Hoofdstuk 3
"Wat?", bracht Lynn uit. "Dat kan je niet menen!"
"Ik hoorde van Spartan, het spijt me erg dat je hem bent verloren.", zei Rouse. Echter klonk er niets van medeleven in zijn stem en leek hij dit niet te menen. Die grijns op zijn gezicht zou Lynn maar wat graag van zijn gezicht willen vegen, maar ze hield zich in.
"Graag zou ik je dit paard, deze hengst die in doen, laten en uiterlijk op Spartan lijkt, aan jou willen geven. Opdat wij samen buitenritten kunnen maken door de heuvels en over het land, opdat jij je liefde voor het rijden weer kan herwinnen en –"
"Nee.", onderbrak Lynn hem boos. Ze sloeg haar armen over elkaar en keek Rouse strak in zijn ogen. Rouse knipperde even met zijn ogen en was van zijn stuk gebracht toen hij haar dit ene woordje hoorde zeggen.
"Wat?", vroeg hij naar duidelijkheid.
"Nee.", herhaalde Lynn. "Ik neem deze hengst niet van jou aan, Rouse Cadwell. Niet nadat Ralph hem mij al heeft aangeboden en hem heeft gekocht."
"Ja, daar wilde ik het nog over hebben, miss Houghingtail.", Logan stond achter haar en Lynn draaide zich snel om, met een intens woedende blik in haar ogen. Hij deinsde achteruit en schrok terug van die blik. Hij had de dubbele prijs van Rouse graag willen ontvangen en dat ook tegen haar willen zeggen, maar die ene blik op hem weerhield hem daarvan.
"Kan u deze hengst op mijn boerderij brengen, meneer Schuyler?", vroeg Ralph hem. Logan slaakte een zucht en keek van hem naar Rouse en van Rouse naar Lynn.
"Het spijt me, meneer Batley.", zei hij. "Ik verkoop de hengst aan meneer Cadwell."
Onmiddellijk draaide Lynn zich om en begaf ze zich in de menigte. Ralph keek Rouse spottend aan en schudde zijn hoofd.
"Nooit geweten dat jij zo laag kon zinken, Rouse Cadwell.", bromde hij kwaad. "Je hebt zojuist het kleine beetje plezier dat Lynn zou hebben, van haar afgepakt."
"En dat zeg jij tegen mij?", Rouse snoof luid en keek Ralph spottend aan.
"Ze zal dat paard niet van je aannemen, nooit niet.", repliceerde Ralph direct. Hij was vijandig. Als twee kemphanen stonden ze tegenover elkaar.
"Van jou eveneens niet.", merkte Rouse op. "Lynn houdt niet van omkoperij."
"Dat was ik ook niet van plan te doen.", met die woorden begaf Ralph zich tussen de mensen om Lynn achterna te gaan. Rouse lachte wreed en riep hem na dat hij nog lang niet gewonnen had en op z'n tellen moest passen.
"Maak je maar vast klaar voor een volgend gebroken hart, Batley! Lynn is van mij!"
Woedend beende Ralph weg, hij deed alsof hij de laatste woorden van Rouse niet had gehoord, maar hij had ze wel gehoord. Luid en duidelijk. Rouse was er op uit Lynn voor zich te veroveren, iets waar hij stiekem ook op uit was, hoewel hij het haar niet liet merken.
Lynn kwam net de winkel uit met de zakken boodschappen die voor hen klaar waren gezet toen ze Ralph in het oog kreeg. Hij leunde tegen de neus van de jeep met over elkaar geslagen armen en keek boos voor zich uit. Zwijgend liep ze naar hem toe en zette ze de zakken boodschappen achterin de auto. Met een klap gooide ze de achterklep dicht, waarna ze in de auto ging zitten. Ze staarde recht voor zich uit, Ralph bleef tegen de neus van de auto geleund staan en stapte niet veel later ook in. Voordat hij wegreed, keek hij nog even naar Lynn.
