zijn schip legde hij Katara in een klein net opgeknapt kamertje. Net voordat hij een wit laken over Katara wou leggen zag hij dat haar kleren nat waren. Er vloog een rare gedachte door zijn hoofd maar liet geen emoties of expressies op zijn gezicht zien. Een prins mocht immers nooit zijn emoties laten zien ook niet als hij alleen was en zeker niet in bijzijn van anderen.
Er waren geen enkele vrouwen aan boord buiten Katara. Zuko zorgde ervoor dat de wachters niks zouden proberen te doen met Katara. Hij liep naar het meisje stil en voet voor voet. De kleren waren vuil en nat.
Hij dacht wat in zichzelf. Waar kwam deze suffige en aardige kant van hem vandaan? Hij zat midden in een oorlog op zoek naar de beroemde avatar, die de vuurnatie kon helpen de wereld over te nemen. Of alles zou vernietigen, hem, zijn vader en alle andere van de vuurnatie.
Niks, herhaalde hij in zichzelf, niks zou hem stoppen om zijn doel te bereiken. En zeker niet een zwak watermeester meisje in een kleine kamer.
Hij moest de avatar vinden, en zou het meisje gebruiken om de laatste luchtmeester te vinden. Maar hij zou het meisje niet erg goed kunnen gebruiken als ze erg ziek hij zou zijn en zo onmogelijk informatie kunnen geven over de avatar.
Snel voordat Zuko zijn gedachten veranderde, deed Zuko Katara's blauwe kleed uit (gelukkig werd ze niet wakker). Tot zijn verwondering droeg het meisje nog een kleed tussen het blauwe kleed. Dit was zeer dun en ook nat. Hij wende zijn ogen af en besliste dat het meisje moest overleven. Hij had nog ergere dingen gezien dan halfnaakte meisjes (zoals dode mensen op een oorlogsveld) maar godzijdank was hij een prins. Hij bedoelde niet dat hij overal alle meisjes zou uitkleden.
Hij trok een wit laken over Katara, en liep naar buiten hij gaf een bevel aan 2 soldaten zij moesten de kamer bewaken en niemand binnen laten alleen de prins en een dienaar die haar eten bracht en haar zou verzorgen. Het meisje was de sleutel naar de avatar hij zou er voor zorgen dat het meisje niks overkwam.
Toen de prins verder liep zagen de 2 soldaten dat Zuko de kleren van het meisje in zijn handen had de 2 soldaten kregen toen wat rare gedachten maar zeiden niks.
Hij stapte af van zijn schip en stond zo terug op het eiland hij merkte de troepen op die op zij bevel achter de avatar waren aan het zoeken ze kwamen terug met lege handen. Ze trilden en waren zeer moe. Voordat de irritante kapitein iets kon zeggen of met een stom excuus afkwam stak Zuko zijn hand op hij was een beetje teleurgesteld. Hij had ook niet verwacht dat een klein groepje soldaten de avatar en het meisje haar broer zou vinden. Het was een te kleine groep om over zo een groot eiland te zoeken. Hij bevoelde de soldaten te gaan slapen in de cabines op het schip. Hij had nog wel wat andere zaken te regelen.
Hij beklom de heuvels in de duinen tot waar het zand en gras en bos elkaar kruiste. Hij koos een stevige boom en nam een scherp mes in zijn linkerhand. Hij had al een plan bedacht hoe hij de kleren van Katara zou behandelen.
Hij gooide de kleren van Katara in de lucht. Hij nam zijn mes vakkundig vast en maakte de kleren vast aan de stevige boomstam. Hij wist dat de avatar deze boodschap wel zou begrijpen. Hij draaide om en ging naar zijn schip hij bevoel de kapitein onmiddellijk te vertrekken.
Wanneer Katara eindelijk wakker werd had ze het zeer koud, en moest ze weer dringend plassen. Ze kon niets doen tegen de temperatuur en de damp. Ze had net opgemerkt dat ze alleen haar ondergoed nog aan had en haar kleren weg waren. Ze probeerde niet te denken wie haar had uitgekleed ze hoopte dat het een vrouw was geweest.
Een bruin-rode tuniek en een lange zwarte broek hingen over de stoel die vastgenageld was aan de vloer waar ze was . Waarschijnlijk was ze op een schip de meubelstukken waren zwaar en stonden stevig vast op de grond zodat ze niet stuk zouden gaan tijdens een hevige storm.
Ontsnappen stond als eerste in haar gedachten, maar ze kon moeilijk half naakt in het schip gaan rondlopen maar nu ze de kleren had opgemerkt kon ze weg. Ze nam de tuniek en inspecteerde het. Er waren mysterieuze plekken op en het rookte alsof het niet gewassen was. Het was een beetje te groot voor haar schouders en armen maar ze rolde haar mouwen op zodat haar handen vrij waren. Het shirt was redelijk lang maar daar kon ze niks aan doen. Er was geen riem of zo. De broek was redelijk lang maar spande aan haar heupen.( niets om te laten zien hè Sokka dacht ze) ze rolde de broek op tot aan haar knieën zodat ze zeker niet zou struikelen.
Nu dat ze kleren had. Ging ze zoeken voor een pot in de kamer. Niet dat er veel was om te doorzoeken. Een kot, een stoel, een kussen en een lakenwaren de enige spullen in de kamer. Er was zelfs geen raam, maar toch hoorde het water stromen aan de andere kant van de muur. Ze vaarde door de oceaan, dit betekende dat ze weg vaarde van het eiland. Ze stopte er mee om aan ingewikkelde dingen te denken tot nu toe. De kamer was zeer klein waar ze wat claustrofobisch van werd. Ze moest echt aan andere dingen denken voordat ze in paniek zou schieten.
