Coriolanus Snow, Het Capitool, 09:56

"Ping." Ik kijk op van mijn blad wanneer ik de melding hoor van een nieuw bericht. Met een snelle klik open ik het mailtje. Aha, denk ik als ik zie dat het van mijn persoonlijke arts kom. De laatste tijd heb ik wat last van bloeduitstortingen in mijn mond. Snel doorlees ik het verslag tot plots iemand op de deur klopt. Haastig sluit ik het venster en duw het scherm van mijn laptop weer naar beneden. Het blad waar ik mee bezig was neem ik weer voor me en roep: "Binnen."

Egeria doet de deur open en komt de kamer binnengelopen. "Goeiemorgen meneer," zegt ze. "Ik heb de uitslag van de voorspellingen." Het moment van de waarheid. Niet dat die voorspellingen veel uitmaken. De Nationale Nieuws Redactie zit er toch vaak naast. Toch ben ik benieuwd naar de resultaten. De NNR brengt telkens in aanloop van de verkiezingen van de regering of van een president een speciale papieren editie uit met hun voorspellingen over wie de opvolger zou zijn. Zwijgend neem ik de resultaten van Egeria aan en knik dat ze mijn kantoor mag verlaten. Pas als ze weg is sla ik een blik op de voorpagina van de krant. Opzich verbaast me het niet helemaal maar toch ben ik een heel klein beetje terleurgesteld: ik sta niet op nummer 1. Ik blijf en blijf de titel herhalen in mijn hoofd: "Stucci topfavoriet." Zonder de krant nog maar één blik te gunnen open ik mijn laptop terug. Er moeten dringende maatregelen getroffen worden.

President Elmera, Initium Novum, 10:03

Met een enorme zucht ga ik terug zitten in mijn stoel. Ik kan mezelf wel voor de kop slaan. We hadden het moeten zien aankomen. We weten allemaal waartoe Panem instaat is. Ik herinner me het nog alsof het gisteren was. De aanslag. Zo'n dertig jaar geleden.

"Hemeltjelief!" hoor ik mijn mama overdonderd roepen vanuit de woonkamer. "Mama? Wat is er?" vraag ik verontrustend terwijl ik de trap afdender. "Schat," hoor ik haar," blijf boven! Ik moet even weg." Zonder een woord te zeggen loop ik de trap terug op. Het is pas wanneer ik de deur hoor dicht slaan dat ik me haast naar de huiskamer. De televisie staat aan. Nieuwsanker Daley Morris is in beeld. "Het land is in nationale rouw." hoor ik hem zeggen. Verward kijk en luister ik verder. "Onze reporter staat nu rechtstreeks voor het presidentieel paleis." zegt Morris. Hij heeft zijn zin nog niet afgemaakt of er verschijnt een vrouw op een scherm achter Daley. "Hallo Indi. Wat is er nu precies gebeurt?" vraagt hij. "De auto van onze geliefde president Eden is ongeveer een half uur geleden ontploft."Vol ongeloof luister ik verder. "Wat is precies gebeurd?" vraagt Daley. "We hebben geen enkel idee,"antwoord ze." De auto was volgens een woordvoerder van de president laatst nog op controle geweest en toen was alles nog dik in orde." Daley knikt even bevestigend." Kunnen we denken aan kwaad opzet?" vraagt het nieuwsanker daarna. "We mogen niks uitsluiten." antwoord ze. "Oké," zegt Daley." Dankjewel Indi." Langzaam aan loop ik voetje voor voetje achteruit tot ik de zetel vind. Ik leg me er in neer en draai mezelf in een bolletje. Ik sla mijn handen voor mijn gezicht en begin te roepen en tieren. Nee, niet jij papa!

