Hoofdstuk 3
De zon was al bijna onder. De straten van het district werden langzamerhand gehuld in het duisternis. Overal sprongen kleine lichtjes aan wat een gezellige sfeer gaf,maar dat was het niet.
Morgan en ik stonden allebei nog steeds woedend tegenover elkaar. Ik begreep eigenlijk niet waar die woede vandaan kwam. Gaf Morgan nou om mij? Of was dit maar schijn?
Uiteindelijk brak ik het ijs. "Ik vind wel een slaapplaats". Morgan's woede ebde een beetje weg maar hij bleef me nog steeds boos aankijken. "En hoe denk je dat dan te gaan doen?" vroeg hij. Alweer kwam Morgan met een goed punt.
Eigenlijk was het wel gemakkelijk om een goede slaapplaats te vinden in het District. Vele mensen stonden er namelijk vaak voor open om andere mensen in hun huis te laten intrekken, maar dat gold vast niet voor een zwerver.
Een huis zelf bouwen was immers geen optie. De materialen voor een nieuw huis waren zo duur dat zelfs de rijkste mensen in het District er niet aan begonnen en meestal werden oude huizen die leeg stonden vaak gebruikt voor een beter doeleinde, zoals het oude huis van Thilde.
Mijn broer en ik hadden het vaak overwogen om in het oude huis van Thilde te wonen. Helaas vlak nadat wij de straat op waren gegaan had een jong stel zich ingetrokken in het huis. We waren toen erg teleurgesteld geweest en hadden zelfs nog geprobeerd om de mensen het huis te jagen, maar jammer genoeg was dat niet gelukt.
Ik kon ook gaan zoeken naar een andere oude man of vrouw die misschien net zoals Thilde voor mij wilde zorgen. Er waren genoeg oude mensen in het District, echter was ik bang dat me weer hetzelfde ging overkomen als met Thilde en dat na een tijdje de oude man of vrouw overleed en ik weer op straat stond. Nee, dat was ook geen optie.
Of ik kon ook natuurlijk uit het District ontsnappen en met allerlei dieren in het bos gaan wonen. Dan zou ik mijn dagen gaan slijten met kleren maken van het organisme om me heen en elke dag verse bessen en noten eten. Maar ik verwierp dat idee snel, het was toch onmogelijk
Ik had ook nog iets gehoord over District 13. Dat er nog steeds mensen leefde in dat gebied ondanks dat het een paar jaar geleden was vernietigt. Ik moest dan wel over de bergen heen en er was een grote kans dat District 13 niet eens bestond en dat er alleen maar een verlaten stuk land daar was.
Vluchten naar het Capitool was al helemaal geen optie. Ik zou dan dwars door alle Districten moeten en er was grote kans dat ik gauw herkent zou worden door de Capitool mensen. Iedereen had natuurlijk mijn broer in de hongerspelen gezien, dat was dan misschien het nadeel om een tweeling te zijn.
"Allison ik vroeg je wat" zei Morgan nors tegen me. Ik was zo in mijn gedachten bezig geweest dat ik niet gemerkt had dat ik nog steeds in gesprek was met Morgan. Even knipperde ik met mijn ogen.
"Sorry wat vroeg je ook alweer?". Morgan zuchtte en rolde met zijn ogen.
"En hoe denk je dat dan te gaan doen?" herhaalde hij zijn vraag.
"ik slaap deze week nog op straat en verder zie ik wel"
Maar Morgan accepteerde dat antwoord niet zo makkelijk. "Allison, je weet toch wel dat we het nu over jouw toekomst hebben? Je kunt niet zomaar mij negeren! Ik probeer hier jou te helpen Allison! Begrijp dat toch! Stel je voor dat de vredesbewakers dadelijk langs komen en jou meenemen? Voor het zelfde geld kan het zo zijn dat ze jou tot een Avox maken! Wil je dat?
Ik slikte. Dat was ook een optie geweest. Helaas wou ik eigenlijk liever die optie vermijden. Ik had er vaak genoeg over gehoord in het District maar ik kreeg er nu al nachtmerries van. Ze sneden namelijk je tong eruit en maakte je zo tot slaafje, zo'n leven wilde ik helemaal niet lijden.
"Natuurlijk wil ik geen Avox worden" antwoorden ik terug. "Maar wat moet ik dan doen?".
"Aha je geeft dus toe dat je het niet alleen kan". Boos wilde ik iets naar hem roepen dat het niet zo was, maar ik wist dat Morgan alweer gelijk had. Waarom moest Morgan toch altijd gelijk hebben?