"Het spijt me dat je het zonder die hengst moet doen.", zei hij. Lynn keek hem kort aan, waarna ze haar ogen neersloeg en zich sterk bewust was van de warmte die ze voor het eerst sinds haar komst op Fowler Hall Farm in zijn stem hoorde. Zijn blik was nog altijd koel en afstandelijk, maar dat hinderde Lynn niet.
"Als die Cadwell denkt dat hij op een manier als deze een wit voetje bij me haalt, heeft hij het bij het verkeerde eind.", zei ze. "Het was een lief gebaar van je, Ralph."
"Cadwell heeft roet in het eten gegooid.", met deze woorden reed Ralph weg en gingen ze op weg naar Fowler Hall Farm.
Tijdens de rit werd, net als tijdens de rit naar Morpeth toe, geen woord meer gesproken. Lynn staarde door het raampje rechts van haar naar de uitgestrekte vlakten en de heuvels, terwijl Ralph strak naar de weg voor zich staarde en de jeep zo goed en zo kwaad mogelijk tijdens slecht weer als dit – het was gaan waaien en het regende – onder controle te houden. Ze reden over het weggetje dat hen over de klippen naar de boerderij leidde, een weg dat verraderlijk en gevaarlijk was met weer als dit. Net wanneer Lynn besloot om iets te zeggen, gaf Ralph een ruk aan het stuur om iets te ontwijken. Ze slaakte een gil toen ze de afgrond van de klip snel dichterbij zag komen en kneep haar ogen dicht. Ralph vloekte luid en trok aan zijn stuur, hij gooide het om en ging vol in de remmen. De wind had grip op de jeep gekregen en leek niet van plan te zijn de jeep snel te laten gaan. Na wat een eeuwigheid leek te duren, maar in werkelijkheid niet langer was dan enkele luttele seconden, kwam de jeep tot stilstand. Lynn vloog naar voren dankzij deze plotselinge wending en stootte met haar hoofd tegen de voorruit. Ze liet zich terug in de stoel vallen en hield haar ogen nog even gesloten. Haar hart klopte in haar keel en haar ademhaling was versneld. Haar gezicht zag bleek en ze voelde de adrenaline die vrij was gekomen door de angst in de afgrond te storten door haar aderen gutsen.
"Ben je… Ben je oké?", klonk de bezorgde vraag van Ralph. Lynn knikte kort en opende haar ogen, zijn gezicht was nauwelijks enkele centimeters van die van haar verwijderd. Vlug ging Ralph weer goed zitten en hij wreef even over het stuur.
"De wind kreeg grip op ons.", verklaarde hij de levensgevaarlijke situatie. "Ik moest uitwijken voor een vos, of iets dat er op leek. Het was een wild dier, en weg nog voordat ik kon zien wat het was."
Lynn knikte even en sloot haar ogen weer.
"Doe dat nooit meer.", wist ze uit te brengen. "Het was doodeng." Toen ze haar ogen weer opende, reed Ralph alweer verder. Hij sloeg geen acht op hetgeen Lynn zo-even zei. Toch zag ze, toen ze opzij keek en Ralph hier niet op had gerekend, dat zijn uitdrukking niet langer kil en afstandelijk was, maar angstig. Lynn concludeerde dat hij het eens was met haar uitspraak. Ook hij vond het doodeng.
Die avond was het Lynn die achter het fornuis stond en het avondmaal kookte. Mrs. Batley had een zware dag achter de rug en leek last te hebben van een verkoudheidje. Ze zat in een stoel bij de haard en wierp af en toe een blik richting de keuken.
"Lynn, liefje, lukt het?", vroeg ze. Lynn lachte even, het was al de zoveelste keer dat Mrs. Batley haar dit vroeg.
"Ja, alles gaat goed, maakt u zich geen zorgen en rust wat. U ziet er veel te bleekjes uit.", antwoordde ze, waarna ze de pan met macaroni van het fornuis haalde en afgoot. Ze kreeg geen reactie van de oude vrouw, maar wist dat ze een punt had. Terwijl Lynn verder ging met het koken, waarmee ze bijna klaar was, hoorde ze iemand in de deuropening schuifelen. Lynn draaide zich vlug om en zag Mrs. Batley schuldbewust in de deuropening staan.