"Mevrouw?" vraagt Nisan. Met een schok schiet ik wakker uit mijn herrineringen. "Oh sorry.' zeg ik verontschuldigend. " We hadden dit moeten zien aankomen!" herhaal ik mijn gedachten. Iedereen zwijgt. Ze weten dat ik gelijk heb. "Is wat het is wel wat het is?" vraagt Alexandra. "Begin alstublieft niet met je filosofisch gezever." mompelt Nisan stil zodat enkel ik het kan horen. Ik grinnik even. "Wat bedoel je?" vraag ik. "Zou het niet kunnen dat Snow ons op het verkeerde been probeert te zetten? Misschien heeft hij door dat Egeria een spion is?" Ik knik even. "Tja, dat zou wel eens kunnen." zeg ik. "Inderdaad," beaamt Nisan. "Met Panem weet je nooit."

Die avond als ik in mijn bed kruip weet ik al heel snel dat ik niet zal kunnen slapen. Het voordeel aan alleen wonen is dat je niemand stoort met je gewoel. Na een kwartiertje ben ik het beu en sta op uit bed. Ik loop de trap af naar beneden en steek mijn computer aan in de woonkamer. Snel ga ik nog naar de keuken om een lekkere grote kop warme chocomelk te maken. Ondertussen hoor ik het bekende geluidje dat hij is opgestart. Net voor ik wil gaan zitten voor mijn scherm rinkelt de telefoon. Verbaasd zet ik mijn mok neer. Wie kan dat nu nog zien? "Met Elmera." zeg ik. "Alexandra hier," hoor ik een bekende stem. " Kan je zo snel mogelijk naar het Presidentieel Paleis komen? We zitten met een Code Zwart." Hemel, Code Zwart! Ik weet wat dat betekent. "Ik ben daar binnen tien minuten!"

Even later stopt mijn wagen voor het Paleis. Ik bedankt mijn chauffeur en stap uit. Een bediende staat me buiten op te wachten met een paraplu. Het is beginnen regenen. Dankbaar neem ik hem aan en haast me het gebouw in. In de inkomsthal is niemand aanwezig. Behalve ikzelf en de bediende dan. Normaal gezien zouden de ayuda's hier moeten rondlopen. Nu ja, ze zullen wel op een andere verdieping bezig zijn. "Elmera," hoor ik iemand zeggen. "Goed dat je er bent." Alexandra komt de trappenhal uit. "Is het erg?" vraag ik verontrustend. "Oordeel zelf straks." zegt ze een bitter. Samen lopen we de trappen op naar mijn kantoor. Jammer genoeg werken de liften niet tussen middernacht en vijf uur. "Waar zijn de ayuda's?" vraag ik hijgend aan Alexandra. Die trappen kan ik echt niet meer aan. "Nisan zei dat hij ze naar huis heeft gestuurd. We willen liever geen pottenkijkers hé." Ik knik. Met een enorme klap zwaaien mijn kantoordeuren open. Nisan staat aan het raam met zijn rug naar ons toe. "Elmera," zegt hij, " er is slecht nieuws uit Dertien." Mijn voorgevoel klopt. Dertien zit in de problemen. We hadden afgesproken met het ondergrondse District uit Panem dat we zo weinig mogelijk contact zouden hebben, zodat het Capitool niks belangrijk te weten zou komen. Enkel als er problemen zouden zijn gingen we contact opnemen. Nisan draait zich om en rijkt me een blad aan. Het is een schermafbeelding van een mailtje dat hij gekregen heeft.

Alma Coin, District 13, 10:37

"Welkom heren," verwelkom ik de ministers als ze het hoofdkwartier binnenlopen," We hebben veel te bespreken, maar er is niet zo veel tijd. Dus we gaan niet treuzelen." Hier en daar klinkt wat gemompel over mijn eeuwige gejaagdheid. Maar stilstaan is achteruitgaan. "Sinds mijn vader nog steeds ziek is leid ik de vergadering opnieuw. De punten op onze agenda zijn de problemen in 6, de evalutie van de rampoefening en als laatste: de boete van morgen." Naast mij hoor ik een diep gezucht. "Ja, wij kennen ondertussen jouw standpunt al , minister Cauwens." merk ik zachtjes op. Moesten blikken kunnen doden. " Merin, het woord is aan jou." zeg ik. hij pakt zijn notities en de chip met filmpjes en foto's bij elkaar en loopt naar het grote aanraakscherm. Hij steekt de chip in de daarvoorziene gleuf en er verschijnt een vakje op het scherm met allerlei bestanden. Hij drukt op een touchscreen en een reeks met foto's speelt zich vanzelf af. Hij draait zich om naar de tafel waar ik en de ministers zitten en start:" Eergisterenavond is in 6 een fabriek ontploft. Dat hebben onze contactpersonen laten weten vanochtend. Daardoor zal er een tijdje geen kleding op de markt zijn voor de bewoners in het Capitool en de Districten" Een minister wat verderop zucht even en zegt: "Wat is het probleem? Dat die zotten geen nieuwe pruiken zullen kunnen kopen. Volgend punt op de agenda, zou ik zeggen."