Weer waren we stil voor een tijdje. Terwijl ik met mijn gevoelens worstelde stond Morgan met een diepe frons tegenover me. "Oké, je hebt gelijk" zei ik uiteindelijk. "ik kan inderdaad geen slaapplaats vinden. Zelfs al zou ik ervoor kunnen werken alsnog zou niemand me in zijn of haar huis laten!".
"En als ik jouw in huis neem?".
Met open mond staarde ik Morgan aan. Ik was overdonderd door dit verzoek en ik voelde hoe mijn keel opeens droog was geworden. "Je maakt een grapje toch?". Morgan keek me serieus aan en schudde van nee.
"Waarom zou ik een grapje maken? Ik ben toch een chagrijnige oude man?".
Dit voelde raar. Nog nooit in mijn leven had iemand mij sprakeloos gemaakt,zelfs Dylan was het niet gelukt. Niemand kon mij van mij stuk brengen. Scheldwoorden deden me niks, maar dit hoorde gewoon niet.
"Morgan meen je dit nou echt? Ik bedoel dit komt zo onverwachts" zei ik zachtjes.
"Ik had jullie twee al een tijdje in de smiezen, ik was al lang geleden van plan om jullie in huis te nemen". Maar helaas had ik niet voor mijn rekening gehouden dat je broer zich zelf ging aanbieden bij de hongerspelen". Een vonk van woede ging door me heen.
"Dus je zegt nu dat je de dood van mijn broer kon voorkomen?" zei ik met een licht geïrriteerde stem. Te laat besefte Morgan wat hij had gezegd.
"O nee Allison zo bedoelde ik het…". Maar hij kon zijn zin niet afmaken.
"Waarom heb je het niet eerder gezegd?!" schreeuwde ik boos naar hem.
Wat net nog een fijn gesprek had moeten zijn was helemaal de verkeerde kant op gegaan. Als ik het goed had begrepen had Morgan de dood van Dylan kunnen voorkomen. Hij had gezegd dat hij er al langer aan gedacht had om ons mee in zijn huis te nemen. Alleen was er nu geen "ons" maar een "ik", Dylan was er niet meer.
"Allison, ik begrijp het niet hoezo is het mijn schuld?". Morgan stond met zijn armen gespreid en keek me vragend aan.
"Dylan heeft zich zelf aangeboden bij de hongerspelen omdat hij een huis voor ons wilde verdienen!" schreeuwde ik tegen hem.
Geschrokken keek Morgan mij aan. "Was dat zijn reden?".
"Natuurlijk was dat zijn reden! Wat had je dan gedacht? Dat hij het voor de lol deed?" schreeuwde ik terug naar Morgan. Maar Morgan was nog niet uit het veld geslagen. "En hoe kon ik dat dan weten? Heb ik ook ooit met jullie gesprokken over dat soort dingen? Jullie spraken trouwens bijna nooit met iemand! Het is nu de eerste keer dat ik het hoor wat je broer van plan was geweest!"
Morgan had alweer gelijk. Het begon me nu echt de keel uit te hangen dat hij al de hele tijd gelijk had. "Waarom had je hem dan niet tegengehouden als je wilde dat we bij jou wilde intrekken?".
"Had je dat beter niet zelf kunnen doen? .Er was altijd grote kans dat je broer niet meer terug kwam toch?. Dus ga nu niet de schuld in mijn schoenen schuiven!". Morgan leek net mijn vader. Ook al had ik nooit een vader gehad, ik had het vaak genoeg gezien om het me te kunnen voorstellen hoe het was.
"Jij bent niet de baas over mij" schreeuwde ik tegen hem om het gesprek een andere wending te geven.
"O nee we gaan niet deze kant op, ik ben hier een conversatie met jou aan het voeren" riep Morgan in de verdediging. "Jij begint hier ruzie met mij te maken ik niet met jou! Het enige wat ik doe is een slaapplaats voor je aanbieden, ben je daar niet tevreden mee?".
Ik was sprakeloos, Morgan had inderdaad aangeboden om een slaapplaats aan te bieden en het eerste wat ik doe is hem meteen de schuld te geven van mijn problemen. Wat een verschrikkelijk persoon was ik.
"Allison begrijp me goed. Ik had het echt niet zo bedoeld". Ik staarde naar de grond. Ik durfde Morgan niet meer aan te kijken. Bang dat ik weer stomme dingen ging zeggen en dat hij nog een keer gelijk zou hebben.
