Een rij legerauto's reed door het berglandschap van Vulpos. Vanwege het landschap waren de meeste onderdelen niet groen, maar grijs. Over een half uur zouden ze Camp Saliva aandoen, hun eindbestemming. Helemaal in de voorste wagen zaten elf personen... Achterin zaten vier vossen, die niet echt aardige karakters hadden. Nu en dan maakten ze spottende opmerkingen over een blauwe egel, die in dezelfde legerauto zat: Sonic. Sonic negeerde ze, maar inwendig kookte hij. Naast hem zat Amadeus Prower, Tails' vader. Voor de rest zaten er nog 6 anderen in de auto. De eerste was een jonge, kleine, grijze uil. Hij zat de hele reis, vijf uur, aandachtig in een boek te lezen. Hij kon schijnbaar goed lezen, want de bladzijden werden om de vijf minuten omgeslagen. Naast hem zat een groene kameleon. Nu en dan blies hij op een oude mondharmonica een paar oude, treurige deuntjes. Niemand stopte hem, niemand gaf er wat om en hij speelde niet slecht. Aan de andere kant naast Sonic, zaten twee andere vossen. De hele reis hadden ze niks anders gedaan dan stilzitten en staren. Naar Sonic hadden ze niet omgekeken. Helemaal bij de opening zat een jonge, heel jonge eend, niet meer dan 8 jaar. Zijn blauwe veren duidden erop dat hij, net als Sonic, de lucht kon besturen. Naast blauwe veren had hij ook gele en zwarte. Toen hij de legerauto in was komen stappen, had hij schichtig rondgekeken. Sonic verwachtte dat hij heel verlegen was.
'Hé, Erniaci (egel)...,' zei een van de vossen achterin spottend. 'Volgens mij zit je verkeerd... Deze auto gaat naar het front... volgens mij moest je de andere kant op... naar de gevangenis.'
Sonic gromde... Thuis werd hij aanbeden door sommigen, maar hier werd hij veracht, enkel omdat hij een egel was.
'Hé, hé,' zei een andere vos. 'Hij gromde. Hij is boos. Ga je ons nu vermoorden? Misschien kan-ie ook praten?'
'Oké, zo is het genoeg,' zei de uil, uit zijn boek gehaald. 'Ga 'm lekker ergens anders treiteren... ik probeer me op mijn boek te concentreren.'
'Doe een mp4 in of zoiets, dan hoor je ons niet,' zei een vos droog.
'Dan kan ik me niet concentreren.'
'Nee... daar heb je geen geld voor wijsneus.'
De vossen begonnen te lachen. De uil dook kwaad weer in zijn boek.
'Wacht maar...,' zei de uil.
'Tot wat? Tot je ons kunt pakken?'
'Tot we in het kamp zitten. Dan zal je er van langs krijgen!'
'En wij nu eens zeggen dat we niks deden... een Vulpi geloven ze eerder dan een Asi (uil).'
'Niet als ik er wat aan doe,' zei Sonic.
De vier vossen keken naar Sonic.
'Wat wou jij er aan doen. Niemand wil je... jou zullen ze nog minder geloven dan die Asi.'
'Ik heb zo mijn contacten,' zei Sonic.
'Bij de Erniacae... dat weten we. Maak je geen zorgen.'
Sonic werd nu echt boos.
'Nee. Bij kolonel Prower.'
'Zozo... Hij kent de naam van de kolonel. Welke connecties heb je met de kolonel?' vroeg de vos spottend.
'Als hoofdgevangene,' zei een andere vos.
De vossen schoten in de lach.
'Als zijn beste vriend,' zei Sonic.
Toen de vossen dat hoorden hadden ze het niet meer. Sonic stond kwaad op, maar Amadeus gebaarde Sonic weer te gaan zitten.
'Hé, ouwe...,' zei een van de vossen tegen Amadeus. 'Laat die Erniaci vechten...'
'Niemand,' zei Amadeus boos. 'noemt mij "ouwe", ja! Als ik mijn zoon eh... kolonel Prower heb gesproken, lach je niet meer.'
'Wow, wow, wow,' zei een van de vossen. 'Zei u "mijn zoon"?'
Amadeus wist nu niet of hij op dit moment moest toegeven dat Tails zijn zoon was.
'Ja,' zei Amadeus. 'En hij,' Amadeus wees op Sonic,' is zijn beste vriend.'
Even waren de vossen stil. Maar toen barstten ze zo in de lach dat ze vijf minuten niet lang niet bijkwamen.'
'Een vader die zijn zoon "sir" moet noemen...,' zei een van de vossen lachend.
'Zeg,' zei een ander. 'Je denkt toch niet dat wij daarin gaan geloven, of wel.'
'Wacht maar,' zei Amadeus.
'Dat zei de uil ook al.'
De wagen begon af te remmen. Voor twintig seconden gebeurde er niets en hoorden ze alleen maar stemmen. Een vos stapte achter de auto, keek in auto en zei:
'Eruit en naar barak 67.'
'Yessir,' zeiden ze allemaal.
'De eend stapte uit en keek schichtig rond. De uil zuchtte en deed zijn boek in een kleine rugzak. De kameleon borg de harmonica op en met z'n allen stapten ze uit. De vos die hen eruit had geroepen liep naar de volgende wagen. Met z'n allen liepen ze het kamp in naar de barakken.