"Sorry? Ik bepaal wanneer een onderwerp afgerond is!" antwoord ik een beetje boos.

"Dankuwel mevrouw en volgens mij is dat ons probleem juist wel! Dit is een eerste teken!" Ik snap niet goed wat hij bedoelt en vraag: "Hoe bedoel je? Een teken?"

"Wel, het was geen ongeluk. Het was een aanslag. De mensen in zes hebben tegen het regime ingewerkt. Geloof me, dit is een teken van rebellie. " Wat hij zegt kan wel kloppen. Alleen heb ik beloofd aan mijn vader om dit soort zaken met rust te laten. "Merin, kan ik je na de vergadering even spreken?" vraagt ik " Natuurlijk, mevrouw." Antwoordt hij. "Goed. Dat onderwerp is dan voorlopig afgesloten voor vandaag. Volgend punt is de evaluatie van de evacuatie van niveau 5 van vorige week. Boggs, laat ons niet langer in spanning en geef ons de cijfers." zeg ik. "Wel," antwoord Boggs," de evacuatie naar de onderste bunkers verliep 2 minuten korter dan de vorige keer."

"Dat klinkt alvast veelbelovend. Hoeveel tijd hadden we nodig om alles af te sluiten?" vraagt de president. "We waren in totaal 1 minuut sneller klaar met de evacuatie en de afsluiting." antwoord hij. Tevreden knik ik. "Goed. Het laatste punt op de agenda is de Boete van dit jaar. Hierna mogen jullie je gebruikelijke roosters weer volgen. De Minister van het Capitoolbeleid is spijtig genoeg ook ziek dus ik zal jullie de nodige informatie verschaffen." Ik sta op van mijn stoel en steek een andere chip in de gleuf waardoor er een kaart van Panem verschijnt op het scherm achter me. "De eerste Boete start in 7, daarna is 11 aan de beurt. 8,2,12,6,4,9,5,10,3 en 1 komen daarna." Per genoemde District licht er een symbooltje op die de volgorde aangeeft. "Oké, dit was het voor vandaag…" De ministers beginnen rustig te keuvel onder elkaar waardoor de hele ruimte plots gevuld wordt met gebabbel. "Mevrouw de president, 4 hovercrafts van het Capitool komen vanuit District 5 onze kant op." Hoor ik plots door het oortje dat me verbindt met de controlekamer. Verdorie. "Wacht!" schreeuw ik plots. Geschrokken kijken de Ministers op van hun gesprek. "Sorry," verontschuldig ik me," er komen hovercrafts onze kant op." Ik tik vlug wat bevelen in voor de mensen in de controlekamer op mijn tablet en vertrek naar de controlekamer, gevolgd door de Minister van Defensie. Onmiddellijk begint het alarm te loeien die je niet kan negeren. "Geef me alle mogelijke updates" zeg ik zo kalm als ik maar kan tegen de stem in mijn oor. "Eén hovercraft heeft de groep verlaten richting het Capitool maar de andere blijven snel onze kant op komen." De Minister van Defensie kijkt me vragend aan. "Nog iets?" vraag ik hem. "Voorlopig niet." antwoord de stem uit de controle kamer. We zijn aan het einde van de gang, bij de lift die klaar staat voor noodgevallen. "En?" vraagt de minister terwijl we instappen. "Niks nieuws." antwoord ik kort.