Ze stapte naar de deur en begon er op te kloppen. "hallo, is daar iemand?" . ze rammelde wat met de deurknop, de deur was natuurlijk gesloten.
De wachters keken elkaar heel ongemakkelijk aan. De prins had niet gezegd wat ze moesten doen als het meisje wakker werd.
Katara ergerde zich en dacht dat ze nooit iemand vond ze schoot wat in paniek. Ze konden haar toch niet helemaal alleen laten op dat schip. Ze begon harder te slaan op de deur " HEY! Hey! Laat me hieruit!" riep ze.
Een wachter keek naar zijn partner, die een kleine snor had."misschien moeten we de prins gaan halen?"
Snorremans knikte en ging weg, die nog even naar de deur keek. Het meisje begon nog meer kabaal te maken en harder op de deur te slaan.
"hey, HEY JULLIE SUFFERDS! Ik kan jullie wel horen!" alle mensen negeerde Katara die haar dus ook steeds kwader maakten. Waarom luisterde niemand naar haar?
"hou je mond." Zei de ene soldaat. Hopelijk geraakte hij niet in de problemen voor het praten met de gevangene. Prins Zuko gaf veel om de veiligheid van het meisje, en straffen zouden volgen als er iets zou gebeuren met het meisje.
Snorremans kwam terug en had een touw in zijn handen. "de prins komt binnen een minuutje. Hij wil dat we haar nu vastbinden."
Toen de soldaten binnenkwamen zagen ze dat het meisje achteruitstapte van hen. "wie zijn jullie?" ze had verwacht dat prins Zuko binnen zou komen.
Zonder een zwaard begonnen de 2 haar handen vast te binden en daarna bonden ze haar vast aan de stoel. Eerst stribbelde ze wat tegen door te slaan en te draaien maar ze wist dat dat hulpeloos was. Het waren er 2, 2 volgroeide mannen, groter en sterker, tegen haar 1 tiener die veel kleiner en zwakker was.
Hun taak was af, de prins kwam net binnen toen de soldaten naar buiten gingen. De soldaten ontvingen een signaal van de prins en deden dus de deur achter hen dicht.
De prins en het meisje keken elkaar heel voorzichtig aan, katara vanaf haar gebonden positie in de stoel en Zuko die naar beneden keek. Hun ogen keken elkaar aan voor de 2de maal voordat katara wegkeek naar die haatvolle brandende gele ogen.
"waar is de avatar?" zei hij simpel.
"stel geen stomme vragen!" riep ze terug.
"stomme vragen, meisje?" en zijn ogen versmalden
"je weet dat ik nooit zou vertellen waar mijn vrienden zijn!" zei ze vijandelijk terwijl ze haar hoofd arrogant van de prins wegdraaide. Vanbinnen rilde ze. "je moet niks proberen, je hebt waarschijnlijk al het hele eiland afgezocht en hem gevonden!" Zuko wist niet waar Aang was, en Katara ook niet, realiseerde Katara met een zinkend gevoel. Als ze niet op het eiland waren… zouden ze haar dan zijn aan het zoeken? Of hadden ze haar vergeten. Ze probeerde die gedachten kwijt te raken. Ze had nu wel met andere dingen te maken. Bijvoorbeeld, de prins.
In 1 flits stond hij recht voor haar, zijn vingers grepen haar kin en probeerde haar te laten kijken in zijn gezicht. Hij bestudeerde haar ogen voorzichtig. Katara keek weg. "jij weet ook niet waar ze zijn." Zei hij kalm, en liet Katara los. Een sarcastische, gemene blik kwam tevoorschijn op zijn gezicht. "niet dat dat iets uitmaakt."
Katar weigerde naar Zuko te kijken. In plaats daarvan focuste ze haar op de houten vloer. Ze kon het niet helpen te geloven dat hij zijn zoektocht naar Aang had opgegeven nu hij haar had." Was dat niet waar hij op duidde met zijn hele "niet dat dat iets uitmaakt." Nonsens. Hij zou toch niet denken dat zij de avatar was, ofwel? Waarom wou de prins niet weten waar de avatar was? Was dit niet zijn punt voor zijn hele achtervolging rond de wereld?
Zuko stond op, met zijn armen gekruist voor zijn borstkast. "ik ga mijn tijd niet meer verspillen aan die avatar."
Katara keek omhoog met een glans op haar gezicht. Ze was curieus waarom hij deze gekke zo onprinselijke Zuko dingen zei.
Hij verbrede zijn lacherige grijns, en ging verder "oh nee, voor deze lange tijd zal het de avatar zijn die mij achtervolgt."
" en dat allemaal dankzij de vrouw waar tegen ik nu spreek die hier aanwezig is op mijn schip." Zei hij met nog steeds de gemene grijns op zijn gezicht hij draaide om en stapte uit de kamer, die hij sloot achter hem.
Achter hem zat de nog steeds vastgebonden Katara die nu berijpte waarover de kwade bastaard had gesproken. Op een of andere manier wist Aang nu dat zij met de vuurmeesters was. En met hoop haar te bevrijden zouden Aang en haar broer overal Zuko's boot achtervolgen.
Ze liet een kleine schreeuw uit van frustratie.
Na haar net ontdekte kamer had ze nog geen tijd gekregen om in bad te gaan.
Terug aan de kust werden Sokka en Aang wakker die realiseerde dat het jonge meisje niet meer bij hun was. na 2 uur zoeken vonden ze de kleren die Zuko had achtergelaten aan een boom. Aang zag het vuurnatie teken op het mes.
"Vuurmeesters." Fluisterde Aang.