Morgan stak zijn hand uit. "Laten we dit gesprek bij mijn huis voortzetten, iedereen staat te kijken". Snel wierp ik een vlugge blik op mijn omgeving, ik had helemaal niet in de gaten gehad dat het plein zich weer gevuld had met mensen. Vele mensen draaiden snel hun hoofd weg toen ze me zagen kijken en gingen weer verder waarmee ze bezig waren.
Ik knikte en pakte Morgans hand vast, hij voelde droog en rimpelig aan en ik had bijna de nijging om zijn hand los te laten. Terwijl we het plein afliepen veranderde de witte stenen in een klein paadje die slingerend zich een weg baande door het District.
De huizen werden steeds kleiner en meer vervallen naarmate je steeds meer het einde van het District naderde. Er waren ook minder lichtjes, waarschijnlijk omdat ze hier meer op hun kosten moesten letten voor stroom of ze juist vroeg wilde slapen.
Eindelijk kwamen we aan bij het einde van het District. De hekken van het District waren net onder stroom gezet en je kon de stroom zien oplichtte in de nacht. Aan het einde van het pad stond het huis van Morgan die ik eigenlijk nog nooit gezien had.
Het houten huis was helemaal zwart geblakerd aan de buitenkant en het stond zo scheef dat het dak bijna de grond raakte. De planken van de veranda van het huis staken overal uit en je moest waarschijnlijk uitkijken waar je liep ,als je niet een plank in je gezicht wilde krijgen. De ramen van het huis waren als enigste van het huis nog steeds intact. Kortom een huis waar ik me al thuis ging voelen als ik ernaar keek.
Terwijl we over het krakende trapje van de veranda liepen vroeg ik me af hoelang dit huis hier al stond. In ieder geval was Morgan er erg trots op want op de deur hing een bordje met "Welkom thuis" wat erg bevredigend aanvoelde. Morgan liet mijn hand los en met veel moeite probeerde hij de deur open te krijgen, wat hem uiteindelijk ook wel lukte.
Toen we binnen waren deed Morgan het licht huis was nog erger dan aan de buitenkant, overal waar je keek lag er rotzooi. Het huis bestond uit één ruimte wat misschien niet zo erg handig was. In de linkerhoek van de ruimte stond een klein fornuisje en een wastafel die vol zat met vieze vaat. Vermoedelijk lag die vaat er langer dan dit huis bestond. Verder stond er naast de wastafel een kleine tafel met twee stoelen die leken elk moment uit elkaar te kunnen vallen.
Een eenzaam bed stond helemaal achterin in de rechterhoek. Het was niet opgemaakt en het zag er heel erg vies uit, het dekbed was vast nooit gewassen. Aan de andere kant van het bed stond een bank met daarvoor een televisie wat me heel erg verbaasden. Misschien was Morgan toch rijker dan ik dacht.
Maar wat mij het meest intrigeerde was het grote schilderij dat je tegemoet lachte als je binnenkwam. Op de achtergrond van het schilderij kon je de grote bergen zien met hun witte ijstoppen. Het huis van Morgan stond er ook op maar hij was pas gebouwd, het dak stond niet scheef en hout van het huis had een mooie bruine kleur. Voor het huis stond een lachende jongere Morgan met een mooi gezond gebit in plaats van zijn gele en rotte tanden. Morgan had twee armen geslagen om twee jongens die boos hem van hun af wilde schudde. Het leek net een foto , zo mooi was het gemaakt.
Opeens besefte ik dat die twee jongens Morgans zoons moesten zijn. Ze leken echt sprekend op hem. Ze hadden allebei korte bruine krullen en dezelfde bruine ogen als hun vader. Ondanks dat ze alle twee krullen en bruine ogen hadden leken de twee jongens totaal niet op elkaar. De jongen links van Morgan was erg lang en zou wel een kop boven Morgan uitsteken als Morgan niet een arm om hem heen had geslagen. De jongen rechts van Morgan had dezelfde lengte als zijn vader en had allerlei kleine sproetjes om zijn neus . Ze keken allebei op de zelfde manier boos als hun vader.
Misschien was dat de reden geweest van Morgan om ons te laten in te trekken in zijn huis. Opeens schaamde ik me heel erg dat ik zo bot tegen hem had gedaan. Morgan had het heel goed bedoeld, hij miste gewoon zijn twee zoons. Maar misschien waren het zijn zoons helemaal niet en had ik me vergist. Dus besloot ik dat ik deze kwestie maar voor later te bewaren als het goed uitkwam.