'Ik zie 'm, jongens,' zei de uil.
'Goed gezien. Je hebt geen bril nodig,' zei een van de vossen. Alle vier schoten ze weer in de lach. Iedereen had nu al een hekel aan ze. Ze liepen naar de barak, een houten gebouwtje met enkel een stuk of twintig bedden erin. Toen ze de deur opendeden kwam een muffe lucht op hen afdrijven.
'Heerlijk,' zei een van de vossen die niet in de groep van vier zat met een droge stem.
Ze kozen allemaal een bed uit. De eend ging zo ver mogelijk van de anderen en zocht ergens achterin een bed uit.
'Hey, Moo... het lelijke eendje is bang,' zei een van de vier vossen. Ze liepen met z'n vieren naar de eend, die op zijn zij, met zijn rug naar de vossen, iets lag te lezen.
'Zeg, lelijkerd... hoe heet je?' vroeg een van de vossen uitlokkend.
Sonic voelde dat dit mis ging. En als hij naar de anderen keek, kon hij aan de gezichten zien dat ze er net zo over dachten.
'Gaat je niks aan,' zei de eend.
'Dat gaat me wel aan. Het is nooit leuk om op iemand te schelden zonder zijn naam te weten, weet je.'
'Waarom boeit me dat nou niet. Ga weg en laat me lezen.'
De vos werd boos en overdreef, om voor zijn vrienden niet af te gaan.
'Zo,' zei de vos met een boos gezicht. Hij plukte de eend van zijn bed af door hem in zijn nek te grijpen. 'Laten we eens gezellig praten in plaats van lezen.'
'Hé... zo is het wel genoeg,' zei een van de vossen die niet bij de vier zaten.
'Houdt jij je erbuiten!' schreeuwde de vos.
'Blijf van hem af!' riep Sonic nu ook.
'Hij en de vos stapten op de vier vossen af.'
'Moo,' zei een van de vier vossen. 'We hebben gezelschap.
'Christian...' zei de ander van de twee vossen.
'Niet nu, Nathan.'
'Laat me los!' riep de eend.
'Nee!'
'Ik zei: LAAT ME LOS!' schreeuwde de eend nu op volle kracht.
'Hé... ik wil m'n oren niet kwijt!' riep de vos die de eend vasthield.
'Aractrae Cheryto!' riep de eend. Nog geen seconde later gaf de vos die hem vasthield een schreeuw. Een grote schok elektriciteit ging door zijn lichaam. Hij liet de eend vallen. Deze viel pardoes terug op zijn eigen bed.
'Dat,' zei de vos,' had je niet moeten doen, lelijk eendje. Yzae...'
Zijn commando kan hij niet afmaken. Een elektro-straal van Christian, een van de twee vossen, raakte de vos, die Moo werd genoemd.
'Dat had je niet moeten doen, sukkel,' riep een van de andere drie vossen.
'Jomtae Trego!' riep Sonic. Met al zijn kracht tilde hij de drie vossen op met zijn luchtcommando. Voordat hij echter een andere commando kon geven, riep een bekende stem achter hem:
'SONIC!'
Iedereen keek naar de deur. Tails stond in de deuropening.
'Omsjatemo,' zei Sonic. De drie vossen vielen op de grond.
'Kon je je niet inhouden, Sonic. Je bent zeker ongeduldig.'
'Ik en de rest hebben een paar klachten over dat stelletje vossen daar, Tails.'
'Dat is "sir" voor jou, Erniaci!' riep een van de vier vossen naar Sonic.
'Voor jou, misschien, maar ik ga mijn beste vriend niet "sir" noemen.'
'Begint-ie weer met "beste vriend"! Je bent een Erniaci... tussen Erniacae en Vulpae (vossen) bestaan geen vriendschappen.'
'Wie zegt dat,' zei Tails.
'Sir... u gaat toch niet zeggen dat...'
'Sonic hier is mijn beste vriend,' zei Tails.
'Maar hij is een Erniaci.'
'Dus...'
'Erniacae en Vulpae... passen gewoon niet bij elkaar.'
'Niet op deze planeet.'
Daar keken de Vulpae van op.
'Ik volg u niet maar, sir?' zei Moo, de leider van de vier Vulpae.
'Het is heel simpel... Sonic en ik komen oorspronkelijk niet van deze planeet. Waar ik vandaan kom, is hij de leider, ik niet.'
Die hadden de Vulpae, en waarschijnlijk de rest in deze barak niet zien aankomen.
'Tails,' zei Sonic. 'Ze hebben zowat iedereen hier beledigd, waaronder je vader.'
'Ze hebben wat...!'
'Het was niks,' zei Tails' vader.
'Dat is een grote waslijst,' zei Tails. 'De chauffeur heeft me heel veel verteld, maar dit slaat alles. Je scheldt mijn vader uit, mijn beste vriend. Je maakt iedereen in je ploeg belachelijk en valt zelfs je eigen teamleden aan! Werken jullie voor de vijand!'
'N-n-nee,' zeiden de vier vossen nu boos.
'Gedraag je dan niet zoals een van hen. Hier gaan jullie meer van horen! Sonic! Pap! Ik wil jullie even in mijn kantoor spreken. En als ze terugkomen, wil ik jullie vier spreken!'