"Ah mevrouw. Eindelijk." zegt Ignis, onderbevelhebber van defensie. Ze knikt even naar de minister. "Hoe ver zijn de hovercrafts nog verwijderd?" vraagt hij haar. "Zo'n goeie tien minuten." Antwoord ze. Snel overweeg ik alle mogelijke opties. Niet dat er zoveel mogelijkheden zijn. Kalm kijk ik de minister aan. Ik weet wat hij denkt. En ik ben er mee akkoord. "We zijn passief. Wij vallen niet aan. Wacht todat zij eerst aangevallen hebben. Misschien is het gewoon een patrouille. "Wat gaat u doen mevrouw?" vraagt Ignis als ze ziet dat ik wegloop. "Ik moet nog iets regelen in het hoofdkwartier," zeg ik haar," ik ben direct terug."

Ik loop de controlekamer uit naar de trappen. De lift is veel te traag. Ik loop met 2 trappen tegelijk naar boven tot ik op de juiste verdieping ben en ren daar naar mijn compartiment. Ik moet niks regelen in het hoofdkwartier. Ik moet iets halen uit mijn kamer. Zenuwachtig probeer ik de sleutel in het slot te steken. Razendsnel smijt ik de deur open wanneer het slot openklikt, waardoor hij bijna uit zijn lid schiet. Waar is de box? Waar is die doos met herrineringen van vroeger? Ik trek alle lades open, haal alles eruit. Niks. Ik smijt m'n matras van m'n bed. Niks. Het luik. Het zit in het luik. "Hoelang heb ik nog?" vraag ik aan mijn oortje. "3 minuten, mevrouw." Jaren geleden, toen ik verhuisde naar dit compartiment omdat het dichter is bij het hoofdkwartier, heb ik een bergruimte laten maken onder de eettafel. Oorspronkelijk was het bedoeld om lakens en handdoeken in te steken omdat ik minder kasten heb. Een hele tijd later heb ik de Doos daar in gestoken. Dat heb ik gedaan omdat ik 's avonds eens thuis kwam met de deur wagenwijd open. Gelukkig was er niks gestolen. Wat later kwam het uit dat het kinderen waren die aan het spelen waren in de gangen. Ik schuif de tafel weg en trek het luik open. Ik trek de doos uit het gat en loop terug de gang op. "Mevrouw, kom nu terug naar de controle kamer!" hoor ik Ignis nu plots door mijn oor. "Ik...kom eraan" hijg ik. Mijn conditie trekt op niks, bedenk ik me. Bij de trappen loop ik weer per twee naar beneden. Beneden aan de trappen staat Ignis op me te wachten. "Kom, snel!" Samen rennen we naar de controle kamer. In mijn oor hoor ik.:"Nog 30 seconden." Als we de controlekamer binnen zijn smijt ik ook hier weer de deur toe. "Wat bent u gaan halen?" vraagt Ignis me. Ik negeer haar, zet mijn box neer en loop naar één van de schermen. "Is iedereen beneden?" vraag ik aan niemand in het bijzonder. "Iedereen, behalve wij natuurlijk, de deuren zijn net dicht." hoor ik iemand zeggen. Net op dat moment gaat het alarm uit. "10 seconden voor bereik." Ik sluit mijn ogen. "9,8,7" Alstublieft."6,5,4"

Laat het gewoon een controlevlucht zijn."3,2,1" Ik houd mijn adem in. Pas na 5 seconden durf ik terug een hap adem te nemen. Niks. Geen bombardementen.

Aandachtig volgt iedereen de schermen. 2 hovercrafts vertragen en landen nog geen 100 meter van het oude Justitiegebouw, vlak boven ons. De andere vliegen gewoon door. Over onze schuilplaats, verder naar de Grens van Panem. De Grens is een muur die de regering van Panem meer dan 100 jaar geleden heeft gebouwd. De muur zorgt ervoor dat wat vroeger Noord-Amerika, nu Panem, gescheiden wordt van de Wildernis, vroeger Zuid-Amerika. "Er moet iets gebeurt zijn." merkt iemand op. "Inderdaad," zeg ik kalm," maar wat doen die 2 hovercrafts hier?" Alsof er even later een signaal klinkt stijgen de hovercrafts weer op en vliegen razendsnel door in dezelfde richting als de andere hovercrafts.