Toen ik op keek om te kijken waar Morgan was zag ik hem bij het kleine tafeltje staan, hij was blijkbaar koffie gaan zetten. Hij had een trechter gestopt in een thermoskan terwijl hij er koffie poeder ingooiden. Hij draaide zich naar mij om en vroeg vriendelijk: "Koffie?". Ik knikte en liep naar hem toe.
Morgan was eindelijk klaar met koffie zetten en schonk koffie in twee zelfgemaakte bekers van aardewerk. Ze waren niet geverfd maar er stonden wel namen op. "Owen" en "Ben". Waarschijnlijk de namen van de twee jongens op het schilderij
We zaten een tijdje tegenover elkaar terwijl we stilletjes onze koffie dronken. "Het spijt me" zei ik tenslotte. "Het is al goed ik snapte je frustratie" antwoorden Morgan terug.
"Maar…" stamelde ik.
"Allison ik zei dat het goed was je hoeft je niet meer verder te verontschuldigen".Ik zuchtte. Het luchtte op om dat antwoord te horen van Morgan.
Morgan stond op. "Nou ik ga maar eens naar bed ik zoek even een deken voor je en dan kan je op de bank slapen".
"Mag ik dan blijven?" vroeg ik verbaast. "Had je me toen straks niet gehoord? Dit is je nieuwe thuis!" zei hij grijnzend. Ik lachte terug, ik wende nu al aan het idee om hier te wonen. Met een tevreden zucht kroop ik onder de deken die Morgan voor me gepakt had.
Helaas merkte ik na een tijdje dat ik de slaap niet kon vatten. Het idee dat Dylan er niet meer was beangstigde me toch heel erg. Dylan en ik hadden bijna acht jaar lang samen op straat geslapen en nu sliep ik helemaal alleen, zonder Dylan. Het was alsof er een grote leegte was achter gelaten in mijn hart. Ik draaide me om en probeerde mijn tranen achter te houden, ik had mezelf beloofd om niet te huilen.
Maar ik kon er niks aan doen, ik moest de hele tijd aan Dylan denken. Ik mistte nu al de manier waarop hij me aan het lachen kon krijgen en hoe ik altijd zijn problemen moest oplossen. Ik voelde hoe de tranen achter mijn ogen brandde toen ik Dylan's lachende gezicht voor me zag. Het was gewoon niet eerlijk!
Terwijl ik vocht tegen mijn tranen begonnen er opeens allerlei herinneringen naar boven te komen. Alles wat ik tot nu toe met Dylan had meegemaakt leek zich weer allemaal te herhalen, maar ik besefte nu pas echt dat Dylan nooit meer zou terug komen. Zijn lieve lach, onhandige uiterlijk en vooral het grappige geluidje wat hij maakte als hij sliep, het zou nooit meer terugkomen.
Ik beet op mijn lip en draaide me om en begon weer te woelen. Ik zuchtte en trok de deken van me af, dan maar een wandeling. Misschien helpt dat eerder dan hier de hele tijd te blijven liggen en te piekeren. Ik wou net mijn oude versleten schoenen aan doen, toen ik opeens een raar geluidje hoorde.
Geschrokken keek ik om me heen en keek waar het geluid vandaan kwam. Even had ik het gevoel dat Dylan in het bed lag dat in de hoek van de kamer stond. " Dylan?" fluisterde ik zachtjes. Voorzichtig liep ik naar het bed toe en keek wie er onder lag, het was Morgan. ik grijnsde, Morgan maakte precies hetzelfde geluid als Dylan.
Voetje voor voetje sloop ik weer terug naar de bank en kroop weer onder de deken. Terwijl ik luisterde naar het grappige geluid dat Morgan voorbracht voelde ik mezelf een beetje kalmeren. Misschien was mijn verdrietig toch niet zo erg als Morgan erbij was.
En met die gedachte viel ik uiteindelijk in een droomloze slaap.
Hier is Hoofdstuk 3 :) Ik hoop dat jullie dit hoofdstuk leuk zullen vinden, ik heb er namelijk heel erg mijn best op gedaan. Ik wil heel graag mijn Beta Serenetie-Ischida die mij heel veel tips heeft gegeven om dit hoofdstuk beter te maken. Ook wil ik XxwhitechocolatexX bedanken die heel veel ideeën heeft geven.
Dit hoofdstuk is al veel langer dan de vorige hoofdstukken maar toch vraag ik jullie om een review te schrijven zodat ik de volgende hoofdstukken nog beter kan maken ;)
xxx Indontknow