"Mrs. Batley!", riep Lynn uit. "Ga m'n keuken uit! Nu!" Ze grijnsde terwijl ze dit zei en wilde de vrouw net uit de keuken wegjagen, toen ze de achterdeur open hoorde gaan en Michael stilletjes binnen kwam. Beiden keken ze op, normaliter was Michael een vrolijk jongetje van zeven, die niet kon wachten hen te vertellen wat hij allemaal had gedaan vandaag. Deze keer was echter anders. Hij zei niets, nam geen notitie van Lynn en zijn grootmoeder, en liep door naar de woonkamer. Verbaasd keken Lynn en Mrs. Batley elkaar aan, maar tijd om hier over na te denken kreeg Lynn niet.
"Ralph vertelde me dat jullie bijna verongelukt waren.", zei Mrs. Batley. Lynn wilde net het vuur onder de pan speklapjes uitdraaien en draaide zich met een enorme snelheid om. Ze kon zich niet voorstellen dat hij dit vrijwillig aan zijn moeder had verteld, en alsof Mrs. Batley dit van haar gezicht af kon lezen, vervolgde ze:
"Toen jullie binnen kwamen en jij stil de boodschappen opruimde, wist ik dat er iets was gebeurt. Je leek niets of niemand te zien, eveneens als Ralph. Toen jij met oom Shane naar buiten ging, vroeg ik Ralph er naar. Maar hij ontkende en zei me dat er niets aan de hand was." Ze bestudeerde het gezicht van Lynn, die het vuur uit had gedraaid en de pannen naar de eettafel droeg. Mrs. Batley volgde haar met de laatste pan en zette deze op tafel. Ze keek Lynn strak aan en maakte haar verhaal af:
"Uiteindelijk vertelde hij het me. Je was doodsbang, en volgens mij nog steeds. Ik ben niet de enige die wat wit ziet."
Lynn glimlachte en keek de oude vrouw voor haar aan.
"Ik ben in orde, Mrs. Batley. Ik mankeer niets. U daarentegen, had me beloofd uit mijn keuken te blijven."
"Ach, je weet dat ik er een hekel aan heb afhankelijk te moeten zijn.", wuifde Mrs. Batley haar woorden weg. "Nee, kindje, ik maar me meer zorgen om jou dan om mijn gezondheid. Het is een verkoudheid, het waait wel over."
"Mrs. Batley.", die woorden klonken streng en zakelijk. "Ik mankeer niets en ben in orde." Mrs. Batley knikte enkel en slaakte een zucht. Ze liet zich in een stoel zakken en staarde naar Lynn.
"Weet je dat zeker? Als ik Ralph moet geloven was je niet erg blij met de jonge mr. Cadwell.", zei ze. Lynn wilde net het bestek verdelen over de borden en liet het uit haar handen vallen toen ze de oude vrouw hoorde.
"Rouse Cadwell dacht dat ik gemakkelijk om te kopen was.", zei ze bot. "Maar hij had het bij het verkeerde eind. Als hij dacht mij blij te kunnen maken met een paard – dat Ralph op punt stond te kopen en aan mij wilde geven – dat voor de neus van een ander is weggekaapt met hetzelfde doel en om daarmee een wit voetje bij mij te behalen, had dat heel anders uitgepakt dan hij had gewild."
Mrs. Batley knikte instemmend.
"Liefje, je moet weten dat Ralph het echt spijtig vind dat hij je dat paard niet kon geven.", zei ze. Lynn keek haar aan en glimlachte.
"Dat weet ik, Mrs. Batley.", met die woorden verdween ze naar de keuken. Ze zette de afzuigkap uit en liep het erf op.
"Oom Shane!", riep ze. "Ralph!"
Vanuit de stallen verschenen de twee gedaanten. De ene naderde haar sneller dan de ander, Ralph.
"Wat is er?", vroeg hij een geschrokken. "Is het -?"
"Nee, nee. Met je moeder is alles in orde. Het eten is klaar.", antwoordde Lynn. "We kunnen aan tafel."