"Pieep, piep,piep..." Ignis duwt de mensen aan de kant en loopt naar een ander scherm. Snel volg ik haar. "Mevrouw," zegt ze ongerust en gespannen," er komen nog 10 hovercrafts onze kant op."

"Sturen we er ook een hovercraft op af?" vraagt de Minister van Defensie ons. "Neen," zeg ik hem,"zelfs met ons onzichtbaarheidsschild kunnen ze ons waarschijnlijk nog traceren. Wat stel jij voor, Ignis?"

"Stuur 2 zwaarbewapende jeeps erop af?" zegt ze voorzichtig. "Goed plan," zeg ik haar. Ik loop terug naar de groep mensen die voor een scherm staan te kijken naar de vliegende hovercrafts.

"Iemand, laat Boggs naar hangar 8 komen met 20 goed getrainde soldaten. Sluit daarna de deuren weer. We wachten om de burgers weer naar boven te brengen todat de hovercrafts weer in District 2 of het Capitool zijn." zeg ik ze. "Kom, we gaan naar de hangar" zeg ik tegen Ignis en de minister. Samen lopen we naar de lift. Nu kunnen we niet met de trappen. Het is te ver. We stappen de lift in. De minister scant zijn badge en we kunnen op de juiste knop drukken. Nog geen seconde later zijn we vertrokken. "Oke, we laten 2 jeeps vertrekken naar de Grens. Die is maar 12 kilometer ver." Ignis en de minister knikken. Toch kijkt hij een beetje bezorgd. "Is Boggs wel betrouwbaar gezien zijn achtergrond?" vraagt hij vertwijfelend. Boos antwoord ik:" Boggs is zeker betrouwbaar! Hij is hier nu al 3 jaar en heeft zijn opleiding met glans doorstaan! Zijn achtergrond heeft hier niks mee te maken."

Pff, zijn achtergrond. Wat een sukkel. Hij weet dat Boggs geen achtergrond heeft. We zijn hem 3 jaar geleden tegen gekomen tijdens een controlerit rond de Grens. Geen idee van waar hij kwam. Hij had geheugenverlies. We dachten eerst dat hij uit 11 kwam gezien zijn lichaamsbouw, maar dat is te ver weg. We vlogen hem over naar ons ziekenhuis en toen hij wakker werd wist hij helemaal niks meer.

"Boggs, je weet wat je te doen staat?" vraag ik hem als de deuren open gaan. Hij staat ons op te wachten aan de liftdeir. "Ja, ik kreeg net een update via het oortje." antwoord hij. "Goed." knikt Ignis. In haar stem kan je horen dat hij kan beschikken. En dat heeft hij ook door. De enorme poorten van de hangar gaan open. Langzaam aan vertrekt de eerste jeep gevolgd door de tweede. De laatste is nog maar de deur uit of de poort gaat alweer toe. Ignis, ik en de Minister begeven ons weer richting de lift. De deuren staan nog open. Er valt een onaangename stilte over ons heen. Ik ben nog steeds boos op de Minister. Als de deuren van de lift weer opengaan staat er weer iemand op me te wachten. Op haar naamkaartje lees ik dat ze Hanna heet. "Mevrouw," zegt ze. "Ik heb slecht nieuws voor u." Ignis en de Minister voelen dat ze teveel zijn en gaan het hoofdkwartier binnen. "Wat is er?" vraag ik verontrustend. "Uw vader is zonet overleden."

Eerst wil ik Azmidiske87 bedanken voor haar snelle reviews! Het doet echt deugd om die te lezen. Het zou kunnen dat het laatste deel van dit hoofdstuk nogal hectisch overkomt, maar het is best een essentieel deel van het verhaal. Als er vragen of opmerkingen zijn, laat ze maar komen Tot de volgende!